Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BD0491

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
19/830130-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te doden. De straf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen zal daarom aanmerkelijk lager uitvallen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

Niettemin zal de op te leggen straf van aanzienlijke duur zijn. Verdachte heeft, zoals hierboven reeds is overwogen, [slachtoffer 1] en haar vriendinnetje [slachtoffer 2], beiden nog maar negen jaar oud, gedrogeerd met GHB. Nadat beide meisjes, die tijdens het zwemmen door de uitwerking van het middel bewusteloos waren geraakt, uit het water waren gehaald, heeft verdachte ontucht gepleegd met [slachtoffer 2] door zijn penis tegen de mond van het bewusteloze meisje te duwen. De rechtbank rekent de verdachte dit zeer zwaar aan. De hoogte van de op te leggen vrijheidsstraf, die in hoge mate is ingegeven door dit schokkende feit, dient verdachte, die volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht voor zijn daden, ervan te doordringen dat dergelijk gedrag ten enenmale onaanvaardbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830130-07

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 april 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [plaats van detentie].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 11 september 2007, 23 november 2007, 12 februari 2008 en 18 april 2008.

De verdachte is verschenen ter terechtzitting van 18 april 2008 en werd bijgestaan door mr. L.S. Slinkman, advocaat te Hoogezand.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting van 18 april 2008 gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 03 juni 2007 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], een drankje met daarin GHB, althans een bewustzijns-verminderende stof heeft toegediend / laten toe dienen / laten drinken en/of (vervolgens) met die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] naar het water (bij het Zandgat) is gegaan en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (terwijl zij onder invoed waren van die GHB, althans die bewustzijnsbeinvloedende stof) in het water heeft laten gaan en/of toen verdachte hoorde/bemerkte dat die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] mogelijk onwel waren (terwijl zij in het water lagen) geen, althans onvoldoende aktie heeft ondernomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 03 juni 2007 in de gemeente Emmen, met [naam slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] 1997), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte

- zijn verdachtes tong in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht/

bewogen en/of

- zijn verdachtes penis in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht/

bewogen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 03 juni 2007 in de gemeente Emmen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het

- in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] duwen / brengen / bewegen van de tong van

verdachte en/of

- in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] duwen / brengen van de penis van verdachte

- het strelen / aanraken van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- het strelen / aanraken van de vagina van die [slachtoffer 2] en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- uit het toe dienen/laten drinken van een drankje met daarin GHB, althans een

bewustzijnsverminderende stof en/of

- uit het vast houden van / in bedwang houden van en/of toezicht houden op die

[slachtoffer 2] en/of

- uit het aanmerkelijke verschil in leeftijd en/of lichaamskracht tussen hem,

verdachte en die [slachtoffer 2] en/of

aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht

hij op of omstreeks 03 juni 2007 in de gemeente Emmen, met [slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] duwen / brengen / bewegen van de tong van

verdachte en/of

- in/tegen de mond van die [slachtoffer 2] duwen / brengen van de penis van verdachte

- het strelen / aanraken van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- het strelen / aanraken van de vagina van die [slachtoffer 2];

3.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 3 juni 2007 in de gemeente Emmen en/of in de gemeente Bunschoten, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad XTC pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA/MDMA, zijnde MDA/MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 3 juni 2007 in de gemeente Emmen en/of in de gemeente Bunschoten, althans in Nederland (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd en/of verstrekt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid GHB, (4-hydroxyboterzuur), zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 04 juni 2003 in de gemeente Coevorden opzettelijk brand heeft gesticht in een motorvoertuig, geparkeerd staande aan de Asch van Wijckstraat, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan een motorvoertuig (merk Suzuki) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor

- een of meer in die straat geparkeerde motorvoertuigen en/of

- een of meer in die straat staande woningen en/of

- een of meer in die straat bevindende bomen en/of planten, in elk geval

gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 04 juni 2003 in de gemeente Coevorden, opzettelijk en wederrechtelijk een motorvoertuig (merk Suzuki), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

6.

hij in of omstreeks 23 juli 2005 tot en met 25 juli 2005 in de gemeente Bunschoten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Amfass Verzekeringen / Delta Lloyd heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aangifte van diefstal gedaan van een motorvoertuig (Peugeot, kenteken [kenteken]) bij de politie te Baarn en/of

- formulieren van de verzekeringsmaatschappij ingevuld,

waardoor Delta Lloyd, althans een verzekeringsmaatschappij werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juli 2005 tot en met 25 juli 2005 in de gemeente Bunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) een of meer geschriften - verzekeringsformulieren -, welk(e) geschriften bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, hierin bestaande, dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) in strijd met de waarheid gegevens over een diefstal van zijn

motorvoertuig (Peugeot, kenteken [kenteken]) heeft ingevuld, wetende dat deze diefstal niet heeft plaats gevonden en/of een handtekening op dat geschrift heeft geplaatst, zulks(telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1., 2. primair en subsidiair en 5. primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

onder 1.:

aan verdachte is onder 1. tenlastegelegd dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opzettelijk heeft willen vermoorden. Met andere woorden: hij zou zich na kalm beraad en rustig overleg voorgenomen hebben om beide meisjes van het leven te beroven door hen met GHB te drogeren en daarna, terwijl zij bewusteloos waren, in het Zandgat te laten verdrinken.

Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat verdachte beide meisjes heeft gedrogeerd met GHB. Verdachte heeft enkele dagen vóór 3 juni 2007 namelijk GHB in Arnhem opgehaald. Hij had een fles met dit middel in de kruipruimte van zijn woning staan. Hij heeft beide meisjes vlak voor zij naar het Zandgat gingen cola laten drinken. Beiden vonden dat de cola vies smaakte. Vervolgens is verdachte met de beide meisjes naar het Zandgat gegaan. In het water werden beiden onwel. In hun bloed werd GHB aangetroffen. Uit het dossier is niet gebleken dat de meisjes tussen het drinken van de cola en het onwel worden in het Zandgat iets anders hebben gegeten of gedronken dat het GHB in hun bloed zou kunnen verklaren.

Uit het dossier is echter niet af te leiden dat verdachte de meisjes wilde doden. Hij heeft dit ook van aanvang af ontkend. Hij wilde waarschijnlijk, hoewel verdachte ook dit ontkent, seks met hen hebben terwijl zij buiten bewustzijn waren. Of misschien wilde hij experimenteren met GHB. Bij de dood van de meisjes had hij naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval geen belang. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte zich op enig moment heeft voorgenomen de meisjes te doden.

Het tenlastegelegde houdt, naast poging tot moord, ook poging tot doodslag in. Doodslag is opzettelijk een ander doden. Hierboven heeft de rechtbank aangegeven dat verdachte bij de dood van de meisjes geen belang had. Hoe kan hij hen dan toch opzettelijk hebben willen doden? Dat zou op zijn minst moeten betekenen dat verdachte wist dat het toedienen van GHB in combinatie met zwemmen dodelijk zou kunnen zijn en dat hij dit als het ware op de koop toe nam. Hij zou zich dan, zoals dat heet, willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat door zijn handelen de meisjes zouden kunnen verdrinken en deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard hebben.

De rechtbank acht opzet op de dood niet bewezen; ook niet als voorwaardelijk opzet. Verdachte wilde immers dat de meisjes in leven zouden blijven omdat hij kennelijk onoirbare bedoelingen met hen had. Hij kan naar het oordeel van de rechtbank de, al dan niet aanmerkelijke, kans op hun dood daarom niet bewust hebben aanvaard.

Tenslotte is tenlastegelegd dat verdachte geen of onvoldoende actie heeft ondernomen om beide meisjes van een dreigende verdrinkingsdood te redden. Afgezien van het feit dat deze omschrijving eerder past bij dood door schuld - door nalatigheid -, acht de rechtbank ook dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen. Verdachte heeft [getuige] volgens diens eigen verklaring immers opdracht gegeven de meisjes uit het water te halen (pag. 644); verdachte heeft geholpen de meisjes uit het water te dragen (pag. 649), hij heeft de meisjes op een handdoek gelegd en heeft [slachtoffer 1] mond-op-mondbeademing gegeven (pag. 634/635). Op de vraag van de verbalisante hoe verdachte dat deed, ademt [getuige] in en blaast hij lucht uit.

De rechtbank vindt daarom dat niet kan worden gezegd dat verdachte geen of onvoldoende actie heeft ondernomen toen hem duidelijk werd dat de meisjes in het water onwel waren geworden.

Nu verdachte niet anderszins een strafrechtelijk verwijt is gemaakt dient hij van het onder 1. tenlastegelegde feitencomplex in zijn geheel te worden vrijgesproken.

onder 2. primair:

de rechtbank acht niet wettig bewezen dat verdachte het lichaam van [slachtoffer 2] seksueel is binnengedrongen.

De verklaring van [getuige] (pag. 634/635) impliceert dat verdachte [slachtoffer 2] mond-op-mondbeademing heeft gegeven, hetgeen door [getuige 2] ten onrechte voor het geven van een tongzoen kan zijn aangezien (pag. 615) en uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat verdachte zijn penis bij of tegen [slachtoffer 2] mond hield en niet in haar mond deed (pag. 615).

Nu verdachte beide tenlastegelegde handelingen ontkent en nader bewijs ontbreekt, moet verdachte van dit onderdeel van het onder 2. tenlastegelegde worden vrijgesproken.

onder 2. subsidiair:

de rechtbank acht niet wettig bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft gedwongen een of meer ontuchtige handelingen te dulden. Zij verkeerde immers in een staat van bewusteloosheid. Iemand die bewusteloos is kan niet worden gedwongen iets te dulden.

Ook van dit onderdeel van het onder 2. tenlastegelegde moet verdachte dus worden vrijgesproken.

onder 5. primair en subsidiair:

tenlastegelegd is dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht in een auto door (open) vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof.

In het dossier ontbreekt een technisch verslag van de vermoedelijke oorzaak van de brand.

Aangever merkt weliswaar op dat de politie uitging van brandstichting omdat de brand in de cabine is begonnen en niet onder de motorkap en dat de brand is gesticht met behulp van aanmaakblokjes omdat in die tijd in de buurt veel brandjes zijn gesticht met behulp van aanmaakblokjes, maar dit is onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs van het tenlastegelegde te komen.

Nu verdachte het hem onder 5. tenlastegelegde ontkent en nader bewijs omtrent de wijze waarop de brand zou zijn gesticht, ontbreekt moet verdachte van dit feit op de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2. meer subsidiair, 3., 4. en 6. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 03 juni 2007 in de gemeente Emmen, met [slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid verkeerde, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit het tegen de mond van die [slachtoffer 2] duwen van de penis van verdachte;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 mei 2006 tot en met 3 juni 2007 in Nederland telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA/MDMA, zijnde MDA/MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 december 2006 tot en met 3 juni 2007 in Nederland telkens opzettelijk heeft verwerkt en/of verstrekt een hoeveelheid GHB, (4-hydroxyboterzuur), zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij in de periode van 23 juli 2005 tot en met 25 juli 2005 in de gemeente Bunschoten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, Delta Lloyd heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- aangifte van diefstal gedaan van een motorvoertuig (Peugeot, kenteken [kenteken]) bij de politie te Baarn en

- formulieren van de verzekeringsmaatschappij ingevuld,

waardoor Delta Lloyd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

hij in de periode van 23 juli 2005 tot en met 25 juli 2005 in de gemeente Bunschoten-Spakenburg, tezamen en in vereniging met een ander, een geschrift -verzekeringsformulier-, welk geschrift bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, hierin bestaande, dat verdachte en zijn mededader in strijd met de waarheid gegevens over een diefstal van zijn motorvoertuig (Peugeot, kenteken [kenteken]) heeft ingevuld, wetende dat deze diefstal niet heeft plaats gevonden en een handtekening op dat geschrift heeft geplaatst, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschriften zijn uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 2. meer subsidiair, 3., 4. en 6. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 2. meer subsidiair:

met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid verkeert, buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3.:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B. van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

onder 4.:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B. van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet;

onder 6.:

medeplegen van oplichting,

strafbaar gesteld bij artikel 326 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en

medeplegen van valsheid in geschrift,

strafbaar gesteld bij artikel 225 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een multidisciplinair rapport d.d. 12 maart 2008, opgemaakt door A.G.S. de Ranitz, psychiater, en P.A.E.M.T. Cremers, psycholoog, beiden als vast gerechtelijk deskundige verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

vanwege betrokkenes weigering volledig aan het onderzoek mee te werken, heeft een volledig gedragskundig onderzoek van betrokkene niet kunnen plaatsvinden. Op basis van de observaties en beschikbare informatie zijn er geen aanwijzingen voor een ernstige psychiatrische ziekte. Psychiatrische stoornissen in engere zin, zoals een autistiforme, psychotische of stemmingsstoornis, konden worden uitgesloten. Antisociale, narcistische en theatrale trekken zijn in de persoonlijkheid in sterke mate aanwezig, maar aan de criteria voor een diagnose persoonlijkheidsstoornis wordt onvoldoende voldaan. Een persoonlijkheidsstoornis kan hierdoor niet aangetoond of uitgesloten worden. Het is niet mogelijk de vraag te beantwoorden of er bij betrokkene, in het bijzonder ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten, sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde volledig aan de verdachte moet worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie mr. J. Hoekman, luidende: negen jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest ten aanzien van het onder 1., 2. primair, 3., 4., 5. primair en 6. tenlastegelegde, toewijzing van de civiele vorderingen tot de gevorderde bedragen, tevens in de vorm van schadevergoedingsmaatregelen, en onttrekking aan het verkeer of teruggave aan de beslagene van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting met betrekking tot het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B. van de Opiumwet gegeven verbod, en het gegeven dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te doden. De straf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen zal daarom aanmerkelijk lager uitvallen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

Niettemin zal de op te leggen straf van aanzienlijke duur zijn. Verdachte heeft, zoals hierboven reeds is overwogen, [slachtoffer 1] en haar vriendinnetje [slachtoffer 2], beiden nog maar negen jaar oud, gedrogeerd met GHB. Nadat beide meisjes, die tijdens het zwemmen door de uitwerking van het middel bewusteloos waren geraakt, uit het water waren gehaald, heeft verdachte ontucht gepleegd met [slachtoffer 2] door zijn penis tegen de mond van het bewusteloze meisje te duwen. De rechtbank rekent de verdachte dit zeer zwaar aan. De hoogte van de op te leggen vrijheidsstraf, die in hoge mate is ingegeven door dit schokkende feit, dient verdachte, die volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht voor zijn daden, ervan te doordringen dat dergelijk gedrag ten enenmale onaanvaardbaar is.

De rechtbank heeft voorts bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de overtredingen van de Opiumwet en het gemak waarmee verdachte valselijk een schadeformulier heeft opgemaakt en een verzekeringsmaatschappij heeft opgelicht.

Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer

De rechtbank acht het hierna te vermelden in beslag genomen voorwerp vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met behulp van dit voorwerp het onder 2. meer subsidiair bewezen verklaarde feit is begaan en voorbereid en dit voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.

BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij en slachtoffer 1]

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan, te weten feit 1. op de tenlastelegging, niet bewezen. Nu de schade uitsluitend is gevorderd met betrekking tot dit feit, [slachtoffer 1] is immers niet seksueel misbruikt, zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ [benadeelde partij en slachtoffer 2]

De immateriële schade van € 1500,--, gevorderd ten aanzien van seksueel misbruik onder invloed van GHB, is gebaseerd op een uitspraak van rechtbank Dordrecht van 22 mei 2007. Het ging hierbij om een slachtoffer dat in een staat van verminderd bewustzijn seksueel was misbruikt. De materiële schade bedraagt € 25,-- (daggeld-vergoeding ziekenhuis: één nacht x € 25,--).

De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 2. meer subsidiair bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 2. meer subsidiair bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f, 55, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1., 2. primair en subsidiair en 5. primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 2. meer subsidiair, 3., 4. en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2. meer subsidiair, 3., 4. en 6 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer het navolgende in beslag genomen voorwerp:

- een fles met blauwe dop met transparante vloeistof.

De rechtbank gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- een plastic petfles,

- vijf blikjes bier en

- twee blikjes energiedrank.

De rechtbank gelast de teruggave aan de beslagene van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- een cd-rom in kunststof hoes,

- een dvd,

- een aanbiedingsbrief met betrekking tot bestanden gegevensdrager,

- twee deels gevulde petflessen,

- drie lege petflessen Cola,

- zes kamagra pillen,

- een pagina uit een paspoort ten name van [betrokkene],

- gelinieerd papier met adressen en telefoonnummers,

- gelinieerd papier met opschrift,

- een blauwe diskette met opschrift "hond 2003",

- een diskette in een wit papieren hoesje met opschrift "Your Photo on disc",

- twee videobanden,

- drie dvd's,

- een goudkleurige cd-rom Imitation en

- een zilverkleurige cd-rom.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij en slachtoffer 1] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte bij wijze van voorschot tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij en slachtoffer 2] van de som van € 1525,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag van € 1525,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door dertig dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. H. de Wit en mr. H.K. Elzinga, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 april 2008. Mr. Elzinga is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.