Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD7137

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-06-2008
Datum publicatie
21-07-2008
Zaaknummer
19.830062-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

art. 246 Sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830062-08; 19.830304-05 (tul)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 27 juni 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte,]

[geboorte plaats en datum verdachte] 1987,

[adres verdachte]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 juni 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Baijens, advocaat te Oude Willem.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te Assen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het, terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en verdachte op haar lag, maken van heen en weergaande

bewegingen (zogeheten rijdbewegingen of droogneukbewegingen), waar verdachtes stijve penis tegen een bil en/of een been van die [naam slachtoffer] kwam, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin, dat verdachte

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- tijdens het fietsen een arm van die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt en/of

- een arm om de nek van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en/of

- die [naam slachtoffer] ten val heeft gebracht en/of

- nadat die [naam slachtoffer] was weggerend, (opnieuw) een arm om haar nek heeft gedaan en/of

- die [naam slachtoffer] (voorover) tegen de grond heeft gedrukt en/of

- op die [naam slachtoffer] is gaan liggen en/of

- dreigend tegen die [naam slachtoffer] heeft gezegd: "Rustig maar, ik probeer je echt niet te verkrachten ofzo; ik doe alleen maar dit" en/of "Verder niks, ik beloof het", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die [naam slachtoffer] heeft gezegd: "Nou, weet je wat het is, ik heb al vier jaar geen vriendin gehad en ik wil alleen maar even klaarkomen; ik zal niks anders doen, ik zweer het", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te Assen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het, terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en verdachte op haar zat en/of lag, maken van heen en weergaande bewegingen (zogeheten rij- of neukenbewegingen) ter hoogte van het

kruis van die [naam slachtoffer], en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin, dat verdachte

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- tijdens het fietsen een hand op/over de mond van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en/of

- die [naam slachtoffer] ten val heeft gebracht en/of

- op die [naam slachtoffer] is gaan zitten en/of liggen;

3.

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [naam slachtoffer], die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- aan de schoudertas van die [naam slachtoffer] heeft getrokken (haar daardoor/daarmee

tot stoppen dwingend),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te Assen [naam slachtoffer] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend

- die [naam slachtoffer], die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- aan de schoudertas van die [naam slachtoffer] heeft getrokken (haar daardoor/daarmee

tot stoppen dwingend);

4.

hij op of omstreeks 27 mei 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [naam slachtoffer], die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- tegen de fiets van die [naam slachtoffer] heeft geschopt/geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 27 mei 2007 te Assen [naam slachtoffer] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend

- die [naam slachtoffer], die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- tegen de fiets van die [naam slachtoffer] heeft geschopt/geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 11 november 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [naam slachtoffer] heeft vastgegrepen en/of

- een hand op de mond van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en/of

- die [naam slachtoffer] naar achteren heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 11 november 2007 te Assen [naam slachtoffer] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend

- die [naam slachtoffer] heeft vastgegrepen en/of

- een hand op de mond van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en/of

- die [naam slachtoffer] naar achteren heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 26 december 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- (meermalen) de fiets van die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt, althans heeft geprobeerd dat te doen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 26 december 2007 te Assen [naam slachtoffer] heeft bedreigd met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op fiets is gaan achtervolgen en/of

- (meermalen) de fiets van die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt, althans heeft geprobeerd dat te doen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte achtervolgde het slachtoffer [naam slachtoffer] vanuit het centrum van Assen, zij was op weg naar haar woning in de wijk Peelo. Als [naam slachtoffer] vlakbij haar woning is schopt verdachte, aldus [naam slachtoffer], eenmaal tegen haar fiets. Zij verliest daardoor bijna haar evenwicht en stopt. [naam slachtoffer] scheldt verdachte uit en verdachte keert om en fietst weg.

Op de terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de bagagedrager van de fiets van [naam slachtoffer] heeft vastgepakt en niet tegen haar fiets heeft geschopt.

De verklaringen van [naam slachtoffer] en verdachte verschillen dusdanig dat niet valt vast te stellen of en hoe verdachte een begin heeft gemaakt met de uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf.

De verdachte dient op grond daarvan, van het onder 4 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

1. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, mutatienr. PL031E/07-137742, (pag.42) d.d. 08 mei 2007 door [namen verbalisanten], respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie Drenthe, inhoudende

-zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam slachtoffer];

2. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, mutatienr. PL031E/07-137745, (pag.194) d.d. 15 mei 2007 door [naamen verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam slachtoffer];

3. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, mutatienr. PL031E/07-139112, (pag.200) d.d. 16 mei 2007 door [namen verbalisanten], respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie Drenthe, inhoudende

-zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam slachtoffer];

4. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, mutatienr. PL031E/07-193447, (pag.211) d.d. 14 november 2007 door [naam verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam slachtoffer];

5. een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, mutatienr. PL031E/07-205747, (pag.216) d.d. 21 maart 2008 door [namen verbalisanten], respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie Drenthe, inhoudende

-zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam slachtoffer];

6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2008.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 06 mei 2007 te Assen, door geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen bestaande uit het, terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en verdachte op haar lag, maken van heen en weergaande bewegingen (zogeheten rijdbewegingen of droogneukbewegingen), waarbij verdachtes stijve penis tegen een bil of een been van die [naam slachtoffer] kwam, en bestaande dat geweld hierin, dat verdachte

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op de fiets is gaan achtervolgen en

- tijdens het fietsen die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt en

- die [naam slachtoffer] ten val heeft gebracht en

- die [naam slachtoffer] tegen de grond heeft gedrukt en

- op die [naam slachtoffer] is gaan liggen;

2.

hij op 06 mei 2007 te Assen, door geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het maken van heen en weergaande bewegingen (zogeheten rijd- of neukbewegingen) ter hoogte van het kruis van die [naam slachtoffer], en bestaande dat geweld hierin, dat verdachte

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op de fiets is gaan achtervolgen en

- tijdens het fietsen een hand over de mond van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en

- die [naam slachtoffer] ten val heeft gebracht en

- op die [naam slachtoffer] is gaan zitten of liggen;

3.

hij op 06 mei 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen

- die [naam slachtoffer], die daar fietste, op de fiets is gaan achtervolgen en

- aan de schoudertas van die [naam slachtoffer] heeft getrokken, haar daardoor tot stoppen dwingend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op 11 november 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen

- die [naam slachtoffer] heeft vastgegrepen en

- een hand op de mond van die [naam slachtoffer] heeft gedaan en

- die [naam slachtoffer] naar achteren heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 26 december 2007 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen

- die [naam slachtoffer] die daar fietste, op de fiets is gaan achtervolgen en

- meermalen de fiets van die [naam slachtoffer] heeft vastgepakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschriften zijn uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3 primair, 5 primair en 6 primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1 en 2, telkens:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3 primair, 5 primair en 6 primair, telkens:

poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 246 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, met de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 05 maart 2008, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank houdt tevens rekening met de eis van de officier van justitie mr. H.H. Louwes. De officier van justitie heeft de feiten wettig en overtuigend bewezen geacht en heeft gevorderd dat de rechtbank de volgende straf aan verdachte zal opleggen:

- 12 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk, proeftijd 3 jaren met een bijzondere voorwaarde;

Voorts:

- toewijzing van een viertal vorderingen benadeelde partijen;

- verbeurd verklaring van het beslag en

- de tenuitvoerlegging gelasten van zes maanden gevangenisstraf.

Verder houdt de rechtbank rekening met het pleidooi van de raadsman van verdachte.

De raadsman heeft bepleit dat de nadruk van de op te leggen straf moet liggen op de hulp en behandeling die verdachte nodig heeft en die hem in de gevangenis niet wordt geboden. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte patiënt is en dat de duur van de onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf zo kort mogelijk moet zijn. De raadsman heeft de rechtbank in overweging gegeven om elektronisch toezicht op te leggen.

De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte twee aanrandingen heeft gepleegd en drie pogingen daartoe. In al die vijf gevallen achtervolgde verdachte de slachtoffers gedurende enige tijd. In een tweetal gevallen trok verdachte de slachtoffers op een gegeven moment van de fiets af en is het daadwerkelijk tot een aanranding gekomen.

Verdachte heeft door zijn handelen zijn slachtoffers grote schrik en angst aangejaagd, en vooral hun lichamelijke integriteit in grote mate aangetast. Ook het achtervolgen en (proberen te) laten stoppen van de slachtoffers heeft grote impact gehad in de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De zeer vervelende ervaringen hebben een belemmerende werking gehad op het doen en laten van de slachtoffers en vermoedelijk op andere jonge vrouwen. Het is voorstelbaar dat de slachtoffers nog geruime tijd de nadelige gevolgen van wat hen is overkomen ondervinden.

In deze gevallen gaat het om ernstige feiten en de rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij ter bevrediging van zijn eigen gerief op deze wijze heeft gehandeld. Ook de poging aanranding van het slachtoffer [naam slachtoffer], nota bene in de deuropening van haar woning, een plek waar zij zich veilig moet kunnen voelen, kwalificeert de rechtbank als een zeer ernstig feit.

De door de officier van justitie geformuleerde eis is coulant te noemen en doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan wat de rechtbank bewezen heeft verklaard. Ook het feit dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten komt onvoldoende in de eis tot uitdrukking.

Anderzijds laat de rechtbank meewegen dat de bewezen verklaarde feiten niet in de categorie ‘verkrachting’ vallen en dat de intentie van verdachte daar ook niet op gericht was, hoewel de slachtoffers dat voorstelbaar anders hebben ervaren. Tevens is van belang dat de rechtbank van 1 van de ten laste gelegde feiten heeft vrijgesproken.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is met daaraan gekoppeld toezicht van de reclassering en behandeling bij de AFPN.

Benadeelde partijen:

[naam slachtoffer], [naam slachtoffer] en [naam slachtoffer].

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Verdachte heeft op de terechtzitting de vorderingen van de benadeelde partijen erkend. De vorderingen kunnen als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

[naam slachtoffer].

De benadeelde partij heeft op het door haar ondertekende voegingsformulier geen bedrag ingevuld op grond waarvan de rechtbank niet toe kan komen aan een inhoudelijke behandeling van de vordering. De benadeelde partij moet om die reden niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten 1, 2 en 3 acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830304-05

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 01 augustus 2006, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 4 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3 primair, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 primair, 5 primair en 6 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

• gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan een gedeelte groot vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoer-gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede kan inhouden dat verdachte een behandeling bij de AFPN zal ondergaan of bij een andere door de reclassering aan te wijzen instelling, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

- een base-ball pet, merk Lacoste, kleur blauw.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 250,- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 250,- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 250,- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 250,- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van de som van € 150,- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 150,- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam slachtoffer] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830304-05

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 01 augustus 2006 door de meervoudige kamer in deze rechtbank gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter en mr. H.K. Elzinga en mr. K. Bunk, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 juni 2008, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.