Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD0586

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
25-04-2008
Zaaknummer
67067 KG ZA 08-77
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot plaatsing in FPK afgewezen.

Eiser vordert opname in een forensisch psychiatrische kliniek (FPK) in het kader van aan hem in een strafzaak opgelegde TBS met voorwaarden.

De vordering wordt ten aanzien van de Staat afgewezen omdat iets anders gevorderd wordt dan de strafrechter heeft opgelegd. De vordering ziet op de FPK te Assen of een andere FPK. In het strafvonnis wordt echter gesproken van de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen of een andere door de Dienst Justitiële Inrichtingen aan te wijzen kliniek. Reeds daarom kan eiser jegens de Staat geen aanspraak maken op plaatsing in een FPK.

Omdat eiser te kennen heeft gegeven geen belang te hebben bij plaatsing in een andere kliniek dan een FPK, komt de voorzieningenrechter niet toe aan beantwoording van de vraag of de Staat gehouden is hem nu in een andere kliniek te plaatsen.

De eveneens gedagvaarde FPK te Assen is, als niet-justitiële instelling, wettelijk niet verplicht om eiser in haar kliniek op te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 67067 / KG ZA 08-77

Vonnis in kort geding van 25 april 2008

in de zaak van

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. W.J.A. van Es,

advocaat mr. T.H. Dijkstra,

tegen

1. DE STAAT DER NEDERLANDEN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

advocaat mr. A.T.M. Ten Broeke,

2 de stichting

STICHTING GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG & OUDERENZORG, DIVISIE FORENSISCHE PSYCHIATRISCHE KLINIEK,

gevestigd te Assen,

gedaagden,

Eiser zal hierna [eiser] genoemd worden en gedaagden respectievelijk de Staat en de FPK.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de producties

- de mondelinge behandeling op 21 april 2008

- de pleitnota’s van partijen

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij vonnis van 25 maart 2008 is [eiser] door de rechtbank Zwolle wegens, kort gezegd, bedreigingen en belediging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 270 dagen en terbeschikkingstelling (TBS) onder voorwaarden. Het vonnis bepaalt onder meer:

“de rechtbank gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.

De rechtbank stelt betreffende het gedrag van de verdachte als voorwaarden:

(…..)

3. de verdachte zal zich onder klinische behandeling stellen van de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen of een andere door de Dienst Justitiële Inrichtingen aan te wijzen kliniek en zal zich houden aan de behandelafspraken van deze instelling (…..)”

2.2. Op 16 april 2008 is [eiser] in vrijheid gesteld, omdat hij de opgelegde gevangenisstraf, met inachtneming van de dagen die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, had uitgezeten.

2.3 [eiser] is tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis van 29 januari 2007 tot en met 23 oktober 2007 opgenomen geweest bij de FPK te Assen in het kader van een proefbehandeling. Bij brief van 10 januari 2008 heeft de FPK de reclassering geïnformeerd dat zij de behandeling van [eiser] vanwege een aantal incidenten heeft stopgezet.

2.5 In februari en maart 2008 is er gecorrespondeerd tussen de FPK en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) te Arnhem, dat eerder een opname van [eiser] in de FPK had geïndiceerd, en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De FPK heeft in die correspondentie aangegeven niet bereid te zijn [eiser] weer op te nemen.

2.6 De FPK heeft haar weigering [eiser] op te nemen tot op heden gehandhaafd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren:

I. de FPK te veroordelen onmiddellijk dan wel binnen de door de rechter te bepalen kortst mogelijke termijn zijn medewerking te verlenen aan de plaatsing van [eiser] binnen de FPK,

II. de Staat te veroordelen om onmiddellijk dan wel binnen de door de rechter te bepalen kortst mogelijke termijn zorg te dragen voor plaatsing in de FPK te Assen dan wel een andere FPK,

III. bij niet-nakoming door gedaagden een dwangsom van €5.000,- per dag dan wel dagdeel dat [eiser] niet in de FPK te Assen subsidiair een andere FPK is geplaatst,

IV. gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd.

De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor de plaatsing van [eiser] in de juiste instelling. De NIFP heeft de FPK aangewezen als de meest geschikte behandelsetting voor [eiser]. Ook in het strafvonnis wordt uitgegaan van opname in de FPK. Op grond van dit vonnis en op grond van het EVRM is de Staat verplicht de plaatsing van [eiser] in een FPK te realiseren. Nu de Staat hiermee in verzuim is, handelt de Staat onrechtmatig jegens [eiser].

Ook de FPK is op basis van het vonnis van de rechtbank gehouden om [eiser] op te nemen.

Tenuitvoerlegging van de TBS met voorwaarden is essentieel nu [eiser] een gevaar voor de samenleving vormt. Daarnaast bestaat de kans dat de TBS met voorwaarden wordt omgezet in TBS met dwangverpleging indien niet aan de voorwaarde van klinische behandeling wordt voldaan.

3.3. De Staat heeft, kort gezegd, het volgende verweer gevoerd.

Zoals ook in het strafvonnis is overwogen zou [eiser] bij voorkeur in de FPK in Assen moeten worden opgenomen. De Staat heeft echter niet de mogelijkheden om deze opname af te dwingen. De FPK is immers een particuliere instelling, geen overheidsinstelling. De Staat heeft aan haar verplichtingen voldaan door bij de FPK aan te dringen op opname van [eiser]. Anders dan [eiser] veronderstelt volgt uit het strafvonnis niet dat de klinische behandeling in een FPK dient plaats te vinden. In het vonnis wordt immers gesproken van “een andere door de Dienst Justitiële Inrichtingen aan de wijzen kliniek”. Dat zou ook een reguliere tbs-kliniek kunnen zijn. Voor opname in een dergelijke kliniek bestaat een wachtlijst van zes tot twaalf maanden.

3.4. De FPK heeft, kort gezegd, het volgende verweer gevoerd.

De civiele rechter is niet bevoegd om te treden in de tenuitvoerlegging van door de strafrechter opgelegde straffen en maatregelen. De minister van justitie is voor de tenuitvoerlegging verantwoordelijk.

In de strafzaak van [eiser] is tbs met voorwaarden gevorderd en opgelegd, terwijl bekend was dat die maatregel niet bij de FPK Assen ten uitvoer zou kunnen worden gelegd. Gelet op de voorgeschiedenis met [eiser] is de FPK niet bereid hem op te nemen. Tijdens de proefbehandeling lag [eiser] voortdurend overhoop met begeleidend en behandelend personeel en was er sprake van een toenemend aantal incidenten. Uiteindelijk is besloten de behandeling te stoppen. Met die beslissing was [eiser] het eens.

De FPK Assen heeft als niet-justitiële GGZ instelling de vrijheid om [eiser] niet op te nemen.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter acht zich als restrechter bevoegd om de zaak te beoordelen nu gesteld noch gebleken is dat er elders een met voldoende waarborgen voorziene spoedvoorziening open staat. Anders dan de FPK heeft gesteld, zou een dergelijke voorziening kunnen bestaan uit het nemen van een ordemaatregel in de vorm van een plaatsingsbeslissing.

4.2 Het lijdt geen twijfel dat [eiser] belang heeft bij zijn vordering. Anders dan [eiser] bij de onderbouwing van zijn vordering heeft aangevoerd, komt de voorzieningenrechter echter niet toe aan een afweging tussen de belangen van [eiser] enerzijds en die van de Staat en de FPK anderzijds, omdat [eiser] noch ten aanzien de Staat noch ten aanzien van de FPK er recht op heeft dat het strafvonnis wordt ten uitvoer gelegd op de wijze zoals gevorderd.

4.3 [eiser] heeft aangevoerd dat de Staat onrechtmatig jegens hem handelt doordat zij heeft verzuimd zorg te dragen voor zijn plaatsing in de FPK Assen, danwel een andere FPK. Desgevraagd is bij de behandeling van het kort geding namens [eiser] expliciet aangevoerd dat het hem gaat om plaatsing in een FPK en niet om plaatsing in een andere instelling. Het debat tussen partijen heeft zich dientengevolge beperkt tot de opname in de FPK. Ook de voorzieningenrechter zal zich om deze reden slechts uitlaten over de vraag of [eiser], zoals gevorderd, aanspraak kan maken op plaatsing in een FPK en zal niet ingaan op de situatie die zou ontstaan indien de vordering ruimer zou zijn geformuleerd in die zin dat zij ook betrekking zou hebben op andere instellingen. [eiser] heeft bij dat laatste immers geen belang.

Met de vordering tot opname in een FPK gaat [eiser] voorbij gaat aan het feit dat de in het strafvonnis opgenomen voorwaarde ruimer is geformuleerd dan alleen opname in een FPK. Immers, het vonnis bepaalt dat [eiser] zich onder de klinische behandeling zal stellen van de FPK te Assen of een andere door de Dienst Justitiële Inrichtingen aan te wijzen kliniek. Alleen al om deze reden kan niet worden volgehouden dat de Staat verplicht is [eiser] in een FPK te plaatsen.

De vordering jegens de Staat zal dan ook worden afgewezen.

4.4. Met betrekking tot de vordering die [eiser] jegens de FPK heeft ingesteld overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Voorop gesteld moet worden dat de FPK, als niet-justitiële instelling, niet verplicht is om mee te werken aan de in het strafvonnis ten aanzien van [eiser] opgelegde maatregel. Daarvoor bestaat geen wettelijke basis. Daar komt nog bij dat de FPK voordat de maatregel werd opgelegd al te kennen had gegeven dat zij [eiser] niet opnieuw wilde opnemen.

Van de zijde van [eiser] is nog gesuggereerd dat tussen hem en de FPK aan behandelovereenkomst zou bestaan. Daarvan is echter in het geheel niet gebleken. [eiser] heeft erkend dat hij de behandeling bij de FPK voortijdig heeft beëindigd. Gesteld noch gebleken is dat partijen nadien zijn overeengekomen dat hij wederom in de FPK zou worden opgenomen. Sterker nog, vaststaat dat de FPK zich daartegen steeds heeft verzet.

De vordering moet derhalve worden afgewezen.

4.5. Ten overvloede moet het de voorzieningenrechter van het hart dat [eiser] naar zijn oordeel terecht stelt dat wel een heel onbevredigende situatie is ontstaan. Deskundigen zijn van mening dat, gezien de aard van de problematiek van [eiser], de FPK de meest geschikte behandelplek is. In feite ontkent de FPK dat ook niet. Niettemin weigert de FPK [eiser] op te nemen vanwege aan zijn persoon verbonden eigenschappen die juist inherent lijken aan de problematiek waarvoor hij zou moeten worden behandeld.

4.6. Hoewel ook de vordering tegen de staat moet worden afgewezen, zal [eiser] in dat

verband niet in de proceskosten worden veroordeeld.

[eiser] is de dupe is geworden van een uiterst ongelukkige samenloop van omstandigheden, doordat er voorafgaande aan het strafvonnis kennelijk onvoldoende afstemming heeft plaatsgevonden tussen de diverse instanties. Daarom wordt het redelijk geacht dat de Staat, die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het strafvonnis, zijn eigen kosten zal

dragen.

4.7. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij wel worden veroordeeld in de proceskosten die de FPK heeft gemaakt, bestaande uit

- vast recht € 254,00

- overige kosten 4,54

Totaal € 258,54

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af,

compenseert de kosten van deze procedure tussen [eiser] en de Staat, in die zin dat ieder van hen de eigen kosten draagt,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van de FPK tot op heden begroot op € 258,54,

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff op 25 april 2008.?