Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA5708

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-05-2007
Datum publicatie
24-05-2007
Zaaknummer
19/830320-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hoewel verdachte onbesuisd te werk is gegaan acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte opzet had zijn halfzusje van het leven te beroven gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden. Uit de medische verklaring volgt dat P. een snijwond had in haar rechterbovenarm en dat die wond gehecht is. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond hiervan niet gesproken worden van zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1981,

wonende [adres verdachte],

thans verblijven in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 08 mei 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Dekens, advocaat te Odoorn.

De officier van justitie mr. M.A.A. van Capelle acht hetgeen onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 36 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, met bijzondere voorwaarde;

* beslissingen ten aanzien van het beslag.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 21 december 2006 in de gemeente Emmen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [naam slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een of meer stekende bewegingen in de richting van de buik en/of arm en/of schouder en/of het lichaam heeft gemaakt, waarbij hij haar heeft geraakt/verwond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

ter zake dat

hij op of omstreeks 21 december 2006 in de gemeente Emmen aan een persoon (te

weten [naam slachtoffer], zijnde zijn stiefzus), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk die [naam slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een of meer stekende bewegingen in de richting van de buik en/of arm en/of schouder en/of het lichaam heeft gemaakt, waarbij hij haar heeft geraakt/verwond;

2.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 20 december 2006 in de gemeente Emmen (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], zijnde zijn stiefzus, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet

- die [naam slachtoffer] met zijn vuist heeft gestompt/ geslagen en/of

- die [naam slachtoffer] tegen gezicht en/of elders tegen het hoofd heeft geschopt en/of

- die [naam slachtoffer] bij haar haren heeft gepakt en/of aan de haren heeft getrokken en/of

- het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen de muur heeft geslagen en/of tegen de vloer

gedrukt en/of geduwd en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

ter zake dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 20 december 2006 in de gemeente Emmen (telkens) opzettelijk [naam slachtoffer], zijnde zijn stiefzus, pijn en/of letsel heeft toegebracht, bestaande toebrengen van die pijn en/of dat letsel (telkens) hierin, dat verdachte

- die [naam slachtoffer] met zijn vuist heeft gestompt/ geslagen en/of

- die [naam slachtoffer] tegen gezicht en/of elders tegen het hoofd heeft geschopt en/of

- die [naam slachtoffer] bij haar haren heeft gepakt en/of aan de haren heeft getrokken en/of

- het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen de muur heeft geslagen en/of tegen de vloer

gedrukt en/of geduwd en/of geslagen,

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het onder 1 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Op 21 december 2006 is verdachte in zijn ouderlijk huis op een gegeven moment naar boven gerend om zijn halfzusje [naam halfzusje] naar zijn zeggen te laten schrikken. Verdachte had daartoe een vleesmes mee naar boven genomen. Als hij de slaapkamer betreedt staat [naam halfzusje] voor hem. De verdachte zwaait dan met het vleesmes en raakt met de punt de schouder van [naam halfzusje]. Als verdachte bloed uit de wond ziet komen laat hij het mes vallen en gaat weg. Verdachte heeft op de terechtzitting aangegeven dat hij in die periode niet zich zelf was, hij was woedend en had met persoonlijke problemen te kampen. Hij werd ongewild betrokken bij de zorgen van zijn moeder omtrent zijn halfzusje. Kort gezegd, het werd hem allemaal teveel.

De rechtbank heeft op de terechtzitting geconstateerd dat verdachte fors van postuur is en dat het voor hem niet moeilijk geweest kan zijn [naam halfzusje] met het mes te steken, als hij dat had gewild.

Hoewel verdachte onbesuisd te werk is gegaan acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte opzet had [naam halfzusje] van het leven te beroven gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden.

Uit de medische verklaring volgt dat [naam halfzusje] een snijwond had in haar rechterbovenarm en dat die wond gehecht is. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond hiervan niet gesproken worden van zwaar lichamelijk letsel.

Mede gelet op wat hiervoor is overwogen acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft getracht [naam halfzusje] van het leven te beroven dan wel haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op meerdere tijdstippen op 20 december 2006 in de gemeente Emmen telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, telkens met dat opzet

- die [naam slachtoffer] met zijn vuist heeft gestompt en

- die [naam slachtoffer] bij haar haren heeft gepakt en aan de haren heeft getrokken en tegen de vloer heeft geduwd en/of gslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder 2 primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 2: poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 302 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 29 april 2007, opgemaakt door drs. J.M. de Jonge, Gz-psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

" betrokkene heeft een soort van basiswantrouwen ontwikkeld waardoor hij alle problemen zelf wil oplossen, echter de vaardigheden om dit voldoende te kunnen hanteren ontbeert betrokkene. De frustratietolerantie is beperkt en uit zich in een agressieve uitbarsting.

Deze problematiek was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Betrokkene kon de situatie en de gevolgen van zijn gedrag onvoldoende overzien en zijn woedegevoelens niet hanteren.

Op basis hiervan wordt betrokkene licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht".

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 21 december 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder

ter zake van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld;

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zijn halfzusje dusdanig heeft mishandeld dat gesproken worden een poging tot zware mishandeling. Eerst heeft verdachte haar mishandeld in de schuur van de ouderlijke woning. Toen [naam halfzusje] daarbij een opmerking maakte is hij haar achterna gegaan de woning in en heeft haar aldaar wederom zwaar mishandeld.

Ondanks zijn persoonlijke problematiek op dat moment rekent de rechtbank verdachte zwaar aan dat hij buiten proportie heeft gehandeld.

In een geval als deze kan als uitgangspunt gelden een gevangenisstraf van zes maanden. De rechtbank heeft verdachte licht verminderd toerekenbaar geacht. Op grond hiervan en van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat gevangenisstraf geboden is. De rechtbank zal de duur daarvan bepalen op het aantal dagen dat verdachte tot op heden in voorarrest heeft doorgebracht.

In de omstandigheden van het geval acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf met daar aan verbonden reclasseringstoezicht, niet aangewezen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

VORDERING TENUITVOERLEGGING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING ONDER PARKETNUMMER 19.620420-06

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 15 mei 2006, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* een gevangenisstraf voor de duur van 152 dagen.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

De rechtbank gelast de teruggave aan [naam rechthebbende], wonende te [adres], van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

een koks/vleesmes met zwart handvat.

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- één vest, kl. bruin;

- één zwarte wollen trui;

- één licht blauwe spijkerbroek;

- één paar half hoge veterschoenen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.620420-06

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 15 mei 2006 door de politierechter te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters in tegenwoordigheid van D.C. witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 22 mei 2007, zijnde mr. Van der Sluijs buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.