Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2007:AZ8109

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-02-2007
Datum publicatie
09-02-2007
Zaaknummer
19.605487-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, samen met zijn mededader, het vertrouwen van aangeefster ernstig geschaad door het door haar van de bank geleende beschikbaar gestelde geldbedrag niet aan te wenden voor het daartoe bestemde doel en met haar gemaakte afspraken niet na te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1956,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 23 januari 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr R.J.B. Caderius van Veen, advocaat te Assen.

De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd

van 2 jaren;

- een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] tot een bedrag van ? 43.550,--, vermeerderd met de wettelijke rente, met hoofdelijkheidsclausule,

alsmede het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van

genoemde benadeelde partij.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2004 tot en met 9 augustus 2005 te Rolde, in de gemeente Aa en Hunze, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag (45.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als debiteuren of geldnemers, (ten behoeve van de financiering van de verwerving van inventaria en voorraad van Bistro Annette, restaurant De Trefpunt) onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

A. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2004 tot en met 9 augustus 2005 Rolde, in de gemeente Aa en Hunze, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk een geldsom (contant en giraal) heeft ontvangen, wetende dat die gelden door oplichting of door verduistering, in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen, hebbende verdachte aldus (telkens) opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken;

en/of

B. hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2004 tot en met 9 augustus 2005 Rolde, in de gemeente Aa en Hunze, in elk geval in Nederland, (telkens) een geldsom (contant en giraal) heeft ontvangen, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die gelden door oplichting of door verduistering, in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen, hebbende verdachte aldus (telkens) uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken;

en/of

C. hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2004 tot en met 9 augustus 2005 te

Hoogezand, in gemeente Hoogezand-Sappemeer, in elk geval in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (45.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (onder meer)

- die [naam benadeelde] gevraagd om compagnon te worden bij de overname van een bistro (Bistro Annette, wegrestaurant Trefpunt),

- die [naam benadeelde] verteld dat verdachte en/of zijn mededader wegens persoonlijke omstandigheden geen lening of krediet bij een financiële instelling kon(den) afsluiten,

- die [naam benadeelde] gevraagd om een krediet van 45.000 euro bij een financiële instelling op te nemen, waarmee door verdachte en/of zijn mededader de aankoop van de inventaria en de voorraad van dat wegrestaurant zou worden gefinancierd,

- die [naam benadeelde] geassisteerd en geadviseerd bij het verkrijgen van het krediet,

- die [naam benadeelde] verteld dat verdachte en/of zijn mededader de maandelijkse lasten van het krediet voor zijn/hun rekening zouden nemen,

- met die [naam benadeelde] een schriftelijke overeenkomst van geldlening afgesloten, en/of

- die [naam benadeelde] toegezegd of beloofd dat zij, als tegenprestatie, een (volledige)

dienstbetrekking bij dat wegrestaurant zou krijgen,

waardoor die [naam benadeelde] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 23 maart 2004 tot en met 9 augustus 2005 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een geldbedrag (45.000 euro), toebehorende aan [naam benadeelde], welk goed zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten als geldnemer, (ten behoeve van de financiering van de verwerving van inventarissen en voorraad van Bistro Annette, restaurant De Trefpunt) onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman van verdachte die aanvoerde dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt.

Uit de betrokkenheid van beide broers bij de totstandkoming van de geldlening, uit de wetenschap van beide verdachten dat het geld niet voor restaurant Bistro Annette gebruikt zou gaan worden, leidt de rechtbank af dat verdachte het feit opzettelijk en tezamen en in vereniging met zijn broer heeft gepleegd.

KWALIFICATIE

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van verduistering,

strafbaar gesteld bij artikel 321 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de

persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 2 november 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter

zake van een misdrijf is veroordeeld;

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval gelet op voormelde feiten omstandigheden het door de officier van justitie gevorderde, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden en een werkstraf voor de duur van 100 uren een passende bestraffing is van verdachte, die met zijn mededader, het vertrouwen van aangeefster ernstig heeft geschaad door het - door haar van de bank geleende - beschikbaar gestelde geldbedrag niet aan te wenden voor het daartoe bestemde doel en met haar gemaakte afspraken niet na te komen.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

Voor wat betreft de gevorderde wettelijke rente oordeelt de rechtbank dat dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor een behandeling in het strafgeding, omdat niet duidelijk is of en vanaf wanneer wettelijke rente is verschuldigd, zulks gelet op de inhoud van de desbetreffende overeenkomst. De benadeelde partij zal voor dat deel niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij zal haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Met betrekking tot het primair bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert, zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en

een taakstraf bestaande uit 100 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van ? 43.550,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van ? 43.550,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 50 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter en mr. H. de Wit en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 06 februari 2007, zijnde mr. H.K. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.