Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD8042

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
01-07-2008
Datum publicatie
22-07-2008
Zaaknummer
19.830104-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging moord, mishandeling en bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830104-08

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 1 juli 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorte plaats en datum verdachte] 1968,

wonende [woon en verblijfplaats verdachte]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 17 juni 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. de Kleine, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 16 april 2008 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer]en/of [naam slachtoffer]en/of [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen,

met een door hem, verdachte, bestuurd motorvoertuig, met hoge snelheid, rijdend op de openbare weg, een motorvoertuig (personenbus), waarin zich de eerder genoemde personen bevonden, is gevolgd en/of (deels) heeft ingehaald en/of heeft aangereden en/of op dat motorvoertuig is ingereden en/of na een inhaalmanouvre, dat motorvoertuig, onverhoeds, de doorgang heeft belemmerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 16 april 2008 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), meermalen, met kracht, heeft gestompt/geslagen en/of vast gepakt en/of een kopstoot gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 16 april 2008 in de gemeente Emmen [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in zijn hand gehouden en/of met dat mes gezwaaid, althans dat mes getoond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: “ik maak jullie dood, ik steek jullie neer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. E.H.G. Kwakman acht hetgeen onder 1, onder 2 en onder 3 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en behandeling bij de AFPN; voorts toewijzing van de vorderingen immateriële schade van de benadeelde partijen [namen slachtoffers]tot een bedrag van 1500,00 euro, alsmede toewijzing van de gevorderde materiële schade (reiskostenvergoeding) door de benadeelde partijen [namen slachtoffers]

Het bewijs

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht de volgende bewijsmiddelen van belang, van welke bewijsmiddelen de strekking zakelijk is weergegeven:

Feit 1

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, inhoudende:

Toen ik de taxi aan zag komen ben ik er met de auto voor gaan staan. Ik deed het grote licht aan om hem het wegrijden te beletten. Ik wilde de politie bellen maar toen reed de taxi snel achteruit weg. Ik ben er achteraan gereden. Ik ben een paar keer tegen de taxi aangereden. U houdt mij het proces-verbaal voor van de achtervolging en de aanrijdingen. Het klopt dat het zo is gegaan. Achteraf gezien had ik het natuurlijk nooit moeten doen. Ik begrijp dat ik de inzittenden van de taxibus in gevaar heb gebracht, ook mijn eigen kinderen. Op dat moment wilde ik echter de taxi tot stoppen dwingen. Nu realiseer ik mij dat het erg gevaarlijk was en dat iedereen erg geschrokken is.

Het proces-verbaal van bevindingen op ambtseed gemaakt op 17 april 2008 door [namen verbalisanten] (pagina 34 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Omstreeks 22:15 uur kregen wij verbalisanten de melding dat er vanaf het adres Het Meerveld te Emmen een taxi was vertrokken, die werd achtervolgd door een zwarte auto, waarbij de zwarte auto de taxi had aangereden. De taxichauffeur was van plan om naar het politiebureau te rijden. Hierop zijn wij verbalisanten naar de achterzijde van het politiebureau gelopen. Toen wij buiten kwamen zagen wij voor het toegangshek een taxibusje staan, die rondom zichtbare aanrijdingschade had. Wij zagen dat ongeveer 5 meter achter dit busje een zwarte auto stond. De taxichauffeur deelde mij, verbalisant [naam verbalisant], mee dat de persoon in die auto meerdere keren met die auto op hem was ingereden, dan wel dat die persoon hem met die auto meerdere keren opzettelijk had aangereden. Ik, verbalisant [naam verbalisant], zag dat het de Honda Prelude was van eerdergenoemde [naam verdachte]. Tevens zag ik dat deze [naam verdachte] als bestuurder in die auto zat. Hierop hebben wij, verbalisanten, de verdachte uit de auto getrokken en aangehouden. Tevens hebben wij bij de verdachte een veiligheidsfouillering toegepast in verband met de melding dat hij een wapen zou hebben. Wij hebben in het geheel geen wapen bij de verdachte aangetroffen.

De aangifte van [naam slachtoffer] d.d. 17 april 2008 (pagina 29 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Ik ben taxichauffeur bij taxibedrijf [naam taxibedrijf] in Nieuw Amsterdam/Veenoord. Ik kreeg op 16 april 2008 een oproep voor een taxirit naar Groningen. Ik moest naar het Meerveld 5 te Emmen om een groep mensen op te halen. (…) Op het moment dat de vrouwen in de bus stapten zag ik een donkere auto aan komen rijden; hij stopte voor mij. Ik zag dat hij met de voorzijde van zijn voertuig naar mij toe kwam staan. Ik zag dat in de auto een man zat. De man naast mij zei tegen mij dat die vent in de zwarte auto het op hen gemunt had. Tevens hoorde ik dat hij zei dat die man een wapen had. Ik zag dat die zwarte auto voor mij bleef staan en besloot om achteruit de straat uit te rijden. Ik zag dat de zwarte auto achter mij aan kwam rijden. Ik had een behoorlijk gespannen gevoel over mij. Ik dacht dat die man een wapen had en misschien wel ging schieten, ik wilde direct naar het politiebureau rijden. Ik ben bij de verkeerslichten Emmalaan rechtsaf de Dordsestraat opgereden. Ik denk dat ik gewoon door rood ben gereden, ik wilde zo snel mogelijk naar het bureau. Ik reed op de rechter rijbaan op de rechter rijstrook. Hij kwam na de bocht al direct naast mij rijden. Ik heb toen redelijk het gas ingetrapt, ik schat dat ik ongeveer 70 a 80 kilometer per uur ben gaan rijden. Hij reed op die snelheid naast mij met mij mee. Ter hoogte van het tankstation op de Ermerweg zag ik dat de donkere auto mijn kant op kwam rijden. Vervolgens reed hij met de zijkant van zijn auto tegen de linker zijkant van mijn auto. Ik voelde een klap naar rechts en ik moest behoorlijk corrigeren. Vervolgens kwam ik vlak voor de verkeerslichten aan van de Ermerweg met de Hondsrugweg. Vervolgens heeft hij mij toen nog een keer in de zijkant geramd. Ik ben rechtsaf de Hondsrugweg opgedraaid. Ik reed toen door het rode verkeerslicht. Ik zag dat de zwarte auto achter mij kwam rijden. Ik ben weer met een snelheid van 70 a 80 kilometer per uur gaan rijden. Vlak voor de verkeerslichten voelde ik een klap achterop het voertuig. Ik schrok behoorlijk en het was een harde knal. Ik heb gecorrigeerd om het voertuig in bedwang te houden. Ik zag na het corrigeren dat hij voor mij reed en dat hij plots de auto dwars had gegooid. Ik ben stil gaan staan. Ik ben vervolgens de middenberm over gereden. Ik kwam hierdoor op de rijbaan uit aan de kant van “de Holdert”; ik reed hierdoor tegen het verkeer in. Ik heb vervolgens op de kruising Hondsrugweg ter hoogte van de Wenning de kruising schuin overgestoken zodat ik weer op de juiste weghelft terecht kwam. Ik ben door gereden naar de kruising met de N381. Op de N381 ben ik linksaf het Westeind opgereden en ben ik stil gaan staan voor het hek van de politie.

De aangifte van [naam slachtoffer] d.d. 17 april 2008 (pagina 94 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Doordat [naam betrokkene] met zijn auto voor de taxibus stond moest de taxichauffeur achteruit rijden. Terwijl hij dat deed, deed [naam betrokkene] zijn grote licht van zijn auto aan. Wij reden vervolgens weg in de richting van de verkeerslichten. Daar gingen we rechtsaf. Ik zag dat [naam betrokkene] naast ons kwam rijden en vervolgens twee maal tegen de linker zijkant van de taxibus botste. Vervolgens reed [naam betrokkene] met zijn auto tegen de achterzijde van de taxibus. Op een gegeven moment zijn we rechtsaf gegaan over die grote weg in Emmen. Daar reed [naam betrokkene] nogmaals met zijn auto tegen de achterzijde van de taxibus. We hebben toe 112 gebeld. Op die grote weg door Emmen moest de taxichauffeur op een gegeven moment gaan spookrijden omdat [naam betrokkene] zijn auto dwars over de weg had gezet en wij er niet langs konden. Wij zijn toen rechtstreeks naar het politiebureau in Emmen gereden. [naam betrokkene] kwam nog steeds achter ons aan.

De verklaring van de getuige [naam getuige] d.d. 20 april 2008 (pagina 46 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Op woensdag 16 april 2008 reed ik over het fietspad, gelegen naast de Wilhelminastraat in Emmen. Ik fietste in de richting van de kruising met de Dordsestraat. Ik moest voor de kruising wachten omdat het verkeerslicht voor mij op rood stond. Ik zag dat twee auto’s met een noodgang over de Dordsestraat uit de richting van Klazienaveen kwamen. Ik zag dat over die weg aan de meest rechtse zijde een witte taxibus reed. Ik zag dat links naast die taxi een zwarte personenauto reed. Toen ik deze auto’s zag naderen zag ik dat zij helemaal naast elkaar reden. Ik zag dat beide auto’s keihard reden, dus met hele hoge snelheid. Als ik de snelheid moet schatten dan schat ik de snelheid van beide auto’s wel over de 100 kilometer per uur. Ik heb zelf ook een rijbewijs en ik rijd ook auto. Ik zag toen dat de zwarte auto ineens naar links uitweek. Ik hoorde een harde klap. Ik zag dat de rechterkant van de zwarte auto tegen de linkerkant van de taxibus botste. Ik zag dat de taxibus heen en weer ging.

De verklaring van de getuige [naam getuige] d.d. 21 april 2008 (pagina 46 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Op woensdag 16 april 2008 reed ik met mijn auto over de Hondsrugweg te Emmen. Ik reed in noordelijke richting. Ik zag een taxibus die de Hondsrugweg op wil rijden. Naast de taxibus zag ik een donkere personenauto rijden. Deze auto was bezig de taxi in de bocht in te halen. Dit ging voor mijn gevoel met grote snelheid. Ik zag dat beide voertuigen over de Hondsrugweg reden. Ik zag toen dat de personenauto naast de taxi ging rijden. Ik zag dat de personenauto opzettelijk met zijn rechterzijde tegen de linkerzijde van de taxi botste. Dat ging voor mijn gevoel weer met hoge snelheid. Ik zag dat de taxi heen en weer slingerde. Het was net een film. Ik schrok er erg van. Er vielen brokstukken van de auto’s op de rijbaan die ik moest ontwijken. Ik zag dat de donkere auto de taxi ging inhalen. Toen hij voor de taxi reed ging deze dwars op de rijbaan staan, zodat de taxi niet verder kon rijden. Ik zag dat de taxi naar achteren reed. Ik zag dat de taxi via de middenberm op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terecht kwam. Ik zag dat de bestuurder van de donkere auto hetzelfde deed.

Feit 2 en 3

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, inhoudende:

Ik was boven bij [naam betrokkene] en de baby’s. Ik hoorde dat [naam slachtoffer]en [naam betrokkene] door de voordeur kwamen. Ik liep een paar treden naar beneden en zei dat [naam slachtoffer] en [naam betrokkene] hun zaakjes buiten moesten regelen. Ik werd aangevallen op de trap en heb [naam slachtoffer] een kopstoot gegeven. Toen kwam de politie om ons uit elkaar te halen.

Het proces-verbaal van bevindingen op ambtseed gemaakt op 17 april 2008 door [namen verbalisanten] (pagina 34 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Op woensdag 16 april 2008, omstreeks 20:29 uur kreeg ik, verbalisant [naam verbalisant], de opdracht te gaan naar perceel Het Meerveld 5 te Emmen, in verband met een melding van geweld tussen twee mannen. (…) Toen ik, verbalisant [naam verbalisant] ter plaatse kwam zag ik dat de mannen elkaar vasthielden in de gang op de trap naar de bovenverdieping. Hierop heb ik de mannen uit elkaar gehaald en ben met [naam verdachte] in de kamer gaan praten. [naam slachtoffer] is buiten met collega’s gaan praten. [naam verdachte] ging ermee akkoord dat hij de nacht in zijn eigen woning zou doorbrengen en vertrok in zijn auto, een Honda Prelude met het kenteken [kenteken auto].

De aangifte van [naam slachtoffer]d.d. 18 april 2008 (pagina 94 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Op woensdag 16 april 2008, belde [naam betrokkene] mij weer op. Ik hoorde dat zij huilde. Ik ben met [naam slachtoffer] en [naam betrokkene] naar de woning gegaan omdat [naam betrokkene] mij vertelde dat [naam betrokkene] mama kapot zou maken. Bij de woning ben ik via de voordeur naar binnen gegaan. [naam betrokkene] had de voordeur met de sleutel open gedaan. Ik ben in de hal van de woning blijven staan. Ik hoorde lawaai boven. Ik hoorde dat [naam betrokkene] schold en schreeuwde. Ik hoorde dat [naam betrokkene] kwaad was. Toen [naam betrokkene] hoorde dat ik er was, kwam hij naar beneden. Ik hoorde dat hij zei dat hij mij ging doodmaken. Hij zei: “Ik ga jou dood maken” en dat ik Emmen niet meer uit kwam.

Ik hield [naam betrokkene] vast en zei tegen [naam slachtoffer] dat hij de politie moest bellen. Ik voelde dat [naam betrokkene] mij een kopstoot gaf op mijn voorhoofd. Ik heb nu nog een pijnlijke bult op mijn voorhoofd. [naam betrokkene] probeerde los te komen en begon mij te slaan. Toen kwam de politie ter plaatse die ons uit elkaar haalde in de hal. In het bijzijn van de politie bedreigde [naam betrokkene] mij met de dood. Ik hoorde dat hij zei: “Ik ga jou doodschieten met pistool.” Dit zei hij een paar keer tegen mij.

De aangifte van [naam slachtoffer]d.d. 19 april 2008 (pagina 84 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

Ik heb [naam betrokkene] geroepen of hij beneden wilde komen omdat mijn vader met hem wilde praten. [naam betrokkene] kwam naar beneden. Hij begon direct tegen mijn vader te schelden. Hij bedreigde mijn vader dat hij hem wilde vermoorden. Hij wilde mijn vader doodsteken.

De aangifte van [naam slachtoffer] d.d. 19 april 2008 (pagina 73 e.v. van het proces-verbaal met dossiernummer PL032R/08-128349 van de politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen Centrum/Borger-Odoorn) inhoudende:

[naam betrokkene] was boven en hij kwam dreigend naar beneden. Hij zei: “Ik schiet jullie dood, ik steek jullie allemaal neer”. [naam betrokkene] was over de rooie. [naam slachtoffer] heeft [naam betrokkene] en mij achteruit geduwd om ons te beschermen. [naam betrokkene] kwam spugend en slaand op [naam slachtoffer] af. [naam betrokkene] heeft [naam slachtoffer] meerdere keren geslagen. [naam slachtoffer] probeerde [naam betrokkene] zijn handen te grijpen zodat [naam betrokkene], die mogelijk een wapen bij zich had, deze niet kon pakken. [naam slachtoffer] riep tegen mij dat ik de politie moest bellen. Dit heb ik gedaan. [naam betrokkene] probeerde los te komen maar [naam slachtoffer] hield hem goed vast. [naam betrokkene] gaf [naam slachtoffer]ook nog een kopstoot. [naam slachtoffer] probeerde terug te slaan. Na een paar minuten was de politie er en werden zij uit elkaar gehaald.

Nadere bewijsoverweging met betrekking tot feit 3

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [namen slachtoffers] met een mes heeft bedreigd nu dit mes door de politie niet is aangetroffen toen zij na de 112 oproep ter plaatse kwamen en verdachte en [naam slachtoffer] uit elkaar haalden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 16 april 2008 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [namen slachtoffers] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, met een door hem, verdachte, bestuurd motorvoertuig, met hoge snelheid, rijdend op de openbare weg, een motorvoertuig (personenbus), waarin zich de eerder genoemde personen bevonden, is gevolgd en heeft ingehaald en heeft aangereden en op dat motorvoertuig is ingereden en na een inhaalmanoeuvre, dat motorvoertuig, onverhoeds, de doorgang heeft belemmerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 16 april 2008 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), meermalen, met kracht, heeft gestompt en een kopstoot gegeven, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 16 april 2008 in de gemeente Emmen [namen slachtoffers] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend dezen dreigend de woorden toegevoegd: “ik maak jullie dood, ik steek jullie neer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, onder 2 en onder 3 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1: poging moord,

strafbaar gesteld bij artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

Verweer met betrekking tot strafuitsluitingsgronden:

Met betrekking tot feit 2 is door en namens verdachte aangevoerd dat niet hij [naam slachtoffer] heeft mishandeld, maar dat hij (verdachte) door [naam slachtoffer] werd aangevallen en in elkaar geslagen. Verdachte stond ten tijde van die aanval op de trap en kon zich -mede gelet op zijn spierziekte- niet verweren. Verdachte zegt [naam slachtoffer] alleen één kopstoot te hebben gegeven om zichzelf te verdedigen.

Voor zover verdachte hiermee een beroep op noodweer doet, overweegt de rechtbank dat het relaas van verdachte niet wordt ondersteund door de overige zich in het dossier bevindende (getuigen-)verklaringen. De rechtbank ziet geen aanleiding deze (getuigen-)verklaringen onbetrouwbaar te achten. Het (impliciete) beroep op noodweer wordt reeds hierom verworpen.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 27 mei 2008, opgemaakt door drs. G. de Jong.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis in de zin van een aanpassingsstoornis met gemengde stoornis van emoties en gedrag. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. De ziekelijke stoornis heeft een relatie met het tenlastegelegde; betrokkene was in een paniektoestand waarbij hij inschatte dat zijn kinderen ontvoerd zouden worden; om dit te voorkomen dwong hij de taxi tot stoppen door er met zijn auto tegen aan te rijden. Gezien de ziekelijke stoornis moet het tenlastegelegde hem in verminderde mate worden toegerekend.

De stoornis kan tot gevolg hebben dat betrokkene (te) snel ontremd raakt c.q. agressief-grensoverschrijdend gedrag vertoond, wanneer hij zich bedreigd voelt of wanneer er zich bedreigende omstandigheden voordoen zoals ten tijde van het tenlastegelegde.

Ter preventie van recidive is het wenselijk dat betrokkene begeleiding krijgt door de reclassering en dat er tevens een behandeling van de stoornis plaatsvindt bij de AFPN. De rapporteur acht het niet noodzakelijk betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te plaatsen.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de door haar aannemelijk gemaakte toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; het pleidooi van de raadsman van de verdachte; de oriëntatiepunten voor de straftoemeting; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 april 2008, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

Met betrekking tot de aard en de ernst van de gepleegde feiten merkt de rechtbank met betrekking tot feit 1 in het bijzonder het volgende op. Verdachte heeft met hoge snelheid, binnen de bebouwde kom van Emmen, een wilde achtervolging ingezet op een taxibusje met daarin zeven inzittenden, waaronder vier kinderen, waarvan twee nog zeer jonge kinderen. Hij is, in zijn pogingen het busje te doen stoppen, meermalen met zijn auto op dit busje ingereden. Uit de diverse verklaringen, ook van niet-betrokken toeschouwers, blijkt dat verdachte het taxibusje dermate hard heeft geramd dat de chauffeur moeite had het busje op de weg te houden. Verdachte heeft met zijn gedragingen en de omstandigheden waaronder deze gedragingen zijn uitgevoerd de inzittenden van de taxibus ernstig in gevaar gebracht en bij hen in hoge mate gevoelens van angst, onrust en onveiligheid veroorzaakt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Een dergelijk ernstig feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf dan ook een forse bestraffing.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder acht geslagen op de rapportage van voornoemde deskundige en rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden is.

Psycholoog drs. G. de Jong heeft geadviseerd verdachte verplichte reclasseringsbegeleiding op te leggen, als bijzondere voorwaarde gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel, binnen welke begeleiding verdachte een behandeling dient te ondergaan, gericht op zijn agressief-grensoverschrijdend gedrag, om de kans op herhaling in de toekomst te reduceren. Verdachte heeft verklaard hieraan mee te willen werken en ook de rechtbank kan zich vinden in dit advies. De preventie van recidive terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen is voor de rechtbank voorts reden de proeftijd te bepalen op 3 jaar.

BENADEELDE PARTIJ: [naam slachtoffer]

Door [naam slachtoffer] is een vordering tot vergoeding van geleden materiële schade ingediend ter hoogte van 34,56 euro alsmede een vordering immateriële schade ter hoogte van 1500,00 euro.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De gevorderde bedragen acht zij voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

BENADEELDE PARTIJ : [naam slachtoffer]

Door [naam slachtoffer] is een vordering van geleden materiële schade ingediend ter hoogte van 158,70 euro alsmede een vordering immateriële schade ter hoogte van 5000,00 euro.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de materiële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De materiële civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de immateriële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade eveneens bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 1500,00 eeuro voldoende aannemelijk gemaakt. De immateriële civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn immateriële vordering, voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ : [naam slachtoffer]

Door [naam slachtoffer] is een vordering geleden immateriële schade ingediend ter hoogte van 5000,00 euro.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de immateriële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 1500,00 euro voldoende aannemelijk gemaakt. De immateriële civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar immateriële vordering, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ : [naam slachtoffer]

Door [naam slachtoffer] is een vordering geleden immateriële schade ingediend ter hoogte van 5000,00 euro.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de immateriële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van 1500,00 euro voldoende aannemelijk gemaakt. De immateriële civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar immateriële vordering, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 45, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, onder 2 en onder 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 JAAR (vier jaar) waarvan een gedeelte groot 1 JAAR (één jaar) voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede inhoudt een behandeling bij de AFPN, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

- [naam slachtoffer] van de som van € 1534,56 ;

- [naam slachtoffer] van de som van € 1658,70 ;

- [naam slachtoffer] van de som van € 1500,00 ;

- [naam slachtoffer] van de som van € 1500,00 ;

en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige deel van de vorderingen niet ontvankelijk zijn en dat zij dat deel van de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. De benadeelde partijen en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van:

- het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1534,56 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1658,70 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 33 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1500,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1500,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 1 juli 2008, zijnde mr. Van der Sluijs buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.