Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BJ8750

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
19/605425-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van één film bevattende kinderpornografische afbeeldingen. Het door verdachte overtreden artikel is door de wetgever in de wet opgenomen om het seksueel misbruik van kinderen te bestrijden. Het in bezit hebben van kinderpornografie bevordert de productie van kinderpornografie en daarmee de seksuele exploitatie van kinderen. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de kinderpornografiemarkt en de exploitatie van (jonge) kinderen. De rechtbank rekent hem dat aan. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte niet gericht de betrokken film heeft gedownload of geïnteresseerd is in kinderporno. Verdachte heeft echter, nadat hij -door er naar te kijken- van de inhoud van de film op de hoogte was, nagelaten de film van zijn computer te verwijderen. De film stond namelijk nog in de zogenaamde prullenbak en kon op eenvoudige wijze worden teruggehaald. De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat verdachte, zoals ook blijkt uit het voorlichtingsrapport van de reclassering, lering uit het gebeuren heeft getrokken door zijn download- en surfgedrag aan te passen.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een voorwaardelijke taakstraf geboden is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.605425-09

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 29 september 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 15 september 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 oktober 2008 tot en met 21 oktober 2008

te en in de gemeente Assen, in elk geval in Nederland, een (aantal) (in ieder

geval 3 of daaromtrent) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s)

bevattende (een) afbeelding(en), (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd

en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die

afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar was/waren,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedraging(en) bestonden uit (onder meer):

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of vinger(s) en/of een

voorwerp) door zichzelf en/of door een volwassen man/een persoon die de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van (een)

perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben

bereikt (onder meer film 2, bestandsnaam: [bestandsnaam].mpg)

en/of

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de (stijve) penis

van een volwassen man door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt (onder meer film 1, bestandsnaam: [bestandsnaam].mpg; film 3, bestandsnaam: [bestandsnaam].mpg);

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie Mr. H.H. Louwes acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 2 maanden gevangenisstraf.

Bewijsconstructie

Blijkens een reparatieformulier van PCX Computers, d.d. 16 oktober 2008, heeft [verdachte] op die dag een computer ter installering van Windows aangeboden.

Verbalisant [verbalisant] verklaart dat na een melding dat verdachte een computer ter reparatie had aangeboden, waarbij door de reparateur pornografisch materiaal werd aangetroffen -waarop zeer jonge kinderen zichtbaar waren- de computer voor onderzoek inbeslag werd genomen.

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen werd op de computer een filmbestand herkend als een kinderpornografisch filmbestand:

- film 2, bestandsnaam: [bestandsnaam].mpg): betreft filmfragmenten met 4 verschillende meisjes in de leeftijd van circa 9 tot 12 jaar oud. Het eerste filmfragment toont 2 meisjes van ongeveer 9-11 jaar oud. De wijsvinger van een volwassen mannenhand wordt in en uit de vagina van een meisje gestoken. Het volgend filmfragment toont één van de meisjes die de punt van een opzetstuk voor een vibrator in en uit haar vagina steekt. Een volgend fragment toont een naakt meisjeslichaam. Een volwassen man duwt de eikel van zijn penis in en uit de vagina van het meisje. Het meisje schuift een dildo in en uit haar vagina. Daarna volgt een filmfragment van een meisje van ongeveer 11-12 jaar oud. De wijsvinger van een volwassen mannenhand wordt in haar vagina gestoken. Een volgend fragment toont een vagina van een ander jong meisje, waarin een wijs- en middelvinger gestoken zit. Daarna is te zien dat de eikel van een volwassen penis in dezelfde vagina gestoken wordt.

Verdachte erkent ter terechtzitting dat hij een film, bevattende kinderporno, (op zijn computer) in bezit heeft gehad. Hij verklaart dat er een film op zijn computer was gedownload met een titel die in verband kon worden gebracht met kinderporno. Verdachte heeft de film een paar seconden bekeken en deze, toen hij zag dat het inderdaad kinderporno betrof, vervolgens verwijderd naar de zogenaamde prullenbak van zijn computer.

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen -anders dan door de raadsman van verdachte is betoogd- bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode, namelijk op 16 oktober 2008, de dag dat hij zijn computer naar de reparateur bracht, een gegevensdrager bevattende kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het bezit van kinderporno door het betrokken filmpje na ontvangst aanstonds te verwijderen. De rechtbank is van oordeel dat er in casu wel sprake is van voorwaardelijk opzet op het bezit van kinderpornografisch materiaal. Verdachte heeft namelijk het filmpje -wetende dat het kinderporno bevatte, aangezien hij gedurende korte tijd naar het filmpje heeft gekeken- naar de zogenaamde prullenbak van zijn computer “verwijderd”, van waaruit het op zeer eenvoudige wijze weer kon worden opgevraagd en aldus nog in bezit was van verdachte.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 oktober 2008 te en in de gemeente Assen, een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer:

- het vaginaal penetreren met de penis en vingers en een voorwerp door zichzelf en/of door een volwassen man van het lichaam van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (film 2, bestandsnaam: [bestandsnaam].mpg).

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken in bezit hebben,

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 20 augustus 2009, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van één film bevattende kinderpornografische afbeeldingen. Het door verdachte overtreden artikel is door de wetgever in de wet opgenomen om het seksueel misbruik van kinderen te bestrijden. Het in bezit hebben van kinderpornografie bevordert de productie van kinderpornografie en daarmee de seksuele exploitatie van kinderen. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de kinderpornografiemarkt en de exploitatie van (jonge) kinderen. De rechtbank rekent hem dat aan. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte niet gericht de betrokken film heeft gedownload of geïnteresseerd is in kinderporno. Verdachte heeft echter, nadat hij -door er naar te kijken- van de inhoud van de film op de hoogte was, nagelaten de film van zijn computer te verwijderen. De film stond namelijk nog in de zogenaamde prullenbak en kon op eenvoudige wijze worden teruggehaald. De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat verdachte, zoals ook blijkt uit het voorlichtingsrapport van de reclassering, lering uit het gebeuren heeft getrokken door zijn download- en surfgedrag aan te passen.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een voorwaardelijke taakstraf geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22b en 22c van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geheel voorwaardelijke taakstraf bestaande uit 40 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank beveelt, dat deze voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. J.G. de Bock en

mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 september 2009.