Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD3285

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
05-06-2008
Zaaknummer
19.830047-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 18 april 2008. Uit de inhoud van dat rapport en de overige gedingstukken blijkt dat verdachte voldoet aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen. Zij zal daarom de officier van justitie in haar eis op dit punt volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830047-08

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 30 mei 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende te [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 mei 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.C. van Diest, advocaat te Zuidlaren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 10 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Mazda), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler en/of een gsm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 02 januari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Volkswagen), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2008 tot en met 27 januari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Renault), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler en/of (een) cd('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 03 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Volkswagen), staande in een parkeergarage aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 05 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Renault), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een radio-navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

- De verklaring van aangever [benadeelde 1], opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer PL031H/08-500906, p. 28-29;

- De verklaring van aangever [benadeelde 2], opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer PL031H/08-500906, p.31-32;

- De verklaring van aangever [benadeelde 3], opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer PL031H/08-500906, p. 49-50;

- De verklaring van aangever [benadeelde 4], opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer PL031H/08-500906, p.58-60;

- De verklaring van aangever [benadeelde 5], opgenomen in het proces-verbaal met dossiernummer PL031H/08-500906, p.64-65;

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 mei 2008.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Mazda), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler en een gsm, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.

hij op 02 januari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Volkswagen), staande aan/nabij het [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3.

hij in de periode van 26 januari 2008 tot en met 27 januari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Renault), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een autoradio/cd-speler, toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4.

hij op 03 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Volkswagen), staande in een parkeergarage aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [benadeelde 4], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5.

hij op 05 februari 2008 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Renault), staande aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een radio-navigatiesysteem, toebehorende aan [benadeelde 5], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie die inhoudt dat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren zal worden opgelegd en toewijzing van de vordering benadeelde partij tot een bedrag van €321,90 met de schadevergoedingsmaatregel;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 17 april 2008, waaruit blijkt dat de verdachte meerdere malen ter zake van diefstal is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf;

- de ter zitting gedane erkenning door de verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder parketnummer 19/830047-08, met pleegdata 6 januari 2008, 15 januari 2008, 27 januari 2008 en 5 februari 2008 heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan;

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 18 april 2008. Uit de inhoud van dat rapport en de overige gedingstukken blijkt dat verdachte voldoet aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen. Zij zal daarom de officier van justitie in haar eis op dit punt volgen.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale beveiliging van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. In de duur van de maatregel ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat na zes maanden een tussentijdse evaluatiezitting als bedoeld in artikel 38s Sr plaatsvindt. Alsdan kan worden bezien of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is.

Behalve aan de bewezen verklaarde feiten heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan een aantal andere auto-inbraken. Deze strafbare feiten zijn door verdachte ter terechtzitting bekend. Het openbaar ministerie heeft deze feiten ter behandeling bij de zaak gevoegd en daarmee te kennen gegeven dat de vermelde feiten niet afzonderlijk (verder) zullen worden vervolgd.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit 2 en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank heeft daarbij gelet op het door Bureau Slachtofferhulp gehanteerde jaarlijkse afschrijvingspercentage van 20% ten aanzien van de gestolen autoradio/ cd-speler. De rechtbank is echter van oordeel dat een afschrijvingspercentage van 30 % van toepassing is, gezien het feit dat de autoradio/ cd-speler anderhalf jaar oud was. De civiele vordering is gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht de vordering ten aanzien van de nieuw aangeschafte autoradio niet toewijsbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens [benadeelde 2] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 24c, 36f, 38m, 38n en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Bepaalt dat uiterlijk zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden omtrent de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel en bepaalt dat de officier van justitie uiterlijk veertien dagen vóór dat tijdstip de rechtbank bericht zal doen toekomen als bedoeld in artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van de som van € 354,90 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], een bedrag van € 354,90 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. M.A.F. Veenstra, rechters in tegenwoordigheid van mr. E.M. Harbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 mei 2008, zijnde mr. M.A.F. Veenstra buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.