Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BI4923

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
19/830005-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schrijnend is het leed dat verdachte de heer en mevrouw [benadeelden 2] heeft aangedaan. Hij heeft uit hun woning onder meer een digitale camera weggenomen met daarin een geheugenkaart met beeldmateriaal van hun zoontje, kort na diens geboorte. Deze beelden zijn hun zeer dierbaar en vertegenwoordigen een hoge emotionele waarde. De kans dat zij deze beelden terugkrijgen is echter zeer gering. Dit verlies is op geen enkele wijze te compenseren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19/830005-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 april 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 10 april 2009.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. E. van Bommel, advocaat te Appingedam.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 14 december 2008 tot en met 18 december 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een lcd-tv, een dvd-speler, een fotocamera, twee althans een antieke klok(ken), een stereotoren, een digitaal kastje, een muntenverzameling en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 07 december 2008 in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop en/of een laptoptas en/of een digitale camera en/of een creditcard en/of een geldkistje en/of een geldbedrag en/of diverse laders en/of diverse papieren en/of diverse bankpassen en/of diverse rookwaar en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelden 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 19 november 2008 tot en met 20 november 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen twee digitale camera’s en/of een laptop en/of een geldbedrag en/of een dvd-speler en/of een mobiele telefoon en/of een spelcomputer en/of een of meer koffer(s) en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 30 september 2008 in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk Peugeot) met kenteken [kenteken] heeft weggenomen een display van een navigatiesysteem en/of een cd-rom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2008 tot en met 26 augustus 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (Opel Zafira) met kenteken [kenteken] heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en/of een mobiele telefoon (merk Sony Ericson), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsconstructie

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. tot en met 5. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 14 december 2008 tot en met 18 december 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een lcd-tv, een dvd-speler, een fotocamera, twee antieke klokken, een stereotoren, een digitaal kastje, een muntenverzameling en diverse sieraden, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2.

hij op 07 december 2008 in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop en een laptoptas en een digitale camera en een creditcard en een geldkistje en een geldbedrag en diverse laders en diverse papieren en diverse bankpassen en diverse rookwaar en een mobiele telefoon, toebehorende aan [benadeelden 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

3.

hij in de periode van 19 november 2008 tot en met 20 november 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen twee digitale camera’s en een laptop en een geldbedrag en een dvd-speler en een mobiele telefoon en een spelcomputer en koffers en diverse sieraden, toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij op 30 september 2008 in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (merk Peugeot) met kenteken [kenteken] heeft weggenomen een display van een navigatiesysteem en een cd-rom, toebehorende aan [benadeelde 4], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5.

hij in de periode van 25 augustus 2008 tot en met 26 augustus 2008 te en in de gemeente Emmen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (Opel Zafira) met kenteken [kenteken] heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en een mobiele telefoon (merk Sony Ericson), toebehorende aan [benadeelde 5], waarbij verdachte

de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 1. tot en met 5. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder 1. tot en met 5. bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

* diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

* diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming,

* diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming,

* diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

* diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie mr. Kromdijk, luidende: twaalf maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en COVA-training, en toewijzing van de civiele vordering tot een bedrag van € 400,--, tevens in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting, te weten: tien weken gevangenisstraf ten aanzien van de onder 1, 2. en 3. tenlastegelegde feiten en drie weken gevangenisstraf ten aanzien van de onder 4. en 5. tenlastegelegde feiten, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 18 maart 2009, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld en de ter terechtzitting gedane erkenning door de verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 1. en 2. heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan.

Verdachte heeft in negen maanden tijd een zeer groot aantal inbraken in woningen en auto’s gepleegd. Daarvan zijn er vijf op de tenlastelegging terecht gekomen en nog eens twee feiten zijn ad informandum gevoegd.

Verdachte heeft zowel de tenlastegelegde als de ad informandum gevoegde feiten bekend.

Ter terechtzitting komt verdachte zeer schuldbewust over. Maar de rechtbank vraagt zich af hoe oprecht dit berouw is. Tijdens het begaan van de feiten heeft het verdachte namelijk geheel aan empathie voor de gedupeerden ontbroken en er lijkt sprake te zijn van gebrekkig ontwikkelde normen en waarden, die structureel lijkt.

Verdachte heeft de gedupeerden veel ellende en administratieve rompslomp bezorgd en degenen in wier woningen hij heeft ingebroken, daarenboven in de kern van hun gevoel van veiligheid aangetast. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Schrijnend is het leed dat verdachte de heer en mevrouw [benadeelden 2] heeft aangedaan. Hij heeft uit hun woning onder meer een digitale camera weggenomen met daarin een geheugenkaart met beeldmateriaal van hun zoontje, kort na diens geboorte. Deze beelden zijn hun zeer dierbaar en vertegenwoordigen een hoge emotionele waarde. De kans dat zij deze beelden terugkrijgen is echter zeer gering. Dit verlies is op geen enkele wijze te compenseren.

De rechtbank acht een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op zijn plaats. Voor een straf gelijk aan het voorarrest, zoals de raadsvrouw, in navolging van de reclassering, heeft voorgesteld, acht de rechtbank de feiten te ernstig.

De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend en aangewezen en neemt die over. In het kader van de voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf zal zij de bijzondere voorwaarde van het volgen van een cognitieve vaardigheidstraining door verdachte opleggen in de verwachting dat het inlevingsvermogen van verdachte daardoor zal worden vergroot.

Benadeelde partij [benadeelden 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade, alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.

Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij de uiteindelijke schade bepaald op € 1020,--, te weten: een totale schade van € 3900,-- minus de door de verzekering vergoede schade ad

€ 2880,-- = € 1020,--.

De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van 400,-- voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Het betreft hier uitsluitend de diefstal van een geldbedrag van

€ 1650,--, waarvan een bedrag van € 1250,-- door de verzekering is vergoed. Aldus resteert een bedrag van € 400,--.

De civiele vordering is tot na te noemen bedrag gegrond en voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 2. bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. tot en met 5. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. tot en met 5. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan een gedeelte, groot vier maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, Regio Noord Nederland, Arrondissement Assen, hetgeen mede inhoudt dat verdachte een cognitieve vaardigheidstraining zal volgen, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelden 2] van de som van € 400,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat hij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelden 2], een bedrag van € 400,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door acht dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. B.I. Klaassens en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 24 april 2009. Mr. Van der Sluijs is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.