Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2008:BC0929

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
04-01-2008
Datum publicatie
18-01-2008
Zaaknummer
19.830244-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Met betrekking tot het onder 2. tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat mevrouw [naam slachtoffer] verdachte weliswaar herkent, maar dat het hier een enkelvoudige spiegelconfrontatie betreft.

De enkele omstandigheid dat een herkenning heeft plaatsgevonden op basis van een enkelvoudige spiegelconfrontatie in een situatie waarin wellicht een andere vorm van confrontatie mogelijk was geweest leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet toe dat de daaruit voortgevloeid zijnde mogelijke bewijsmiddelen om die reden buiten beschouwing dienen te worden gelaten.

Wel dienen deze bewijsmiddelen met grote behoedzaamheid op hun betrouwbaarheid te worden getoetst.

In dit verband betrekt de rechtbank bij haar overwegingen dat mevrouw [naam slachtoffer] op 10 december 2007 bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat zij vanwege haar beroep (pianolerares) erg gevoelig en intuïtief is en daarom heeft gezegd dat haar gevoel tijdens de confrontatie onmiddellijk zei dat verdachte de bewuste man was.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de op 9 september 2007 gehouden enkelvoudige spiegelconfrontatie, die, zoals hierboven reeds is overwogen een kritische beoordeling vereist, onvoldoende betrouwbaar. Nu verdachte dit feit ontkent en andere bewijsmiddelen ontbreken is onvoldoende wettig bewijs voorhanden om tot een bewezenverklaring te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19/830244-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 januari 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1968,

wonende te [woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op vrijdag 21 december 2007.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede.

De officier van justitie, mr.J. Hoekman, acht hetgeen onder 1. primair, 2. primair en 3. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: twaalf maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht. Voorts toewijzing van de civiele vordering van [naam benadeelde partij], tevens in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 07 september 2007 in de gemeente Emmen, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [naam slachtoffer] agressief benaderd door onverhoeds voor haar te verschijnen en/of (vervolgens) een arm om haar nek te leggen en/of (vervolgens) die arm aan te trekken en/of de keel/nek dicht te drukken en/of die [naam slachtoffer] naar de grond te trekken/duwen en/of (daarbij) de mond dicht te drukken;

en/of

hij op of omstreeks 07 september 2007 in de gemeente Emmen, opzettelijk mishandelend [naam slachtoffer], een arm om de nek heeft gelegd en/of (vervolgens) die arm heeft aangetrokken en/of die keel/nek dicht gedrukt en/of die [naam slachtoffer] naar de grond heeft gegooid/getrokken/geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 04 september 2007 in de gemeente Emmen, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [naam slachtoffer] agressief benaderd door bij die [naam slachtoffer] een arm om de nek te leggen en/of (vervolgens) die arm aan te trekken en/of de keel/nek dicht te drukken en/of die [naam slachtoffer] naar de grond te trekken/duwen en/of (daarbij) de mond dicht te drukken;

en/of

hij op of omstreeks 04 september 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend [naam slachtoffer] een arm om de nek heeft gelegd en/of (vervolgens) die arm heeft aangetrokken en/of die keel/nek dicht gedrukt en/of die [naam slachtoffer] naar de grond heeft gegooid/getrokken/geduwd en/of (daarbij) de mond dicht gedrukt en/of (met nagels) in het gezicht heeft gekrabt/gepakt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 05 september 2007 in de gemeente Emmen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het strelen/aanraken van de borst(en) en/of de vagina en/of de liesstreek en/of de bovenbe(e)n(en) en/of het kruis en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het onverhoeds voor die [naam slachtoffer] verschijnen (die op haar fiets zat) en/of het ten val brengen van die [naam slachtoffer];

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Tengevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging onder feit 1 in de vijfde en achtste regel telkens "die [verkeerde naam slachtoffer]" in plaats van telkens "die [juiste naam slachtoffer]". De rechtbank herstelt deze vergissing door telkens het laatste te lezen in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 2. primair en subsidiair en onder 3. tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Met betrekking tot het onder 2. tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat mevrouw [naam slachtoffer] verdachte weliswaar herkent, maar dat het hier een enkelvoudige spiegelconfrontatie betreft.

De enkele omstandigheid dat een herkenning heeft plaatsgevonden op basis van een enkelvoudige spiegelconfrontatie in een situatie waarin wellicht een andere vorm van confrontatie mogelijk was geweest leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet toe dat de daaruit voortgevloeid zijnde mogelijke bewijsmiddelen om die reden buiten beschouwing dienen te worden gelaten.

Wel dienen deze bewijsmiddelen met grote behoedzaamheid op hun betrouwbaarheid te worden getoetst.

In dit verband betrekt de rechtbank bij haar overwegingen dat mevrouw [naam slachtoffer] op 10 december 2007 bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat zij vanwege haar beroep (pianolerares) erg gevoelig en intuïtief is en daarom heeft gezegd dat haar gevoel tijdens de confrontatie onmiddellijk zei dat verdachte de bewuste man was.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de op 9 september 2007 gehouden enkelvoudige spiegelconfrontatie, die, zoals hierboven reeds is overwogen een kritische beoordeling vereist, onvoldoende betrouwbaar. Nu verdachte dit feit ontkent en andere bewijsmiddelen ontbreken is onvoldoende wettig bewijs voorhanden om tot een bewezenverklaring te komen.

Met betrekking tot het onder 3. tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat mevrouw [naam slachtoffer] bij de meervoudige spiegelconfrontatie niemand herkent en dat volgens haar de verdachte er niet tussen zit.

Nu bovendien verdachte dit feit ontkent is onvoldoende wettig bewijs voorhanden om tot een bewezenverklaring te komen.

Bewijsmiddelen

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 07 september 2007 in de gemeente Emmen, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [naam slachtoffer] agressief benaderd door onverhoeds voor haar te verschijnen en vervolgens een arm om haar nek te leggen en vervolgens die arm aan te trekken en de keel dicht te drukken en die [naam slachtoffer] naar de grond te trekken.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 1. primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank acht met betrekking tot de onder 1. subsidiair tenlastegelegde mishandeling voorts met name niet wettig bewezen dat mevrouw [naam slachtoffer] pijn heeft ondervonden of letsel heeft opgelopen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 1 november 2007, opgemaakt door B.T. Takkenkamp, psychiater te Groningen.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis der geestvermogens in de vorm van alcoholafhankelijkheid. Daarnaast is sprake van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde was de antisociale persoonlijkheidsstoornis aanwezig.

Onderzoeker kan op grond van de beschikbare informatie geen duidelijk verband leggen tussen de aanwezige antisociale persoonlijkheidsstoornis en het aan verdachte tenlastegelegde. Hij ziet dan ook geen aanwijzingen voor verminderde toerekenings-vatbaarheid. Hij acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van het feit en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte volledig kan worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van de verdachte in aanmerking.

Voorts heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 31 oktober 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op 7 september 2007 de toen nog maar vijftienjarige [naam slachtoffer] met de dood heeft bedreigd. Het onverhoeds vanuit de bosjes voor haar fiets springen en haar in een wurggreep nemen moet uitermate bedreigend zijn geweest voor [naam slachtoffer]. Zij moet voor haar leven hebben gevreesd. Dergelijke delicten plegen ook voor grote onrust bij de plaatselijke bevolking te zorgen. De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte volledig verantwoordelijk moet worden gehouden voor zijn daad.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur dan ook zeker op zijn plaats. Daarbij heeft de rechtbank er op de voet van artikel 63 Sr. rekening mee gehouden dat verdachte op 25 september 2007 is veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

In het kader van een voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering.

Benadeelde partij

De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 1. primair bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1. primair bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2. primair en subsidiair en onder 3. is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair en subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan een gedeelte, groot drie maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 5 februari 2008.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van € 350,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 350,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door zeven dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, en mr. J.J. Schoemaker en mr. M.A.F. Veenstra, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op vrijdag 4 januari 2008. Mr. Schoemaker en mr. Veenstra zijn buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.