Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2009:BH4273

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-02-2009
Datum publicatie
27-02-2009
Zaaknummer
19.830113-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging [slachtoffer] van het leven te beroven. Een dergelijk geweldsdelict vormt een grove inbreuk op de rechtsorde.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte onbezonnen en zeer gewelddadig heeft gehandeld, door [slachtoffer] hard met een met voetbalschoen geschoeide voet in het gezicht te schoppen.

De rechtbank acht verdachte strafbaar voor dit ernstige feit, maar houdt bij haar strafoplegging rekening met het volgende.

De ernst van een delict als het onderhavige rechtvaardigt in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden. De individuele omstandigheden van het geval moeten bij bepaling van de hoogte van de straf echter niet uit het oog verloren worden.

In het onderhavige geval acht de rechtbank de persoon van verdachte en de houding van verdachte ter terechtzitting van groot belang. De persoonlijkheidsstoornis van verdachte kwam ter terechtzitting duidelijk naar voren. Uit zijn houding en uit hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, is de rechtbank gebleken dat verdachte door het gebeuren diep is geraakt en dat hij zich realiseert dat hij met zijn gedrag alle perken te buiten is gegaan. De rechtbank neemt bovendien in aanmerking dat verdachte geen strafblad heeft en dat hij zich na het incident onder behandeling en begeleiding heeft gesteld.

Daarnaast kan het gedrag van verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet geheel los worden gezien van de situatie die zich voordeed op het moment dat verdachte het feit beging. Het is de rechtbank gebleken dat sprake was van een vechtpartij tussen de twee voetbalteams, waarin [slachtoffer] een groot aandeel had. Er werd over en weer geduwd, getrokken, geslagen en geschopt. De schop die verdachte [slachtoffer] heeft gegeven, hoe misplaatst en disproportioneel ook, dient in deze context te worden beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830113-08

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 27 februari 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

wonende [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 februari 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door S. El Hami, advocaat te Roden.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 05 april 2008 te Nieuw-Roden, althans in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer], die op de grond lag, (hard) (met een met voetbalschoen geschoeide voet) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft getrapt/geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 05 april 2008 te Nieuw-Roden, althans in de gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door deze, terwijl deze op de grond lag, opzettelijk (hard) (met een met voetbalschoen geschoeide voet) in het gezicht, althans tegen het hoofd, te trappen/schoppen;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 05 april 2008 te Nieuw-Roden, althans in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet die [slachtoffer], die op de grond lag, (hard) (met een met voetbalschoen geschoeide voet) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft getrapt/geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Uit de verklaringen van getuigen [getuige 1] (verder te noemen: "[getuige 1]"), [getuige 2] (verder te noemen: "[getuige 2]") en [getuige 3] (verder te noemen: "[getuige 3]") blijkt het volgende. Kort nadat er op 5 april 2008 in Nieuw-Roden ruzie was ontstaan op het voetbalveld, kwam verdachte aanrennen, liep om de mensen die rond het op de grond liggende slachtoffer [slachtoffer] (verder te noemen: "[slachtoffer]") stonden heen en schopte [slachtoffer] in het gezicht op een manier zoals je op z'n hardst tegen een bal aanschopt (door uit te halen met het been).

Deze verklaringen worden bevestigd door de verklaring van verdachte ter terechtzitting, waar deze heeft verklaard dat hij aan kwam rennen en dat hij hard schopte met zijn rechtervoet en daarbij [slachtoffer] in het gezicht raakte. Verdachte heeft daarbij verklaard dat hij zijn voetbalschoenen nog aan had.

Uit de medische informatie in het dossier blijkt dat [slachtoffer] door deze schop een gebroken rechteronderkaak, een gebroken bot rond de rechter neusbijholte, 3 losse tanden en kiezen en een ernstig posttraumatisch stresssyndroom heeft opgelopen. [slachtoffer] is uiteindelijk 4 tanden kwijtgeraakt.

Op grond van de aangifte van [slachtoffer], de bovengenoemde getuigenverklaringen, de medische informatie en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, zoals primair tenlastegelegd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd het kwetsbaarste gedeelte van het menselijk lichaam is, waarbij in geval van geweld het gevolg niet zelden fataal is. Naar het oordeel van de rechtbank is bij het met kracht met een met voetbalschoen geschoeide voet schoppen tegen het hoofd de reële mogelijkheid aanwezig dat de dood intreedt.

Door om [slachtoffer] heen te lopen terwijl deze op de grond lag en hem met kracht (alsof hij tegen een bal schopte) in het gezicht te schoppen met een met voetbalschoen geschoeide voet, heeft verdachte zich in dit geval dan ook willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] hierdoor zou komen te overlijden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 05 april 2008 te Nieuw-Roden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer], die op de grond lag, hard met een met voetbalschoen geschoeide voet in het gezicht heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte -verkort en zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd:

Cliënt kan, gezien zijn persoonlijkheidsstoornis PDD-NOS, de gevolgen van zijn handelen niet overzien. De heer [maatschappelijk werker], maatschappelijk werker en consulent/coach bij de organisatie Toeleiding naar Arbeid, begeleidt cliënt intensief. Hij is van oordeel dat cliënt ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht en dat de recidivekans laag of zelfs afwezig is. Dit oordeel is betrouwbaar, onder meer gezien het feit dat de heer [maatschappellijk werker] ervaringsdeskundige is met betrekking tot PDD-NOS. Op het oordeel van de psychiater kan niet worden afgegaan, nu deze cliënt slechts zeer korte tijd heeft gesproken.

Gelet hierop dient cliënt te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank verwerpt het bovenstaande en overweegt hiertoe als volgt.

Dat sprake was van ontoerekeningsvatbaarheid vindt geen steun in het briefrapport van de psychiater R.M. Coutinho d.d. 02 juli 2008. Ongeacht de diagnose PDD-NOS en alcoholabusus met een frequentie van twee keer per maand, heeft de psychiater geen aanleiding gezien verdachte nader te onderzoeken. De rechtbank ziet geen aanleiding aan dit oordeel van de psychiater te twijfelen. Ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het delict is dan ook niet aannemelijk geworden.

Hetgeen de heer [maatschappelijk werker] ter terechtzitting heeft verklaard doet hieraan niet af. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de heer [maatschappelijk werker], gezien zijn beroep en ongeacht zijn ervaringsdeskundigheid, in staat is een oordeel of inschatting te geven omtrent de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straffen rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, met de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van verdachte en met de inhoud van het verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 januari 2009 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank houdt tevens rekening met de eis van de officier van justitie. De officier van justitie heeft het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen geacht en heeft gevorderd:

- oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het pleidooi van de raadsman van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging [slachtoffer] van het leven te beroven. Een dergelijk geweldsdelict vormt een grove inbreuk op de rechtsorde.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte onbezonnen en zeer gewelddadig heeft gehandeld, door [slachtoffer] hard met een met voetbalschoen geschoeide voet in het gezicht te schoppen.

De rechtbank acht verdachte strafbaar voor dit ernstige feit, maar houdt bij haar strafoplegging rekening met het volgende.

De ernst van een delict als het onderhavige rechtvaardigt in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden. De individuele omstandigheden van het geval moeten bij bepaling van de hoogte van de straf echter niet uit het oog verloren worden.

In het onderhavige geval acht de rechtbank de persoon van verdachte en de houding van verdachte ter terechtzitting van groot belang. De persoonlijkheidsstoornis van verdachte kwam ter terechtzitting duidelijk naar voren. Uit zijn houding en uit hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, is de rechtbank gebleken dat verdachte door het gebeuren diep is geraakt en dat hij zich realiseert dat hij met zijn gedrag alle perken te buiten is gegaan. De rechtbank neemt bovendien in aanmerking dat verdachte geen strafblad heeft en dat hij zich na het incident onder behandeling en begeleiding heeft gesteld.

Daarnaast kan het gedrag van verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet geheel los worden gezien van de situatie die zich voordeed op het moment dat verdachte het feit beging. Het is de rechtbank gebleken dat sprake was van een vechtpartij tussen de twee voetbalteams, waarin [slachtoffer] een groot aandeel had. Er werd over en weer geduwd, getrokken, geslagen en geschopt. De schop die verdachte [slachtoffer] heeft gegeven, hoe misplaatst en disproportioneel ook, dient in deze context te worden beschouwd.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een taakstraf van de maximale duur geboden is. Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend. Gelet op de bij verdachte aanwezige problematiek is bovendien verplicht reclasseringscontact geïndiceerd.

Benadeelde partij [benadeelde partij]

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

* een taakstraf bestaande uit 240 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. L.J. Hofstra en mr. H.T. van Voorst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. de Greef, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 februari 2009.