Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA8943

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
06-07-2007
Zaaknummer
62681 / HA RK 07-65
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking afgewezen.

Hetgeen de rechter ter zitting gedaan en gezegd heeft past in de regiefunctie van de rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 62681 / HA RK 07-65

Beschikking van de meervoudige kamer op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 19 juni 2007

in de zaak van

[VERZOEKSTER],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

procureur mr. A.A. Vogelsang,

advocaat mr. R. Skala te Haren,

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van wraking d.d. 19 juni 2007, waaruit blijkt dat verzoekster [de rechter], rechter in deze rechtbank, wenst te wraken;

- de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 19 juni 2007.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Het standpunt van verzoekster

Ter zitting van de tweede meervoudige kamer d.d. 19 juni 2007 heeft mr. Skala namens verzoekster – kort samengevat – aangevoerd dat hij bij de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] in augustus 2006 onder leiding van [de rechter] zijn pleidooi moest beperken, waarbij [de rechter] opmerkte: “ik ken u” en dat aan het eind van de zitting onmiddellijk uitspraak is gedaan zonder acht te slaan op de overgelegde pleitaantekeningen. Naar aanleiding van deze gebeurtenis heeft mr. Skala een klacht ingediend bij de president, die is afgewezen. Mr. Skala aangegeven dat hij niet wil dat [de rechter] deze zaak ter zitting zou behandelen omdat hem door [de rechter] de mond zou zijn gesnoerd. [de rechter] is volgens hem niet onpartijdig in deze zaak. Daarbij komt dat zij teveel in negatieve zin van de voorgeschiedenis op de hoogte is. Hiermee wordt met name de feitelijke behandeling te zitting bedoeld.

Ter zitting van de wrakingskamer d.d. 19 juni 2007 heeft mr. Skala zijn standpunt nader toegelicht.

2. Het standpunt van [de rechter]

Uit het proces-verbaal van de zitting d.d. 19 juni 2007 blijkt dat [de rechter] heeft verklaard niet te berusten in het verzoek. Zij heeft de wrakingskamer laten weten dat zij er geen prijs op stelt te worden gehoord, dan wel schriftelijk te reageren op het wrakingsverzoek.

3. Het standpunt van het Leger des Heils, jeugdzorg en reclassering

Mr. M. Kramer heeft zich namens het Leger des Heils verzet tegen de wraking. Zij heeft aangevoerd dat uit het proces-verbaal van de zitting d.d. 25 juli 2006 blijkt dat mr. Skala wel degelijk zijn standpunt naar voren heeft kunnen brengen en erop gewezen dat de beslissing van [de rechter] tot ondertoezichtstelling in hoger beroep is bekrachtigd.

4. Het standpunt van de overige procespartijen

De overige procespartijen (De Raad voor de Kinderbescherming en [de pleegouders]) hebben niet zelfstandig een standpunt ingenomen.

5. De beoordeling

5.1. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

De enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak, is onvoldoende om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. (HR 15 februari 2002, NJ 2002, nr. 197).

5.2. De door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder r.o. 1 weergegeven leveren naar het oordeel van de rechtbank niet een uitzonderlijke omstandigheid op die zodanige vrees ten aanzien van deze rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de gewraakte rechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van verzoekende partij de schijn van partijdigheid gewekt.

5.3. De door verzoekster aangevoerde redenen voor het verzoek tot wraking zijn pro saldo dezelfde als die in verband met de klacht bij de president van deze rechtbank zijn aangevoerd. De president heeft de gang van zaken ter zitting d.d. 25 juli 2006 beoordeeld en de klacht afgewezen. Gelet hierop dient de rechtbank het ervoor te houden en houdt zij het ervoor dat hetgeen [de rechter] ter zitting gedaan en gezegd heeft past in de regiefunctie van de rechter. Zeker als een advocaat enige tijd te laat ter zitting verschijnt, is het gerechtvaardigd de spreektijd te beperken.

Uit hetgeen mr. Skala heeft verklaard, blijkt ook niet dat mr. Skala de voor de beslissing van belang zijnde zaken uit zijn pleitaantekeningen niet naar voren heeft kunnen brengen.

6. Slotsom

Het door verzoekster gestelde kan niet leiden tot de verzochte wraking. De wrakingskamer van de rechtbank zal het wrakingsverzoek afwijzen.

BESLISSING

De rechtbank:

1. Wijst het verzoek tot wraking af.

2. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

3. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoekster, [de rechter], de Raad voor de Kinderbescherming, het Leger des Heils, jeugdzorg en reclassering, [de pleegouders].

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Duinkerken, mr. H. Wolthuis en mr. M.E. van Rossum , bijgestaan door mr. A.J. Wassenburg-Hazelhoff, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2007 en door mr. P.J. Duinkerken en de griffier ondertekend.