Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BH8604

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
72265 / KG ZA 09-53
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is niet bevoegd om in kort geding kennis te nemen van een vordering tot opheffing van een strafrechtelijk conservatoir beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 72265 / KG ZA 09-53

Vonnis in kort geding van 27 maart 2009

in de zaak van

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.M. Jansen,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

gevestigd te 'S-GRAVENHAGE,

gedaagde,

waarvoor is verschenen de officier van justitie van het functioneel parket.

Partijen zullen hierna [eiser] en De Staat der Nederlanden worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van De Staat der Nederlanden.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De voorzieningenrechter kan van de navolgende feiten uitgaan.

2.2. Op grond van een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken van het functioneel parket, die is afgegeven op de daartoe strekkende vordering van de officier van justitie van het functioneel parket ex artikel 94-94c jo. 103 Sv, is op 8 juli 2004 ten laste van [eiser] conservatoir beslag gelegd op een onroerende zaak.

2.3. Bij brief van 17 december 2008 heeft [eiser] de advocaat-generaal van het ressortsparket Leeuwarden verzocht dit beslag op te heffen.

2.4. Bij brief van 7 januari 2009 heeft de advocaat-generaal [eiser] bericht dat hij aan het verzoek tot opheffing niet zal voldoen, omdat het Openbaar Ministerie verkregen zekerheden niet wenst prijs te geven.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het op 8 juli 2004 ten laste van [eiser] gelegde beslag opheft en de officier van justitie verbiedt om opnieuw beslag te leggen, met veroordeling van de officier van justitie in de kosten van deze procedure.

3.2. De Staat der Nederlanden voert tot haar verweer aan dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

4. De beoordeling

4.1. Er is sprake van een strafrechtelijk conservatoir beslag, gelegd tot bewaring van het recht tot verhaal als bedoeld in artikel 94a Sv.

4.2. [eiser] wil opkomen tegen het (laten voortduren) van het ten laste van hem gelegde beslag en hij klaagt bij de voorzieningenrechter over het ten laste van hem gelegde beslag en de beslissing van de advocaat-generaal om dat beslag niet op te heffen.

4.3. Artikel 552a Sv biedt - of heeft de mogelijkheid geboden - aan [eiser] om zich schriftelijk te beklagen over de inbeslagneming en/of de beslissing van de advocaat-generaal om het beslag niet op te heffen. Op grond van het derde lid van artikel 552a Sv moet het klaagschrift of het verzoek daartoe worden ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Uit het zesde lid van artikel 552a Sv volgt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer in het openbaar plaatsvindt.

4.4. Aldus komt de vraag op of de voorzieningenrechter in kort geding bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. Nu een andere met voldoende waarborgen omkleedde rechtsgang openstaat of heeft opengestaan voor [eiser], is dat niet het geval. Feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat in dit concrete geval de hiervoor geschetste rechtsgang aan [eiser] onvoldoende rechtsbescherming biedt, zijn gesteld noch overigens gebleken.

4.5. Het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

4.6. De voorzieningenrechter zal ambtshalve [eiser], omdat hij in het ongelijk wordt

gesteld, veroordelen in de als volgt te begroten kosten van deze procedure:

- vastrecht € 262,00.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. verklaart zich niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen,

2. veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van De Staat der Nederlanden begroot op € 262,-- aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.M. Harbers op 27 maart 2009.