Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA4566

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
01-05-2007
Datum publicatie
07-05-2007
Zaaknummer
19.830230-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank laat meewegen dat verdachte schriftelijk zijn excuses heeft gemaakt aan het slachtoffer. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte op het moment dat hij het slachtoffer de trap gaf niet wist dat het een politieagent betrof. Verder is gebleken dat verdachte zonder aarzeling de gevorderde schade heeft voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1985,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 17 april 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.H. Thasing, advocaat te Emmen.

De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen onder 1, 2 primair, 3 en 4 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 2 jaren gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest;

* beslissing ten aanzien van de vordering benadeelde partij.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 16 september 2006 in de gemeente Coevorden met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Pampertstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, althans in het openbaar, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, (te weten [naam slachtoffer] en/of anderen) en/of goederen, (te weten een gebouw, genaamd Het Teuthuus)

- welk geweld tegen goederen bestond uit slaan/bonzen en/of schoppen tegen de

deur en/of tegen de ramen van dat gebouw, en/of het gooien van een of meerdere

fietsen tegen dat gebouw, en/of

- welk geweld tegen personen bestond uit het duwen en/of slaan en/of stompen;

2.

hij op of omstreeks 16 september 2006 in de gemeente Coevorden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, die [naam slachtoffer] meermalen met kracht in het gezicht/tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

ter zake dat

hij op of omstreeks 16 september 2006 in de gemeente Coevorden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer], zijnde een ambtenaar gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [naam slachtoffer] meermalen met kracht in het gezicht/tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 16 september 2006 in de gemeente Coevorden, tezamen en in

vereniging met anderen, althans alleen, toen aldaar in uniform geklede

dienstdoende politieambtenaren verdachte en/of zijn mededader(s), als verdacht

van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e)

feit(en) hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, althans vast hadden

teneinde verdachte en/of zijn mededader(s), ter geleiding voor een

hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau,

zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de

rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft/hebben verzet door

- te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die

ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden,

- meermalen met kracht tegen het lichaam van die opsporingsambtenaren te

trappen/te schoppen,

- meermalen met kracht in het gezicht/tegen het hoofd van die

opsporingsambtenaren te trappen,

waardoor een van die opsporingsambtenaren enig lichamelijk letsel (gekneusde

kaak) heeft opgelopen;

4.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 16 september 2006 in de gemeente Coevorden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer] (telkens) dreigend de woorden toegevoegd :"als zij dood is, dan maak ik jou dood, ik schiet je hartstikke kapot" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het 2 primair en 3 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Onder 2 primair is ten laste gelegd dat verdachte heeft getracht [naam slachtoffer] van het leven te beroven door hem met opzet in het gezicht of tegen het hoofd te trappen/schoppen.

Verdachte heeft zowel ter terechtzitting als bij de politie verklaard dat hij de persoon die hij op [naam medeverdachte] zag zitten van haar af wilde hebben omdat hij dacht dat [naam medeverdachte] door die persoon werd geslagen. Verdachte heeft toen impulsief gehandeld.

Verdachte ontkent [naam slachtoffer] bewust in het gezicht te hebben geschopt.

De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte niet de intentie heeft gehad [naam slachtoffer] bewust tegen het hoofd te trappen en dat ook niet heeft gewild. Verdachte wilde dat [naam slachtoffer] van [naam medeverdachte] af zou gaan en heeft [naam slachtoffer] om die reden een flinke trap gegeven. Verdachte heeft daartoe niet bewust het hoofd van [naam slachtoffer] geraakt. Ook gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte zich, op het moment van trappen, er niet van bewust was dat de persoon in kwestie een politieagent betrof.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke vorm, om [naam slachtoffer] van het leven te beroven door hem opzettelijk in het gezicht te trappen.

De rechtbank acht het derde feit niet bewezen omdat het ten laste gelegde delict niet past op de situatie die zich heeft voorgedaan.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 16 september 2006 in de gemeente Coevorden met een ander, in het openbaar, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] en een gebouw, genaamd Het Teuthuus,

- welk geweld tegen goederen bestond uit slaan/bonzen en/of schoppen tegen de deur en/of tegen de ramen van dat gebouw, en het gooien van fietsen tegen dat gebouw, en

- welk geweld tegen personen bestond uit het duwen en/of slaan en/of stompen;

2.

hij op 16 september 2006 in de gemeente Coevorden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [naam slachtoffer] met kracht tegen het hoofd heeft geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op meerdere tijdstippen op 16 september 2006 in de gemeente Coevorden tezamen en in vereniging met een ander [naam slachtoffer] en [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader meermalen opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] en [naam slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "als zij dood is, dan maak ik jou dood, ik schiet je hartstikke kapot" en/of "Ik maak je dood";

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2 subsidiair en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIES

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen,

strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

strafbaar gesteld bij artikel 302 in verbinding met de artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 4:

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 18 september 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet

eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld;

In de vroege ochtenduren van 16 september 2006 vinden er verschillende geweldsincidenten plaats waarbij verdachte betrokken is geweest. Eerst gaat verdachte samen met [naam mededader] in gevecht met [naam slachtoffer]. [Naam slachtoffer] wil de agressie ontvluchten en gaat daarom Het Teuthuus binnen. Verdachte en [naam mededader] proberen ook binnen te komen maar de deur wordt dichtgehouden. Verdachte en [naam mededader] slaan dan nog op de deur en op de ramen. Ook wordt er nog door hen een fiets tegen Het Teuthuus gegooid.

Even later, nadat het eerste incident al is geëindigd, arriveert de politie en volgt het incident met de aanhouding van [naam mededader] en [naam mededader]. Verdachte ziet op een gegeven moment iemand op [naam mededader] -de moeder van zijn vriend [neem mededader]- zitten en meent dat zij door die persoon geslagen wordt. Verdachte wil die persoon van haar af hebben en geeft die persoon een harde trap en raakt die persoon dan tegen het hoofd.

Later als [naam mededader] is aangehouden, bedreigt verdachte samen met [naam mededader] de dienstdoende verbalisanten met de dood.

De poging zware mishandeling acht de rechtbank een zeer ernstig feit. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij [naam slachtoffer] heeft geschopt om hem van [naam mededader] af te krijgen. Verdachte had een veel minder agressief middel kunnen toepassen door bijvoorbeeld [naam slachtoffer] van [naam mededader] af te trekken. Verdachte heeft dan ook onnodig grof geweld geuit tegen [naam slachtoffer]. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat verdachte, toen hij na die ene trap zijn doel had bereikt ([naam slachtoffer] was van [naam mededader] afgegaan), gestopt is met schoppen.

Als gekeken wordt naar de oriëntatiepunten voor de straftoemeting dan is het opleggen van zes tot zeven maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank laat meewegen dat verdachte schriftelijk zijn excuses heeft gemaakt aan het slachtoffer [naam slachtoffer]. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte op het moment dat hij [naam slachtoffer] de trap gaf niet wist dat het een politieagent betrof. Verdachte heeft aangegeven dat hij anders de trap niet had gegeven.

Verder is gebleken dat verdachte zonder aarzeling de gevorderde schade heeft voldaan.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte na zijn vrijlating zijn huisarts heeft geconsulteerd omdat verdachte was geschrokken van zijn agressief handelen. Verdachte heeft in verband daarmee medicatie van de huisarts ontvangen.

Voorts is gebleken dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.

De rechtbank laat bij de bepaling van de op te leggen straf de persoon van de verdachte zwaar meewegen en komt tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats is.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is met daarnaast een werkstraf van het maximaal op te leggen aantal uren.

De rechtbank acht het daarnaast van belang dat verdachte zijn agressie nog meer leert te beteugelen en zal daarom een training agressiebeheersing als leerstraf opleggen.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Gebleken is dat verdachte het gevorderde bedrag heeft overgemaakt maar dat het bedrag nog niet door de benadeelde partij is ontvangen. De rechtbank zal om die reden geen schadevergoedingsmaatregel opleggen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair en 3 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 subsidiair en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

* gevangenisstraf voor de duur van DRIE MAANDEN geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* een taakstraf bestaande uit een combinatie van 240 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid en

26 uren leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, inhoudende een training agressiebeheersing

met bevel dat, voor het geval de verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast en dat, voor het geval de verdachte de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 13 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor zover hij dit bedrag nog niet heeft voldaan, tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van € 500,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter en mr. N.R. Boonstra en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 01 mei 2007, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.