Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BB5061

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
09-10-2007
Datum publicatie
09-10-2007
Zaaknummer
19/614004-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte nam contant geld mee naar huis of liet het geld overschrijven naar haar eigen prive rekening, waarbij op geraffineerde wijze aan de gevers werd medegedeeld dat deze prive rekening een tussenrekening van het KWF was en verdachte daarna de gestorte bedragen over zou maken naar het KWF. Verdachte heeft van het in haar gestelde vertrouwen op grove wijze misbruik gemaakt en schade aan een grote groep personen toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 19/614004-06

datum uitspraak: 9 oktober 2007

op tegenspraak

raadsman: mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen

VONNIS van de rechtbank te Assen, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum verdachte] 1964 te [geboorteplaats verdachte],

wonende te [adres verdachte].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 mei 2007 en 25 september 2007.

TENLASTELEGGING

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

zij in of omstreeks de periode 01 juni 2005 tot en met 31 juli 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Coevorden en/of Emmen, op

verschillende tijdstippen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander,

althans alleen, opzettelijk een geldbedrag van Euro 799,- en/of Euro 413,12,

dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan (respectievelijk)

- het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), althans aan [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden van die [naam benadeelde]) (p. 1036),

en/of

- het KWF, althans aan [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden van die [naam benadeelde] (p. 168 en p. 925),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader,

en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader (telkens) uit hoofde

van de persoonlijke dienstbetrekking van verdachte van/als promotor bij het

KWF, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den)

(hebbende genoemde personen -de collectebus van het KWF met daarin- het

geldbedrag als donatie ten behoeve van het KWF aan verdachte en/of haar

mededader doen toekomen), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

(artikel 322 van het Wetboek van Strafrecht,

artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

zij in of omstreeks de periode 01 juni 2005 tot en met 31 juli 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Coevorden en/of Emmen en/of

elders in Nederland, op verschillende tijdstippen, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een

valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, één of meer personen heeft bewogen tot de

afgifte van (één of meer collectebussen met daar in) één of meer geldbedragen,

te weten:

- [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden van die [naam benadeelde]), een geldbedrag van Euro 799 (p. 1036), en/of

- [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden van die

[naam benadeelde]) (en/of één of meer medewerkers van het crematorium

"De Meerdijk"te Emmen), een geldbedrag van Euro 413,12 (p. 168 en p. 925),

hebbende verdachte, zijnde werknemer bij (althans werkzaam voor) het Koningin

Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), en/of haar mededader, (telkens) met

vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- (in de hoedanigheid van werknemer bij het KWF, althans zijnde werkzaam

voor het KWF,) kontakt gehad en/of onderhouden met één of meer van

bovengenoemde personen, en/of

- (vervolgens) bij die perso(o)n(en) genoemd(e) collectebus(sen) en/of

geldbedrag(en) in ontvangst genomen en/of afgehaald en/of geteld, en/of

- (daarbij en/of mede daardoor) de indruk gewekt en/of doen voorkomen dat zij

en/of haar mededader (voornoem)de geldbedragen en/of collectebussen, (op

haar beurt) zou(den) overschrijven op de/een rekening van het KWF, althans

afdragen aan het KWF,

waardoor bovengenoemde perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

zij in of omstreeks de periode 01 december 2005 tot en met 31 mei 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Haren en/of elders in

Nederland, op verschillende tijdstippen (telkens) tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid

en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, één of meer personen heeft bewogen tot de afgifte van een

geldbedrag (in de vorm van het overmaken van een geldbedrag op rekeningnummer

3112.03.043), te weten:

- [naam benadeelde], een geldbedrag van Euro 2.000 (p. 1057), en/of

- [naam benadeelde] en/of de rechtspersoon "[naam benadeelde rechtspersoon]",

een geldbedrag van Euro 1.271,25 (p. 1083), en/of

- [naam benadeelde] en/of (één of meer personen werkzaam bij) het Zernike College te

Haren, een geldbedrag van Euro 10.361,09 (p. 1100),

hebbende verdachte, zijnde werknemer bij (althans werkzaam voor) het Koningin

Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), en/of haar mededader (telkens) met

vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- (in de hoedanigheid van werknemer bij het KWF, althans zijnde werkzaam

voor het KWF,) kontakt gehad en/of onderhouden met één of meer van

bovengenoemde (rechts)personen, en/of

- (daarbij en/of mede daardoor) de indruk gewekt en/of doen voorkomen dat zij

en/of haar mededader de aan haar, verdachte, en/of haar mededader af te

dragen, althans over te schrijven, gelden, (op haar beurt) zou(den)

overschrijven op de/een rekening van het KWF, althans zou(den) bezorgen bij

het KWF, en/of

- (daarbij) vorengenoemde (rechts)perso(o)n(en) voorgehouden dat deze de

gelden moesten overmaken op (Rabobank) rekeningnummer 3112.03.043, en/of

- (daarbij) gezegd dat genoemde rekening toebehoorde aan het KWF, althans

doen voorkomen en/of de indruk gewekt dat genoemde rekening toebehoorde aan

het KWF (terwijl het in werkelijkheid een privé-rekening van verdachte

en/of haar mededader betrof),

waardoor bovengenoemde (rechts)perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte(n);

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

art 326 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

zij in of omstreeks de periode 01 december 2005 tot en met 31 mei 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Haren en/of elders in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen, opzettelijk één of meer geldbedragen van Euro 2.000

en/of Euro 2.171,25 en/of Euro 10.361,09 dat/die geheel of ten dele

toebehoorde(n) aan (respectievelijk)

- het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), althans aan [naam benadeelde] en/of de muziekband "[naam benadeelde muziekband]", en/of

- het KWF, althans aan [naam benadeelde] en/of de rechtspersoon "[naam benadeelde rechtspersoon]", en/of

- het KWF, althans aan [naam benadeelde] en/of het Zernike College te Haren,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader,

en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader (telkens) uit hoofde

van de persoonlijke dienstbetrekking van verdachte van/als promotor bij het

KWF, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den) (hebbende

genoemde personen en/of rechtspersonen de geldbedragen als donatie aan het KWF

aan verdachte en/of haar mededader doen toekomen), wederrechtelijk zich

heeft/hebben toegeëigend;

(artikel 322 van het Wetboek van Strafrecht,

artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

3.

zij in of omstreeks de periode 01 oktober 2003 tot en met 31 juli 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Emmen en/of Stadskanaal en/of Tynaarlo en/of

elders in Nederland, op verschillende tijdstippen, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een

valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, één of meer personen heeft bewogen tot de

afgifte van (één of meer collectebussen met daarin) één of meer geldbedragen,

te weten:

- [naam benadeelde] en/of de rechtspersoon "[naam benadeelde rechtspersoon]", één

of meer geldbedragen ad (in totaal) Euro 1.808,72 (p. 1124), en/of

- [naam benadeelde], een geldbedrag van Euro 315,40 (p. 1136), en/of

- [naam benadeelde], één of meer geldbedragen ad (in totaal) Euro

3.122,30 (p. 1150),

hebbende verdachte, zijnde werknemer bij (althans werkzaam voor) het Koningin

Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), en/of haar mededader (telkens) met

vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- (in de hoedanigheid van werknemer bij het KWF, althans zijnde werkzaam voor

het KWF,) kontakt gehad en/of onderhouden met één of meer van bovengenoemde

personen, en/of

- (vervolgens) bij die perso(o)n(en) genoemd(e) collectebus(sen) en/of

geldbedrag(en) in ontvangst genomen en/of afgehaald en/of geteld, en/of

- (daarbij en/of mede daardoor) de indruk gewekt en/of doen voorkomen dat zij

en/of haar mededader (voornoem)de geldbedragen en/of collectebussen, (op

haar beurt) zou(den) overschrijven op de/een rekening van het KWF, althans

afdragen aan het KWF,

waardoor bovengenoemde (rechts)perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte(n);

(artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht)

art 326 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

zij in of omstreeks de periode 01 oktober 2003 tot en met 31 juli 2006 in de

gemeente(n) Borger-Odoorn en/of Emmen en/of Stadskanaal en/of Tynaarlo en/of

elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk één of meer geldbedragen

van Euro 1.808,72 en/of Euro 315,40 en/of Euro 3.122,30 dat/die geheel of ten

dele toebehoorde(n) aan (respectievelijk)

- het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), althans aan

[naam benadeelde] en/of de rechtspersoon "[naam benadeelde rechtspersoon] en/of

- het KWF, althans aan [naam benadeelde], en/of

- het KWF, althans aan [naam benadeelde],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader,

en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader (telkens) uit hoofde

van de persoonlijke dienstbetrekking van verdachte van/als promotor bij het

KWF, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den) (hebbende

genoemde personen en/of rechtspersonen de geldbedragen als donatie aan het KWF

aan verdachte en/of haar mededader doen toekomen), wederrechtelijk zich

heeft/hebben toegeëigend;

(artikel 322 van het Wetboek van Strafrecht,

artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact met daarbij een ambulante behandeling.

Partiële vrijspraak

Het onder 3 primair tenlastegelegde acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen nu niet is gebleken van oplichtingshandelingen ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde delicten. Verdachte heeft verklaard de betreffende gelden niet in eerste instantie - op het moment dat zij ze ontving - voor zichzelf te hebben willen gebruiken, maar dat zij zich de gelden pas later heeft toegeëigend. Deze verklaring wordt niet weerlegd door andere verklaringen in het dossier.

De rechtbank zal verdachte derhalve van het onder 3 primair tenlastegelegde vrijspreken.

Het onder 3 subsidiair genoemde met betrekking tot [naam benadeelde] en het bedrag van € 315,40 niet wettig en overtuigend bewezen nu uit de stukken niet is gebleken waar het door [naam benadeelde] afgedragen geld, zijnde € 315,40 heen is gegaan of gestort. Verdachte heeft verklaard dat het bedrag is doorgestort naar "de Vier Mijl", welke verklaring niet wordt weerlegd door andere bewijsmiddelen. Op grond hiervan zal de rechtbank verdachte in zoverre vrijspreken.

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte met betrekking tot de onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voornoemde feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd.

Nadere bewijsoverweging

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2. primair tenlastegelegde feit:

De rechtbank is uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat verdachte aan de in de tenlastelegging genoemde personen te kennen heeft gegeven dat zij de door hen af te dragen gelden over dienden te maken op een door haar, verdachte, aan genoemde personen opgegeven privé bankrekening, waarbij verdachte aan genoemde personen de mededeling heeft gedaan dat voornoemde privé bankrekening aan het KWF toebehoorde en verdachte na binnenkomst van de door voornoemde personen gestorte gelden, deze gelden over zou schrijven op de rekening van het KWF. Uit deze handelwijze leidt de rechtbank het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling af. Door het aannemen van een valse hoedanigheid (zich voordoen als een bona fide medewerker van het KWF) en/of door een samenweefsel van verdichtsels zijn genoemde personen bewogen tot de afgifte van de geldbedragen.

De rechtbank acht derhalve bewijsbaar dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

zij in de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 juli 2006 in de gemeenten Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Coevorden en/of Emmen, op verschillende tijdstippen, telkens, opzettelijk een geldbedrag van Euro 799,- en Euro 413,12,

die toebehoorden aan (respectievelijk)

- het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), althans aan [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden van die [naam benadeelde]),

en

- het KWF, althans aan [naam benadeelde] (en/of één of meer familieleden

van die [naam benadeelde]),

en welke geldbedragen verdachte telkens uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van verdachte als promotor bij het KWF, onder zich had,

(hebbende genoemde personen -de collectebus van het KWF met daarin- het geldbedrag als donatie ten behoeve van het KWF aan verdachte doen toekomen,)

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2. primair

zij in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 mei 2006 in de gemeenten Borger-Odoorn en/of Groningen en/of Haren, op verschillende tijdstippen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (in de vorm van het overmaken van een geldbedrag op rekeningnummer 3112.03.043), te weten:

- [naam benadeelde], een geldbedrag van Euro 2.000, en

- [naam benadeelde], een geldbedrag van Euro 1.271,25, en

- [naam benadeelde] en/of het Zernike College te Haren, een geldbedrag van Euro 10.361,09,

hebbende verdachte, zijnde werknemer bij het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), telkens met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- in de hoedanigheid van werknemer bij het KWF, kontakt gehad en onderhouden met

bovengenoemde personen, en

- daarbij en mede daardoor de indruk gewekt en doen voorkomen dat zij de aan haar,

verdachte, af te dragen gelden, op haar beurt zou overschrijven op de/een rekening van het KWF, en

- daarbij vorengenoemde personen voorgehouden dat deze de gelden moesten overmaken op Rabobank rekeningnummer 3112.03.043, en

- daarbij gezegd dat genoemde rekening toebehoorde aan het KWF, terwijl het in werkelijkheid een privé-rekening van verdachte betrof,

waardoor bovengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

3. subsidiair

zij in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 juli 2006 in de gemeenten Borger-Odoorn en/of Emmen en/of Stadskanaal en/of Tynaarlo, telkens opzettelijk geldbedragen

van Euro 1.808,72 en Euro 3.122,30 die toebehoorden aan respectievelijk

- het Koningin Wilhelminafonds Kankerbestrijding (KWF), althans aan

[naam benadeelde] en/of "[naam benadeeld bedrijf]", en

- het KWF, althans aan [naam benadeelde],

en welke geldbedragen verdachte telkens uit hoofde van de persoonlijke dienstbetrekking van verdachte van promotor bij het KWF, onder zich had

(hebbende genoemde personen de geldbedragen als donatie aan het KWF aan verdachte doen toekomen),

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

Onder 1 primair:

Verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd

Onder 2 primair:

Oplichting, meermalen gepleegd

Onder 3 subsidiair:

Verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 16 maart 2007, opgemaakt door G.J. Hartman, psycholoog.

De conclusie uit voornoemd rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een identiteits- en persoonlijkheidsstoornis. Zij voelde zich geprest en onderdrukt. Niet zozeer door het KWF alswel in haar huwelijkssituatie. Verdachte heeft meermalen, over een langere periode, op een kinderlijke wijze genoegdoening gezocht. Verdachte schijnt zich, onder de toenmalige omstandigheden, niet door haar wel degelijk aanwezige geweten te hebben kunnen laten leiden, maar heeft passief en vermijdend de loop der dingen afgewacht. Verdachte zal veel stress hebben gevoeld bij het zoeken van genoegdoening en het negeren van haar geweten.

Omtrent de vraag of het verwetene verdachte kan worden toegerekend overweegt de psycholoog het volgende.

Verdachte was er jarenlang als getraumatiseerd kind getuige van hoe haar vader haar moeder in elkaar sloeg. Als volwassen vrouw verlaat zij geen mannen die haar verwaarlozen of onderdrukken. Pas nadat zij veel te veel heeft geaccepteerd. Zij zoekt opvallend weinig steun van haar vriendinnen, die zij wel heeft. Ook haar behoefte tot genoegdoening past in dit beeld.

Om bovenstaande redenen van gebrekkige zelfstandigheid en slechts ten dele tot stand gekomen identiteit concludeert de gedragsdeskundige dat het tenlastegelegde aan verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank kan zich verenigen met deze conclusie en neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezenverklaarde aan verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten aanzien van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande haar persoon opgemaakte psychologische rapportage en reclasseringsrapportage, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de onder 1 tot en met 38 ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de dagvaarding zijn vermeld en die door verdachte zijn erkend.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van verduistering in dienstbetrekking en oplichting. Als promotor, in dienst zijnde bij het KWF, heeft verdachte zich jarenlang (collecte)gelden, bestemd voor het KWF, ten eigen bate aangewend.

Verdachte heeft eind 1999 een functie bij het KWF als promotor in Drenthe, Groningen en een deel van Overijssel aanvaard, waarbij zij onder andere veel contact had met personen die met de ziekte kanker te maken hebben gehad en met nabestaanden van personen die aan de ziekte kanker overleden zijn.

Het KWF gaat er van uit dat de voor het KWF werkzame vrijwilligers de geldstroom met betrekking tot de collectegelden beheren. Een promotor houdt zich, gelet op de functieomschrijving, daar niet mee bezig. Verdachte heeft zich tussen de vrijwilligers en de geldstromen gevoegd en gedurende 3 jaren voor ruim € 160.000,00 aan giften in eigen zak gestoken. Hierbij werden de plaatselijke KWF-afdelingen en andere initiatiefnemers, die inzamelingsacties op touw hadden gezet, gedupeerd. Schrijnend daarbij is onder meer dat verdachte de opbrengst van de giften in collectebussen bij de crematie en/of uitvaart van twee aan kanker overleden personen ophaalde en vervolgens zichzelf toe-eigende.

Verdachte nam contant geld mee naar huis of liet het geld overschrijven naar haar eigen privé rekening, waarbij op geraffineerde wijze aan de gevers werd medegedeeld dat deze privé rekening een tussenrekening van het KWF was en verdachte daarna de gestorte bedragen over zou maken naar het KWF.

Het geven van giften aan het KWF of het organiseren van inzamelacties symboliseert de machteloosheid die men ten opzichte van de ziekte kanker voelt. Het draagt bij aan de verwerking van het leed en heeft een emotionele lading. Verdachte heeft van het in haar gestelde vertrouwen op grove wijze misbruik gemaakt en schade aan een grote groep personen toegebracht.

De door verdachte in eigen zak gestoken gelden zijn opgegaan aan, zoals verdachte zegt, "nutteloosheid", zoals aanschaf van dure kleding en vakanties. De slechte relatie met haar ex-man heeft naar het oordeel van de rechtbank bijgedragen tot het handelen van verdachte, waarbij zij troost heeft gezocht door aankopen te doen en "cadeautjes" te kopen om zichzelf gelukkig te maken. Hierbij interesseerde het verdachte niet meer wat zij deed; zij was "murw" geworden.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vorenstaande de OM richtlijn bij fraudezaken onvoldoende recht doet aan gevolgen die de door verdachte gepleegde feiten voor de slachtoffers, het KWF en de samenleving hebben gehad. Ten aanzien van het KWF geldt dat verdachte niet alleen imagoschade heeft berokkend aan deze charitatieve instelling, maar bovendien financiële schade; verdachte heeft nog maar een zeer klein gedeelte terugbetaald en het is, gelet op de financiële situatie van verdachte, de vraag of het KWF ooit het gehele

bedrag zal ontvangen. De rechtbank zal derhalve een hogere straf opleggen dan in genoemde richtlijn wordt aangegeven bij een benadelingbedrag van € 160.000,--.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat verdachte blijkens het afschrift uit het documentatieregister d.d. 5 mei 2007 niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Ten slotte heeft de rechtbank gelet op hetgeen omtrent de persoon van de verdachte is gebleken uit de rapportages opgemaakt door de Reclassering Nederland en de gedragsdeskundige voornoemd, waarin onder andere wordt aangegeven dat de kans op recidive aanwezig is, indien er geen passende interventies worden geboden.

De officier van justitie heeft gevorderd oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact met daarbij een ambulante behandeling.

De rechtbank acht het strafvoorstel van de officier van justitie passend. Teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst niet andermaal schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten zal de rechtbank een deel van voornoemde gevangenisstraf, te weten 12 maanden, voorwaardelijk opleggen, mede om daaraan een bijzondere voorwaarde te verbinden, inhoudende dat verdachte zich gedurende de proeftijd van 3 jaren zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften gegeven door of vanwege de Reclassering Nederland, welke aanwijzingen en voorschriften tevens kunnen inhouden dat verdachte dient mee te werken aan een langdurige ambulante psychotherapie bij de afdeling Volwassenen van Lentis, of een soortgelijke door de Reclassering aan te wijzen voorziening. De rechtbank acht het van belang dat verdachte duidelijk gemaakt wordt dat zij genoegdoening gezocht heeft daar waar het probleem niet lag en dat zij handvatten aangereikt krijgt waardoor zij in de toekomst op een constructieve wijze met problematische situaties om kan gaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

14a, 14b, 14c, 14d, 57, 321, 322 en 326 van het Wetboek van Strafrecht

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 3 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 3 (drie) jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook als dat inhoudt het volgen en afronden van een ambulante psychotherapie bij de afdeling Volwassenen van Lentis of een soortgelijke, door de Reclassering aan te wijzen voorziening.

Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. M.A.F. Veenstra, voorzitter, J.Y.B. Jansen en A.F. Gerding, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007.

Mr. J.Y.B. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.