Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:AZ8967

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
21-02-2007
Datum publicatie
21-02-2007
Zaaknummer
58327
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben tijdens comparitie van partijen na antwoord een schikking getroffen omtrent schadevergoeding aan het Koningin Wilhelmina Fonds en verzocht dit in een vonnis vast te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis d.d. 21-2-2007.

Zaaknummer 58327

RECHTBANK ASSEN.

Vonnis van de eerste enkelvoudige kamer in de zaak van:

de stichting KONINGIN WILHELMINA FONDS, gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

advocaten mrs. C.J. Blauw en J. Blokker te Amsterdam,

procureur mr. H.J. de Ruijter,

t e g e n

[GEDAAGDE], wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

procureur mr. R.W. Lagerwaard.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als KWF en [gedaagde].

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 november 2006, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd;

- akte houdende inbreng producties d.d. 6 december 2006

- akte houdende inbreng producties, tevens houdende vermeerdering van eis d.d. 31 januari 2007

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 22 november 2006.

Partijen hebben vonnis gevraagd.

DE FEITEN

[gedaagde] is op 1 november 1999 in dienst getreden bij KWF in de functie van promotor ten behoeve van de afdeling Fondsenwerving in de regio Groningen/Drenthe.

KWF heeft [gedaagde] op 20 juli 2006 op staande voet ontslagen omdat gebleken was dat zij aan het KWF toebehorende gelden had verduisterd. [gedaagde] heeft erkend dat zij gelden bestemd voor het KWF voor zichzelf heeft gehouden.

KWF heeft onderzoek verricht naar het aantal verduisteringsgevallen. Blijkens de matrix die zij als productie 87 bij de akte van 31 januari 2007 heeft overgelegd, heeft zij het door [gedaagde] verduisterde bedrag becijferd op € 156.567,93.

In verband met het ontslag op staande voet heeft in augustus 2006 een eindafrekening plaatsgevonden met betrekking tot een aan [gedaagde] verstrekte autofinanciering. Ter zake daarvan heeft KWF nog een vordering op [gedaagde] van € 7.674,32.

DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Tijdens de op 31 januari 2007 gehouden comparitie van partijen na antwoord hebben KWF en [gedaagde] overeenstemming bereikt over de regeling van hun geschil. Zij hebben daartoe het volgende afgesproken:

“[gedaagde] betaalt aan het KWF een bedrag van € 195.000,--, waarin begrepen het volledige schadebedrag als opgenomen in de matrix bij de akte van KWF d.d. 31 januari 2007 en het gevorderde bedrag ter zake van de autolening en voor het overige bedrag ten titel van kosten.

Partijen verklaren dat zij na voldoening van genoemd bedrag over en weer gekweten zullen zijn.

Partijen verklaren ieder de eigen kosten te dragen.”

Het bovenstaande is vastgelegd in het proces-verbaal van de comparitie. Partijen hebben de rechtbank verzocht de getroffen regeling in een vonnis vast te leggen.

De rechtbank zal aan het verzoek van partijen voldoen.

BESLISSINGEN

De rechtbank:

1 Veroordeelt [gedaagde] om aan KWF te betalen een bedrag van € 195.000,-- (zegge honderdvijfennegentigduizend euro), waarin begrepen het volledige schadebedrag als opgenomen in de matrix bij de akte van KWF d.d. 31 januari 2007, het gevorderde bedrag ter zake van de autolening, en voor het overige bedrag ten titel van kosten.

2 Bepaalt dat partijen na voldoening van bovengenoemd bedrag over en weer gekweten zullen zijn.

3 Verklaart de hiervoor gegeven beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

4 Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 Ontzegt het meer of anders gevorderde.

Aldus gedaan te Assen door mr. M.E. van Rossum, in tegenwoordigheid van H. Takens, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 februari 2007 en door mr. Van Rossum en de griffier ondertekend.