Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:BA1912

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
19-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
58118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In kort geding wordt verzocht om een eiswijziging, hoewel gedaagde niet is verschenen. Uit hetgeen gedaagde bij haar uitvoerig ‘verweerschrift’ heeft opgemerkt maakt de rechtbank op, dat gedaagde goed heeft begrepen dat het de bedoeling van eiseres was om de medewerking van gedaagde bij de verdeling van de nalatenschap te bewerkstelligen. Onder deze omstandigheden is de gevorderde eiswijziging niet in strijd met de strekking van art. 130 lid 3 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 58118 / KG ZA 06-164

Vonnis in kort geding van 19 maart 2007

in de zaak van

[EISERES],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. H.J. de Ruijter,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [nummer] Corfu,

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het vóór de zitting binnengekomen schriftelijk verweerschrift van gedaagde

- de mondelinge behandeling, waarbij de rechtbank eiseres in staat heeft gesteld om tijdens een korte schorsing kennis te nemen van het verweerschrift

- het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2. Na afloop van de behandeling is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Duidelijk is geworden dat de afwikkeling van de nalatenschap een slepende zaak is, waar partijen niet makkelijk in onderling overleg uit zullen komen. Ondertussen lopen de vaste lasten door en is er sprake van waardevermindering van de woning. Deze factoren rechtvaardigen de conclusie dat er sprake is van spoedeisendheid. De voorzieningenrechter is daarom bevoegd.

2.2. Allereerst moet beoordeeld worden of eiseres haar eis mag wijzigen, zoals ze heeft aangegeven in de ter zitting genomen akte houdende wijziging/vermeerdering van eis. De oorspronkelijke vordering luidde als volgt:

‘ om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen:

I.1. Primair. Om uiterlijk binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een onzijdig persoon aan te wijzen (ex artikel 3:181 lid 1 BW) teneinde de verdeling te laten effectueren door notaris mw mr. J.W. varenkamp van het kantoor Drooge en Varenkamp Notarissen te Dwingeloo.

2. Subsidiair. Om aan deze onzijdige persoon de machtiging ex artikel 3:174 lid 1 BW te verlenen om ondermeer de woning aan de [adres] te [woonplaats] te gelde te maken, ten behoeve van de verdeling van de nalatenschap.

2. Om gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.’

De gewijzigde eis luidt als volgt:

‘1. Dat het U.E. voorzieningenrechter behage bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

(i) gedaagde te veroordelen om met eiseres en haar zuster [zus van partijen] over te gaan tot de verdeling van de nalatenschap van wijlen [vader van partijen],

(ii) uiterlijk binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een onzijdig persoon aan te wijzen (ex artikel 3:181 lid 1 BW) teneinde de verdeling te laten effectueren door notaris mw mr. J.W. Varenkamp van het kantoor Drooge en Varenkamp Notarissen te Dwingeloo en

(iii) om aan deze onzijdig persoon de machtiging ex artikel 3:174 lid 1 BW te verlenen om ondermeer de woning aan de [adres] te [woonplaats] te gelde te maken, ten behoeve van de verdeling van de nalatenschap.

2. Om gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure.’

2.3. Uit hetgeen gedaagde in haar uitvoerig ‘verweerschrift’ heeft opgemerkt maakt de rechtbank op, dat zij goed heeft begrepen, dat de bedoeling van eiseres is om de medewerking van gedaagde bij de verdeling te bewerkstelligen. Onder deze omstandigheden is de gevorderde eiswijziging niet in strijd met de strekking van art. 130 lid 3 Rv. Dit artikel wil immers voorkomen dat een gedaagde veroordeeld kan worden tot iets waarvan zij niet weet dat en waarom het is gevorderd ( HR 01-03-2002, NJ 2003, 355 en HR 06-10-2000, NJ 2001, 167). Daarvan is in deze zaak geen sprake. De wijziging van eis is dus toelaatbaar.

2.4. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Hierbij heeft zij met name het volgende in overweging genomen. Uit het verweerschrift van gedaagde blijkt dat zij, net als eiseres, tot verdeling van de nalatenschap wil komen. Duidelijk is geworden dat deze verdeling wordt bemoeilijkt doordat het voor partijen lastig is om met elkaar te overleggen. Hierbij spelen behalve de slechte onderlinge verhouding ook de afstand tot en de beperkte communicatiemogelijkheden met Corfu een rol. Niet alleen eiseres heeft recht op verdeling en belang bij de benoeming van een onzijdig persoon, die de totstandkoming van de veroordeling kan vergemakkelijken. Hetzelfde geldt voor gedaagde. De onzijdig persoon moet de belangen van gedaagde behartigen. Aangenomen mag worden dat zij dit, gezien haar aanwezigheid in Nederland, kennis van zaken en professionele distantie, beter kan dan gedaagde. Verder is uit hetgeen partijen over en weer stellen duidelijk dat geen van de erfgenamen zelf belang heeft bij de woning en dat verkoop dus in de rede ligt. Gezien het benodigde onderhoud is het in het belang van alle erven dat verkoop zo spoedig mogelijk plaatsvindt. De vordering zal dan ook worden toegewezen, zoals wordt vermeld in de beslissing.

2.5. Gedaagde heeft in haar verweerschrift zelf nog een aantal verzoeken gedaan. De rechtbank kan op deze verzoeken, die haar overigens op het eerste gezicht niet gegrond voorkomen, niet ingaan, omdat het tegen de regels is dat een gedaagde die zelf niet verschijnt tegenvorderingen indient.

2.6. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,87

- vast recht 251,00

- overige kosten 4,54

- salaris procureur 527,00

Totaal EUR 867,41

De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt gedaagde om met eiseres en haar zuster [zus van partijen] over te gaan tot de verdeling van de nalatenschap van wijlen [vader van partijen];

2. benoemt als onzijdig persoon mr. M.J.J.M. van Roosmalen, advocaat te Emmen, teneinde de verdeling te laten effectueren door notaris mw. Mr. J.W. Varenkamp van het kantoor Drooge en Varenkamp Notarissen te Dwingeloo;

3. verleent aan deze onzijdig persoon de machtiging ex. Artikel 3:174 lid 1 BW om ondermeer de woning aan [adres] te [woonplaats] te gelde te maken, ten behoeve van de verdeling van de nalatenschap;

4. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op EUR 867,41;

5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. le Poole en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Y. Kikkert op 21 maart 2007.?

?