Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD5572

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-06-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
19/830335-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden acht de rechtbank zeer gewelddadig. Verdachte heeft met een voorwerp het slachtoffer tegen het hoofd geslagen waardoor zij van haar fiets afviel. Nadat er een worsteling had plaatsgevonden geeft het slachtoffer haar verzet uiteindelijk op omdat zij grote angst heeft dat verdachte haar zal vermoorden. Haar angst is zo groot dat zij niet durft te schreeuwen als twee fietsers passeren. De conclusie is dan ook dat verdachte fors geweld heeft gebruikt om gemeenschap met het slachtoffer te kunnen hebben.

Verdachte heeft door zijn handelen zijn slachtoffer grote schrik en angst aangejaagd, en vooral haar lichamelijke integriteit in grote mate aangetast. Het is voorstelbaar dat het slachtoffer nog geruime tijd de nadelige gevolgen van wat haar is overkomen zal ondervinden.

In dit geval gaat het om een zeer ernstig feit en de rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij ter bevrediging van zijn eigen gerief op deze wijze heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830335-07

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 27 juni 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende [adres],

verblijvende in P.I. [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 juni 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.D. Meerman, advocaat te Amsterdam.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 22 juli 2007 te Borkum, althans in de Bondsrepubliek Duitsland door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer], al dan niet met een voorwerp, (meermalen) op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- die [slachtoffer] bij haar kleding heeft vastgegrepen en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "I'll kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer] in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "I fuck you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het bovenlichaam van die [slachtoffer] naar beneden heeft gedrukt, althans heeft geprobeerd dat te doen en/of

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- (meermalen) heeft geprobeerd die [slachtoffer] op de grond te leggen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

ter zake dat

hij op of omstreeks 22 juli 2007 te Borkum, althans in de Bondsrepubliek Duitsland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

- die [slachtoffer], al dan niet met een voorwerp, (meermalen) op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- die [slachtoffer] bij haar kleding heeft vastgegrepen en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "I'll kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer] in gevecht/worsteling is gegaan/geraakt en/of

- (meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "I fuck you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het bovenlichaam van die [slachtoffer] naar beneden heeft gedrukt, althans heeft geprobeerd dat te doen en/of

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- (meermalen) heeft geprobeerd die [slachtoffer] op de grond te leggen

- bezig is geweest zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht de volgende bewijsmiddelen van belang, van welke bewijsmiddelen de strekking zakelijk is weergegeven.

1. een verslag (pag.175) van de Duitse politie d.d. 22 juli 2007 opgemaakt door verbalisant [verbalisant], waarin wordt gemeld dat op 22 juli 2007 omstreeks 22.35 uur opbeller [naam opbeller] meedeelt dat zijn echtgenote [slachtoffer] op weg naar huis was verkracht.

2. een tegenover de Duitse politiebeambte [beambte] afgelegde verklaring (pag.181) van het slachtoffer [slachtoffer] d.d. 22 juli 2007 te 05.15 uur, die het volgende inhoudt:

[slachtoffer] was tot ongeveer 01.45 uur in de eetgelegenheid [naam gelegenheid] te Borkum en gaat dan alleen op haar fiets naar huis. Als zij halverwege de Franzosenschanze is duikt er plotseling een persoon naast haar op die ook op een fiets rijdt. Hij spreekt haar in het Engels aan. Zij heeft er geen goed gevoel over en gaat sneller fietsen. De man blijft naast haar fietsen en plotseling krijgt [slachtoffer] een klap op haar achterhoofd en valt dan van haar fiets op de grond. [slachtoffer] en de man liggen op de grond en [slachtoffer] verweert zich. De man houdt haar bij de zijkant van haar kraag vast. De man zegt voortdurend "I'll kill you". [slachtoffer] worstelt de hele tijd met de man en zij probeert steeds op te staan. De man trekt steeds aan de broek van [slachtoffer] terwijl zij op de grond liggen. [slachtoffer] begrijpt dan dat de man haar wil verkrachten. Na een tijdje met de man gevochten te hebben lukt het [slachtoffer] om op te staan, zij houdt zich dan aan de lantaarnpaal vast. De man probeert haar daarbij nog steeds op de grond te trekken maar [slachtoffer] blijft zich vasthouden aan de lantaarnpaal. Zij besluit dan haar verzet op te geven omdat ze bang is dat de man haar zal vermoorden. De man trekt dan haar broek en slip naar beneden. Hij probeert met zijn lid in de vagina van [slachtoffer] binnen te dringen. Dat was voor de man van achteren moeilijk. [slachtoffer] voelt dan op een bepaald moment dat de man bij haar naar binnen dringt. Op het moment dat [slachtoffer] en de man bij de lantaarnpaal staan komen er twee fietsers langs. Uit angst durft mevrouw niet te schreeuwen. Op een gegeven moment laat de man [slachtoffer] met rust en kan zij haar broek weer omhoog trekken. De man fietst daarna richting het centrum van Borkum.

3. een tegenover de Duitse politiebeambte [beambte] afgelegde aanvullende verklaring (pag.456) van het slachtoffer [slachtoffer] d.d. 22 december 2007 die het volgende inhoudt:

[slachtoffer] verklaart dat, nadat zij van de fiets is gevallen de man op haar komt te liggen. Zij kan dan zijn donkere huidskleur zien en dat hij een licht t-shirt droeg. De man zit direct aan de broek van [slachtoffer] en hij trekt de riem uit haar broek. Omdat [slachtoffer] op wil staan drukt de man met zijn linkerhand op de keel van [slachtoffer] om haar zo naar beneden te duwen. Met de andere hand probeert hij haar broek open te maken. [slachtoffer] weet zich met kracht aan de lantaarnpaal vast te houden. De man staat dan achter haar en doet haar broek naar beneden. De man probeert van achteren bij haar binnen te dringen. Zij voelt als eerste de vingers van de man in haar vagina en daarna zijn lid waarbij zij ook nog zijn vingers voelt. [slachtoffer] heeft het idee dat de man zijn lid niet goed in haar vagina kan krijgen. Op dat moment heeft zij het gevoel dat de man al tot een zaadlozing is gekomen. De man doet dan een stap terug. [slachtoffer] voelt dat haar gezicht warm wordt en als zij aan haar gezicht voelt ziet ze dat haar hand vol bloed zit. [slachtoffer] heeft later nog glassplinters uit haar hoofdhuid gehaald.

4. een medische verklaring (pag.184) van [specialist], specialist voor interne geneeskundige, d.d. 24 juli 2007, betreffende [slachtoffer], geboren [geboortedatum] 1950.

Dhr. [specialist] neemt bloedsporen waar op beide handpalmen van mevrouw, op haar pols en bij haar neus. Op het achterhoofd bevindt zich een 2 cm grote huidwond. Daarnaast zwellingen op de rechter elleboog en neusrug.

In gynaecologisch opzicht bevinden zich verschillende scheurtjes in de kleine schaamlippen die nog bloedden, intravaginaal wordt een bloedige vloeistof aangetroffen.

Er worden verschillende vaginale uitstrijkjes gemaakt.

5. een tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring (pag.281) van [getuige] d.d. 22 oktober 2007 die het volgende inhoudt:

[getuige] schat dat hij en bijna het gehele team, trainers en de technische staf rond middernacht in de discotheek te Borkum waren. [verdachte] was ook in de discotheek.

[getuige] en [getuige 1] gaan op een gegeven moment de discotheek uit richting het hotel. Ze komen op een gegeven moment [verdachte] tegen. [getuige] ziet bloed op het shirt van [verdachte]. [verdachte] was op dat moment alleen. Hij droeg een wit shirt met bloedvlekken op zijn borst. [verdachte] zei dat hij ruzie had gehad met andere jongens. Er is nog naar die jongens gezocht maar men heeft ze niet kunnen vinden.

Volgens [getuige] was [getuige 2] er ook bij. [getuige] verklaart dat het bloed op het shirt vers bloed betrof voor zover hij dat kon beoordelen, het zag er niet als gedroogd bloed uit.

6. een tegenover verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] afgelegde verklaring (pag.291) van [getuige 1] d.d. 15 januari 2008 die het volgende inhoudt:

[getuige 1] treft buiten bij het hotel [verdachte] aan en ziet dat [verdachte] bloed op zijn shirt heeft. [verdachte] vertelde dat hij ruzie had gehad met twee jongens. Zij hadden een flesje naar hem gegooid en daardoor was het bloed op zijn shirt gekomen. [verdachte] vertelde nog dat hij zijn riem uit zijn broek had getrokken om met die jongens te vechten. Hij was die jongens tegengekomen toen hij de discotheek verliet en op weg was naar het hotel. [getuige 1] en [verdachte] zijn nog op zoek gegaan naar die jongens maar konden ze niet vinden.

7. een tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring (pag.328) van [getuige 2] d.d. 16 januari 2008 die het volgende inhoudt:

[getuige 2] verklaart dat hij rond middernacht samen met [verdachte] naar de discotheek gaat. Rond 02.00 uur ziet [getuige 2] [verdachte] naar de wc gaan in de discotheek en verliest hem daarna uit het oog. Als het ongeveer 03.00 uur is vraagt [getuige 1] aan [getuige 2] waar [verdachte] is. Als [getuige 2] dan naar het hotel gaat komt hij ]verdachte], [getuige 1] en [getuige 3] tegen.

[getuige 2] ziet de bloedvlekken op het shirt van [verdachte]. [verdachte] wil niet vertellen hoe die vlekken er op zijn gekomen. Als [getuige 2] er naar vraagt vertelt [verdachte] dat hij twee jongens was tegengekomen en dat 1 van hen een flesje naar hem had gegooid. De verwonding aan zijn linkerhals was daardoor gekomen. [getuige 2] ziet een verwonding in de nek van [verdachte] en ziet ook bloeddruppeltjes op zijn shirt vallen. [getuige 2] ziet ook krabschrammen in de nek van [verdachte]. Ook de handen van [verdachte] zitten onder het bloed en 1 van de broekspijpen was vies. Men gaat nog naar die jongens op zoek maar men kan ze niet vinden. [verdachte] was vaag in het aanwijzen van waar er gezocht moest worden en waar het gebeurd was.

8. het een onderzoeksrapport van Dr. [doctor] (pag.202), d.d. 19 oktober 2007 dat het volgende inhoudt:

Spoor nr. 4.3., spoor nr.4.3.1, spoor nr. 4.3.2., spoor nr. 4.3.3 en spoor nr. 4.3.4: het betrof telkens een wattenstaafje waarmee vaginaal secreet bij de benadeelde persoon werd veiliggesteld.

Van het afgenomen materiaal van het wattenstaafje van het spoor nr. 4.3 konden spermatozoönkoppen geïdentificeerd worden.

Van het afgenomen materiaal van het wattenstaafje van het spoor nr. 4.3.4 konden spermatozoönkoppen geïdentificeerd worden.

Materiaal werd van het wattenstaafje van het spoor nr. 4.3 en van het wattenstaafje van het spoor nr. 4.3.4 telkens afgenomen en een differentiële lysis werd telkens uitgevoerd. Als drager van beide sporen kan de benadeelde [slachtoffer] aangemerkt worden. In het sediment konden telkens PCR-merkers geïdentificeerd worden. Als drager van beide sporen kan telkens de persoon [verdachte] geb. 1986 aangemerkt worden.

9. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2008 waarin verdachte erkent met het slachtoffer [slachtoffer] geslachtsgemeenschap te hebben gehad op 22 juli 2008 te Borkum.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 juli 2007 te Borkum, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis en een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer], tegen het hoofd heeft geslagen en

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "I'll kill you" en

- met die [slachtoffer] in worsteling is gegaan en

- het bovenlichaam van die [slachtoffer] naar beneden heeft gedrukt en

- die [slachtoffer] gedeeltelijk van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Nadere bewijsoverweging

De verklaringen van aangeefster mw. [slachtoffer] en verdachte over de omstandigheden waaronder men gemeenschap heeft gehad, verschillen dusdanig dat niet zonder meer duidelijk is hoe en waar de gebeurtenissen die avond/nacht hebben plaatsgevonden.

Verdachte heeft op de terechtzitting erkend dat hij geslachtsgemeenschap heeft gehad met mw. [slachtoffer] maar dat dat op vrijwillige basis heeft plaatsgevonden. Ook de locatie is een andere dan zoals mw. [slachtoffer] heeft verklaard, namelijk op het strand nabij het hotel waar verdachte verbleef.

Uit de verklaringen van teamgenoten van verdachte komt naar voren dat zij verdachte nadat hij de discotheek had verlaten, op een gegeven moment weer in het dorp ontmoeten. Zij zien bloedvlekken op het shirt van verdachte en als men daar naar vraagt vertelt verdachte dat hij een woordenwisseling heeft gehad met twee Duitse jongens. Op een gegeven moment werd er een fles naar hem gegooid en die fles raakte verdachte in zijn hals waardoor er een wondje ontstond. Door dat wondje kwam er bloed op zijn shirt aldus verdachte. Als teamge-noten dat verhaal horen gaan zij met verdachte nog zoeken naar die twee jongens maar zij worden niet gevonden.

Op de terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de fles heel was op het moment dat die fles de hals van verdachte raakte en dat de fles stuk was nadat deze op de grond was gevallen.

Uit de aangifte van mw. [slachtoffer] komt naar voren dat er een worsteling heeft plaatsge-vonden tussen haar en de dader. Ook is gebleken dat mw. [slachtoffer] verwondingen had aan handen en hoofd.

Gelet op deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank de verklaring die verdachte geeft voor de wijze waarop de bloedvlekken op zijn shirt zijn terechtgekomen, ongeloofwaardig. De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat de verwonding in de hals van verdachte, die ook door teamgenoten is gezien, veroorzaakt is door de fles die tegen de hals van verdachte zou zijn gegooid. Ook het gegeven dat verdachte tegenover één van zijn teamgenoten heeft verklaard over het uit de broek trekken van een riem -al is dit in een andere context- steunt de rechtbank in haar overtuiging dat de weergave van het slachtoffer voor juist moet worden gehouden.

Voorts blijkt uit het dossier dat verdachte niet van begin af aan, aan de politie heeft verteld hoe de gebeurtenissen volgens hem die avond/nacht hadden plaatsgevonden. Verdachte heeft bij de politie beperkt opening van zaken gegeven, heeft gelogen over het wisselen van zijn kleding in het hotel en heeft zich grotendeels beroepen op zijn zwijgrecht. Eerst op de terechtzitting verklaart verdachte dat hij gemeenschap heeft gehad met mw. [slachtoffer] en niet -zoals hij heeft verklaard- met een 20 tot 30 jarige vrouw.

Gelet op deze omstandigheden gaat de rechtbank uit van de verklaring van mw. [slachtoffer] en dat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden zoals zij dat in haar aangifte en aanvullende verklaring heeft weergegeven. De rechtbank acht haar verklaringen betrouwbaarder.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op: verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, met de omstandigheden waaronder het feit is begaan, met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, met de oriëntatiepunten straftoemeting en met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 18 december 2007 waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank houdt tevens rekening met de eis van de officier van justitie mr. H.H. Louwes. De officier van justitie heeft het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen geacht en heeft gevorderd dat de rechtbank de volgende straf zal opleggen:

- gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest;

- beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

De officier van justitie acht een hogere straf op zijn plaats dan de oriëntatiepunten gelet op het letsel van het slachtoffer, het toegepaste geweld en het risico op besmetting met eventuele ziektes.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het pleidooi van de raadsman van verdachte.

De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte mevrouw [slachtoffer] heeft verkracht op 22 juli 2007 te Borkum. De omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden acht de rechtbank zeer gewelddadig. Verdachte heeft met een voorwerp het slachtoffer tegen het hoofd geslagen waardoor zij van haar fiets afviel. Nadat er een worsteling had plaatsgevonden geeft het slachtoffer haar verzet uiteindelijk op omdat zij grote angst heeft dat verdachte haar zal vermoorden. Haar angst is zo groot dat zij niet durft te schreeuwen als twee fietsers passeren. De conclusie is dan ook dat verdachte fors geweld heeft gebruikt om gemeenschap met het slachtoffer te kunnen hebben.

Verdachte heeft door zijn handelen zijn slachtoffer grote schrik en angst aangejaagd, en vooral haar lichamelijke integriteit in grote mate aangetast. Het is voorstelbaar dat mw. [slachtoffer] nog geruime tijd de nadelige gevolgen van wat haar is overkomen zal ondervinden.

In dit geval gaat het om een zeer ernstig feit en de rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij ter bevrediging van zijn eigen gerief op deze wijze heeft gehandeld.

De rechtbank is van oordeel dat het geweld dat verdachte heeft toegepast en het letsel dat mw. [slachtoffer] heeft bekomen door de slag op haar hoofd er toe moet leiden dat een hogere gevangenisstraf wordt opgelegd dan oriëntatiepunten straftoemeting aangeven.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dertig maanden geboden is.

Benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft niet een origineel 'voegingsformulier benadeelde partij' in het strafproces ingediend op grond waarvan de rechtbank niet toe kan komen tot een inhoudelijke behandeling van de geleden schade. Er zijn aanvullingen toegevoegd en berekeningen aangepast, op een zodanige wijze dat voor de rechtbank niet vast te stellen is wat de door de benadeelde partij geclaimde schade is. De benadeelde partij moet om die redenen niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot:

* een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter en mr. H.K. Elzinga en mr. K. Bunk, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 juni 2008, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.