Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA7778

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
15-06-2007
Datum publicatie
21-06-2007
Zaaknummer
19.830282-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De raadsman heeft per getuige een toelichting gegeven. De rechtbank acht de gegeven toelichting echter onbegrijpelijk en dat brengt met zich mee dat het verzoek in beginsel zou moeten worden afgewezen.

Gelet op het belang van verdachte in onderhavige zaak is de rechtbank echter van oordeel dat de verdediging desondanks in de gelegenheid moet worden gesteld een schriftelijke opgave van de getuigen te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteland en-plaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1970,

verblijvende in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 01 juni 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. S. Karkache, advocaat te Rotterdam.

1. MOTIVERING

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting verzocht de zaak te verwijzen naar de rechter-commissaris voor het horen van een aantal getuigen.

In artikel 260 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) wordt vermeld dat aan de verdachte kenbaar wordt gemaakt dat hij het recht heeft getuigen en deskundigen schriftelijk te doen oproepen of op de terechtzitting mede te brengen. Artikel 263 Sv bepaalt dat de schriftelijke opgave van getuigen uiterlijk 10 dan wel 3 dagen -afhankelijk van de betekening van de dagvaarding- voor de zitting door de officier van justitie moet zijn ontvangen. Ook dient bij de schriftelijke opgave vermeld te worden de namen, beroep en woon- of verblijfplaats van de getuigen, of bij onbekendheid van een en ander dient een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding te worden vermeld.

De dagvaarding is op 18 mei 2007 aan verdachte in persoon uitgereikt. Op 22 mei 2007 heeft de rechtbank een brief van de raadsman ontvangen waarin hij verzoekt de zaak te verwijzen naar de rechter-commissaris voor het horen van getuigen. De raadsman doet daarbij geen opgave als bedoeld in artikel 263 lid 3 Sv.

De rechtbank is van oordeel dat van de raadsman van de verdachte mag worden verwacht, met het oog op een efficiënte procesvoering, dat hij de officier van justitie tijdig in staat stelt getuigen op te roepen. In beginsel zal een verzoek om getuigen te horen dat, ondanks zeer tijdige dagvaarding, eerst ter zitting wordt gedaan, niet snel worden toegestaan. Daar komt bij dat in de dagen voorafgaande aan de zitting geen stukken aan het dossier zijn toegevoegd die mede ten grondslag liggen aan het gedane verzoek.

Nu het verzoek eerst ter terechtzitting is gedaan dient de rechtbank te beoordelen of door het niet horen van de getuigen, de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad. Dit brengt met zich dat de verdediging daartoe, per opgegeven getuige, een opgave van redenen dient te geven, waaronder de rechtbank verstaat een korte aanduiding van hetgeen de getuige over het ten laste gelegde feit zou kunnen verklaren.

Op de terechtzitting heeft de raadsman zes personen opgegeven die door de rechter-commissaris zouden moeten worden gehoord. De raadsman heeft per getuige een toelichting gegeven. De rechtbank acht de gegeven toelichting echter onbegrijpelijk en dat brengt met zich mee dat het verzoek in beginsel zou moeten worden afgewezen.

Gelet op het belang van verdachte in onderhavige zaak is de rechtbank echter van oordeel dat de verdediging desondanks in de gelegenheid moet worden gesteld een schriftelijke opgave van de getuigen te doen. Deze opgave dient de verdediging aan de rechtbank en officier van justitie over te leggen met daarbij per getuige een opgave van redenen. Voorts dient de opgave in overeenstemming te zijn met het bepaalde van artikel 263 lid 3 Sv.

De rechtbank zal bepalen dat de opgave van de getuigen uiterlijk dinsdag 26 juni 2007 door de rechtbank en officier van justitie moet zijn ontvangen.

Op vrijdag 29 juni 2007 zal (alleen) het verzoek om getuigen door de rechter-commissaris te horen inhoudelijk (verder) worden behandeld.

De raadsman heeft ter terechtzitting een drietal stukken in de Franse taal aan de rechtbank overgelegd. Indien de raadsman wenst dat de rechtbank inhoudelijk kennis neemt van die stukken, is het wenselijk dat de raadsman een door een beëdigde vertaler opgestelde vertaling van die stukken aan de rechtbank overlegt.

2. BESLISSING

De rechtbank:

- stelt de verdachte en zijn raadsman in de gelegenheid om een schriftelijke opgave van de te horen getuigen aan de rechtbank en officier van justitie te doen toekomen, met per getuige een opgave van redenen;

- bepaalt dat voormelde opgave uiterlijk dinsdag 26 juni 2007 door de rechtbank en officier van justitie moet zijn ontvangen;

- bepaalt dat voormeld getuigenverzoek zal worden behandeld ter openbare terechtzitting van vrijdag 29 juni 2007 om 11.00 uur en beveelt de oproeping van verdachte tegen voormelde datum en tijdstip.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. H. Wolthuis en mr. H. de Wit, rechters in tegenwoordigheid van D. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 15 juni 2007.-