Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BJ2205

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
10-07-2009
Zaaknummer
73369 - KG ZA 09-112
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

IE-zaak.Inbreuk op modelrechten.Vordering tot gestaakt houden inbreuk toegewezen; vorderingen m.b.t. vernietiging en schadevergoeding afgewezen.

Niet-ontvankelijkverklaring in beide vrijwaringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 73369 / KG ZA 09-112

Vonnis in kort geding van 10 juli 2009

in de hoofdzaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STATEN PRODUCTDEVELOPMENT B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN RAALTE DISPLAYS B.V.,

gevestigd te Voorschoten,

eiseressen,

advocaat mr. D.G.J. Fabius,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1], zaakdoende onder de naam Sign Business Center,

wonende te Assen,

gedaagde sub 1,

advocaat mr. M. Walvius ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HERVA BVBA,

gevestigd te Olen, België,

gedaagde sub 2,

advocaat mr. P. Koerts.

en in de vrijwaringszaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HERVA BVBA,

gevestigd te Olen, België

eiseres,

advocaat mr. P. Koerts.

tegen

2. [GEDAAGDE SUB 1], zaakdoende onder de naam Sign Business Center,

wonende te Assen,

gedaagde,

advocaat mr. M. Walvius,

alsmede in de vrijwaringszaak van

1. [GEDAAGDE SUB 1], zaakdoende onder de naam Sign Business Center,

wonende te Assen,

eiseres,

advocaat mr. M. Walvius,

tegen

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HERVA BVBA,

gevestigd te Olen, België,

gedaagde,

advocaat mr. P. Koerts.

Partijen zullen hierna Staten en Van Raalte en SBC en Herva genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen d.d. 20 en 25 mei 2009

- de mondelinge behandeling d.d. 26 juni 2009

- de pleitnota van Staten en Van Raalte

- de wijziging van eis

- de dagvaarding in vrijwaring d.d. 23 juni 2009 aan de zijde van Herva

- de dagvaarding in vrijwaring d.d. 23 juni 2009 aan de zijde van SBC

- de pleitnota van SBC

- de pleitnota van Herva

- de in het geding gebrachte producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Staten en Van Raalte zijn gespecialiseerd in het bedenken en produceren van klantgerichte oplossingen zoals displayproducten ten behoeve van het vertonen van reclame- of andere uitingen.

2.2. SBC is een groothandel in presentatiematerialen.

2.3. Herva is een Belgische onderneming die gespecialiseerd is in 'publiciteitstextiel' (vlaggen, vlaggenmasten, t-shirts, reclameborden, etc.).

2.4. Staten heeft in 1998-1999 een verrijdbare kunststof voet ten behoeve van een standaard voor een reclamebord ontwikkeld, bij het in aanmerking te nemen publiek ook wel bekend als “stoepbord” (zie figuur 1 hierna):

figuur 1

2.5. Staten heeft het model in 1999 gedeponeerd bij het Benelux-Bureau voor Tekeningen en Modellen (depotnummer 76111-00). Het model is in 2000 ingeschreven in het register van het Benelux-Bureau voor Tekeningen en Modellen onder inschrijvingsnummer 31440-00 voor waren- en dienstenklassen 20-02 en 20-03, verder ook te noemen "het model". De modelrechten hebben alleen betrekking op de kunststof voet.

2.6. Van Raalte is exclusief licentiehoudster en heeft het Model op de Benelux markt gebracht onder de naam “VR Storestopper”. De “VR Storestopper” wordt afgenomen door ondernemingen zoals Shell, Q8, Total Fina, Rabobank en Staatsloterij.

2.7. Medio 2008 hebben Staten en Van Raalte identieke kunststof voeten ten behoeve van

een standaard aangetroffen in Nederland waarin het model is verwerkt, danwel waarop het model is toegepast, verder te noemen de “inbreukmakende voeten”. Deze inbreukmakende voeten bleken afkomstig uit China. Staten en Van Raalte hebben direct juridische maatregelen getroffen tegen de betrokken inbreukmakers. Inmiddels hebben die partijen de inbreuk erkend, het inbreukmakende handelen gestaakt, zijn de door hen geleverde kunststof voeten teruggenomen van klanten onder toezending van brieven, inhoudende dat de geleverde producten inbreuk maken op de rechten van Staten en Van Raalte, zijn de inbreukmakende voeten vernietigd en is schadevergoeding voldaan alsook alle kosten voor rechtsbijstand.

2.8. In oktober/november 2008 heeft Van Raalte met Herva onderhandeld omtrent de aankoop door Herva van stoepborden. Herva zou een order voor stoepborden hebben ontvangen van Lukoil Belgium N.V. te Vilvoorde, België. Tijdens die onderhandelingen heeft Herva aangegeven eveneens een offerte te hebben ontvangen van een andere niet nader genoemde Nederlandse producent voor een stoepbord met een kunststof voet die vrijwel identiek is aan die van de VR Storestopper van Van Raalte. De onderhandelingen tussen Van Raalte en Herva hebben niet tot een overeenkomst geleid.

2.9. Staten en Van Raalte hebben begin april 2009 in België inbreukmakende voeten aangetroffen bij verschillende tankstations van voornoemde Lukoil Belgium N.V. (zie figuur 2 hierna):

figuur 2

Navraag heeft Staten en van Raalte geleerd dat de inbreukmakende voeten zijn afgenomen van Herva, die ze van SBC heeft betrokken. Bij brieven d.d. 15 april 2009 zijn SBC en Herva gesommeerd de inbreuk te staken en te voldoen aan een aantal punten, overeenkomend met de vorderingen in dit kort geding.

2.10. SBC heeft in haar brief d.d. 16 april 2009 meegedeeld niet bereid te zijn tegemoet te komen aan de eisen van Staten en Van Raalte maar wel bereid te zijn met een vertegenwoordiging van het bedrijf van Staten en Van Raalte in gesprek te gaan om een oplossing te vinden voor het gerezen conflict. SBC heeft vervolgens nog nadere informatie verschaft aan (de advocaat van) Van Raalte en Staten.

2.11. SBC heeft op 14 mei 2009 aan Herva een mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“Op dwingend verzoek van Van Raalte doen wij jou officieel onderstaande brief toekomen.

De door Sign Business Center aan U geleverde standaard(en) voor een reclame bord maken mogelijk inbreuk op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. te ’s-Gravenhage, Nederland op haar standaard met kunststof voet ontwikkeld ten behoeve van een reclamebord (en de licentie van Van Raalte Displays B.V. tot het exclusieve gebruik van het model). In verband hiermee verzoek ik U binnen zeven dagen na heden de bij U nog aanwezige voorraad van deze door ons aan U geleverde mogelijk inbreukmakende standaarden aan ons te retourneren, dan wel te vernietigen en ons een schriftelijke verklaring te doen toekomen dat er geen exemplaren van de inbreukmakende standaarden meer in Uw vestiging aanwezig zijn. De door U gemaakte kosten, waaronder evt. verzendkosten, vernietigingskosten en het aankoopbedrag, zullen door ons niet worden vergoed. In artikel 16 van onze leveringsvoorwaarden heeft u ons gevrijwaard voor dergelijke kosten. Het in voorraad houden en/of verhandelen van bovengenoemde standaarden maakt mogelijk inbreuk op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. en de exclusieve licentie van Van Raalte Displays B.V. Tot slot wijzen wij u erop dat eventuele verdere kosten, die voortkomen uit deze claim op u verhaald zullen worden.”

2.12. Herva heeft de inbreuk betwist maar aangegeven bereid te zijn de stoepborden niet langer te koop aan te bieden.

3. Het geschil

3.1. Staten en Van Raalte vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren:

I. Elk van gedaagden sub 1 en 2 zal bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis iedere inbreuk in de Benelux op het Benelux model van Staten Productdevelopment B.V., geregistreerd onder inschrijvingsnummer 31440-00, te staken en gestaakt te houden;

II. Gedaagde sub 2 zal veroordelen binnen 14 dagen na betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis aan de advocaat van Staten Productdevelopment B.V. en Van Raalte Displays B.V., Mr D.G.J. Fabius te (2596 CH) ’s-Gravenhage, Wassenaarseweg 20, te doen toekomen een schriftelijke, door registeraccountant (RA) of accountant administratieconsulent (AA) gecontroleerde en gewaarmerkte, opgave van de volgende informatie:

a. de leverancier(s), maker(s), producent(en) en distributeur(s), van wie de inbreukmakende standaarden door gedaagde sub 2 zijn verkregen, onder mededeling van de adres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s);

b. de aan gedaagde sub 2 geleverde aantallen, nummers, prijzen en leverdata van de inbreukmakende standaarden, zulks gerangschikt per leverancier, maker, producent of distributeur van de inbreukmakende standaarden, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

c. de afnemers waaraan gedaagde sub 2 de inbreukmakende standaarden heeft verkocht en/of geleverd, alsmede de verkochte aantallen, nummers, prijzen, leverdata en afleveradressen van de inbreukmakende standaarden, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

d. de bij gedaagde sub 2 nog aanwezige voorraad van de inbreukmakende standaarden onder vermelding van de locatie waar de inbreukmakende standaarden zich bevinden, alsmede de aantallen en nummers van de inbreukmakende standaarden; en

e. de met de inbreukmakende standaarden behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken;

III. Elk van gedaagden sub 1 en 2 zal veroordelen binnen 14 dagen na betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis aan al hun afnemers in een voor de geadresseerde begrijpelijke taal, een brief te zenden met uitsluitende de volgende inhoud:

“Geachte …,

Bij vonnis van [datum vonnis] heeft de Voorzieningenrechter in de Rechtbank Assen beslist dat de door [SBC/Herva] aan U op [datum levering] geleverde standaard(en) voor een reclame bord inbreuk maken op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. op haar standaard met kunststof voet ontwikkeld ten behoeve van een reclamebord (en de licentie van Van Raalte Displays B.V. tot het exclusieve gebruik van het model). In verband hiermee dient U binnen zeven dagen na heden alle door ons aan U geleverde inbreukmakende standaarden aan ons te retourneren, vergezeld van een schriftelijke verklaring dat er geen exemplaren van de inbreukmakende standaarden meer in Uw vestiging(en) aanwezig zijn danwel door Uw vestigingen gebruikt worden.

De door U gemaakte kosten, waaronder verzendkosten en het aankoopbedrag, zullen door ons worden vergoed. Het in voorraad houden en/of verhandelen en/of gebruiken van bovengenoemde standaarden maakt inbreuk op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. en de exclusieve licentie van Van Raalte Displays B.V.

Hoogachtend,

[SBC/Herva]”

onder gelijktijdige toezending van kopieën van deze brief alsmede een lijst van geadresseerden met volledige adresgegevens aan de advocaat van Staten Productdevelopment B.V. en Van Raalte Displays B.V., Mr D.G.J. Fabius te (2596 CH) ’s-Gravenhage, Wassenaarseweg 20;

IV. Elk van gedaagden sub 1 en 2 zal veroordelen om uiterlijk 30 dagen na betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis de gehele voorraad, waaronder begrepen de door de afnemers van de betreffende gedaagde geretourneerde voorraad van inbreukmakende standaarden op eigen kosten te vernietigen onder toezicht van een door de betreffende gedaagde te betalen deurwaarder die een proces-verbaal van constatering zal opstellen;

V. Elk van gedaagden sub 1 en 2 zal veroordelen om binnen 2 dagen na de sub IV. genoemde vernietiging het proces-verbaal van constatering van vernietiging toe te zenden aan de advocaat van Staten Productdevelopment B.V. en Van Raalte Displays B.V., Mr D.G.J. Fabius te (2596 CH) ’s-Gravenhage, Wassenaarseweg 20;

VI. Elk van gedaagden sub 1 en 2 zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00, althans een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, voor elke dag of deel daarvan dat de betreffende gedaagde niet voldoet aan het gevorderde onder I, II, III, IV en V;

VII. Gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende, de anderen zullen zijn gekweten, zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000,00, althans van een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, binnen 8 werkdagen na betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis als voorschot op de door eiseressen vanwege de inbreuk geleden schade (gederfde winst;

VIII. Gedaagde sub 1 zal veroordelen tot vergoeding van de redelijke en evenredige (proces)kosten ex art.1019h Rv, tot op de datum van de dagvaarding € 1.548,00 excl. BTW te vermeerderen met de na de dag der dagvaarding gemaakte redelijke en evenredige (proces)kosten (Pro Memorie) en de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te dezer zake te wijzen vonnis;

IX. Gedaagde sub 2 zal veroordelen tot vergoeding van de redelijke en evenredige (proces)kosten ex art.1019h Rv, tot op de datum van de dagvaarding € 1.782,00 excl. BTW te vermeerderen met de na de dag der dagvaarding gemaakte redelijke en evenredige (proces)kosten (Pro Memorie) en de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te dezer zake te wijzen vonnis;

X. Gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende, de anderen zullen zijn gekweten, zal veroordelen tot vergoeding van de kosten van dit geding, tevens inhoudende de na de uitspraak ontstane kosten (nakosten) ex art. 237 lid 4 Rv, begroot op € 131,00 zonder betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis en 199,00 met betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te dezer zake te wijzen vonnis;

XI. Op basis van art. 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal bepalen dat de termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt zes (6) maanden zal zijn, te rekenen vanaf de datum van het te dezer zake te wijzen vonnis;

3.2. SBC en Herva voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De vordering in de vrijwaringszaak Herva/SBC

4.1. Herva vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, geheel en al uitvoerbaar bij voorraad,

1. bij het in het kort geding onder zaak- en rolnummer 73369 KG ZA 09-112 uit te spreken vonnis SBC gelijktijdig zal veroordelen om aan Herva te betalen al hetgeen waartoe Herva als gedaagde in de procedure tegen Staten en Van Raalte als eiseressen mocht worden veroordeeld.

2. SBC zal veroordelen in de kosten van de procedure tussen Herva enerzijds en Staten en van Raalte anderzijds, alsmede in de kosten van deze vrijwaring, zulks alles op basis van artikel 1019h Rv., waartoe tijdige specificatie van deze kosten zal worden overgelegd.

4.2. SBC voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De vordering in de vrijwaringszaak SBC/Herva

5.1. SBC vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. bij het in kort geding met zaak-rolnummer 73369 ZA 09-112 (hoofdzaak) uit te spreken vonnis gelijktijdig Herva veroordeelt om aan SBC te betalen al hetgeen waartoe SBC als gedaagde in voornoemd kort geding mocht worden veroordeeld;

b. Herva zowel in de hoofdzaak als vrijwaringsprocedure zal veroordelen in de kosten van het geding ex art. 1019 h Rv.

5.2. Herva voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling in de hoofdzaak

De bevoegdheid

6.1. Herva beroept zich allereerst op onbevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Zij stelt daartoe dat op grond van art. 4.6 BVIE de Belgische rechter bevoegd is. Herva miskent hiermee, dat in de onderhavige zaak twee gedaagden zijn met woonplaats in verschillende landen en dat in een dergelijk geval krachtens art. 6 lid 1 EG-Executieverordening de rechter van één van die woonplaatsen bevoegd is. Dit is ook van belang om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. Nu SBC is gevestigd in Assen is de voorzieningenrechter (in ieder geval ten aanzien van het modellenrecht) van de rechtbank Assen bevoegd.

Modelinbreuk

6.2. Staten en Van Raalte verzetten zich op grond van art 3.16 BVIE als houder van haar Beneluxmodel tegen het gebruik van een voortbrengsel dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt. Zij stellen dat haar voet de volgende kenmerken vertoont:

Vooraanzicht

• De voet heeft een kenmerkende ellipsvormige symmetrische opbouw, aflopend aan beide uiteinden, toelopend naar boven naar het midden;

• De voet heeft een kenmerkende ellipsvormig symmetrische uitsparing in het midden, aflopend aan beide uiteinden, toelopend naar boven naar het midden;

• De voet beschikt over twee symmetrische opbouwen, ten behoeve van de standaard.

Bovenaanzicht

• De voet is ellipsvorm aan alle vier de zijden, naar binnen toe gebogen;

• De voet heeft twee gespiegelde halve-maan-vormen; zandloper-model;

• De voet beschikt aan de vier zijden over volstrekt symmetrische ellipsvormige uitsparingen;

• De voet heeft een parabolisch gevormde ietwat verzonken groef in het midden, net als beide zijkanten, in een zandloper model;

• De voet beschikt over twee symmetrische opbouwen, ten behoeve van de standaard.

Zijaanzicht

• De voet heeft een kenmerkende ellipsvormige symmetrische opbouw, aflopend aan beide uiteinden, die eveneens ellipsvormig is opgebouwd aan de bovenzijde van het zijaanzicht;

• de voet heeft een ellipsvormige symmetrische uitsparing in het midden;

• De voet beschikt over een symmetrische opbouw, ten behoeve van een van de twee poten van de standaard.

6.3. Volgens Staten en Van Raalte bevat het aangevallen model alle hierboven genoemde kenmerken en elementen. Voor zover er uiterlijke verschillen bestaan, zijn deze slechts ondergeschikt en betreffen het onbelangrijke details, danwel technisch bepaalde aspecten.

6.4. Staten van Van Raalte stellen onder verwijzing naar verklaringen van wederverkopers en leveranciers van stoepborden, dat de voeten die door SBC en Herva in het verkeer zijn gebracht, geen andere algemene indruk bij hen wekken dan het Staten/Van Raalte model.

6.5. SBC betwist dat er sprake is van modelinbreuk. De algemene indruk van beide voeten verschilt. De voet van Van Raalte is bijna vierkant, veel forser, minder getailleerd, groter en minder handzaam. De door SBC geleverde voet heeft een andere vulopening, een handvat en lijkt vanuit zijaanzicht te zweven, terwijl de voet van Van Raalte rust op een metalen onderstel met zichtbare pootjes.

6.6. Herva stelt ten eerste dat de inschrijving van het modelrecht niet vermeldt wat de kenmerkende eigenschappen van dit model zijn, die ervoor zorgen dat van een 'nieuw uiterlijk van een voortbrengsel' kan worden gesproken. Dit zou moeten leiden tot nietigheid op grond van art. 3.6 aanhef en sub f BVIE. Voorst stelt zij eveneens dat er geen sprake is van inbreuk. De door Herva aan Lukoil geleverde voeten zijn niet identiek aan het ingeschreven model. Herva wijst op de wielen, de hoeken, het 'handvat' en de stop. Van verwarringsgevaar is geen sprake, gelet op de hiervoor genoemde verschillen en de zondvloed aan vergelijkbare modellen die zich op de markt bevinden. Voor zover Van Raalte zich beroept op de 'glooiende' vormen van het model, wordt gesteld dat deze allerhande werden en worden toegepast. Het inzetten van een nieuwe stijl wordt niet door het modelrecht beschermd.

6.7. Met betrekking tot de door Herva genoemde mogelijke nietigheid van het modelrecht is de voorzieningenrechter voorshands, nu deze stelling onvoldoende is onderbouwd, van oordeel dat hiervan geen sprake is en dat bovendien het kort geding zich niet leent voor nietigverklaring van een inschrijving van een model.

6.8. Vergelijking van het model van Staten en Van Raalte met de voet die SBC aan Herva heeft geleverd voor wat betreft de vorm en lijnen (ellipsvorm, uitsparing in het midden) leidt tot de conclusie dat er een grote mate van overeenstemming is tussen beide modellen. De verschillen die er zijn hebben met name betrekking op de maatvoering, de pootjes, de vulopening en het handvat. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de geïnformeerde gebruiker deze verschillen niet opmerkt wanneer hij één van beide modellen voor zich heeft. Dit blijkt ook uit de in het geding gebrachte verklaringen van wederverkopers. De voorzieningenrechter merkt in dit verband nog op dat de overige ter zitting getoonde voeten (waarvan ook foto's in de producties zijn opgenomen) in veel grotere mate afwijken van de in geding zijnde modellen. De conclusie is dan ook dat de voet van SBC/Herva geen andere algemene indruk zal wekken bij de geïnformeerde gebruiker dan de voet van Staten en Van Raalte. SBC en Herva maken dan ook inbreuk op de modelrechten van Staten en Van Raalte.

Auteursrechten

Nu geoordeeld wordt dat er sprake is van een inbreuk op het modelrecht van Staten en Van Raalte en de vorderingen (deels ) toewijsbaar zijn, behoeft de subsidiair aan de vorderingen ten grondslag gelegde inbreuk op het auteursrecht van Staten geen bespreking meer.

De vorderingen

6.9. In dit kort geding acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk geworden dat de inbreuk beperkt is gebleven tot de levering van 280 voeten van SBC aan Herva en van Herva aan Lukoil en dat geen van gedaagden nog inbreukmakende voeten in voorraad heeft of levert. Staten en Van Raalte hebben wel voldoende belang bij het onder 1. gevorderde bevel iedere inbreuk gestaakt te houden, versterkt met een dwangsom. Deze dwangsom zal worden beperkt als in het dictum te bepalen.

6.10. Met betrekking tot het sub II gevorderde is de voorzieningenrechter van oordeel dat de onder a t/m d genoemde gegevens voldoende bekend zijn, maar dat Staten en van Raalte in verband met een te entameren bodemprocedure voldoende belang hebben bij toewijzing van het gevorderde onder e.

6.11. Alleen Herva zal worden veroordeeld de onder III opgenomen brief te verzenden. SBC heeft in haar mail d.d. 14 mei 2009 aan Herva al een dergelijke brief opgenomen. Dat SBC ten aanzien van de kosten is afgeweken van de brief van Staten en Van Raalte hangt samen met art. 16 van de tussen partijen geldende algemene voorwaarden. De voorzieningenrechter gaat er voorshands van uit, dat partijen met deze voorwaarde hebben beoogd de eventuele kosten verband houdende met een inbreuk op IE-rechten voor rekening van Herva te laten komen. De voorzieningenrechter acht deze brief dan ook voldoende.

6.12. De vorderingen onder IV. en V. zullen, mede gezien in het licht van het verweer van Herva, worden afgewezen. Vernietiging van de voeten wordt in dit kort geding, ook gezien de in omvang beperkte inbreuk en in het licht van een te entameren bodemprocedure, als een te vergaand middel beschouwd.

6.13. Het onder VII. gevorderde bedrag als voorschot op de door Staten en Van Raalte geleden schade dan wel gederfde winst zal eveneens worden afgewezen. Het spoedeisend belang bij deze vordering staat onvoldoende vast. Bovendien hebben Staten en Van Raalte de vordering onvoldoende onderbouwd.

6.14. SBC en Herva zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partijen worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Staten en Van Raalte vorderen (aanvullende prod. op 15a en b bij de pleitnota) ex art. 1019h Rv. een proceskostenvergoeding van € 5.544,37 excl. BTW van SBC en € 6.788,97 excl. BTW van Herva. Ten aanzien van de kosten geldt dat de gevorderde kosten zo tijdig opgegeven en gespecificeerd dienen te worden dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (HR 30 mei 2008, C07/131 HR, Endstra tapes). De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat opgaat voor de kosten tot en met 19 juni 2009, zoals die in de bij de betekende dagvaarding overgelegde prod. 15 a en b zijn gespecificeerd. Dat houdt in dat SBC zal worden veroordeeld tot betaling van proceskosten ad € 3.399,39 excl. BTW en Herva tot een bedrag van € 4.518,00 excl. BTW.

6.15. SBC en Herva zullen hoofdelijk in de overige proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Staten worden begroot op:

- dagvaarding € 84,10

- vast recht 262,00

Totaal € 346,10

6.16. De vordering met betrekking tot de nakosten is niet toewijsbaar, nu art. 237 Rv. daarvoor een afzonderlijke procedure kent.

6.17. De termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig gemaakt moet worden zal, ook gezien het feit dat de vorderingen betreffende vernietiging van de inbreukmakende voeten en de schade zal worden afgewezen, worden bepaald op 3 maanden.

7. De vrijwaringen

7.1. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel, dat op grond van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van SBC, SBC in beginsel de aanspraken van Staten en Van Raalte kan afwentelen op Herva. In dit verband verwijst de voorzieningenrechter ook naar r.o. 6.11. Nu in dit kort geding echter aan SBC alleen een bevel zal worden gegeven om iedere inbreuk gestaakt te houden, die vanwege zijn aard niet kan worden afgewenteld op Herva, aan wie overigens een identiek bevel zal worden gegeven, zal SBC in haar vordering niet ontvankelijk worden verklaard. Ook Herva zal in haar vordering in vrijwaring niet ontvankelijk worden verklaard. Het hiervoor door de voorzieningenrechter gegeven voorlopig oordeel brengt omgekeerd met zich mee, dat Herva zich ter zake van de financiële gevolgen van de modelinbreuk niet kan verhalen op SBC. Daaraan doet niet af dat, in de verhouding SBC / Herva, SBC mogelijkerwijs, zoals Herva stelt, jegens Herva toerekenbaar tekort is geschoten door in strijd met art. 7:17 BW levering van op het modelrecht van Staten en Van Raalte inbreuk makende kunststof voeten.

7.2. Nu partijen in de beide vrijwaringen over en weer in het ongelijk zullen worden gesteld, vindt de voorzieningenrechter daarin aanleiding om de proceskosten te compenseren in de zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

8. De beslissing

De voorzieningenrechter

IN DE HOOFDZAAK

1. Beveelt elk van gedaagden sub 1 en 2 (SBC en Herva) met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk in de Benelux op het Benelux model van Staten Productdevelopment B.V., geregistreerd onder inschrijvingsnummer 31440-00, gestaakt te houden.

2. Veroordeelt Herva binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Staten Productdevelopment B.V. en Van Raalte Displays B.V., Mr D.G.J. Fabius te (2596 CH) ’s-Gravenhage, Wassenaarseweg 20, te doen toekomen een schriftelijke, door registeraccountant (RA) of accountant administratieconsulent (AA) gecontroleerde en gewaarmerkte, opgave van de volgende informatie:

e. de met de inbreukmakende standaarden behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken.

3. Veroordeelt Herva binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan al hun afnemers in een voor de geadresseerde begrijpelijke taal, een brief te zenden met uitsluitend de volgende inhoud:

“Geachte …,

Bij vonnis van 10 juli 2009 heeft de Voorzieningenrechter in de Rechtbank Assen beslist dat de door Herva aan U op [datum levering] geleverde standaard(en) voor een reclame bord inbreuk maken op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. op haar standaard met kunststof voet ontwikkeld ten behoeve van een reclamebord (en de licentie van Van Raalte Displays B.V. tot het exclusieve gebruik van het model). In verband hiermee dient U binnen zeven dagen na heden alle door ons aan U geleverde inbreukmakende standaarden aan ons te retourneren, vergezeld van een schriftelijke verklaring dat er geen exemplaren van de inbreukmakende standaarden meer in Uw vestiging(en) aanwezig zijn danwel door Uw vestigingen gebruikt worden.

De door U gemaakte kosten, waaronder verzendkosten en het aankoopbedrag, zullen door ons worden vergoed. Het in voorraad houden en/of verhandelen en/of gebruiken van bovengenoemde standaarden maakt inbreuk op het exclusieve modelrecht van Staten Productdevelopment B.V. en de exclusieve licentie van Van Raalte Displays B.V.

Hoogachtend,

Herva

onder gelijktijdige toezending van kopieën van deze brief alsmede een lijst van geadresseerden met volledige adresgegevens aan de advocaat van Staten Productdevelopment B.V. en Van Raalte Displays B.V., Mr D.G.J. Fabius te (2596 CH) ’s-Gravenhage, Wassenaarseweg 20.

4. Veroordeelt elk van gedaagden sub 1 en 2 tot betaling van een dwangsom van € 2.500,00, voor elke dag of deel daarvan dat de betreffende gedaagde niet voldoet aan het bepaalde onder 1, 2 en/of 3, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 50.000,00 per gedaagde.

5. Veroordeelt SBC tot vergoeding van de redelijke en evenredige (proces)kosten ex art. 1019h Rv, ad € 3.399.39 excl. BTW te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis.

6. Veroordeelt Herva tot vergoeding van de redelijke en evenredige (proces)kosten ex art.1019h Rv, ad € 4.518,00 excl. BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis.

7. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende, de anderen zullen zijn gekweten, tot vergoeding van de overige kosten van dit geding tot op heden begroot op € 346,10.

8. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

9. Bepaalt op basis van art. 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt drie (3) maanden zal zijn, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis.

10. Wijst af het meer of anders gevorderde.

IN DE VRIJWARINGSZAKEN

1. Verklaart Herva niet-ontvankelijk in haar vordering.

2. Verklaart SBC niet ontvankelijk in haar vordering.

3. Compenseert de kosten in de vrijwaringzaken, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wolthuis, bijgestaan door

mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, griffier, en in het openbaar uitgesproken door

mr. M.C.D. Boon-Niks, in tegenwoordigheid van de griffier voornoemd op 10 juli 2009.