Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BC0089

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
11-12-2007
Datum publicatie
13-12-2007
Zaaknummer
19.605880-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank zal aan verdachte een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank een aanmerkelijke verkeersfout in plaats van een grove verkeersfout bewezen heeft geacht. Op basis van eerdergenoemde oriëntatiepunten is in beginsel een werkstraf van 42 uren (zijnde het equivalent van 3 weken gevangenisstraf) en 6 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen geïndiceerd. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat een ontzegging van de rijbevoegdheid hem onevenredig zwaar zal treffen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de ouders van zijn vriendin, die in Polen wonen, op leeftijd zijn en een slechte gezondheid hebben, waardoor hij bij eventuele calamiteiten dient te beschikken over zijn rijbewijs. In de gegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte onevenredig zwaar in zijn belangen zou worden getroffen bij een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de helft van de op te opleggen ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk zal zijn. De rechtbank zal -rekeninghoudend met eerdergenoemde oriëntatiepunten- uit het oogpunt van gelijke berechting in soortgelijke zaken, een in enige mate verhoogd aantal uren werkstraf opleggen van na te melden duur.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/2 met annotatie van WR
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.605880-07

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 11 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1953,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 november 2007.

De verdachte is verschenen.

De officier van justitie mr. G.C. Bruins Slot, acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een werkstraf voor de duur van 120 dagen, subsidiair 60 dagen hechtenis;

* 12 maanden ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, waarvan 6

maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 17 februari 2007 te Buinen, gemeente Borger-Odoorn, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede

rijdende over de weg, Exloërweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn

schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend, terwijl hij, verdachte, zich op een zodanige korte afstand van

een, in dezelfde richting als hem voortbewegende tractor met hooischudder reed

dat hij de weg niet kon overzien of deze vrij was, naar links af te slaan,

althans voor te sorteren ten einde naar links af te slaan, op een moment dat

een over die weg naderende motorfiets hem dicht was genaderd,

waardoor, althans mede waardoor een botsing of aanrijding, althans aanglijding

is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en die

naderende motorfiets,

waardoor een ander (genaamd [naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten 6

gebroken ribben, een klaplong en/of een longkneuzing, of zodanig lichamelijk

letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 17 februari 2007 te Buinen, gemeente Borger-Odoorn, als

bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,

Exloërweg,

terwijl hij, verdachte, zich op een zodanige korte afstand van een, in

dezelfde richting als hem voortbewegende tractor met hooischudder reed dat hij

de weg niet kon overzien of deze vrij was, naar links is afgeslagen, althans

heeft voorgesorteerd ten einde naar links af te slaan, op een moment dat een

over die weg naderende motorfiets hem dicht was genaderd,

waardoor, althans mede waardoor een botsing of aanrijding, althans aanglijding

is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en die

naderende motorfiets, waarbij de besuurder van die motorfiets ([naam slachtoffer]),

ernstig gewond is geraakt,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 17 februari 2007 te Buinen, gemeente Borger-Odoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Exloërweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, terwijl hij, verdachte, op een zodanige korte afstand van een, in dezelfde richting als hij, voortbewegende tractor met hooischudder reed dat hij de weg niet kon overzien of deze vrij was, naar links af te slaan, op een moment dat een over die weg naderende motorfiets hem dicht was genaderd,

waardoor een botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en die

naderende motorfiets, waardoor een ander (genaamd [naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten 6 gebroken ribben, een klaplong en een longkneuzing, werd toegebracht.

Bewijsmotivering

De in na te noemen bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring:

- uit een proces-verbaal van politie Drenthe, dossiernummer: PL032R-07-103117, blijkt

zakelijk weergegeven:

> op pagina: 8ev, als verklaring van verbalisanten: Op 17 februari 2007 heeft er verkeersongeval plaatsgevonden binnen de bebouwde kom op de Exloërweg te Buinen. Bij de aanrijding waren betrokken de bestuurder van een personenauto, genaamd [naam verdachte] en een bestuurder van een motor, genaamd [naam slachtoffer]. De toestand van het wegdek is goed te noemen en dient derhalve niet te worden meegerekend als zijnde een oorzaak van het ongeval. Het uitzicht op de weg is goed te noemen. Ter plaatse werd ook een tractor met hooischudder aangetroffen.

> op pagina 12, als verklaring van betrokkene [naam slachtoffer] op 17 februari 2007: Ik heb zojuist een aanrijding gehad met een personenauto. Ik reed op mijn motorfiets over de Exloërweg, richting Exloo, komende uit Buinen. Van de andere kant zag ik een brede tractor aankomen rijden, met nog iets erachter gekoppeld. Hij reed wat op mijn weghelft. De tractor stuurde terug naar zijn eigen weghelft. Ik dacht nog dat ik er met een auto wel langs had gedurfd, dus met de motor helemaal wel. Ineens was die auto voor mij. Ik heb nog geprobeerd hem te ontwijken maar ik raakte hem toch.

> op pagina 13, als verklaring van getuige [naam getuige]: Ik was op 17 februari 2007 bestuurder van een tractor met een hooischudder erachter gemonteerd. In Buinen zag ik een motor vanuit de richting Borger aankomen. Ik ben iets naar rechts gaan rijden in verband met de breedte van mijn combinatie. De motor had voldoende ruimte om mij te passeren. Vervolgens hoorde ik een klap en keek in de spiegel. Ik zag dat er een aanrijding had plaatsgevonden tussen de motor en een personenauto.

> Op pagina 15ev, als verklaring van verdachte [naam verdachte]: Ik reed al een tijdje achter een tractor met een hooipers of zoiets. Deze was zo breed dat hij de hele breedte van de weg in beslag nam. Ik dacht straks neem ik het parallelweggetje, dan ben ik die tractor mooi kwijt. Op het moment dat ik richting aangaf om links af te slaan en voorsorteerde, was er geen tegenligger te zien. Ook doordat ik geen uitzicht had door de tractor met aanhanger. Op hetzelfde moment dat ik bezig was af te slaan ging de tractor naar rechts om een tegemoetkomende motorrijder ruimte te geven. De motorrijder reed frontaal tegen de linkerzijkant van mijn auto. Na 35 meter kwam hij tot stilstand. Hij sloeg over de kop en gleed nog een heel eind door. Ik zag de motorrijder pas toen hij tegen mijn auto reed.

- uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt -zakelijk weergegeven:

> Ik kon niet zien wat er voor de tractor met hooischudder op de weg gebeurde. Ik zat te dicht achter de tractor. Ik dacht dat ik kon afslaan omdat, gelet op de breedte van tractorcombinatie, er toch geen auto mij tegemoet kon komen tijdens het afslaan. Ik heb daarbij niet nagedacht dat een motor met een breedte van circa 90 centimeter de tractorcombinatie wel kon passeren.

- uit een proces-verbaal Verkeersongevals Analyse, politie Drenthe, mutatienummer: 07-114552, blijkt zakelijk weergeven, als verklaring van verbalisanten:

> De personenauto heeft achter de tractor met hooischudder gereden over de Exloërweg komende uit de richting Exloo en gaande in de richting Buinen. Op een kruising wilde de personenauto linksaf slaan. Daarbij heeft de bestuurder van de personenauto de tegemoet komende motor niet gezien. Gezien het bovenstaande heeft de personenauto niet voldoende afstand gehouden ten opzichte van de tractor met de hooischudder om voldoende zicht te hebben op de weghelft voor het tegemoet komende verkeer. De aanrijding vond plaats op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft. Tractor en hooischudder voldeden aan gestelde eisen met betrekking tot de afmetingen. Maximum snelheid ter plaatse was 50 kilometer per uur. De snelheid van de motor wordt berekend (gelet op de glijvertraging) tussen 24 en 49 kilometer per uur.

- uit medische informatie betreffende het letsel van [naam slachtoffer] bleek als diagnose bij ontslag uit het ziekenhuis:

> gebroken ribben, een klaplong en een longkneuzing.

- uit een aanvullend proces-verbaal van politie Drenthe, mutatienummer: Pl032R/07-114352, blijkt als verklaring van verbalisant:

> Op 3 juli deelde [naam slachtoffer] mede dat de ingeklapte long waarschijnlijk maximaal 80% zal herstellen.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeluk betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon

van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 31 oktober 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder

ter zake van een misdrijf is veroordeeld;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting.

De rechtbank zal aan verdachte een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank een aanmerkelijke verkeersfout in plaats van een grove verkeersfout bewezen heeft geacht. Op basis van eerdergenoemde oriëntatiepunten is in beginsel een werkstraf van 42 uren (zijnde het equivalent van 3 weken gevangenisstraf) en 6 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen geïndiceerd. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat een ontzegging van de rijbevoegdheid hem onevenredig zwaar zal treffen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de ouders van zijn vriendin, die in Polen wonen, op leeftijd zijn en een slechte gezondheid hebben, waardoor hij bij eventuele calamiteiten dient te beschikken over zijn rijbewijs. In de gegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte onevenredig zwaar in zijn belangen zou worden getroffen bij een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de helft van de op te opleggen ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk zal zijn. De rechtbank zal -rekeninghoudend met eerdergenoemde oriëntatiepunten- uit het oogpunt van gelijke berechting in soortgelijke zaken, een in enige mate verhoogd aantal uren werkstraf opleggen van na te melden duur.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een taakstraf bestaande uit 50 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijdsduur van 6 maanden, waarvan een deel, groot 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank beveelt, dat deze voorwaardelijk opgelegde bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 11 december 2007.