Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BI3649

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
13-05-2009
Zaaknummer
72374 - KG ZA 09-61
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het middel van lijfsdwang kan in dit geval pas aan de orde komen, indien aannemelijk is dat de nakoming van de omgangsregeling ook niet kan worden bewerkstelligd door inschakeling van de sterke arm.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 585
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 587
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 611a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/435
JIN 2009/483
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 72374 / KG ZA 09-61

Vonnis in kort geding van 28 april 2009

in de zaak van

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eiser, hierna te noemen: de man,

toegevoegd advocaat mr. E. Busch,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats] op een adres, waarvan zij aan de gemeente heeft verzocht om dit adres geheim te houden voor derden,

gedaagde, hierna te noemen: de vrouw,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 april 2009, die in persoon aan de vrouw is betekend;

- de mondelinge behandeling op 21 april 2009;

- het tegen de vrouw verleende verstek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vordering

2.1. De man heeft bij dagvaarding gevorderd om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen om:

I. haar medewerking te verlenen aan de omgangsregeling als bepaald in de beschikking van de rechtbank te Assen van 20 december 2006, met ingang van het weekeinde van 4 en 5 april 2009, en telkens het daarop volgende weekeinde, tijdens welk de man volgens de beschikking recht heeft op omgang;

II. bij gebreke waarvan de man de vrouw kan laten gijzelen voor de duur van 4 weken bij iedere overtreding;

III. met veroordeling van de vrouw in de kosten van dit geding.

3. De beoordeling

3.1. De man heeft ter zitting zijn vordering vermeerderd c.q. gewijzigd. Nu de vrouw niet ter zitting is verschenen, zal daaraan worden voorbijgegaan.

3.2. Daarnaast heeft de man ter zitting zijn vordering verminderd. Hij vordert thans dat de vrouw allereerst medewerking zal verlenen aan omgang van [minderjarige] met de man op maandag 4 mei 2009 van 10.00 uur tot 16.00 uur, en vervolgens, ingaande het derde kwartaal van 2009, aan de omgangsregeling zoals die is vastgesteld in de beschikking van 20 december 2006 van de rechtbank Assen. In de beoordeling zal van deze verminderde eis worden uitgegaan.

3.3. De vrouw is niet verschenen, zodat geen redenen door haar naar voren zijn gebracht, waarom de omgangsregeling niet (meer) zou behoren te worden nagekomen. In dit kort geding is dan ook nog steeds het uitgangspunt dat deze omgangsregeling dient te worden nageleefd. Aangezien [minderjarige] sinds 5 januari 2007 geen omgang heeft gehad met de man, zal de gevorderde nakoming van de omgangsregeling aldus worden toegewezen, dat de opbouw van deze omgangsregeling zal plaatsvinden gedurende drie dagen, te weten op maandag 4 mei 2009, op maandag 6 juli 2009 en op vrijdag 14 augustus 2009, steeds van 10.00 uur tot 16.00 uur.

3.4. Bij het vonnis van deze voorzieningenrechter van 27 februari 2008 is de vrouw veroordeeld tot nakoming van de in de beschikking van 20 december 2006 van de rechtbank Assen opgenomen omgangsregeling, op straffe van een dwangsom. Vervolgens is de vrouw de in de beschikking van 20 december 2006 opgenomen omgangsregeling wederom niet nagekomen. Om die reden vordert de man in dit kort geding deze omgangsregeling te mogen uitvoeren bij lijfsdwang.

3.5. Het dwangmiddel van lijfsdwang komt slechts aan de orde als ultimum remedium, oftewel wanneer andere, zowel directe als indirecte, dwangmiddelen niet (meer) baten. Dit middel zou er in dit geval toe leiden dat de vrouw, die, voor zover bekend, alleen met de zorg over [minderjarige] is belast, uit de omgeving van [minderjarige] zou worden weggenomen, hetgeen als zeer belastend voor [minderjarige] wordt geoordeeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het middel van lijfsdwang in dit geval pas aan de orde komen, indien aannemelijk is dat de nakoming van de omgangsregeling ook niet kan worden bewerkstelligd door inschakeling van de sterke arm. Dat dit het geval is, is niet gesteld noch aannemelijk gemaakt.

3.6. Het effectueren van de omgang tussen [minderjarige] en de man met behulp van de sterke arm zal eveneens de nodige impact kunnen hebben op [minderjarige]. Echter wordt, nu niet anders is gesteld of gebleken, het in het belang van [minderjarige] geacht dat hij omgang met zijn vader heeft, zodat hij in de gelegenheid wordt gesteld op die manier een band met zijn vader op te bouwen. Het opleggen van een dwangsom heef niet tot nakoming door de vrouw van de omgangsregeling geleid, zodat er inmiddels plaats is voor het zwaardere middel van tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm, echter nog niet voor het uiterste middel van lijfsdwang.

3.7. In voormelde beschikking van 20 december 2006 is niet bepaald dat deze beschikking met behulp van de sterke arm ten uitvoer kan worden gelegd. In dit kort geding is niet gevorderd de man te machtigen tot ten uitvoerlegging van de omgangsregeling met behulp van de sterke arm, zodat deze machtiging in dit kort geding niet kan worden gegeven.

3.8. In het geval de tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm evenmin tot nakoming van de omgangsregeling door de vrouw mocht leiden, kan mogelijk het middel van lijfsdwang aan de orde komen. Op grond van het vorenstaande zal de gevorderde lijfsdwang echter voor nu eerst worden afgewezen.

3.9. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal aldus worden toegewezen.

3.10. De vrouw zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de man worden begroot op:

- dagvaarding € 85,98

- betaald vast recht 65,50

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris procureur 527,00

Totaal € 874,98

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt de vrouw haar medewerking te verlenen aan de omgangsregeling als bepaald in de beschikking van de rechtbank te Assen van 20 december 2006, met dien verstande dat:

- [minderjarige] op maandag 4 mei 2009, maandag 6 juli 2009 en vrijdag 14 augustus 2009 omgang zal hebben met de man van 10.00 uur tot 16.00 uur;

- en vervolgens, ingaande het vierde kwartaal van 2009, de omgangsregeling voor wat betreft het weekend, zoals deze is bepaald in de beschikking van de rechtbank Assen van 20 december 2006, onverkort zal gelden,

2. veroordeelt de vrouw in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van de man begroot op € 527,00 voor salaris advocaat en € 347,98 voor verschotten, waarvan te voldoen aan:

a. de griffier van deze rechtbank € 787,98 (bestaande uit in debet gestelde recht € 196,50 uitgebracht(e) deurwaardersexploot € 64,48 en € 527,00 voor salaris advocaat van de man) middels overschrijving op Rabobank International, rekeningnummer 1923.25.760 t.n.v. M.v.J. Arrondissement Assen 534, en

b. het restant, zijnde € 87,00, aan de advocaat van de man,

3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Hulshof-Eleveld en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. F.W. Strijker op 28 april 2009.