Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:AZ8112

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-02-2007
Datum publicatie
09-02-2007
Zaaknummer
19.830284-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat van de orientatiepunten voor de straftoemeting dient te worden afgeweken omdat het dodelijke slachtoffer een oom van de verdachte was, en bovendien bij het ongeval een schoonzus en een nicht van haar ten gevolge van het ongeval min of meer ernstige verwondingen hebben opgelopen.

Verdachte wordt hierdoor al regelmatig met de gevolgen van haar handelen geconfronteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1956,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 23 januari 2007.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

- een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis;

- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met en proeftijd van 2 jaren.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

zij op of omstreeks 27 augustus 2006 te Ruinen, gemeente De Wolden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Koekangerveldweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden immers heeft verdachte roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend gereden door

- rijdende vanuit de richting Koekange, gaande in de richting van de kruising van de Koekangerveldweg met de N375;

- waarbij ter plaatste de N375 als voorrangsweg is aangeduid, middels borden volgens Model B1 bij bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met dien verstande dat bestuurders op de N375 voorrang hebben en/of terwijl bij het naderen van de N375 haaietanden op het wegdek waren aangebracht - aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg -,

- met dat door haar, verdachte, bestuurde motorvoertuig het kruisings- of splitsingsvlak is opgereden, zonder haar snelheid te verminderen en/of terwijl ze in gesprek was met een of meer inzittende(n) van haar verdachtes, auto,;

- op een moment dat de bestuurster van een over die voorrangsweg - de N375 -

rijdende auto, merk Landrover discovery, dicht was genaderd,

waardoor, althans mede waardoor tussen genoemde voertuigen een botsing of

aanrijding is ontstaan, waardoor een (mede)inzittende van de auto van

verdachte (genaamd [naam slachtoffer]) is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

zij op of omstreeks 27 augustus 2006 te Ruinen, gemeente De Wolden, als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de voor het openbaar vervoer openstaande weg, de Koekangerveldweg, gekomen nabij een kruising of splitsing in die weg en de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N375,

- terwijl ter plaatse bij het naderen van de N375 een bord model B6, van bijlage I van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is geplaatst - aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg en/of

- terwijl ter plaatse bij het naderen van die N375 haaietanden op het wegdek waren aangebracht - aanduidende: verleen voorrang aan bestuurder op de kruisende weg -

geen gevolg heeft gegeven aan de verkeerstekens dat een gebod of verbod inhoudt,

immers heeft verdachte haar voertuig niet tot stilstand gebracht en/of heeft verdachte aan de bestuurster van de personenauto (merk: Landrover discovery) rijdende op de kruisende weg de N375 geen voorrang verleend en/of is verdachte met haar voertuig het kruisingsvak opgereden, op een moment dat de bestuurster van een over die voorrangsweg rijdende personenauto, dicht was genaderd, waardoor althans mede waardoor tussen genoemde voertuigen een botsing of aanrijding, althans aanglijding is ontstaan, ten gevolge waarvan de inzettende van de personenauto, bestuurd door verdachte, is gedood;

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 27 augustus 2006 te Ruinen, gemeente De Wolden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Koekangerveldweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden immers heeft verdachte aanmerkelijk onoplettend gereden door

- rijdende vanuit de richting Koekange, gaande in de richting van de kruising van de Koekangerveldweg met de N375,

- waarbij ter plaatse de N375 als voorrangsweg is aangeduid, middels borden volgens Model B1 bij bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met dien verstande dat bestuurders op de N375 voorrang hebben en terwijl bij het naderen van de N375 haaientanden op het wegdek waren aangebracht - aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg -,

- met dat door haar, verdachte, bestuurde motorvoertuig het kruisingsvlak is opgereden, terwijl ze in gesprek was met inzittenden van haar verdachtes, auto,

- op een moment dat de bestuurster van een over die voorrangsweg - de N375 -

rijdende auto, merk Landrover Discovery, dicht was genaderd,

waardoor tussen genoemde voertuigen een botsing is ontstaan, waardoor een mede-inzittende van de auto van verdachte (genaamd [naam slachtoffer]) is overleden;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood,

strafbaar gesteld bij artikel 175, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- de oriƫntatiepunten voor de straftoemeting, die als indicatie voor dergelijke gevallen een gevangenisstraf van 2 maanden en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar aangeven;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 18 november 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld;

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat van de oriƫntatiepunten voor de straftoemeting dient te worden afgeweken, omdat het dodelijke slachtoffer een oom van de verdachte was, en bovendien bij het ongeval een schoonzus en een nicht van haar ten gevolge van het ongeval min of meer ernstige verwondingen hebben opgelopen. Verdachte wordt hiermee al regelmatig met de gevolgen van haar handelen geconfronteerd.

De rechtbank vindt onder deze omstandigheden dat naast een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid in dit geval een werkstraf voor de duur van 60 uren een passende bestraffing van de verdachte is.

MOTIVERING ONTZEGGING VAN DE RIJBEVOEGDHEID

De rechtbank is van oordeel dat aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat

de verdachte, als verkeersdeelnemer, een aan zijn schuld te wijten (zeer) ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 1, 2, 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit 60 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast;

De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijdsduur van 12 maanden waarvan een deel groot 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter en mr. H. de Wit en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 06 februari 2007, zijnde mr. H.K. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.