Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD5936

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
24-06-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
19.605625-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in de tenlastegelegde periode bezig gehouden met het inrichten van een hennepkwekerij. Verdachte heeft onder meer de benodigde potgrond gebracht naar het pand gelegen aan de [adres] en lampen aangesloten ten behoeve van de hennepkwekerij. Hierbij heeft verdachte een verbinding gemaakt tussen de lampen en de schakelkast. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment gezien had dat de stroom illegaal werd afgetapt. Verdachte heeft ongeveer anderhalve week gewerkt aan het opbouwen van de hennepkwekerij. In verband met zijn werkzaamheden zou verdachte vijf procent van de eerste opbrengst krijgen.

Gelet op de bovengenoemde feiten en omstandigheden heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplegen van het telen van hennep. Medeplegen van het telen van hennep omvat tevens de diefstal van de benodigde stroom ten behoeve van de hennepteelt. Het illegaal aftappen van stroom is een essentieel onderdeel voor het draaiende houden van een hennepkwekerij. Uit de aangifte van Essent Netwerk BV blijkt dat de verzegeling van de aansluitkast was verbroken. Derhalve acht de rechtbank bewezen dat verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.605625-06

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 24 juni 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

wonende [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 10 juni 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R. Bosma, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2006 tot en met 3 april 2006 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, en/of in de uitoefening van een broep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer ongeveer 525 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2006 tot en met 3 april 2006 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Essent Netwerk b.v., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bijzondere bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt met betrekking tot de tenlastegelegde feiten als volgt.

Verdachte heeft zich in de tenlastegelegde periode bezig gehouden met het inrichten van een hennepkwekerij. Verdachte heeft onder meer de benodigde potgrond gebracht naar het pand gelegen aan de [adres] en lampen aangesloten ten behoeve van de hennepkwekerij. Hierbij heeft verdachte een verbinding gemaakt tussen de lampen en de schakelkast. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment gezien had dat de stroom illegaal werd afgetapt. Verdachte heeft ongeveer anderhalve week gewerkt aan het opbouwen van de hennepkwekerij. In verband met zijn werkzaamheden zou verdachte vijf procent van de eerste opbrengst krijgen.

Gelet op de bovengenoemde feiten en omstandigheden heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan medeplegen van het telen van hennep. Medeplegen van het telen van hennep omvat tevens de diefstal van de benodigde stroom ten behoeve van de hennepteelt. Het illegaal aftappen van stroom is een essentieel onderdeel voor het draaiende houden van een hennepkwekerij. Uit de aangifte van Essent Netwerk BV blijkt dat de verzegeling van de aansluitkast was verbroken. Derhalve acht de rechtbank bewezen dat verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht de volgende bewijsmiddelen van belang, van welke bewijsmiddelen de strekking zakelijk is weergegeven;

- de verklaring van verbalisant [verbalisant]1:

Op 3 april 2006 werd aan de [adres] te Nieuw-Amsterdam een nader onderzoek ingesteld. Hier werden in totaal 525 planten aangetroffen in drie verschillende compartimenten. Enkele planten zijn voor bemonstering meegenomen en onderzocht door een rechercheur verdovende middelen.

- de verklaring van verbalisant [verbaliant]2:

Op 3 april 2006 is er door de Regiopolitie Drenthe een onderzoek ingesteld in perceel [adres] te Nieuw-Amsterdam. In deze woning werd een professioneel ingerichte hennepkweek aangetroffen. Een vijftal plantjes afkomstig uit dat perceel is mij dezelfde dag voor onderzoek ter beschikking gesteld. Door mij werden bloemtoppen van de planten getest middels testbuisje 8 van de Narcotest. De vermenging van het plantmateriaal met de vloeistof in het testbuisje gaf een paars-blauwe verkleuring aan, hetgeen duidt op aanwezigheid van THC. THC is de werkzame stof in marihuana en hash.

- de aangifte van Essent Netwerk BV3:

Op 3 april 2006 is een monteur van Essent Netwerk BV op verzoek van de politie gegaan naar het perceel [adres] te Nieuw-Amsterdam om ter plaatse de gas- en elektriciteitsinstallatie te onderzoeken op mogelijke onregelmatigheden. In dit perceel werd door de politie een hennepkwekerij aangetroffen. De monteur constateerde verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan: De verzegeling van de aansluitkast van Essent was verbroken. Voor de hennepkwekerij werd de energie voor de meter afgetapt en dus niet geregistreerd. De kabel was aangesloten vóór de hoofdbeveiliging van Essent.

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 juni 2008:

Ik reed in de auto met daarin de potgrond ten behoeve van de hennepkwekerij naar de [adres] in Nieuw Amsterdam.

De verklaring zoals ik deze op de terechtzitting van 18 september 2007 heb afgelegd klopt, hetgeen het volgende inhoudt: 'Ik heb alles aangesloten en klaargemaakt voor [naam]. Hij had een pandje aan de [adres] en hij had hulp nodig. Ik ben begin januari 2006 begonnen. Ik moest alleen lampen aansluiten en alles in plastic zetten. Het is gebruikelijk dat er illegaal stroom wordt afgetapt in hennepkwekerijen. Ik heb alleen een verbinding gemaakt tussen de lampen en de schakelkast. Ik had toen al gezien dat er stroom werd afgetapt. Ik ben anderhalve week bezig geweest. Het klopt dat ik er bij was toen ze de plantjes in de pot zetten. Dat heb ik gezien. Het is juist dat ik 5% van de eerste opbrengst zou krijgen in verband met mijn werkzaamheden.'

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 3 april 2006 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 525 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 3 april 2006 te Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Essent Netwerk b.v., waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van het handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie: ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit.

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 4 januari 2007.

Benadeelde partij Essent Netwerk BV

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De rechtbank is echter van oordeel dat Essent Netwerk BV het bedrag met betrekking tot de berekende BTW niet verschuldigd is over de te ontvangen schadevergoeding.

De civiele vordering is gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de vordering afwijzen voor zover deze de berekende BTW betreft.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens Essent Netwerk BV naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van Essent Netwerk BV.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 24c, 36f, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit 100 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij Essent Netwerk BV van de som van € 10.442,18 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een of meer mededaders is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van Essent Netwerk BV, een bedrag van € 10.442,18 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 82 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een of meer mededaders is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van de benadeelde partij de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. K. Bunk, rechters in tegenwoordigheid van mr. E.M. Harbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 24 juni 2008.

1 Opgenomen in dossiernummer PL032A/06-100822, p. 645-649.

2 Opgenomen in dossiernummer PL032A/06-100822, p. 682.

3 Opgenomen in dossiernummer PL032A/06-100822, p. 667-671.