Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BB6571

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
23-10-2007
Datum publicatie
26-10-2007
Zaaknummer
19.830157-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wat het eerste feit betreft, de brandstichting in een cel in P.I. Veenhuizen, heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij op zijn bed lag en op een gegeven moment wakker werd en een grote rookontwikkeling waarnam. Verdachte heeft verklaard dat hij op bed lag en ook gerookt heeft. Ook had hij een ventilator aan en die heeft naar de mening van verdachte mogelijk brandende asresten in aanraking gebracht met onder andere kleding waarna de brand is ontstaan.

Hoewel in de cel van verdachte een aansteker is aangetroffen blijkt uit het proces-verbaal van brandonderzoek niet dat die aansteker is gebruikt voor de brandstichting. Nu verdachte ontkent dat hij in zijn cel brand heeft gesticht en de mogelijkheid open blijft dat de brand anders is ontstaan dan met een aansteker vuur te brengen bij brandbaar materiaal, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht in zijn cel op 20 juni 2007.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1956,

wonende [adres verdachte],

verblijvende in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 09 oktober 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. de Kleine, advocaat te Emmen.

De officier van justitie mr. H.H. Louwes acht hetgeen onder 1, 2, 4 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 3 jaren gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, met bijzondere voorwaarden;

* beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 20 juni 2007 te Veenhuizen, althans in de gemeente Noordenveld, opzettelijk brand heeft gesticht in een cel van de Penitentiaire Inrichtingen, locatie Esserheem (aan/nabij de Haulerweg), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid kleding, aanwezig in en/of bij een in die cel staande kast, en/of ander brandbaar materiaal in die cel in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht en/of laten komen met enig in die cel aanwezig brandbaar materiaal, ten gevolge waarvan die cel en/of die kast geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de (overige) inboedel van die cel en/of voor een of meer belendende cel(len) en/of voor de inboedel van die belendende cel(len), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in die belendende cel(len) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 20 juni 2007 te Veenhuizen, althans in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een cel van de Penitentiaire Inrichtingen, locatie Esserheem (aan/nabij de Haulerweg), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, met dat opzet een hoeveelheid kleding, aanwezig in en/of bij een in die cel staande kast, en/of ander brandbaar materiaal in die cel in brand heeft gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft gebracht en/of laten komen met enig in die cel aanwezig brandbaar materiaal, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 6 september 2006 tot en met 7 september 2006 te en in de gemeente Stadskanaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand aan/nabij de Europaplein weg te nemen enig goed van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat (winkel)pand te verschaffen en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen bezig is geweest een toegangsdeur van dat (winkel)pand te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 27 september 2006 te Borger, gemeente Borger-Odoorn, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) vest(en)

en/of (een) blouse(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 18 mei 2006 te en in de gemeente Haren met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Renault Clio), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Garage [naam benadeelde], althans [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op of omstreeks 03 mei 2006 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid boodschappen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer] (medewerker van die rechthebbende(n)), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- (toen die [naam slachtoffer] hem had aangesproken,) dreigend tegen die [naam slachtoffer] heeft gezegd dat deze weg moest gaan, anders zouden er ongelukken gebeuren en/of dat deze verkeerd bezig was en/of dat het niet goed zou komen met deze, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen die [naam slachtoffer] heeft gezegd: "Ik zou maar terug gaan als ik

jou was", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (toen verdachte bij die [naam slachtoffer] wegliep en/of deze hem achtervolgde,) een

buis, althans een hard voorwerp, naar die [naam slachtoffer] heeft gegooid en/of

- stenen, althans harde voorwerpen, naar die [naam slachtoffer] heeft gegooid;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het onder 1 en 3 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Wat het eerste feit betreft, de brandstichting in een cel in P.I. Veenhuizen, heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij op zijn bed lag en op een gegeven moment wakker werd en een grote rookontwikkeling waarnam. Verdachte heeft verklaard dat hij op bed lag en ook gerookt heeft. Ook had hij een ventilator aan en die heeft naar de mening van verdachte mogelijk brandende asresten in aanraking gebracht met onder andere kleding waarna de brand is ontstaan.

Hoewel in de cel van verdachte een aansteker is aangetroffen blijkt uit het proces-verbaal van brandonderzoek niet dat die aansteker is gebruikt voor de brandstichting.

Nu verdachte ontkent dat hij in zijn cel brand heeft gesticht en de mogelijkheid open blijft dat de brand anders is ontstaan dan met een aansteker vuur te brengen bij brandbaar materiaal, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht in zijn cel op 20 juni 2007.

Voor feit 3 geldt dat er slechts één getuige is die verdachte de kleding heeft zien stelen. Verdachte ontkent de verweten diefstal op grond waarvan niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 27 september 2006 kleding heeft gestolen.

Van feit 5 heeft de rechtbank het geweld en de bedreiging met geweld niet bewezen verklaard. Verdachte heeft ontkend dat hij tegen [naam slachtoffer] geweld heeft gebruikt en hem ook niet heeft bedreigd. Hoewel [naam slachtoffer] en de .... daarover verklaren heeft .... die informatie van [naam slachtoffer] gekregen. Dat leidt er toe dat alleen [naam slachtoffer] verklaart over het door verdachte gepleegde geweld en de bedreiging met geweld. Nu het wettige bewijs voor de strafverzwarende omstandigheden ontbreekt resteert een winkeldiefstal.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 6 september 2006 tot en met 7 september 2006 te en in de gemeente Stadskanaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand nabij het Europaplein weg te nemen enig goed van hun gading, toebehorende aan [naam benadeelde] en zich daarbij de toegang tot dat winkelpand te verschaffen door middel van braak, met een van zijn mededaders bezig is geweest een toegangsdeur van dat winkelpand te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 18 mei 2006 te en in de gemeente Haren met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto Renault Clio, toebehorende aan [naam benadeelde], waarbij verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op 03 mei 2006 te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid boodschappen toebehorende aan Aldi;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 2, 4 en 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIES

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met de artikelen 45 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 27 juni 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld;

- de ter terechtzitting gedane erkenning door de verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 1, 2 en 3 heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

De rechtbank heeft een tweetal feiten niet bewezen verklaard waaronder de brandstichting op 20 juni 2007. Dat leidt ertoe dat de rechtbank de eis van de officier van justitie niet zal volgen en de duur van de gevangenisstraf zal bepalen op het aantal dagen dat de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

BENADEELDE PARTIJ PI Veenhuizen (t.a.v. dhr. [naam gemachtigde])

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 3 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het 2, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 2, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een gevangenisstraf voor de duur van 124 dagen.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden en gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij PI Veenhuizen (t.a.v. dhr. [naam gemachtigde]) niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 oktober 2007, zijnde mr. Rombouts-Nieuwstraten buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.