Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA8946

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-07-2007
Datum publicatie
06-07-2007
Zaaknummer
19/810269-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft door zijn handelen intens en onherstelbaar leed toegebracht aan haar moeder en andere dierbaren. Zij zullen verder moeten zonder Suzanne. De feiten hebben daarnaast grote onrust en gevoelens van weerzin teweeggebracht in de maatschappij. Dat is logisch, want het verkrachten en vermoorden van een meisje van twaalf jaar zijn weerzinwekkende feiten, zij behoren tot de meest gruwelijke feiten die denkbaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

Hendrik VAN D.,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1961,

wonende in de gemeente [woongemeente verdachte],

thans gedetineerd in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 maart 2007 en 22 juni 2007.

De verdachte is verschenen ter terechtzitting van 22 juni 2007 en werd bijgestaan door mr. J. Klopstra en mr. C. Wiggers, beiden advocaat te Stadskanaal.

De officier van justitie, mr. J.L. van den Broek, acht hetgeen onder 1. primair, 2. en 3. primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: dertig jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, aan te vangen nadat tweederde van de gevangenisstraf is ten uitvoer gelegd, onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen camper, met inbegrip van alle daarin aangetroffen goederen en niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [naam benadeelde partij] en [naam benadeelde partij] in hun vorderingen.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting van 22 juni 2007 gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 12 december 2006 te Valthermond, gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk en met voorbedachten rade S. [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [naam slachtoffer], meermalen, althans eenmaal,

- met kracht, tegen het hoofd en/of het lichaam getrapt/geschopt en/of

gestompt/geslagen en/of

- aan haar das, althans aan haar kleding vast gepakt en/of (vervolgens)

gesleurd/gesleept en/of getrokken en/of

- (vervolgens) als bestuurder van een motorvoertuig aangereden en/of overreden,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 12 december 2006 te Valthermond, gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk S. [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, die [naam slachtoffer], meermalen, althans eenmaal,

- met kracht, tegen het hoofd en/of het lichaam getrapt/geschopt en/of

gestompt/geslagen en/of

- aan haar das, althans aan haar kleding vast gepakt en/of (vervolgens)

gesleurd/gesleept en/of getrokken en/of

- (vervolgens) als bestuurder van een motorvoertuig aangereden en/of overreden,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden, terwijl deze doodslag voorafgegaan is van een strafbaar feit, namelijk wederrechtelijke vrijheidsberoving zoals bedoeld in art. 282 WvSr en/of (poging tot) verkrachting zoals bedoeld in art. 242 WvSr dan wel het plegen van ontuchtige handelingen zoals bedoeld in art. 245 WvSr en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit/die feiten voor te bereiden of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2006 in de gemeente Borger-Odoorn, althans in het arrondissement Assen en/of in de gemeente Stadskanaal, althans in het arrondissement Groningen, althans in Nederland, opzettelijk S. [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met dat opzet die [naam slachtoffer] in een motorvoertuig (camper) heeft gelokt en/of meegenomen en/of opgesloten en/of vast gehouden en/of vervoerd;

3.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 12 december 2006 in de gemeente Borger-Odoorn, althans in het arrondissement Assen en/of in de gemeente Stadskanaal, althans in het arrondissement Groningen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), S. [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte, meermalen,

- zijn penis en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis en/of zijn vinger(s) in de anus van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht

en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis in de mond van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of bewogen/gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [naam slachtoffer] heeft benaderd en/of (vervolgens) in de door hem bestuurde camper heeft gelokt en/of binnen gebracht en/of binnen heeft gehouden en/of heeft

vast gehouden en/of

- (vervolgens) de kleding van die [naam slachtoffer] (deels) heeft losgemaakt en/of

(deels) uitgetrokken en/of (deels) door die [naam slachtoffer] los heeft laten maken

en/of (deels) heeft doen/laten uit trekken en/of

- die [naam slachtoffer] over haar (ontblote) borst(en) heeft gestreeld en/of aangeraakt

en/of

- die [naam slachtoffer] heeft gedwongen/verzocht om zijn penis af te trekken, althans

met haar hand(en) zijn penis aan te raken en/of

- die [naam slachtoffer] heeft gedwongen/verzocht aan zijn penis te likken en/of aan zijn

penis te zuigen en/of

- die [naam slachtoffer], toen zij zich buiten de camper had begeven, aan haar das,

althans aan/bij haar kleding en/of bij haar lichaam heeft vastgepakt en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] heeft meegesleept/meegetrokken en/of voortgetrokken en/of geleid en/of

- (vervolgens) (opnieuw) de kleding van die [naam slachtoffer] (deels) heeft losgemaakt

en/of (deels) heeft uitgetrokken en/of (deels) heeft los doen/laten maken

en/of (deels) heeft doen/laten uit trekken en/of

- die [naam slachtoffer] heeft geschopt en/of geslagen en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en psychische overwicht op die [naam slachtoffer]

en (aldus) voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 12 december 2006 in de gemeente Borger-Odoorn, althans in het arrondissement Assen en/of in de gemeente Stadskanaal, althans in het arrondissement Groningen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) S. [naam slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte, meermalen

- zijn penis en/of zijn vinger(s) tegen de vagina van die [naam slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis en/of zijn vinger(s) tegen de anus van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis tegen de mond van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

bewogen/gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [naam slachtoffer] heeft benaderd en/of (vervolgens) in de door hem bestuurde camper heeft gelokt en/of binnen gebracht en/of heeft binnengehouden en/of

vastgehouden en/of

- (vervolgens) de kleding van die [naam slachtoffer] (deels) heeft losgemaakt en/of

(deels) uitgetrokken en/of (deels) door die [naam slachtoffer] los heeft laten maken en/of (deels) heeft laten uittrekken en/of

- die [naam slachtoffer] over haar (ontblote) borst(en) heeft gestreeld en/of aangeraakt

en/of

- die [naam slachtoffer] heeft gedwongen/verzocht om zijn penis af te trekken,

althans met haar hand(en) die penis aan te raken en/of

- die [naam slachtoffer], toen zij zich buiten de camper had begeven, aan haar sjaal,

althans aan/bij haar kleding en/of bij haar lichaam heeft vastgepakt en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] heeft meegesleept/meegetrokken en/of voortgetrokken en/of geleid en/of

- (vervolgens) (opnieuw) de kleding van die [naam slachtoffer] (deels) heeft losgemaakt

en/of (deels) heeft uitgetrokken en/of (deels) los heeft laten maken en/of

(deels) heeft laten uittrekken en/of

- die [naam slachtoffer] heeft geschopt en/of geslagen en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en psychische overwicht op die [naam slachtoffer]

en (aldus) voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht

volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 12 december 2006 in de gemeente Borger-Odoorn, althans in het arrondissement Assen, en/of in de gemeente Stadskanaal, althans in het arrondissement Groningen, althans in Nederland, met S. [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1994, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande of mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die S. [naam slachtoffer],

hebbende verdachte, meermalen,

- zijn penis en/of zijn vinger(s) in/tegen de vagina van die [naam slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis en/of zijn vinger(s) in/tegen de anus van die [naam slachtoffer]

geduwd/gebracht en/of bewogen/gehouden en/of

- zijn penis in/tegen de mond van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

bewogen/gehouden.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het onder 2. tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt in dit verband dat de tenlastelegging is toegespitst op het verblijf van Suzanne in de camper. Alhoewel het volstrekt voor de hand ligt om te veronderstellen dat Suzanne niet vrijwillig in de camper heeft verkeerd, moet worden vastgesteld dat het wettig bewijs dat zij wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd is geweest, uitsluitend gezocht kan worden in de verklaringen die verdachte dienaangaande heeft afgelegd. Technisch bewijs en getuigenverklaringen hieromtrent zijn er immers niet. In die verklaringen is onduidelijk gebleven waarom Suzanne met verdachte is meegegaan, zodat niet bewezen kan worden dat zij onvrijwillig bij verdachte in de camper is gestapt. Evenmin valt wettig te bewijzen dat Suzanne, toen zij zich eenmaal in de camper bevond, daarin opgesloten is geweest of is vastgehouden, noch dat zij daarin tegen haar wil is vervoerd. Daarmee is niet gezegd dat Suzanne vrijwillig met verdachte is meegegaan of dat zij een andere keus had dan zich te onderwerpen aan de wil van verdachte. Het ontbreken van het wettig bewijs staat een bewezenverklaring en dus een veroordeling van verdachte op dit onderdeel in de weg. De rechtbank overweegt nog dat Suzanne buiten de camper zondermeer van haar vrijheid beroofd is geweest, namelijk toen verdachte haar mee leidde aan haar sjaal, maar daar ziet de tenlastelegging niet op.

DE GEBEURTENISSEN

De rechtbank heeft uit de politieverhoren en de overige stukken in het dossier en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 juni 2007, over de gebeurtenissen in de vroege avond van 12 december 2006 te Valthermond en in het arrondissement Assen het volgende beeld verkregen.

Verdachte spreekt Suzanne in de Kerkstraat te Musselkanaal aan. Samen zetten zij haar fiets op de camper en zij neemt plaats in de camper. Verdachte rijdt weg. Op een donker weggetje stopt hij en vraagt haar haar kleren omhoog te doen. Hij streelt haar blote borsten. Hierna rijdt verdachte een stukje verder en zet de auto op een dam op de Valtherdijk. Hij wil seks met Suzanne. Hij vraagt Suzanne haar broek en haar slipje naar beneden te doen. Ze doet dat. Verdachte zegt tegen Suzanne dat ze op de bank in de camper moet gaan zitten. Verdachte doet ook zijn broek naar beneden. Op verzoek van verdachte likt Suzanne aan zijn penis. Zijn penis wordt daardoor stijf en het lukt hem zijn penis een klein stukje in de vagina van Suzanne te brengen.

Beiden kleden zich weer aan. Vervolgens gaan verdachte en Suzanne naar buiten. Buiten pakt verdachte haar bij haar sjaal. Zo lopen ze naast elkaar naar de bosjes. Verdachte heeft Suzanne verteld dat hij seks met haar wil in de bosjes omdat daar meer ruimte is. In de bosjes vraagt hij haar weer haar kleren uit te doen. Ze doet haar broek op de laarzen en haar slipje naar beneden. Haar bovenkleding doet ze omhoog. Suzanne maakt de penis van verdachte stijf met haar hand. Verdachte vraagt haar voorover te bukken. Hij doet zijn broek naar beneden. Verdachte gaat eerst met zijn vingers en daarna met zijn penis in de vagina van Suzanne. Het lukt weer niet goed. Beiden kleden zich weer aan en lopen naar de camper. Verdachte houdt Suzanne vast aan haar sjaal. Suzanne stribbelt tegen en hangt achterover. Verdachte slaat en schopt Suzanne in haar gezicht en schopt haar tegen haar ribben en haar benen. Ze komt te vallen en verdachte sleept haar aan haar sjaal over de grond. Als Suzanne weer is opgestaan lopen beiden door naar de camper. Suzanne loopt enkele tientallen meters door de sloot. Verdachte loopt naast haar. Hij houdt haar nog steeds vast aan haar sjaal. Bij de camper laat hij haar sjaal los. Verdachte stapt in. Suzanne blijft buiten. Verdachte heeft het raampje aan de bestuurderskant open. Hij start de motor en rijdt achteruit de weg op. Daarbij rijdt hij Suzanne aan. Als de auto recht op de weg staat, staat Suzanne voorovergebogen voor de auto. Verdachte rijdt vervolgens uit stilstand tegen Suzanne aan, die ten val komt. Verdachte rijdt door en rijdt over Suzanne heen. Even verder keert verdachte de auto en vervolgens rijdt hij nogmaals over Suzanne heen. Uit het obductieverslag blijkt dat Suzanne als gevolg van heftig botsend en/of samendrukkend geweld op haar lichaam is komen te overlijden. Een eind verder haalt verdachte de fiets van Suzanne van de camper en gooit die in het water van de Dreef. Daar in de buurt gooit hij ook de plastic zak weg die Suzanne bij zich had.

BIJZONDERE BEWIJSOVERWEGINGEN

Volgens de raadsman van verdachte is geen sprake van moord maar van doodslag. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte een zodanig laag IQ heeft en zo weinig sociale vaardigheden bezit, dat hij niet in staat is handelingen planmatig uit te voeren en de consequenties ervan te overdenken. Bovendien zou verdachte hebben gehandeld in een toestand van een ogenblikkelijke, heftige gemoedsbeweging. Verdachte zou zijn overvallen door een ongeremde boosheid die zich manifesteerde in een enorme geweldsuitbarsting toen Suzanne hem op de terugweg naar de camper meermalen zou hebben uitgemaakt voor pedofiel. Volgens de raadsman zou verdachte dit eerder zijn overkomen.

De rechtbank overweegt dat uit de handelingen van verdachte kan worden afgeleid dat het doden van Suzanne het gevolg is geweest van een weloverwogen besluit. Het is na enig tijdverloop tot stand gekomen en is genomen om de ontdekking van de voorafgaande feiten te voorkomen.

Op de pagina's 541 en 542 van het proces-verbaal van politie verklaart verdachte op vragen van de verhorende verbalisanten: "Sporen uitwissen. (...) Dat ze me niet zou aangeven. (...) Daarom heb ik haar overreden. (...) Dat ze dood was. (...) Dat ze geen aangifte kon doen." En op de vraag van de verbalisant wat ze dan niet mocht vertellen: "Dat ik seks met haar gehad heb".

Voorts acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat Suzanne op verdachte is gaan schelden, nadat verdachte haar voor de tweede maal (nu buiten in de bosjes) had verkracht en terwijl hij haar aan de sjaal terugvoerde naar de camper. Suzanne moet de hele situatie als uitzonderlijk beangstigend en bedreigend hebben ervaren en het is nauwelijks voorstelbaar dat zij verdachte in die omstandigheden meermalen heeft uitgemaakt voor pedofiel. De rechtbank acht dit verhaal van verdachte des te minder geloofwaardig, nu hij daar eerst tijdens zijn verblijf in het Pieter baan Centrum mee is gekomen. Bovendien heeft verdachte ook verklaard dat hij Suzanne direct na de seks in de bosjes heeft geschopt en geslagen. Verdachte slaat en schopt haar in het gezicht en schopt haar tegen de ribben en de benen. Toen was er dus al sprake van ernstig geweld. Dat was dus vóór het meevoeren aan de sjaal en dus ook vóór het vermeende uitschelden, zodat het verweer dat het geweld het gevolg is geweest van het uitschelden, niet met succes kan worden gevoerd.

De conclusie van de rechtbank is dat sprake is geweest van moord.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. primair en 3. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 12 december 2006 te Valthermond, gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk en met voorbedachten rade S. [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [naam slachtoffer] meermalen als bestuurder van een motorvoertuig overreden, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden;

3.

hij op meer tijdstippen op 12 december 2006 in het arrondissement Assen telkens door andere feitelijkheden S. [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis en zijn vingers in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte die [naam slachtoffer] in de door hem bestuurde camper heeft binnen gebracht en de kleding van die [naam slachtoffer] door die [naam slachtoffer] deels heeft laten uittrekken en die [naam slachtoffer] over haar ontblote borsten heeft gestreeld en die [naam slachtoffer] heeft verzocht om zijn penis met haar handen aan te raken en die [naam slachtoffer] heeft verzocht aan zijn penis te likken en die [naam slachtoffer], toen zij zich buiten de camper had begeven, aan haar das heeft vastgepakt en vervolgens opnieuw de kleding van die [naam slachtoffer] deels heeft los laten maken en gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en psychische overwicht op die [naam slachtoffer] en aldus voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Bij deze bewezenverklaring is de rechtbank er vanuit gegaan dat verdachte Suzanne pas na de verkrachtingen heeft geslagen en geschopt en aan de sjaal heeft meegevoerd, zodat deze gewelddadigheden bij de verkrachtingen zelf geen rol hebben gespeeld.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1. primair en 3. primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIES

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1. primair: moord,

strafbaar gesteld bij artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3. primair: verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een multidisciplinair voorlichtingsrapport d.d. 13 juni 2007, opgemaakt door P.K.J. Ronhaar, psychiater en vast gerechtelijk deskundige, en mevrouw C.M. van Deutekom, klinisch psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven - dat onderzochte een zwakbegaafde man is bij wie sprake is van een gestoorde persoonlijkheids-ontwikkeling, waarin vooral afhankelijke kenmerken zichtbaar zijn. Ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten heeft betrokkene weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan kunnen inzien, doch is hij in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen. De onderzoekers concluderen dan ook dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, dat deze feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 18 december 2006, waaruit blijkt dat de verdachte in november 2003 en juni 2005 is veroordeeld wegens mishandeling;

- de ter zitting gedane erkenning door de verdachte dat hij zich aan de op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feiten onder de nummers 3. en 4. heeft schuldig gemaakt, welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van dertig jaren en terbeschikkingstelling met dwangverpleging gevorderd. Een levenslange gevangenisstraf acht hij gelet op de jurisprudentie niet mogelijk omdat sprake is van een enkelvoudige moord en verdachte niet eerder voor een ernstig geweldsdelict is veroordeeld.

De rechtbank deelt deze visie van de officier van justitie en is tegelijkertijd met hem van mening dat een zeer lange vrijheidsbenemende sanctie op zijn plaats is. De rechtbank overweegt hierbij dat verdachte op een gruwelijke wijze misbruik heeft gemaakt van een jong en onschuldig meisje en haar vervolgens op een respectloze en zeer grove wijze van het leven heeft beroofd. Verdachte heeft bijna anderhalf uur met Suzanne doorgebracht. Hij heeft haar pijn gedaan en vernederd. Suzanne moet doodsangsten hebben uitgestaan, het laatste uur van haar leven moet zij als een hel hebben ervaren. Verdachte heeft door zijn handelen intens en onherstelbaar leed toegebracht aan haar moeder en andere dierbaren. Zij zullen verder moeten zonder Suzanne. De feiten hebben daarnaast grote onrust en gevoelens van weerzin teweeggebracht in de maatschappij. Dat is logisch, want het verkrachten en vermoorden van een meisje van twaalf jaar zijn weerzinwekkende feiten, zij behoren tot de meest gruwelijke feiten die denkbaar zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten in beginsel een gevangenisstaf voor de duur van 25 jaren rechtvaardigt. Daarbij heeft de rechtbank zich voor zover mogelijk rekenschap gegeven van straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

De rechtbank dient evenwel tevens rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een wezenlijke factor in dit verband is het feit dat verdachte slechts een IQ van 76 heeft en mede daarom als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Voorts neemt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een zedendelict of een ernstig geweldsdelict. Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren op zijn plaats.

MOTIVERING VAN DE MAATREGEL VAN TERBESCHIKKINGSTELLING

Door voornoemde gedragsdeskundigen is gezamenlijk een met reden omkleed, gedagtekend en ondertekend advies uitgebracht.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen concluderen beide gedragsdeskundigen dat verdachte een zwakbegaafde man is. Hij heeft een gestoorde persoonlijkheids-ontwikkeling. Vooral afhankelijke kenmerken zijn daarin zichtbaar. Verdachte wist dat het plegen van deze feiten niet was toegestaan maar kon in mindere mate dan de gemiddeld normale mens zijn wil in vrijheid bepalen. Verdachte lijdt, aldus onderzoekers, aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, dat de feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De kans op herhaling van vooral impulsieve delicten (van welke aard dan ook) achten de onderzoekers, indien verdachte onbehandeld zou blijven, op termijn nadrukkelijk aanwezig. Zij adviseren verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. Bij een behandeling in een dergelijk (structurerend) kader kan aandacht worden gegeven aan enige toename van de autonomie en verbetering van de vaardigheden om met tegenslagen en conflicten om te gaan.

De rechtbank verenigt zich met de bovenstaande conclusies en maakt die tot de hare.

Op grond van die conclusies en de adviezen en rapporten die over de persoonlijkheid van de verdachte zijn uitgebracht, is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens bestond.

De door de verdachte begane feiten zijn misdrijven, waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraffen van vier jaren of meer zijn gesteld.

Op grond van het bovenstaande en mede gelet op de ernst van de begane feiten, is de rechtbank van oordeel dat de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van overheidswege eist.

De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en zal bevelen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

UITVOERING MAATREGEL TERBESCHIKKINGSTELLING

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank, uit een oogpunt van vergelding en optimale beveiliging van de samenleving, in haar uitspraak het advies zal opnemen dat pas met de verpleging van overheidswege zal worden aangevangen nadat tweederde van de gevangenisstraf is ten uitvoer gelegd.

De rechtbank zal de officier niet volgen en overweegt daartoe het volgende.

Een tijdelijke gevangenisstraf van welke duur dan ook, is er altijd op gericht dat een veroordeelde weer terug kan keren in de maatschappij. In het nog bestaande stelsel van automatische vervroegde invrijheidstelling gebeurt dat normaliter wanneer iemand tweederde van zijn straf heeft uitgezeten. Wanneer naast de gevangenisstraf ook de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd, wordt in de regel met de behandeling begonnen nadat eenderde van de opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd, waarbij uiteraard na eventuele beëindiging van de behandeling de dan nog resterende gevangenisstraf alsnog dient te worden ondergaan. De ratio is dat een terbeschikkingstelling geen bijkomende straf is, maar een maatregel die erop gericht is om de veroordeelde - na het uitzitten van zijn straf - niet terug te laten keren in de maatschappij alvorens door een behandeling het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau is gereduceerd. De eis van de officier om de behandeling pas na tweederde van de gevangenisstraf te laten beginnen zou per saldo leiden tot een langere vrijheids-beneming van verdachte. De door de officier van justitie in dit verband gehanteerde argumenten spreken de rechtbank niet aan. Bovendien is vastgesteld dat verdachte behandeling nodig heeft. De rechtbank acht het niet wenselijk dat pas met die behandeling wordt begonnen als verdachte reeds vele jaren gevangenisstraf heeft ondergaan.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

Artikel 361 Wetboek van Strafvordering bepaalt de voorwaarden waaronder de benadeelde partij ontvankelijk is. De op het civiele recht gebaseerde regeling omtrent vergoeding van schade aan nabestaanden is juridisch gecompliceerd. Slechts in beperkte gevallen kunnen nabestaanden schadevergoeding eisen. De vordering moet daarbij eenvoudig van aard zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij zal dan ook niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

Bij de ad informandum gevoegde strafbare feiten is onder 1. opgenomen de vermoede mishandeling door verdachte van zijn dochter [naam dochter] op 4 mei 2006 (parketnummer 19.830161-06).

[Naam dochter] heeft met betrekking tot dit feit een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces ingediend.

Zij kan niet worden ontvangen in haar vordering omdat het onderhavige feit niet aan verdachte is tenlastegelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 261 Wetboek van Strafvordering. Overigens is het feit ter terechtzitting niet besproken omdat verdachte het feit ontkent. Het feit is dus niet afgedaan en de officier van justitie kan verdachte alsnog voor dit feit vervolgen. Indien de officier van justitie daartoe besluit, kan [naam dochter] zich als benadeelde partij in het strafproces voegen.

MOTIVERING VAN DE VERBEURDVERKLARING

De officier van justitie heeft gevorderd dat de camper, inclusief alle daarin aangetroffen goederen, zal worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank zal de officier van justitie hierin niet volgen. Onttrekking aan het verkeer is slechts mogelijk indien de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang (artikel 36c Wetboek van Strafrecht).

Hoe gruwelijk het feit dat met behulp van de camper is gepleegd ook is, het ongecontroleerd bezit van de camper is niet in strijd met de wet, noch met het algemeen belang.

De rechtbank acht op grond van artikel 33a, eerste lid onder a. en c. Wetboek van Strafrecht de in beslag genomen camper echter wel vatbaar voor verbeurdverklaring. De camper behoort immers aan de verdachte toe en het onder 1. primair bewezen verklaarde feit is met behulp daarvan gepleegd.

De rechtbank zal de camper daarom verbeurd verklaren.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 37a, 37b, 38e en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2. is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. primair en 3. primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals deze hierboven zijn vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair en 3. primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van TWINTIG JAREN.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank beveelt dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank stelt vast dat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling een periode van vier jaar te boven mag gaan.

De rechtbank verklaart verbeurd het navolgende in beslag genomen voorwerp:

een camper, merk Fiat, kenteken [kenteken].

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank bepaalt dat [naam dochter verdachte] niet ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding. Zij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. M.C. Fuhler en mr. J.A.A.M. van Veen, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op vrijdag 6 juli 2007.