Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD5512

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
26-06-2008
Zaaknummer
207907 TV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis, behorend bij eindvonnis met zaaknummer 207907, d.d. 27 mei 2008.

Toewijzing van een gevorderde schadevergoeding, bestaande uit gederfde huurpenningen, wegens een door de huurder ten onrechte ingeroepen ontbinding van een huurovereenkomst bedrijfsruimte. De hoofdelijke veroordeling van directeur van huurder is afgewezen nu de gestelde onrechtmatige handelingen plaatsvonden na de datum van ontbinding en mitsdien geen direct verband hebben met de ingeroepen ontbinding. De in reconventie gevorderde veroordeling van verhuurder tot betaling van schade van huurder als gevolg van de ontbinding is als ongegrond afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 207907 \ CV EXPL 07-3158

vonnis van de kantonrechter d.d. 12 februari 2008

in de zaak van

[Eiser],

hierna te noemen: [verhuurder],

wonende te [adres],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: Haarsma Hoogerwerf Advocaten,

tegen

1. De besloten vennootschap [gedaagde sub 1],

gevestigd te [adres],

hierna te noemen: [huurster],

gedaagde sub 1 in conventie, tevens eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M. Maathuis,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [adres],

gedaagde sub 2, in rechte niet verschenen.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 10 juli 2007 met een productie;

de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie;

de nadere toelichtingen van partijen, inclusief akteverzoeken en producties.

De beoordeling

1. Nu gedaagde sub 2 niet in het geding is verschenen, zal tegen haar op de voet van het bepaalde in artikel 139 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv.) verstek worden verleend, nu tevens kan worden vastgesteld dat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. De vordering van [verhuurder], voor zover deze is ingesteld tegen gedaagde sub 2, zal evenwel niet aanstonds (kunnen) worden toegewezen, nu - mede gelet op de omstandigheid dat gedaagde sub 2 geen partij is bij de huurovereenkomst tussen [verhuurder] en gedaagde sub 1 - niet zonder meer mag worden aangenomen dat de gevorderde schade direct kan worden toegerekend aan de (gestelde en door gedaagde sub 2 onbetwist gelaten) onrechtmatige handeling van gedaagde sub 2. Zoals hierna zal worden overwogen wordt het gevorderde bedrag van € 280.840,00 immers gerelateerd aan het niet ontvangen van de 59 overeengekomen huurtermijnen als gevolg van de ingeroepen ontbinding van de huurovereenkomst door gedaagde sub 1. Voorts wordt de door [verhuurder] gestelde onrechtmatige gedraging van gedaagde sub 2 door gedaagde sub 1 betwist.

2. Op de voet van het bepaalde in artikel 140 Rv dient tussen [verhuurder] en gedaagde sub 1 te worden doorgeprocedeerd en zal tussen alle partijen één vonnis worden gewezen. De kantonrechter zal daarom zijn beslissing ten aanzien van het gevorderde tegen gedaagde sub 2 aanhouden en - mede - laten afhangen van wat zal worden beslist in de procedure tussen [verhuurder] en gedaagde sub 1, die hierna verder [huurster] zal worden genoemd.

3.1. [verhuurder] vordert van [huurster] betaling van een bedrag groot € 280.840,00 en stelt daartoe dat laatstgenoemde ten onrechte de ontbinding van de huurovereenkomst van partijen heeft ingeroepen. Hij betwist dat de omstandigheden waarop [huurster] zich beroept deze ontbinding rechtvaardigen. Hij lijdt daardoor schade, bestaande uit 59 huurtermijnen ad € 4.760,00 per maand.

3.2. [verhuurder] betwist de door [huurster] in reconventie gevorderde betaling van schade ad € 213.626. Hij ontkent tot schadevergoeding gehouden te zijn en voert daarbij aan dat deze schade ook niet behoorlijk is onderbouwd.

4.1. [huurster] heeft de vordering betwist. Zij voert aan dat het gehuurde al snel na de ingebruikname onveilig bleek en dat [verhuurder] deze onveilige situatie niet serieus heeft genomen en dat hij niet bereid bleek de geconstateerde gebreken te verhelpen. Met een beroep op de rapportages van een door haar ingeschakelde deskundige ([Q]), heeft zij - nadat werkzaamheden om de onveilige situatie te verhelpen uitbleven - de huurovereenkomst van partijen ontbonden.

4.2. [huurster] vordert in reconventie schadevergoeding van [verhuurder] wegens haar noodgedwongen verhuizing. Deze schade becijfert zij op het al genoemde bedrag van € 213.626,00.

4.3. Bij akte heeft [huurster] verzocht om op de voet van artikel 200 Rv als deskundige te doen horen de heer [B] om zich uit te laten over haar schade. Voorts heeft zij op de voet van artikel 162 Rv verzocht de openlegging van die boeken, bescheiden en geschriften waaruit haar schadeposten blijken.

5.1. Alvorens de kantonrechter tot enige beslissing zal komen, wordt het van belang geacht partijen eerst in de gelegenheid te stellen middels een comparitie van partijen hun standpunten nader toe te lichten aan de hand van ter comparitie aan de orde te stellen vraagpunten. Reeds nu wijst de kantonrechter erop dat niet ter zake doende of ongefundeerde verdachtmakingen over en weer buiten beschouwing dienen te blijven. Met betrekking tot de gedane (akte)verzoeken van [huurster] ex de artikelen 162 en 200 Rv overweegt de kantonrechter dat toewijzing van die verzoeken niet aan de orde is, zo lang niet is komen vast te staan dat [verhuurder] jegens [huurster] schadeplichtig is.

5.2. De comparitie van partijen zal tevens worden aangegrepen om te trachten partijen tot een vergelijk te brengen.

5.3. Bij die comparitie dienen partijen in persoon te verschijnen, desgewenst vergezeld van hun gemachtigde.

De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 11 maart 2008 te 11:00 uur, op welke rolzitting partijen schriftelijk hun verhinderdata voor een periode van 12 weken vanaf dinsdag 11 maart 2008 te 11:00 uur aan de griffier dienen op te geven;

bepaalt dat de griffier vervolgens aan partijen schriftelijke opgave zal doen van de datum waarop de comparitie van partijen voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking zal plaatsvinden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

verstaat dat partijen bij deze voldoende zijn opgeroepen om op voormelde terechtzitting te reageren.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2008.

typ/conc: 162/AM

coll: