Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BC6711

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
63892 - HA ZA 07-614
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Claim in verband met ongeval.

1. Verpliching van claimant om de waarheid te spreken tegeover de verzekeraar van de schadeveroorzaker en om het medisch dossier ter beschikking te stellen aan de medisch adviseur van de verzekeraar.

2. Vraag of de verzekeraar tracht door onredelijke eisen en vertragingstactiek onder de claim uit te komen.

3. Veroordeling tot terugbetaling van de door de verzekeraar betaalde voorschotten. Claimant heeft onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de verzekeraar.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2008, 64
JA 2008/99 met annotatie van A.J. Van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 63892 / HA ZA 07-614

Vonnis van 27 februari 2008

in de zaak van

[EISERES IN CONVENTIE, GEDAAGDE IN RECONVENTIE],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. M.G. Doornbos,

toegevoegd advocaat mr. M.G. van der Vliet-Blokziel te Almere,

tegen

de naamloze vennootschap

UNIGARANT N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. H.J. de Ruijter,

advocaat mr. M.R. Lauxtermann.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en Unigarant genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2007, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd;

- het proces-verbaal van comparitie van 22 januari 2008

- de conclusie van antwoord in reconventie met producties van 22 januari 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de niet of onvoldoende weersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit geding tussen partijen het volgende vast:

a. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is op 31 december 1999 betrokken geweest bij een aanrijding terwijl zij als passagier in een auto zat. De aanrijding werd veroorzaakt door een verzekerde van Unigarant, [verzekerde].

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft mr. M.G. van der Vliet-Blokziel ingeschakeld. Deze heeft op

15 februari 2000 [verzekerde] aansprakelijk gesteld voor door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] opgelopen letsel.

b. [verzekerde] heeft de schadeclaim van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] doorgeleid naar Unigarant. Deze heeft aansprakelijkheid voor het gedrag van [verzekerde] erkend en heeft de claim in behandeling genomen en daarbij CED Claim Services B.V. ingeschakeld.

Mr. Blokziel heeft Unigarant bij brief van 29 mei 2000 een beeld geschetst van grote inkomensschade als gevolg van het ongeval (‘een enorm verlies aan verdienvermogen’). Zij heeft gevraagd om ‘een aanzienlijk voorschot, waarbij ik denk aan ƒ 50.000’. Te storten op een rekening van haar kantoor.

c. CED achtte het noodzakelijk om te beschikken over nadere gegevens van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] teneinde haar claim te kunnen verifiëren en over het voorschot te beslissen. Mr. Blokziel heeft hiermee ingestemd. Daarop heeft CED het bureau Van Dalen en Van der Eijck ingeschakeld met een gerichte vraagstelling. Bij die vraagstelling is vermeld dat nog een beeld moest worden verkregen van het letsel, de klachten en de beperkingen. Daarmee was de medisch adviseur van Unigarant belast.

d. Mr. Blokziel heeft van haar kant de medisch adviseur H.M. Laane ingeschakeld (Barbertje Medical Consultancy B.V.).

Laane heeft een rapport vervaardigd op 7 maart 2000 en heeft dat aan mr. Blokziel toegezonden.

In dat rapport staat vermeld dat hij uitgaat van de volgende ongevalstoedracht: ‘Samen met haar partner is zij op oudejaarsdag zittend in de auto van achteren aangereden. De veroorzakende auto had een hoge snelheid (schatting tussen de

70 - 100 km/uur!), mede omdat de bestuurder bezig was met de radio en niet op het verkeer lette. De auto van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is total loss verklaard.’

Als medische voorgeschiedenis heeft hij genomen: ‘dat tot het moment van de aanrijding zij gezond was (alleen een appendectomie in de voorgeschiedenis), een arbeidsverleden had van 30 jaar werken zonder ziekteverzuim. Zij slikte geen medicijnen.’

e. CED heeft om aanvullende medische gegevens gevraagd.

Mr. Blokziel heeft stukken toegezonden in gesloten couvert ten behoeve van de medisch adviseur van Unigarant (brief van 30 januari 2001). Zij heeft vermeld dat volgens Laane een eindtoestand was bereikt en dat het tijd was voor een expertise.

Zij heeft verder aangedrongen op een ‘aanzienlijk voorschot’.

f. Op 4 mei 2001 heeft mr. Blokziel Unigarant bericht dat een voorschot van

ƒ 10.000 was ontvangen en dat dit te laag is. Zij heeft een voorschot van

ƒ 61.975,88 geëist. Zou dit niet worden betaald dan ‘bericht ik u dat ik opdracht heb gekregen van mijn cliënte om bij een negatieve reactie de President van de bevoegde rechtbank te verzoeken het voorschot in rechte veilig te stellen, voor de kosten waarvan de verzekeringsmaatschappij aansprakelijk wordt gehouden’.

Laane heeft nog een brief geschreven op 4 augustus 2001 met de volgende passages:

‘Ik heb mij verbaasd over de inhoud van het schrijven van CED personenschade en wel t.a.v. het traject van de medische onderbouwing..

Er zijn rapporten van VU, van de huisarts en van de psycholoog. Ik verwijs nogmaals naar mijn schrijven van 26 januari 2001, dus meer dan een half jaar geleden en ik citeer uit mijn brief het volgende: Samenvattend: er is sprake van een ernstig post-Whilash syndroom, waar 13 maanden na het ongeval in feiten geen verbetering is opgetreden.

Thans tijd om nadere medische expertise te entameren. ..

Ik heb dus al een half jaar geleden aangedrongen op nadere medische expertise.

CED opnieuw benaderd moeten worden voor het m.i. inschakelen van een neuroloog als expertiseur.’

Bij brief van 9 augustus 2001 heeft hij daaraan toegevoegd:

‘Uit de informatie van de huisarts wordt duidelijk dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor de aanrijding:

1. nooit klachten heeft gehad van het bewegingsapparaat;

2. dat er nooit sprake was van psychosociale problematiek.’

Unigarant heeft uiteindelijk voorschotten betaald tot een bedrag van € 30.874,04. Het eerste voorschot was al betaald drie maanden na ontvangst van de claim.

g. In september 2001 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) aangevraagd.

h. Op 6 mei 2002 heeft CED aan mr. Blokziel geschreven dat het nog de vraag is of de verzamelde medische gegevens afdoende zijn, dat niet duidelijk is of er nog een behandeling loopt, dat er een WAZ-beoordeling is geweest maar dat de gegevens daarvan ontbreken, dat hulp in de huishouding voorliggende voorzieningen kent, dat er een voorlopig rapport is van Van Dalen & Van der Eijck maar dat dit incompleet is doordat financiële stukken ontbreken, dat ook de jaarstukken 1996 tot en met 2001 ontbreken van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gerunde onderneming [bedrijf van eiseres in conventie, verweerster in reconventie] evenals de belastingaangiften van die jaren, dat het verdere arbeidsverleden en de opleiding onbekend zijn, dat een schadestaat ontbreekt, dat betaalbewijzen ontbreken, dat kosten van verstrekking van medische gegevens voor rekening van CED kunnen worden gebracht, dat bericht wordt verwacht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en dat Unigarant is geadviseerd om nogmaals onverplicht een voorschot te verstrekken.

i. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft op dit verzoek gereageerd met een aankondiging van een kort geding omdat het volgens haar niet lukt om gegevens van haar boekhouder te verkrijgen omdat deze geen werk voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wil verrichten (brief

mr. Blokziel van 13 mei 2002). Unigarant heeft daarop actie ondernomen door haar advocaat. Deze heeft mr. Blokziel confraterneel aangeschreven en een voorschot van € 10.000,00 toegezegd op voorwaarde dat het overleg zou worden hervat. Dat heeft gewerkt en het overleg is hervat. Toen echter Unigarant ondanks het overleg naar haar inzicht nog steeds niet beschikte (door tussenkomst van CED) over voldoende gegevens om de claim te kunnen beoordelen, heeft zij bij schrijven van 9 september 2004 het overleg afgebroken.

Enige tijd daarvoor, op 11 mei 2004, had de medisch adviseur van Unigarant geconcludeerd:

‘Er zijn wat verzekeringsgeneeskundige stukken aangeleverd maar die blijken niet volledig te zijn. Een rapport van de verzekeringsarts van 16-10-1991 is niet beschikbaar gekomen.

Het verzekeringsgeneeskundige rapport uit het medisch dossier, waar medisch inhoudelijke zaken in vermeld worden, is niet beschikbaar. .. Verwijzend naar mijn advies van 21-10-2003 ontbreekt er nog veel medische informatie. Een zorgvuldige beoordeling is dus nog niet mogelijk.’

j. Op 6 december 2007 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de dagvaarding doen uitbrengen die tot het onderhavige geding heeft geleid.

k. Onder de overgelegde stukken bevindt zich een rapport van de verzekeringsarts van het GAK, M. Slebioda, van 21 augustus 1997. Dit rapport is door mr. Blokziel aan Unigarant beschikbaar gesteld.

De rubriek werkzaamheden/beroep is niet ingevuld, en ook is niet ingevuld wie de behandelend specialist is. Het vermeldt verder dat uit het verzekeringsgeneeskundig dossier blijkt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] eerder een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend (25-35 ao) en dat in het verzekeringsgeneeskundig rapport van 16 oktober 1991 is genoteerd dat dit toen geschiedde op grondslag van een status na depressie en hypertensie. Verder vermeldt Slebioda dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bekend is met migraine, dat zij reeds enkele jaren wisselend last heeft van opvliegers en prikkelbaarheid, dat zij hoge bloeddruk heeft, dat ze een nulurencontract als gastvrouw heeft en zo nu en dan werkt maar zich verder bezighoudt met het huishouden en dat ze van plan is om binnenkort kip te gaan verkopen. Zij concludeert dat er nog steeds arbeidsbeperkingen zijn en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is aangewezen op in fysiek en in psychisch opzicht niet al te zwaar werk.

l. Verder bevindt zich onder de stukken een rapport van het Kennemer Gasthuis dat is opgemaakt op de dag van het ongeval. Het vermeldt dat er geen afwijkingen zijn vastgesteld. Wel zijn er ‘myogene klachten’ (klagen ove pijn). Geadviseerd is naar huis te gaan, warmte toe te voegen, een halskraag te nemen, en zo nodig een pijnstiller.

Ook is er een rapport van het VU-ziekenhuis van 19 april 2001 waarin is vermeld dat er geen afwijkingen zijn vastgesteld, dat de pijnklachten met het ongeval te maken zouden kunnen hebben en dat het verstandig is om fysiotherapie te nemen.

3. De vordering in conventie

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Unigarant zal veroordelen tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van een bedrag van

€ 440.000,00, uit hoofde van schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, althans Unigarant zal veroordelen tot betaling van een bedrag, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Unigarant in de kosten van deze procedure, het salaris van de procureur daaronder begrepen, vermeerderd met een voorwaardelijke veroordeling tot voldoening van het nasalaris procureur (€ 131,00 zonder betekening en € 205,00 met betekening), vermeerderd met de wettelijke rente over de volledige proceskosten, indien niet binnen veertien (14) dagen na dagtekening van het vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden.

4. Beoordeling in de conventie

4.1. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] grondt haar vorderingen op de stelling dat zij inkomensschade lijdt als gevolg van de aanrijding en dat die schade zonder die aanrijding niet opgetreden zou zijn. Zij was toen eigenares van een franchiseketen met vier vestigingen onder de naam ‘[bedrijf van eiseres in conventie, verweerster in reconventie]’. Op 1 januari 2000 zou nog een vijfde vestiging worden geopend. Door het ongeval, waarbij zij een ernstig (post) whiplashsyndroom opliep, is dit een fiasco geworden met aanzienlijke schade. Haar bedrijf heeft ook overigens aanzienlijke schade opgelopen zoals blijkt uit de rapporten van de door Unigarant ingeschakelde expert

Van Daalen & Van der Eijck en van de accountant van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Dit als gevolg van het feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door haar syndroom niet in staat is geweest om de keten overeind te houden. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is dan ook volledig afgekeurd door een arts van (toen) het GAK.

Daarnaast is er aanzienlijke materiële en immateriële schade.

Na het afbreken van de onderhandelingen heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zelf nog een expert ingeschakeld (het Groot Expertisebureau) die rekening heeft gehouden met de voorliggende rapporten. Uit het rapport van die expert blijkt van de schade.

In 2007 is een eindtoestand bereikt.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verwijt Unigarant dat deze voormelde rapporten niet wil doen volgen door verzilvering van haar claim. Dat is in strijd met de afspraak om te laten rapporteren door Van Daalen & Van der Eijck, terwijl [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nu wel voldoende geduld heeft betracht en geen verdere medische expertise meer hoeft te ondergaan zoals Unigarant wil.

4.2. Unigarant bestrijdt dat is komen vast te staan dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als gevolg van de aanrijding letsel heeft overgehouden, dat dit ernstig is en dat zij daardoor aanzienlijke schade heeft geleden.

Unigarant wijst er onder meer op dat uit de stukken blijkt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] al voor het ongeval klachten had, dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ondanks herhaalde en redelijke verzoeken niet is overgegaan tot beschikbaarstelling van haar volledige medische dossier en dat het daardoor (voor de medisch adviseur) niet mogelijk is geweest om haar claim goed te beoordelen. Niet Unigarant maar [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] draagt de bewijslast. Voor zover zij bewijsmiddelen heeft bijgebracht leveren die naar het oordeel van Unigarant niet het van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te verlangen bewijs. De rechtbank zou dit niet moeten ondervangen door een deskundige in te schakelen.

4.3. Partijen verschillen op vele punten van mening.

Uiteindelijk is het zo geweest dat Unigarant niet bereid is geweest tot honorering van de claim van Unigarant omdat zij het niet eens konden worden over het antwoord op de vraag welke medische gevolgen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft ondervonden als gevolg van de aanrijding.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gaat er van uit dat Unigarant als uitgangspunt moet nemen dat:

- zij op het moment van de aanrijding volledig gezond was

- geen arbeidsbeperkingen had

- door de aanrijding een ‘ernstig post-Whilash syndroom’ heeft opgelopen

- als gevolg waarvan zij volledig arbeidsongeschikt is geworden en zelfs niet meer in staat is om haar huishouden te doen (hulp in de huishouding nodig heeft).

4.4. Unigarant stelt terecht dat op [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in deze de stel- en bewijsplicht rust, ook in de fase van onderzoek en onderhandelingen.

Nu is het niet zo dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (dan) alles moet bewijzen wat Unigarant verlangt. Ook is het niet zo dat Unigarant de bewijspositie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet mag aanwenden, of althans er toe mag laten leiden, dat het alleen al daardoor niet tot betaling komt. Vertraagde of langzame besluitvorming kan daarbij een rol spelen en verdraagt zich niet met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer geboden is.

Hetgeen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de dagvaarding stelt over ‘het genoeg geduld hebben betracht’ komt er op neer dat Unigarant zich hier wel schuldig aan heeft gemaakt. Ter zitting heeft zij daar nog een schepje bovenop gedaan: ’[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is van mening dat Unigarant geen middel ongebruikt laat om onder haar betalingsverplichting uit te komen, zoals helaas vaak de houding is van vele verzekeringsmaatschappijen.’

Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] leidt dat er toe dat Unigarant nu gebonden moet worden geacht aan de uitgangspunten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], die volgens haar steun vinden in de door haar overgelegde stukken.

4.5. Uit geen van die stukken, in samenhang met het tijdverloop tussen de verschillende stukken, blijkt dat Unigarant niet voortvarend heeft gereageerd op stukken die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] inbracht of standpunten die zij formuleerde.

Integendeel lijkt het veleer [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] die tijd heeft laten verlopen. Het meest pregnante voorbeeld daarvan is dat Unigarant op 9 september 2004 te kennen geeft de claim niet te kunnen honoreren en dat pas 39 maanden later de dagvaarding wordt uitgebracht met de stelling dat nu lang genoeg is gewacht. Gevraagd naar deze gang van zaken kon [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de rechtbank geen andere verklaring voor dit tijdverloop geven dan dat ‘er veel confraternele correspondentie is’; daarmee ieder debat en iedere controle op de juistheid van deze mededeling onmogelijk makend nu tegelijkertijd die correspondentie niet is overgelegd (respectering van die beginselen ligt aan onder meer artikel 19 en 85 Rv ten grondslag).

4.6. Ook blijkt uit die stukken niet dat Unigarant getracht heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op te zadelen met bewijs buiten hetgeen op dit punt redelijkerwijs van haar kon worden verlangd. Overlegging van haar medisch dossier (in gesloten couvert) aan de medisch adviseur van Unigarant mocht zeker van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] worden verlangd. In het algemeen, en zeker hier waar er duidelijke aanwijzingen waren dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet de waarheid vertelde, althans dat haar adviseur Laane daarmee een loopje nam (bewust en/of ondeskundig).

Daargelaten de juistheid van het standpunt dat [verzekerde] met 70 tot 100 km per uur op de auto van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] botste (ook daarvan blijkt niets uit de stukken), was het in ieder geval strijdig met de waarheid om Unigarant het beeld voor te spiegelen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voorafgaande aan de aanrijding ‘gezond was (alleen een appendectomie in de voorgeschiedenis) en een arbeidsverleden had van 30 jaar werken zonder ziekteverzuim’. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ontving integendeel toen langdurig arbeidsongeschiktheidsuitkering (naar de rechtbank aanneemt: op grond van de WAO) en hield zich jarenlang bezig met haar huishouding, op wat invalwerk na.

Deze voor Unigarant kenbare onwaarheden vormden meer dan genoeg aanleiding om de claim van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zeer kritisch te benaderen. Zeker nu deze werd gegrond op een omstreden diagnose (post-whiplash-syndroom), die uitsluitend door Laane werd gesteld (Kennemer Gasthuis en VU kwamen tot andere bevindingen), terwijl Laane werd betaald uit voorschotten die bij Unigarant werden opgehaald.

4.7. De rechtbank verwerpt dus standpunt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat Unigarant gebonden is aan hetgeen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt.

4.8. Hoewel niet duidelijk geformuleerd leidt de rechtbank uit de dagvaarding af dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich ook op het standpunt stelt dat uit de vaststaande feiten volgt dat de claim van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gegrond is. Daarbij geldt dan dat het letsel en de gevolgen daarvan blijken uit de rapporten van Laane, het Kennemer Gasthuis en het VU en uit het feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] volledig is afgekeurd voor de WAZ.

De rechtbank verwerpt dit standpunt en verwijst naar hetgeen zij hierover zojuist heeft overwogen. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat duidelijk is dat de medische voorgeschiedenis van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet volledig bekend is geworden en dat dit aan toedoen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is te wijten. Zij heeft recht op haar medisch dossier, zoals zij ter zitting van de rechtbank desgevraagd heeft erkend, en had dit dus kunnen en moeten inbrengen om de rechtbank te overtuigen van de juistheid van haar standpunt. Dat zij dit niet kon en kan doen omdat er ‘tegenwerking van behandelaars was’ blijkt nergens uit, en dat zij wel een kort geding heeft overwogen om de stukken te bemachtigen blijkt evenmin. Dat zij uiteindelijk ‘niet voelde voor een kort geding’ komt voor haar rekening en niet voor die van Unigarant; die nimmer is benaderd dat hier een probleem voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] lag.

De rechtbank tekent hier nog bij aan dat veelzeggend is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter zitting eerst stelde dat zij wel degelijk haar medische voorgeschiedenis volledig bekend had en heeft gemaakt en dat zij, op een vraag van de rechtbank, stelde dat dit bijvoorbeeld gold voor het rapport van de verzekeringsarts van 16 oktober 1991 (dat informatie over haar arbeidsbeperkingen bevat), maar dat zij bij doorvragen en het doornemen van het dossier moest erkennen dat dit strijdig met de waarheid was. Noch de rechtbank, noch Unigarant heeft inzicht in dit stuk gekregen.

4.9. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat ten gevolge van het ongeval een wijziging in de gezondheidstoestand van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is opgetreden, die in vergelijking tot de situatie vóór het ongeval een situatie heeft doen ontstaan en voortduren, waarin [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] schade lijdt als gevolg van een verlies aan verdienvermogen en ander verlies.

Nu de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] slechts toewijsbaar zijn indien dat wel het geval is, dienen deze te worden afgewezen.

4.10. De vorderingen in conventie worden afgewezen en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van de conventie. De kosten aan de zijde van Unigarant worden begroot op:

- vast recht € 4.732,00

- overige kosten 11,34

- salaris procureur 5.160,00 (2,0 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 9.903,34.

5. De vordering in reconventie

Unigarant vordert dat de rechtbank [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeelt tot terugbetaling van de voorschotten tot het bedrag van € 30.874,04, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

1 juli 2002.

6. Beoordeling in de reconventie

6.1. De rechtbank roept in herinnering dat Unigarant ter zitting te kennen heeft gegeven bereid te zijn een regeling te treffen waarbij het mogelijk was dat de voorschotten niet hoefden te worden terugbetaald nadat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] had meegedeeld niet in staat te zijn de voorschotten terug te betalen, maar dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] er na overleg met mr. Blokziel voor heeft gekozen het vonnis van de rechtbank af te wachten.

6.2. Unigarant grondt de vordering op onrechtmatige daad en zo nodig op onverschuldigde betaling. Zij onderbouwt dit als volgt:

‘Unigarant heeft aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een bedrag van € 30.874,04 betaald. Deze betalingen hielden verband met het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gestelde letsel. Unigarant heeft van begin 2000 tot midden 2004 onophoudelijk gevraagd om medische informatie waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door de aanrijding de door haar genoemde arbeidsbeperkingen ondervind. Hoewel op dit punt al diverse malen toezeggingen zijn gedaan en afspraken zijn gemaakt, is Unigarant de afgelopen zes, bijna zeven jaar op dit punt niets opgeschoten. Voor zover Unigarant dan de beschikking kreeg over medische informatie, ging het blijkbaar om informatie die was gebaseerd op een onjuiste voorstelling van zaken ten aanzien van de medische voorgeschiedenis van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Unigarant verwijst naar hetgeen zij hiervoor heeft opgemerkt onder ‘(i en ii) Letsel en causaal verband’.

Waar het Unigarant (ook) in reconventie om gaat is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] Unigarant heeft bewogen tot betaling op grond van evident onjuiste medische informatie. Dit handelen, dat vanzelfsprekend aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is toe te rekenen, is onrechtmatig jegens Unigarant. De schade die Unigarant hierdoor lijdt bestaat niet alleen uit de hoge behandelkosten die zij hierdoor heeft moeten maken, maar ook uit de voorschotten die zij in verband hiermee heeft verstrekt.‘

6.3. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bestrijdt dat zij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Unigarant. Volgens haar heeft zij nimmer onjuiste informatie verstrekt of getracht Unigarant op het verkeerde been te zetten. Ook is zij de afspraken over gegevensverstrekking, die haar gemachtigde maakte, nagekomen.

6.4. De rechtbank acht het standpunt van Unigarant juist.

De rechtbank verwijst naar hetgeen zij in de conventie heeft overwogen over het schenden van de mededelingsplicht door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. Zij was gehouden de waarheid te spreken en heeft dat duidelijk niet gedaan, daarmee bewust onrechtmatig handelend tegenover Unigarant.

Voldoende aannemelijk is dat Unigarant niet tot betaling van enig voorschot zou zijn overgegaan als [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aanstonds openheid van zaken had gegeven. Toen Unigarant begon te twijfelen heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] evenmin openheid van zaken gegeven maar in plaats daarvan Unigarant gedreigd met het aanspannen van kort gedingen (brieven mr. Blokziel van 4 mei 2001 en van 13 mei 2002); aldus de druk onoirbaar opvoerend.

Nu er geen grond was voor de claim van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] was er ook geen grond tot bevoorschotting zodat Unigarant door niettemin te betalen schade heeft geleden. Die schade moet [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vergoeden.

6.5. Voor wat betreft de omvang van de schade geldt dat Unigarant deze heeft gespecificeerd door overlegging van het overzicht van de overboekingen. Die overboekingen zijn gedaan na de verzoeken van mr. Blokziel om ‘een aanzienlijk voorschot’ en na het maken van een afspraak om het overleg tussen de raadslieden weer te openen. Dat een deel van de betaling aan mr. Blokziel zelf ten goede is gekomen heeft niet tot gevolg dat dit deel geen schade is die door het onrechtmatig handelen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is ontstaan en aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is toe te rekenen.

Van betaling van een factuur voor geleverd werk, zoals mr. Blokziel suggereert, is geen sprake en van terugvordering van mr. Blokziel in plaats van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] evenmin. Wat niet wegneemt dat dit op zichzelf wellicht mogelijk is voor Unigarant als ook mr. Blokziel ten opzichte van Unigarant onrechtmatig zou blijken te hebben gehandeld.

Ten overvloede zij hierbij dan nog opgemerkt dat als mr. Blokziel meent dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet voor dat deel van de schade hoeft te staan, de conclusie moet zijn dat zij dat deel onmiddellijk moet vergoeden aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie].

6.6. Ook in de reconventie wordt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] veroordeeld in de kosten. De kosten aan de zijde van Unigarant worden begroot op:

- salaris procureur € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00).

BESLISSING

De rechtbank

in conventie

1. wijst de vorderingen af,

2. veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Unigarant N.V. tot op heden begroot op € 9.903,34,

in reconventie

3. veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om aan Unigarant N.V. te betalen een bedrag van € 30.874,04 (dertig duizendachthonderdvierenzeventig euro en vier eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 1 juli 2002 tot de dag van volledige betaling,

4. veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Unigarant N.V. tot op heden begroot op € 1.158,00,

in conventie en in reconventie

5. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 2, 3 en 4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.J. Lennaerts en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2008.?