Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BB6564

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
05-10-2007
Datum publicatie
26-10-2007
Zaaknummer
19/830141-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, nadat het slachtoffer zich die avond weliswaar zeer hinderlijk aan verdachtes woondeur meldde, een mes uit zijn woning heeft gehaald en daarmee naar het slachtoffer is gelopen en hem vervolgens daarmee heeft gestoken, omdat hij het slachtoffer bij zijn deur weg wilde hebben. Het door verdachte gekozen middel, het steken met een mes, om het slachtoffer bij zijn woning weg te krijgen. is volstrekt buiten alle proporties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1970,

wonende [adres verdachte],

thans verblijvende in [plaats van detentie verdqachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 21 september 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door Mr. E.P. Eujen, advocaat te Hoogeveen.

De officier van justitie, mr. M.A.A. van Capelle, acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede een klinische opname kan inhouden;

* toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde

partij], groot € 915,00 (als voorschot);

* oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 11 juni 2007 te Meppel, althans in de gemeente Meppel ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet voormelde [naam slachtoffer]

meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig

voorwerp in de buik, althans in het lichaam heeft gestoken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 11 juni 2007 te Meppel, althans in de gemeente Meppel ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet voormelde [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes,

althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de buik, althans in het

lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BIJZONDERE BEWIJSOVERWEGINGEN

De raadsman heeft onder meer als zijn uitdrukkelijk standpunt aangevoerd, dat het primair tenlastegelegde, de poging tot doodslag, niet kan worden bewezen. De raadsman heeft daartoe -kort samengevat- aangevoerd dat verdachte op geen enkel moment het opzet had om het slachtoffer te doden. Verdachte wilde dat het slachtoffer "opdonderde en hem met rust liet." Volgens de raadsman heeft verdachte ook niet doorgestoken en is hij met het mes weggelopen, zonder het slachtoffer écht geraakt te hebben.

De rechtbank kan zich niet met dit standpunt verenigen, omdat verdachte -zoals hij zelf heeft verklaard- het slachtoffer met een mes is aangevallen en heeft gestoken, omdat hij het slachtoffer kwijt wilde. Door het meermalen steken met een mes in het lichaam, in de nabijheid van vitale delen, heeft verdachte bewust de reële kans aanvaard dat het slachtoffer daardoor zou kunnen komen te overlijden.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 juni 2007 te Meppel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet voormelde [naam slachtoffer] meermalen met een mes in het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 12 september 2007, opgemaakt door C.M. Bosklopper, GZ-psycholoog en van een psychiatrisch rapport d.d. 3 september 2007, opgemaakt door R. Vriesema, psychiater.

Het rapport van Bosklopper voornoemd houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

Verdachte is voor de feiten licht verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie die zij logisch vindt voortvloeien uit de bevindingen van de deskundige en maakt die tot de hare. De rechtbank zal zich derhalve in het voordeel van verdachte niet verenigen met de conclusie van Vriesema voornoemd, die verdachte voor het feit volledig toerekeningsvatbaar acht.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 06 september 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, nadat het slachtoffer zich die avond weliswaar zeer hinderlijk aan verdachtes woondeur meldde, een mes uit zijn woning heeft gehaald en daarmee naar het slachtoffer is gelopen en hem vervolgens daarmee heeft gestoken, omdat hij het slachtoffer bij zijn deur weg wilde hebben. Het door verdachte gekozen middel, het steken met een mes, om het slachtoffer bij zijn woning weg te krijgen, is volstrekt buiten alle proporties.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden geboden is. De rechtbank zal van deze gevangenisstraf, een gedeelte groot 6 maanden, voorwaardelijk opleggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede -ter voorkoming van recidive- een agressieregulatietherapie kan inhouden.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelt de vergoeding van de materiële schade (de onbruikbare kleding) naar redelijkheid en billijkheid vast op een bedrag van € 50,--. De rechtbank stelt als voorschot op de immateriële schade (smartengeld) een bedrag vast van € 500,--. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering. Voor dit deel kan de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Met betrekking tot het primair bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27 en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede een agressieregulatietherapie kan inhouden, met opdracht aan de reclasseringsinstelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van € 550,-- (bestaande uit € 50,-- materiële schade en € 500,-- immateriële schade als voorschot) en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat hij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van € 550,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 11 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft

en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter, en mr L.J. Hofstra en mr. H.K. Elzinga, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 05 oktober 2007, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.