Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD3272

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
05-06-2008
Datum publicatie
05-06-2008
Zaaknummer
08/458 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Onbevoegd genomen besluit door verweerder. Reeds bij uitspraak d.d. 7 augustus 2007 door de CRvB op gewezen. Gebrek in gemeenschappelijke regeling nog steeds niet hersteld. Rechtbank hanteert niet langer uitgangspunt van 'gedekt verklaren' door het bevoegde college van B&W. Toewijzing verzoek en schorsing van het besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Bestuursrecht

Kenmerk: 08/458 WWB

Uitspraak van de voorzieningenrechter op de voet van het bepaalde in titel 3 van hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) d.d. 5 juni 2008

in het geding tussen:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

en

De directeur van ISD Noordenkwartier, verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2008 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat de opschorting van het recht op uitkering op grond van de Wet werk en bijstand waartoe verweerder eerder besloten had, gedurende de voortzetting van het onderzoek naar zijn verblijfplaats zal worden voortgezet.

Namens verzoeker is bij brief van 21 mei 2008 tegen dit besluit bij verweerder bezwaar gemaakt.

Bij brief van 21 mei 2008 is tevens namens verzoeker aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij brief van 23 mei 2008 zijn namens verzoeker de gronden van het verzoek ingediend.

Verweerder heeft bij brief van 28 mei 2008 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. De gemachtigde van verzoeker heeft hiervan een afschrift ontvangen.

II. Motivering

Algemeen

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de recht¬bank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

Aangezien tijdig bezwaar is gemaakt tegen het besluit waarop het verzoek betrekking heeft en deze rechtbank in de hoofdzaak bevoegd zal zijn, is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Ook overigens is er geen beletsel het verzoek om een voorlopige voorziening ontvankelijk te achten.

Beoordeling

Aan de orde is de vraag of er aanleiding is een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat het vereiste spoedeisende belang aanwezig moet worden geacht.

De voorzieningenrechter dient vervolgens in het onderhavige geval ambtshalve de rechtsvraag te beantwoorden of er sprake is van een bevoegd genomen besluit door verweerder. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Onder verwijzing naar een uitspraak van 7 augustus 2007 van de Centrale Raad van Beroep, gepubliceerd in USZ 2007/271, met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling inzake de overdracht van bevoegdheden aan verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van een onbevoegd genomen besluit door verweerder.

Verweerder is reeds in het kader van meerdere beroepsprocedures bij de rechtbank Assen gewezen op deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Met betrekking tot gemeenten die buiten het arrondissement van de rechtbank Assen vallen, te weten de onderhavige gemeente [woonplaats] en de gemeente Marum, hanteert de rechtbank reeds geruime tijd als uitgangspunt dat het betreffende beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Awb gegrond dient te worden verklaard en het betreffende besluit dient te worden vernietigd. Een zelfde uitgangspunt hanteert de rechtbank ten aanzien van verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot voornoemde gemeenten, in die zin dat het betreffende verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb dient te worden toegewezen, waarbij in beginsel tot schorsing van het bestreden besluit dient te worden overgegaan.

In lijn met voornoemd uitgangspunt is het beroep van een in de gemeente [woonplaats] woonachtige eisende partij bij uitspraak van 18 maart 2008, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, door de rechtbank Assen gegrond verklaard. Voorts is verweerder bij brief d.d. 4 april 2008 van de voorzitter van de sector bestuursrecht van de rechtbank Assen uitdrukkelijk op voornoemd uitgangspunt gewezen. Daarbij is overigens voorts aangegeven dat, met betrekking tot procedures die met ingang van 4 april 2008 bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt, ook ten aanzien van binnen het arrondissement van de rechtbank Assen gelegen gemeenten voornoemd uitgangspunt wordt gehanteerd en dat de rechtbank verweerder niet langer de gelegenheid zal geven het gebrek tijdens de lopende procedure te herstellen.

De rechtbank heeft verweerder in het kader van onderhavige procedure bij brief van 29 mei 2008 gevraagd of de gemeenschappelijke regeling van de ISD Noordenkwartier inmiddels is aangepast aan hetgeen de Centrale raad van Beroep daaromtrent heeft overwogen in voornoemde uitspraak. In reactie op deze brief heeft verweerder bij brief van 2 juni 2008 aangegeven dat de gemeenschappelijke regeling nog niet is aangepast en dat de kwestie momenteel aanhangig is bij de raden van de betrokken gemeenten [woonplaats], Marum en Noordenveld.

De voorzieningenrechter stelt vast dat thans bijna 10 maanden verstreken zijn sinds de meergenoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en dat het door de Raad geconstateerde gebrek ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling nog steeds niet hersteld is. Verweerder heeft tot op heden niet gemotiveerd waarom het herstellen van het gebrek niet eerder kon worden gerealiseerd, en ook overigens is niet gebleken dat er een gerechtvaardigde oorzaak aan de trage besluitvorming ten grondslag ligt.

Gelet hierop en gelet op voornoemd uitgangspunt waarop verweerder meermalen en reeds geruime tijd geleden gewezen is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het onderhavige verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dient te worden toegewezen. Het bestreden besluit zal worden geschorst tot twee weken nadat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist en dit besluit op de voorgeschreven wijze aan verzoeker heeft bekend gemaakt.

De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van de kosten die door verzoeker in het kader van deze procedure gemaakt zijn. Gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze kosten begroot op € 322,-, ter zake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Voorts wordt verweerder veroordeeld toch vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 39,-.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb wordt als volgt beslist.

III. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken nadat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist en dit besluit op de voorgeschreven wijze aan verzoeker heeft bekend gemaakt;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten ad € 322,- en bepaalt dat de ISD Noordenkwartier deze kosten alsmede het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 39,- aan verzoeker dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. K. Wentholt, voorzieningenrechter en uitgesproken in het

openbaar op 5 juni 2008

door mr. K. Wentholt, in tegenwoordigheid van mr. K. Jongsma, griffier.

mr. K. Jongsma mr. K. Wentholt

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.