Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BC3218

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
31-01-2008
Zaaknummer
19.830245/07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verbalisanten zien verdachte op 19 juni 2007 bij een kruising door rood licht rijden. Verbalisanten willen verbaliserend optreden en geven verdachte een stopteken. Verdachte negeert dat en gaat er met zeer hoge snelheid vandoor. Als de weg een bocht naar links maakt verliest verdachte de controle over de door hem bestuurde auto en belandt in de middenberm en botst dan vervolgens tegen een lantaarnpaal. Als verbalisanten verdachte aanspreken ruiken zij een alcohollucht. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte een zeer hoog promillage alcohol in zijn bloed had namelijk 1,77. Ook bleek verdachte de auto te hebben bestuurd terwijl hem bij rechterlijke uitspraak de rijbevoegdheid was ontzegd. Voorts bleek de auto niet verzekerd te zijn en was bovendien het kenteken geschorst.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wegenverkeerswet 1994 8
Wegenverkeerswet 1994 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/22 met annotatie van Boonstra
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830245-07

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 22 januari 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1978,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 08 januari 2008.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2007 in de gemeente Emmen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, (Hondsrugweg), zich zodanig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, aangezien hij,

onder invloed van alcoholhoudende drank heeft gereden over voornoemde weg, en/of gekomen bij de kruising van die weg met de weg, Westerstraat, een voor zijn rijbaan bestemd verkeerslicht, welke een rood licht uitstraalde, heeft genegeerd en die kruising is op gereden en/of overgestoken, en/of

(vervolgens) zijn snelheid heeft verhoogd tot ongeveer 140 kilometer per, althans tot een veel hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, en/of

(vervolgens) in een bocht naar links, de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft verloren, (mede) waardoor hij de rijbaan aan de linkerzijde heeft verlaten en/of in de middenberm van die Hondsrugweg is terechtgekomen, althans is gaan rijden, en/of (aldaar) met dat voertuig om zijn as is gedraaid/gespind en/of (vervolgens) tegen een in die middenberm aanwezige lantaarnpaal is gebotst, gereden, althans gegleden,

waardoor een ander (genaamd [naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een puntbloeding in de hersenen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, immers bleek het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8 tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,77 milligram, in elk geval hogen dan 0,5 milligram, alcohol per millimeter bloed te zijn;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

ter zake dat

hij op of omstreeks 19 juni 2007 in de gemeente Emmen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Hondsrugweg, gekomen bij de kruising van die weg met de weg, Westerstraat, een voor zijn rijbaan bestemd verkeerslicht, welke een rood licht uitstraalde, heeft genegeerd en die kruising is op gereden en/of overgestoken, en/of

(vervolgens) zijn snelheid heeft verhoogd tot ongeveer 140 kilometer per, althans tot een veel hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, en/of

(vervolgens) in een bocht naar links, de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft verloren, (mede) waardoor hij de rijbaan aan de linkerzijde heeft verlaten en/of in de middenberm van die Hondsrugweg is terechtgekomen, althans is gaan rijden, en/of (aldaar) met dat voertuig om zijn as is gedraaid/gespind en/of (vervolgens) tegen een in die middenberm aanwezige lantaarnpaal is gebotst, gereden, althans gegleden,

waardoor, althans mede waardoor een inzittende, [naam inzittende], ernstig

gewond is geraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

2.

verdachte op of omstreeks 19 juni 2007, in de gemeente Emmen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,77 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, in ieder geval hoger bleek te zijn dan 0,5 milligram alcohol per

milliliter bloed;

3.

hij op of omstreeks 19 juni 2007 in de gemeente Emmen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, Hondsrugweg, een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2 Politiewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door verbalisanten van de regiopolitie Drenthe, te weten [namen verbalisanten], die waren belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die waren belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen, althans van hem hadden gevorderd het ziekenhuis te verlaten, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

5.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 20 juni 2007 in de gemeente Emmen [naam bedreigde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [naam bedreigde] de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en/of "ik maak je af" en /of "ik schiet je een kogel door de kop" en/of "Ik weet je wel te vinden", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 juni 2007 in de gemeente Emmen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, (Hondsrugweg), zich zodanig roekeloos heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, aangezien hij, onder invloed van alcoholhoudende drank heeft gereden over voornoemde weg, en gekomen bij de kruising van die weg met de weg, Westerstraat, een voor zijn rijbaan bestemd verkeerslicht, welke een rood licht uitstraalde, heeft genegeerd en die kruising is op gereden en overgestoken, en vervolgens zijn snelheid heeft verhoogd tot ongeveer 140 kilometer per en vervolgens in een bocht naar links, de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft verloren, (mede) waardoor hij de rijbaan aan de linkerzijde heeft verlaten en in de middenberm van die Hondsrugweg is terechtgekomen, en aldaar met dat voertuig om zijn as is gedraaid/gespind en vervolgens tegen een in die middenberm aanwezige lantaarnpaal is gebotst, waardoor een ander, genaamd [naam slachtoffer], zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, immers bleek het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8 tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,77 milligram alcohol per millimeter bloed te zijn;

2.

verdachte op 19 juni 2007, in de gemeente Emmen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,77 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

3.

hij op 19 juni 2007 in de gemeente Emmen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, Hondsrugweg, een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

4.

hij op 20 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2 Politiewet, gedaan door verbalisanten van de regiopolitie Drenthe, te weten [namen verbalisanten], die waren belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen het ziekenhuis te verlaten, geen gevolg gegeven aan dit bevel;

5.

hij op 20 juni 2007 in de gemeente Emmen [naam bedreigde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [naam bedreigde] de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en "ik maak je af" en "ik schiet je een kogel door de kop" en "Ik weet je wel te vinden";

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschriften zijn uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Nadere bewijsoverweging

Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde. Op pagina 44 van het proces-verbaal wordt vermeld dat aan het slachtoffer [naam slachtoffer] tengevolge van het ongeval letsel werd toegebracht, namelijk een puntbloeding in de hersenen alsmede nek- en rugklachten. Tengevolge hiervan kon [naam slachtoffer] tot augustus 2007 zijn normale bezigheden niet uitoefenen. De door de officier van justitie ter terechtzitting verstrekte informatie dat [naam slachtoffer] eind juli 2007 al weer actief was staat er niet aan in de weg dat [naam slachtoffer] gedurende enige tijd na 19 juni 2007 zijn normale bezigheden niet kon uitoefenen.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1 primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994,

terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,

terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid,

terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994;

onder 2:

overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994,

strafbaar gesteld bij artikel 176 van de Wegenverkeerswet 1994;

onder 3:

overtreding van artikel 9, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994,

strafbaar gesteld bij artikel 176 van de Wegenverkeerswet 1994;

onder 4:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast,

strafbaar gesteld bij artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 12 september 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld, waarbij de nadruk ligt op Wegenverkeerswet gerelateerde delicten;

- de erkenning door de verdachte tegenover de verhorende opsporingsambtenaren dat hij zich aan het op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feit onder 2 heeft schuldig gemaakt, welk feit hiermee is afgedaan;

Verbalisanten zien verdachte op 19 juni 2007 bij een kruising door rood licht rijden. Verbalisanten willen verbaliserend optreden en geven verdachte een stopteken. Verdachte negeert dat en gaat er met zeer hoge snelheid vandoor. Als de weg een bocht naar links maakt verliest verdachte de controle over de door hem bestuurde auto en belandt in de middenberm en botst dan vervolgens tegen een lantaarnpaal. Als verbalisanten verdachte aanspreken ruiken zij een alcohollucht. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte een zeer hoog promillage alcohol in zijn bloed had namelijk 1,77. Ook bleek verdachte de auto te hebben bestuurd terwijl hem bij rechterlijke uitspraak de rijbevoegdheid was ontzegd. Voorts bleek de auto niet verzekerd te zijn en was bovendien het kenteken geschorst.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

Motivering ontzegging van de rijbevoegdheid

De rechtbank is van oordeel dat aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat de verdachte zich als verkeersdeelnemer zodanig heeft gedragen dat de verkeersveiligheid daardoor in hoge mate in gevaar is gebracht. Bovendien heeft verdachte de auto bestuurd terwijl het alcoholgehalte van zijn bloed zeer hoog was.

Op grond van voormeld uittreksel uit het algemeen documentatieregister moet ernstig worden gevreesd dat de verdachte zich opnieuw aan overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 zal schuldig maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN MAANDEN.

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van DRIE JAREN.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mr. J.E. Münzebrock en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 22 januari 2008, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.