Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BB4030

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-06-2007
Datum publicatie
21-09-2007
Zaaknummer
06/40596
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2007:BB6368, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu van de herstelverzuimbrief volgens verweerder geen minuut is met stempel “verzonden op”, en verweerder voorts heeft verklaard geen algemeen registratiesysteem voor uitgaande post bij te houden, maar slechts een stempel plaatst met de tekst “verzonden op”, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de herstelverzuimbrief is verzonden op 16 juni 2006.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE

Zitting houdende te Assen

Sector Bestuursrecht

Kenmerk: Awb 06/40596

uitspraak: 22 juni 2007

inzake:

Nadeem Masood,

geboren op 1 juli 1971,

van Pakistaanse nationaliteit,

IND dossiernummer: 0408.13.0239,

V-nummer: 270.513.2391

eiser,

gemachtigde: mr. T.O. Sohansingh, advocaat te Amsterdam-Zuidoost,

tegen:

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

(Visadienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigde: mr. Van der Salm, werkzaam bij de IND.

Procesverloop

Op 12 september 2005 heeft eiser een aanvraag gedaan om machtiging voor voorlopig verblijf (mvv), zijnde een visum in de zin van het Souverein Besluit van 1813, bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Islamabad.

Bij beschikking van 25 april 2006, verzonden op 27 april 2006, heeft verweerder de aanvraag niet ingewilligd. Eiser heeft daartegen op 26 mei 2006 bezwaar aangetekend. Verweerder heeft bij besluit van 25 juli 2006 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij beroepschrift van 22 augustus 2006 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen deze beschikking. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser gezonden en hem in de gelegenheid gesteld nadere gegevens te verstrekken. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 8 mei 2007. Niet eiser, maar zijn echtgenote is daarbij verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

Tijdens de behandeling van het beroep heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om nadere inlichtingen te verstrekken. Bij schrijven van 10 mei 2007 heeft verweerder hier gehoor aangegeven. Eiser heeft hier bij schrijven van 15 mei 2007 gereageerd. Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven om de zaak zonder verdere behandeling ter zitting af te doen.

Motivering

Standpunten van partijen

Verweerder heeft het bezwaarschriftniet niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gronden van het bezwaarschrift heeft ingediend.

Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. In dit verband stelt eiser zich op het standpunt, samengevat en voor zover hier van belang, dat een door verweerder verzonden brief met een termijn om de gronden van het bezwaar in te dienen, een zogenoemde herstelverzuim brief, niet door de gemachtigde van eiser is ontvangen. Eiser meent dat ten onrechte onderscheid wordt gemaakt tussen eiser en verweerder voor wat betreft de bewijslast van het hebben verzonden van stukken. Indien eiser zekerheid wenst omtrent de ontvangst van zijn verzonden stukken, dient hij dat te doen middels het verzenden van stukken per post en per fax danwel middels het verzenden van aangetekende brieven. Voor verweerder geldt die eis niet. Verweerder kan, naar de mening van eiser ten onrechte, volstaan met het verzenden van stukken per gewone post. Nu verweerder volgens eiser veel fouten maakt bij de postverwerking, ligt de bewijslast bij verweerder.

Verweerder heeft aan de hand van een verweerschrift gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het beroep

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verweerder zich op juiste gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Niet in geschil is dat verweerder de herstelverzuim brief niet aangetekend heeft verzonden en voorts dat eiser niet binnen de gestelde termijn de gronden van het bezwaarschrift heeft ingediend. Omdat eiser stelt geen herstelverzuim brief te hebben ontvangen, zijn er helemaal geen gronden ingediend.

Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie onder meer in de uitspraak van 27 april 2004, JV 2004/240, dient, ingeval van niet aangetekende verzending van besluiten of andere rechtens van belang zijnde documenten, het desbetreffende bestuursorgaan aannemelijk te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. Indien het de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om, indien daartoe aanleiding bestaat, de ontvangst ervan op niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Eerst als dat gebeurt, is het aan het bestuursorgaan dat het stuk heeft verzonden om de ontvangst daarvan door de geadresseerde aannemelijk te maken.

Gelet op deze jurisprudentie ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat herstelverzuim brief van 15 juni 2006 op 16 juni 2006 naar de gemachtigde van eiser is verzonden.

Bij voornoemd schrijven van 10 mei 2007 heeft verweerder zich in dit verband op het standpunt gesteld dat de herstelverzuim brief een systeembrief is, die door het systeem automatisch ’s nachts wordt gegenereerd, nadat in het systeem de desbetreffende stap is afgesloten. Er bestaat geen algemeen registratiesysteem voor uitgaande post, maar wel wordt geregistreerd dat een brief door het systeem wordt aangemaakt. De brief komt terecht in de postkamer, waar zorg wordt gedragen voor de feitelijke verzending van de brief, waarbij de datum van verzending op de brief wordt aangebracht. Voor de postkamer bestaat een korte instructie. Een nadere instructie voor het plaatsen van datumstempels is niet gevonden. De feitelijke werkwijze, waarbij de datumstempel wordt aangebracht voor daadwerkelijke verzending, ligt vast. Anders dan bij uitgebrachte beschikkingen wordt bij herstelverzuim brieven geen minuut aangemaakt. De datumstempel wordt aangebracht op de brief zelf.

Bij voornoemd schrijven van 15 mei 2007 stelt eiser zich op het standpunt dat uit het voorgaande niet kan worden opgemaakt dat de herstelverzuim brief daadwerkelijk op 16 juni 2006 van eiser is verzonden dan wel aan de gemachtigde van eiser is verzonden.

Gelet op voornoemde jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dient, ingeval van niet aangetekende verzending van besluiten of andere rechtens van belang zijnde documenten, het desbetreffende bestuursorgaan aannemelijk te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. In deze jurisprudentie wordt aannemelijk geacht dat een besluit is verzonden, indien er een minuut is met een stempel “verzonden op”. In onderhavig geval is er geen sprake van een besluit, maar van een herstelverzuim brief, wat naar het oordeel van de rechtbank eveneens een rechtens van belang document is. Nu van de herstelverzuim brief volgens verweerder geen minuut is met stempel “verzonden op”, en verweerder voorts heeft verklaard geen algemeen registratiesysteem voor uitgaande post bij te houden, maar slechts een stempel plaatst met de tekst “verzonden op”, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de herstelverzuim brief is verzonden op 16 juni 2006.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op het voorgaande, ten onrechte het bezwaarschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het beroep is derhalve gegrond.

Voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad EUR 644,00 onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan eiser moet voldoen;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon om het griffierecht ad EUR 141,00 aan eiser te vergoeden.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC te ’s-Gravenhage. In gevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb is niet van toepassing.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O.J. Bosker, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2007 in tegenwoordigheid van mr. M.A. Buikema als griffier.

Afschrift verzonden: