Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ5566

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
21-12-2006
Datum publicatie
04-01-2007
Zaaknummer
19/810117-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De straf die de rechtbank zal opleggen, is lager dan de officier van justitie heeft geeist. Een wezenlijke factor in dit verband is het feit dat de officier van justitie blijkens haar requisitoir is uitgegaan van de bewezenverklaring van een periode van anderhalf jaar, terwijl de rechtbank bewezen acht een periode van een half jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1984,

wonende [adres verdachte],

thans verblijvende in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 12 december 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door Mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

De officier van justitie Mr. H.H. Louwes acht hetgeen onder 1 en 2 is tenlastegelegde bewezen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Zij vorderde verder de onttrekking aan het verkeer van twee weegschalen te weten grammenwegertjes, een scherpe patroon, 9 mm Luger, en een pistool, kleur zwart, Browning 9 mm. Voorts vorderde zij de verbeurdverklaring van een slagersmes met zwart handvat, een GSM van het merk Samsung SGH-A800 met simkaart, een GSM van het merk Samsung SGH-X450 met simkaart, een GSM van het merk Samsung SGH-D500 met simkaart, een GSM van het merk Sony Ericsson.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot 3 juli 2006 in de gemeente

Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk

aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal, bevattende cocaïne

en/of een hoeveelheid van een materiaal, bevattende tenamfetamine en/of een

hoeveelheid van een materiaal, bevattende MDMA en/of een hoeveelheid van een

materiaal, bevattende N-ethyl-MDA, zijnde cocaïne en/of tenamfetamine en/of

MDMA en/of N-ethyl-MDA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van

die wet;

2. hij op of omstreeks 03 juli 2006 te Assen een of meer wapens van categorie III,

te weten een gaspistool, en/of munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, voorhanden heeft gehad;

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij in de periode van 1 januari 2006 tot 3 juli 2006 in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2. hij op 03 juli 2006 te Assen een wapen van categorie III, te weten een gaspistool, en munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, voorhanden heeft gehad

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 en onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIES

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

onder 1; Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid,

aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

onder 2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 55, lid 3 van de Wet Wapens en Munitie.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de

persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman/raadsvrouw van de verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 6 juli 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter

zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

De straf die de rechtbank zal opleggen, is lager dan de officier van justitie heeft geëist. Een wezenlijke factor in dit verband is het feit dat de officier van justitie blijkens haar requisitoir is uitgegaan van de bewezenverklaring van een periode van anderhalf jaar, terwijl de rechtbank bewezen acht een periode van een half jaar.

MOTIVERING VAN DE VERBEURDVERKLARING

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en aan de verdachte toebehoren.

MOTIVERING VAN DE MAATREGEL ONTTREKKING AAN HET VERKEER

aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen verklaarde feit sub 2 is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het 1 en onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1 en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan een gedeelte groot 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- twee weegschalen te weten grammenwegertjes,

- een GSM van het merk Samsung SGH-A800 met simkaart,

- een GSM van het merk Samsung SGH-X450 met simkaart,

- een GSM van het merk Samsung SGH-D500 met simkaart,

- een GSM van het merk Sony Ericsson.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- een scherpe patroon, 9 mm Luger, en een pistool, kleur zwart, Browning 9 mm.

De rechtbank gelast de teruggave aan de verdachte van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

- een slagersmes met zwart handvat.

Dit vonnis is gewezen door mr.H. de Wit, voorzitter en mr. M.C. Fuhler en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 21 december 2006, zijnde mr. A.M.E. van der Sluijs buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.