Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD3296

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-06-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
19-700136-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, samen met [medeverdachte], op 5 februari 2008 een overval gepleegd op een filiaal van de videotheekketen Videoland in Marsdijk. Beiden gingen het filiaal binnen en [medeverdachte] dwong de werkneemster die in het filiaal aanwezig was geld af te geven door haar een mes te tonen. [medeverdachte] had al een aantal overvallen in de wijk Marsdijk gepleegd. Het is duidelijk dat hij verdachte op sleeptouw heeft genomen. Zonder [medeverdachte] zou verdachte dit feit waarschijnlijk niet hebben gepleegd. Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat terugtreden gezichtsverlies zou opleveren. Hij wilde niet afgaan. Toch rekent de rechtbank de verdachte het feit zwaar aan, te meer daar ook hij een mes had meegenomen dat hij overigens niet aan [slachtoffer] heeft getoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummers: 19/700136-08 en

19/700397-07 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juni 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 23 mei 2008.

Verdachte/veroordeelde is verschenen en werd bijgestaan door mr. A. Mulder, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 5 februari 2008 te en in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (of meer) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan videoland Assen/Marsdijk, in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de winkel, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of

- die [slachtoffer] (een) mes(sen), althans (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), heeft/hebben voorgehouden/getoond en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geef mij je geld, geef mij je geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (na een bakje met kleingeld te hebben aangewezen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "dat ook, dat ook", althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

-dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "en je tweede kassa ook", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 5 februari 2008 te en in de gemeente Assen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (of meer) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Videoland Assen/Marsdijk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de winkel, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of

- die [slachtoffer] (een) mes(sen), althans (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), heeft/hebben voorgehouden/getoond en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geef mij je geld, geef mij je geld",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (na een bakje met kleingeld te hebben aangewezen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "dat ook, dat ook", althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

-dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "en je tweede kassa ook", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De aangifte van [slachtoffer] op dossierpagina 448 (ordner II) van het proces-verbaal;

de verklaring van verdachte op dossierpagina 196 (ordner I) van het proces-verbaal;

de verklaring van verdachte op dossierpagina 218 (ordner I) van het proces-verbaal;

de verklaring van de medeverdachte op dossierpagina 131 (ordner I) van het proces-verbaal.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 februari 2008 te en in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan videoland Assen/Marsdijk, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- de winkel, waarin die [slachtoffer] zich bevond, zijn binnengegaan en

- die [slachtoffer] een mes heeft getoond en

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Geef mij je geld, geef mij je geld", en

- (na een bakje met kleingeld te hebben aangewezen) dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "dat ook, dat ook", en

-dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "en je tweede kassa ook".

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, mr. H.H. Louwes, luidende: 200 uren taakstraf, bestaande uit een werkstraf, subsidiair 100 dagen jeugddetentie, 15 maanden jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en toezicht door de jeugdreclassering, tevens inhoudende behandeling, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij] in zijn vordering, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd, en verlenging van de proeftijd met één jaar in de zaak onder parkertnummer 19/700397-07, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 9 mei 2008, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.

Verdachte heeft, samen met [medeverdachte], op 5 februari 2008 een overval gepleegd op een filiaal van de videotheekketen Videoland in Marsdijk. Beiden gingen het filiaal binnen en [medeverdachte] dwong de werkneemster die in het filiaal aanwezig was geld af te geven door haar een mes te tonen. [medeverdachte] had al een aantal overvallen in de wijk Marsdijk gepleegd. Het is duidelijk dat hij verdachte op sleeptouw heeft genomen. Zonder [medeverdachte] zou verdachte dit feit waarschijnlijk niet hebben gepleegd. Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat terugtreden gezichtsverlies zou opleveren. Hij wilde niet afgaan. Toch rekent de rechtbank de verdachte het feit zwaar aan, te meer daar ook hij een mes had meegenomen dat hij overigens niet aan [slachtoffer] heeft getoond.

Hoewel de rechtbank de ernst van het bewezen verklaarde feit en de impact die het op het slachtoffer heeft gehad, geenszins wil bagatelliseren, acht zij de eis van de officier van justitie met betrekking tot de voorwaardelijk op te leggen straf van jeugddetentie, te weten vijftien maanden, toch te fors. De rechtbank zal, aansluiting zoekend bij de oriëntatiepunten voor de straftoemeting ten aanzien van eenvoudige tasjesroof (oriëntatiepunt: twaalf weken) en winkeldiefstal met eenvoudig geweld (oriëntatiepunt: acht weken) aan verdachte de straf van jeugddetentie opleggen voor de tijd van 194 dagen, waarvan een gedeelte van 180 dagen (zes maanden) voorwaardelijk. Het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen jeugddetentie, te weten veertien dagen, heeft verdachte vanaf zijn inverzekeringstelling op 19 februari 2008 tot zijn schorsing op 4 maart 2008 al uitgezeten.

Verdachte is in oktober 2007 aangemeld voor de intensieve dagbehandeling van de Forensische Jeugdpsychiatrie Noord-Nederland (FJP). Hiermee is hij in november 2007 gestart. Met de FJP zijn afspraken gemaakt over het vervolgen van de behandeling en de dagbehandeling is inmiddels hervat. De rechtbank vindt het belangrijk dat deze dagbehandeling wordt voortgezet en niet alsnog wordt doorkruist door een jeugddetentie van enige duur. Zij zal gelasten dat de verdachte zich gedurende de proeftijd in het kader van de voorwaardelijke jeugddetentie zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Jeugdreclassering, hetgeen mede inhoudt dat de verdachte zal meewerken aan de behandeling bij de Forensische Jeugdpsychiatrie Noord-Nederland (FJP) en de Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN).

Indien verdachte zich overigens onttrekt aan deze behandeling of onvoldoende meewerkt staat hem alsnog een jeugddetentie van zes maanden te wachten.

Daarnaast zal de rechtbank overeenkomstig de vordering van de officier van justitie aan verdachte een werkstraf van 200 uren opleggen.

BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft voor € 278,-- aan autokosten, € 250,-- aan loonkosten personeel, € 300,-- aan eigen uren en € 1500,-- aan psychische/immateriële schade opgevoerd. Deze posten heeft hij in enkele regels onder aan de pagina toegelicht. Bewijsstukken van de gemaakte kosten ontbreken geheel. De rechtbank acht de gevorderde bedragen dan ook onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/700397-07

De rechtbank zal, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zoals zij die ter terechtzitting heeft gewijzigd, de proeftijd met één jaar verlengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77cc, 77dd, 77ee en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* jeugddetentie voor de duur van 194 dagen waarvan een gedeelte, groot 180 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Jeugdreclassering, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede inhoudt dat de verdachte zal meewerken aan de behandeling bij de Forensische Jeugdpsychiatrie Noord-Nederland (FJP) en de Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN) zolang genoemde reclasseringsinstelling zulks nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

* een taakstraf bestaande uit 200 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/700397-07:

de rechtbank verlengt de proeftijd die is opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Assen van 18 oktober 2007 met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, tevens kinderrechter, en mr. J.G. de Bock en mr. H.K. Elzinga, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 6 juni 2008. Mr. Elzinga is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.