Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA7523

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
19-06-2007
Zaaknummer
19.605715-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich had moeten beheersen. Dat de tongzoen als troost was bedoeld, zoals verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Er zijn andere manieren om te troosten; een tongzoen is daarbij bepaald buiten de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1972,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 05 juni 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. van Maarwijck, advocaat te Meppel.

De officier van justitie mr. H.H. Louwes acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 220 uur werkstraf, subsidiair 110 dagen hechtenis;

* 6 maanden gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 2 januari 1995, te Meppel, althans in de gemeente Meppel, met [naam slachtoffer], die toen de leeftijd van 12 jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden en/of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], immers heeft verdachte in genoemde periode (telkens)

- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- die [naam slachtoffer] zijn, verdachtes, penis in haar mond heeft laten nemen en/of

- die [naam slachtoffer] heeft gestreeld en/of gemasseerd.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op enig tijdstip in de periode van 1 januari 1994 tot 2 januari 1995 te Meppel

met [naam slachtoffer], die toen de leeftijd van 12 jaren, maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], immers heeft verdachte in genoemde periode zijn, verdachtes, tong in de mond van die [naam slachtoffer] gebracht.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in 1994, toen het slachtoffer 15 was, eenmaal met haar heeft getongzoend. Hij ontkent dat er sprake is geweest van gemeenschap of andere seksuele handelingen.

Op grond van de aangifte van het slachtoffer en de verklaring van verdachte acht de rechtbank het tongzoenen bewezen. Hoewel de rechtbank daarnaast niet uitsluit dat er inderdaad seksuele gemeenschap en andere seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen verdachte en het slachtoffer, is zij van oordeel dat niet kan worden bewezen dat dit heeft plaatsgevonden toen het slachtoffer tussen de 12 en 16 jaar oud was. De verklaring van het slachtoffer vindt onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen om tot bewezenverklaring hiervan te kunnen komen.

KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van 12 jaren maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 29 juni 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

Enerzijds heeft het tongzoenen, zo heeft het slachtoffer verklaard, destijds niet tegen haar zin plaatsgevonden en betreft de tongzoen een relatief beperkte inbreuk op de lichamelijke integriteit. Anderzijds heeft de wetgever met strafbaarstelling in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht de jeugdige van 12-16 jaar tegen het ondergaan van seksuele handelingen willen beschermen en bestond er tussen het slachtoffer en verdachte een familierelatie en een leeftijdverschil van 7 jaren.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich had moeten beheersen. Dat de tongzoen als troost was bedoeld, zoals verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Er zijn andere manieren om te troosten; een tongzoen is daarbij bepaald buiten de orde.

Op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte voor het bewezenverklaarde feit een boete dient te worden opgelegd.

De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een geldboete ten bedrage van €400,- met bevel dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 8 dagen zal worden toegepast;

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van € 50,- per in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. J.M.M. van Woensel, rechters in tegenwoordigheid van mr. S. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 19 juni 2007, zijnde mr. Van Woensel buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.