Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BB7336

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
30-10-2007
Datum publicatie
07-11-2007
Zaaknummer
19.830145-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte behandeling nodig heeft om het recidivegevaar te beteugelen. Verdachte is hiervoor echter volstrekt niet gemotiveerd. Hij vindt nog steeds dat zijn ex-vriendin de boze fee is en dat zij haar gedrag jegens hem dient te veranderen. In deze context lijkt het opleggen van verplicht reclasseringscontact volkomen zinloos. Dat betekent dat alleen een lange gevangenisstraf in aanmerrking komt om het recidivegevaar te beteugelen. Deze gangenisstraf zal daarom aanzienlijk hoger uitvallen dan de officier heeft geeist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1968,

wonende te [woonplaats verdachte],

thans verblijvende in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 oktober 2007.

De verdachte is verschenen.

De officier van justitie mr. E.H.G. Kwakman acht hetgeen onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarde: toezicht reclassering. (Gedeeltelijke) toewijzing van de civiele vorderingen (tevens op te leggen als schadevergoedingsmaatregelen) en onttrekking aan het verkeer van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen genoemde wapens en munitie.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

(Incident 1)

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om met voorbedachte rade, aan een persoon

genaamd [naam slachtoffer], zijnde zijn ex-vrouw, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

- naar haar huis is gegaan en/of heeft aangebeld en/of (vervolgens) haar

- aan de haren heeft getrokken,en/of haar aan de haren heeft meegesleept of

meegetrokken,

- meermalen met het hoofd tegen een auto heeft geslagen,

- meermalen tegen het hoofd en lichaam heeft geschopt en/of geslagen,

- in een houtgreep heeft gelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45/1 Wetboek van Strafrecht

art 304 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [naam slachtoffer], zijnde zijn ex-vrouw),

- aan de haren heeft getrokken en/of haar aan de haren heeft meegesleept of

meegetrokken,

- meermalen met het hoofd tegen een auto heeft geslagen,

- meermalen tegen het hoofd en/of lichaam heeft geschopt en/of geslagen,

- in een houtgreep heeft gelegd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 Wetboek van Strafrecht

2.

(incident 8)

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [naam slachtoffer]), bij de amren heeft gepakt en/of in de

armen heeft geknepen en/of aan de haren heeft getrokken, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

(Incidenten 2, 3, 5 en 7)

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen meerdere buurtbewoners

(te weten [namen buurtbewoners]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend een mes voorhanden gehad

en/of

- is hij [naam buurtbewoner] achterna gelopen en/of heeft hem daarbij dreigend de woorden toegevoegd 'ik geef je vijf tellen om weg te gaan', althans woorden gelijke

aard en/of strekking,

- heeft hij opzettelijk dreigend een klinker gepakt en/of [naam buurtbewoner]

dreigend te woorden toegevoegd 'je moet nu echt weg gaan, ik geef je vijf

tellen', althans woorden van gelijke aard of strekking,

- heeft hij schoppende bewegingen in de richting van [naam buurtbewoner]

gemaakt en/of haar de woorden toegevoegd 'Wou je ook?', althans woorden van

gelijke aard of strekking en/of (als die [naam buurtbewoner] in haar woonkamer

staat) vervolgens dreigend een steen gepakt en die steen door of tegen de ruit

van de woning gegooid,

- heeft hij opzettelijk dreigend een steen gepakt en/of die [naam buurtbewoner]

aangekeken en/of hem de woorden toegevoegd: 'ik kom zo bij jullie', althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

4.

(incidenten 4 en 6)

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk en

wederrechtelijk twee personenauto's (gekentekend [kenteken] en/of [kenteken]), in

elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde]

en/of [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

(Incidenten 1, 3 en 5)

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk en

wederrechtelijk een autoruit en/of een ruit van een woning, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde] respectievelijk [naam benadeelde], althans de Wooncom, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

(ten aanzien van feit 1 primair)

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 34), d.d. 14 juni 2007, door verbalisanten [namen verbalisanten], inhoudende hun verklaring;

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149641 (pagina 43), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangeefster];

-medische informatie over [naam aangeefster] van [naam huisarts], huisarts te Emmen (pagina 51/52);

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032R/07-149641 (pagina 53), d.d. 16 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam buurtbewoner];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 56), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam buurtbewoner];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 63), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van verdachte;

(ten aanzien van feit 2)

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032R/07-150818 (pagina 166), d.d. 17 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-medische informatie d.d. 18 juni 2007 betreffende [naam aangever] van de geneeskundige [naam geneeskundige] te Emmen (pagina 170);

-de verklaring van verdachte zoals ter terechtzitting is afgelegd;

(ten aanzien van feit 3)

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149798 (pagina 75), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149858 (pagina 90), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149912 (pagina 121), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-150597 (pagina 151), d.d. 16 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 68), d.d. 22 juni 2007, door verbalisanten [namen verbalisanten], inhoudende de verklaring van verdachte;

(ten aanzien van feit 4)

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149898 (pagina 107), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-150114 (pagina 136), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 68), d.d. 22 juni 2007, door verbalisanten [namen verbalisanten], inhoudende de verklaring van verdachte;

(ten aanzien van feit 5)

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149641 (pagina 43), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangeefster];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032E/07-149858 (pagina 90), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van [naam aangever];

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 63), d.d. 14 juni 2007, door verbalisant [naam verbalisant], inhoudende de verklaring van verdachte;

-een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe District Zuidoost, mutatienummer PL032S/07-149641 (pagina 68), d.d. 22 juni 2007, door verbalisanten [namen verbalisanten], inhoudende de verklaring van verdachte.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1 primair

hij op 13 juni 2007 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met voorbedachte rade, aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

- naar haar huis is gegaan en heeft aangebeld en vervolgens haar

- aan de haren heeft getrokken en haar aan de haren heeft meegesleept,

- meermalen met het hoofd tegen een auto heeft geslagen,

- meermalen tegen het hoofd en lichaam heeft geschopt en geslagen,

- in een houtgreep heeft gelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk mishandelend

een persoon te weten [naam slachtoffer], bij de armen heeft gepakt en in de

armen heeft geknepen en aan de haren heeft getrokken, waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 13 juni 2007 in de gemeente Emmen meerdere buurtbewoners

te weten [namen buurtbewoners] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend een mes voorhanden gehad en

- is hij [naam buurtbewoner] achterna gelopen en heeft hem daarbij dreigend de woorden toegevoegd 'ik geef je vijf tellen om weg te gaan',

- heeft hij opzettelijk dreigend een klinker gepakt en [naam buurtbewoner]

dreigend te woorden toegevoegd 'je moet nu echt weg gaan, ik geef je vijf

tellen',

- heeft hij schoppende bewegingen in de richting van [naam buurtbewoner] gemaakt en haar de woorden toegevoegd 'Wou je ook?' en als die [naam buurtbewoner] in haar woonkamer staat vervolgens dreigend een steen gepakt en die steen door de ruit van de woning gegooid,

- heeft hij opzettelijk dreigend een steen gepakt en die [naam buurtbewoner] aangekeken en hem de woorden toegevoegd: 'ik kom zo bij jullie';

4.

hij op 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk en wederrechtelijk twee personenauto's (gekentekend 45-NX-DN en 17-LF-GF), toebehorende aan [naam benadeelde] en [naam benadeelde], heeft beschadigd;

5.

hij op 13 juni 2007 in de gemeente Emmen opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit en een ruit van een woning, toebehorende aan [naam benadeelde] respectievelijk [naam benadeelde], heeft vernield.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIES

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 1 primair: poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad,

strafbaar gesteld bij artikel 303 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: opzettelijk en wederrechtelijk enig dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen,

strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: opzettelijk en wederrechtelijk enig dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen,

strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 30 augustus 2007, opgemaakt door R. Vriesema. Dit rapport houdt onder meer in als conclusie -zakelijk weergegeven-:

"Betrokkene heeft narcistische persoonlijkheidsproblematiek met gevaar voor agressieve acting out bij opeenstapeling van frustraties en krenking van het zelfgevoel, waarbij tevens een samenhang bestaat met een sterk rechtvaardigheidsgevoel: in engere zin is er echter niet sprake van een persoonlijkheidsstoornis noch van een psychiatrisch toestandsbeeld. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde bestond de bovenbeschreven problematiek ook. Mijns inziens was betrokkene volledig toerekeningsvatbaar ten tijde van het tenlastegelegde".

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de door haar aannemelijk geachte toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde volledig aan de verdachte kan worden toegerekend.

STRAFMOTIVERING

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank het volgende gebleken. Verdachte heeft een relatie gehad met [naam ex-vriendin]. Zij hebben samen een dochtertje genaamd [naam dochtertje] die bij [naam ex-vriendin] woont. In het verleden zijn er problemen geweest over het contact dat verdachte met zijn dochtertje mag hebben. Uiteindelijk is volgens verdachte de omgangsregeling stopgezet en mag hij [naam dochtertje] niet meer zien. Daarom heeft hij, naar eigen zeggen, op 13 juni 2007 weloverwogen de beslissing genomen dat hij [naam ex-vriendin] zodanig zou mishandelen dat zij jarenlang de gevolgen daarvan zou ervaren. Verdachte wilde haar knieën breken. Dit is uiteindelijk niet gebeurd maar verdachte heeft [naam ex-vriendin] op een uiterst grove manier te grazen genomen. Toen vervolgens buurtbewoners zich er mee gingen bemoeien om [naam ex-vriendin] te bevrijden is verdachte niet gestopt. Hij keerde zich juist tegen deze buurtbewoners. Hij heeft hen bedreigd met een mes. Ook heeft hij één van de buurtbewoners mishandeld. Tevens heeft verdachte ruiten vernield en is hij over een auto gelopen. Al deze delicten zijn louter en alleen gepleegd omdat verdachte zijn kind niet mag zien.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een excuus aan [naam ex-vriendin] niet over zijn lippen kan krijgen omdat zijn pijn van het niet zien van zijn dochtertje voor hem zo erg is dat hij geen medelijden met zijn ex-partner kan hebben. Wel heeft hij aangegeven spijt te hebben van het feit dat hij zich tegen de omstanders heeft gekeerd. Verder heeft verdachte verklaard dat het hem niet uitmaakt of hij voor de gepleegde delicten tot één, vijf of zes jaren gevangenisstraf wordt veroordeeld. Het gaat hem er om dat de situatie met betrekking tot zijn dochtertje verandert. Verdachte ziet niets in reclasseringstoezicht met therapie omdat dat naar zijn mening niets oplost.

Uit de deskundigenrapporten blijkt een verhoogd recidivegevaar zolang de problemen rond de bezoekregeling van het dochtertje niet zijn opgelost. Ter terechtzitting heeft verdachte het bestaan van dit gevaar op geen enkele wijze weten te ontzenuwen. Verdachte heeft met voorbedachte rade en in de wetenschap dat hij daarvoor een lange gevangenisstraf zou krijgen, besloten zijn voormalige vriendin ernstig te mishandelen. Dat verdachte door zijn actie de oplossing van de problematiek alleen nog maar heeft bemoeilijkt, lijkt nauwelijks tot hem doorgedrongen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte behandeling nodig heeft om het recidivegevaar te beteugelen. Verdachte is

hiervoor echter volstrekt niet gemotiveerd. Hij vindt nog steeds dat zijn ex-vriendin de boze fee is en dat zij haar gedrag jegens hem dient te veranderen. In deze context lijkt

het opleggen van verplicht reclasseringscontact zoals door de officier van justitie is gevorderd, volkomen zinloos. Dat betekent dat alleen een lange gevangenisstraf in aanmerking komt om het recidivegevaar te beteugelen. Deze gevangenisstraf zal daarom aanzienlijk hoger uitvallen dan de officier heeft geëist.

TEN AANZIEN VAN DE IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

Uit het onderzoek ter terechtzitting en het proces-verbaal van politie is gebleken dat verdachte jachthouder is en op het moment van zijn aanhouding meerdere vuurwapens en munitie in huis had. Deze wapens zijn uit veiligheidsoverwegingen in beslag genomen en vervolgens afgegeven aan de afdeling bijzondere wetten van de regiopolitie Drenthe omdat de wapens los staan van de door verdachte gepleegde strafbare feiten. Nu genoemde afdeling bestuurlijk de afhandeling met betrekking tot de vuurwapens en munitie zal regelen beschouwt de rechtbank deze wapens en munitie geen beslag in strafrechtelijke zin en zal zij derhalve geen beslissing over deze voorwerpen nemen.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij] (feit 1 primair)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 1033,-- (€ 1000,-- immateriële schade en € 33,00 reiskosten) voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook in zoverre gegrond en tot genoemd bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Met betrekking tot het onder 1 primair bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [naam slachtoffer] naar burgerlijk recht tot eerder genoemd bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer].

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij] (feit 4)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Met betrekking tot het onder 4 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer [naam slachtoffer] naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer].

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1 primair, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van € 1033,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1033,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van € 1074, 81 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 1074,81 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter en mrs. H. de Wit en M.R.M. Beaumont, rechters in tegenwoordigheid van E.W. Hoekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 oktober 2007.