Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BC4771

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
201935 - CV EXPL 07-1194
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurkoop. Beding in algemene voorwaarden niet in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen c.q. onredelijk bezwarend, juist nu de rechten van huurkoper t.a.v. het geleverde niet illusoir zijn geworden en de huurkoper zelf de leverancier van de goederen in gebreke kan stellen en eventueel tot ontbinding van de koopovereenkomst kan overgaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Emmen

zaak-/rolnummer: 201935 \ CV EXPL 07-1194

vonnis van de kantonrechter d.d. 23 januari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap DE LAGE LANDEN VENDORLEASE B.V.,

hierna te noemen: De Lage Landen,

gevestigd te Eindhoven,

eisende partij in conventie tevens gedaagde in reconventie,

gemachtigde: Tijhuis & Partners,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X],

hierna te noemen: [gedaagde],

gevestigd te [adres],

gedaagde partij in conventie tevens eiseres in reconventie,

gemachtigde: DAS Zakelijk.

De verdere procedure

Bij tussenvonnis van 17 oktober 2007 is een comparitie van partijen gelast. Deze is gehouden op 4 december 2007. Eiseres heeft zich daar doen vertegenwoordigen door [Y], debiteurenbeheerder, bijgestaan door mr. E.Been van Tijhuis & Partners.

Gedaagde is verschenen bij haar directeur [gedaagde], bijgestaan door Mr. Van Santen van DAS Zakelijk.

Vonnis is bepaald op heden.

De nadere beoordeling

In conventie

1. Ter comparitie heeft De Lage Landen aangegeven dat ook volgens haar sprake is van huurkoop. Voor de verdere onderbouwing van haar vordering heeft zij verwezen naar met name genoemde bepalingen uit de op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden.

2. [gedaagde] heeft onder verwijzing naar artt. 7: 1576 a jo, 1576 l BW en het bepaalde in art.3:40 BW, primair gesteld dat de voorwaarden nietig dan wel vernietigbaar zijn in verband met de dwingendrechtelijke bepalingen van huurkoop.

3. Met een beroep op de reflexwerking van de art. 7:236 en 237 BW op de algemene norm met betrekking tot algemene voorwaarden, neergelegd in ar. 7:633 sub a BW, heeft [gedaagde] per voorwaarde waar De Lage Landen zich op beroept, gemotiveerd aangegeven dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding. In verband hiermee heeft [gedaagde] tot vernietiging daarvan geconcludeerd.

4. Gelet op hetgeen ter comparitie aan de orde is geweest heeft de kantonrechter nader overwogen als volgt.

5. Ter comparitie is door [gedaagde] aangegeven dat vier van de negen geleverde ritregistratiesystemen niet naar behoren werkten. Dit is direct na levering gebleken en ook aan de leverancier [RV] en De Lage Landen meegedeeld. Toen bleek dat herstel niet binnen korte tijd kon plaatsvinden, heeft [gedaagde] de overeenkomst ontbonden.

6. De Lage Landen heeft vermeld dat [RV] wel direct herstel wilde plegen, maar [gedaagde] slechts toestond dit op een zondag te doen omdat op die dag de vrachtwagens niet en route waren. Toen uiteindelijk door de reparateur een afspraak kon worden gemaakt bleken alle negen ritregistratiesystemen al door [gedaagde] verwijderd te zijn en moesten door de monteur onder dwang worden meegenomen. De negen navigatiesystemen, die wel naar behoren functioneerden zijn door [gedaagde] behouden.

7. Het is voor de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van verzuim van De Lage Landen niet direct van belang in te gaan op het verweer met betrekking tot de dwingendrechtelijke bepalingen. Een overeenkomst kan eerst worden ontbonden, indien sprake is van verzuim. [gedaagde] heeft de overeenkomst ontbonden zonder dat dit het geval was. Voor het ontstaan van verzuim is immers een schriftelijke ingebrekestelling nodig waaruit blijkt wat de aard en omvang van de gestelde tekortkomingen is en waarin tevens een redelijke termijn voor herstel wordt gegeven. Nu geen verzuim is ontstaan heeft [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen niet op die grond kunnen staken. Ten overvloede kan nog worden overwogen dat zelfs indien er sprake zou zijn van verzuim, ontbinding van de overeenkomst als onevenredig moet worden aangemerkt gezien het feit dat slechts een deel van het geleverde niet naar behoren functioneerde.

8. De kantonrechter overweegt voorts ten overvloede dat de overeenkomst tussen partijen naar haar oordeel niet in strijd is met het gestelde in art. 7:1576 l BW. Daarin is bepaald dat voor de verkoper de verdere bepalingen als genoemd in de eerste, tweede en derde afdeling van titel 1 van boek 7 BW van toepassing zijn. De tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden zijn hiermee niet strijdig. Uit het bepaalde in art. 7: 1576 h, lid 3 BW blijkt dat onder huurkoop weliswaar ook moet worden verstaan de overeenkomst waarbij een derde, zoals De lage Landen als financier optreedt en dat deze derde de eigendom verwerft, maar daaruit vloeit niet voort dat deze dan ook als verkoper moet worden aangemerkt. De van toepassing zijnde algemene voorwaarden voorzien erin dat de rechten van koper/lessee niet illusoir worden, doordat De Lage Landen haar eventuele rechten tegenover verkoper/[RV] met betrekking tot gebreken in het geleverde heeft overgedragen aan [gedaagde]. Het is [gedaagde] die gerechtigd is verkoper/[RV] voor tijdens het gebruik gebleken tekortkomingen in gebreke te stellen en eventueel tot ontbinding van de koopovereenkomst over te gaan.

9. Met betrekking tot het beroep op het onredelijk bezwarend zijn van diverse bedingen in de algemene voorwaarden, overweegt de kantonrechter allereerst dat geen sprake is van een overeenkomst met een natuurlijk persoon. [gedaagde] is rechtspersoon en heeft de overeenkomst gesloten in het kader van de uitoefening van haar bedrijf. Het feit dat voor [gedaagde], anders dan namens haar wordt gesteld, rechtsmaatregelen mogelijk zijn jegens de door haar verkozen leverancier van de apparatuur, maakt dat de bedingen ook niet anderszins gezien haar belangen als onredelijk bezwarend kunnen worden aangemerkt.

10. Nu [gedaagde] haar rechten tegenover [RV] dient in te roepen, heeft zij reeds daarom niet het recht de betalingstermijnen jegens De Lage Landen op te schorten; de opschorting is immers bedoeld als prikkel tot nakoming.

11. Door zonder juridische grond niet aan haar betalingsverplichtingen jegens De Lage Landen te voldoen, is [gedaagde] in verzuim gekomen. Met [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat in verband met de dwingendrechtelijke bepalingen van de huurkoop, een ingebrekestelling is vereist om tot ontbinding te kunnen overgaan. Dit is gebeurd bij schrijven van De Lage Landen van 8 juni 2006 tegen 14 juni 2006; dit nadat aan [gedaagde] reeds ondermeer bij schrijven van 30 mei 2006 was bericht dat hij in verzuim zou geraken als [RV] niet in de gelegenheid zou worden gesteld de niet werkende systemen te herstellen.

12. [gedaagde] is in verzuim geraakt door de achterstallige termijnen niet te voldoen. Daarop heeft De Lage Landen de overeenkomst bij brief van 12 december 2006 kunnen ontbinden. Als gevolg daarvan moet de onderhavige vordering van achterstallige en toekomstige termijnen ad € 11.423,88 worden toegewezen. De hierover gevorderde contractuele rente van 1,5% per maand is op zichzelf niet betwist en kan als overigens iet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de datum waarop deze rente is gaan lopen, zijnde 10 januari 2007.

13. De Lage Landen heeft terecht opgemerkt dat zodra zij de betalingen van [gedaagde] heeft ontvangen, de apparatuur alsnog in eigendom aan [gedaagde] zal worden overgedragen

14. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. De vordering is door [gedaagde] van meet af aan “principieel” benaderd. Dat betekent dat in redelijkheid niet kon worden verwacht dat incassoactiviteiten zouden leiden tot verkrijging van voldoening buiten rechte.

15. [gedaagde] dient als de in conventie in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Nu de gevorderde kosten met betrekking tot het conservatoir beslag niet zijn benoemd of gespecificeerd, zullen deze hierbij buiten beschouwing worden gelaten.

In reconventie

1. Tegen de –vermeerderde- vordering met betrekking tot de opheffing van het gelegde conservatoir beslag heeft De Lage Landen zich niet verweerd. Zij heeft aangegeven dat zij ervoor zal zorgdragen dat het beslag wordt opgeheven. Omdat [gedaagde] heeft nagelaten de veroordeling vergezeld te laten gaan van een vordering tot verbeurdverklaring van een dwangsom, wordt het gezien de toezegging van De Lage Landen niet opportuun geacht een verklaring over de opheffing in het dictum op te nemen.

2. De overige vorderingen zijn geënt op of vloeien voort uit de ontbinding van de overeenkomst door [gedaagde]. Uit de overwegingen in conventie blijkt dat [gedaagde] ten onrechte tot ontbinding is overgegaan. Deze vorderingen dienen dan ook te worden afgewezen.

3. Gelet op de samenhang met het geding in conventie is er aanleiding de proceskosten te compenseren, zodat elke partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan De Lage Landen te betalen € 11.790,07 vermeerderd met de wettelijke rente over € 11.423,88 vanaf 19 maart 2007 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van De Lage Landen begroot op € 77,39 aan dagvaardingskosten, € 199,00 aan vast recht en € 750,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

Wijst het gevorderde af;

Compenseert de proceskosten, zodat elke partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.P. van Gastel en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2008.

typ/conc: 33/LG

coll: