Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ2019

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
04-10-2006
Datum publicatie
10-11-2006
Zaaknummer
179156 CV EXPL 06-1463
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koper van een veulen doet ten onrechte een beroep op non-conformiteit c.q. dwaling, terwijl geen sprake is van consumentenkoop. Koper, die moet worden aangemerkt als paardenhandelaar, heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het veulen heeft gekocht met het doel het te doen goedkeuren als dekhengst. Nog afgezien van het feit dat op zichzelf geen garantie kan worden gegeven dat zo’n goedkeuring wordt verkregen, heeft hij het veulen met het oog daarop niet laten keuren. De bij het veulen bestaande overbeet kan niet worden aangemerkt als verborgen gebrek omdat koper, die als paardenhandelaar mag worden aangemerkt als deskundige, die overbeet bij de aflevering al had moeten kunnen zien, zeker nu hij zich daarbij heeft laten vergezellen van een (zelfverklaard) deskundige met ruim 50 jaar ervaring met paarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 595

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Emmen

zaaknummer 179156/06/1463

uitspraak van 4 oktober 2006

in de zaak van

[naam eiser],

wonende te [adres],

eisende partij

gemachtigde: mr. S.A. Wensing

tegen

1. [naam gedaagde],

en

2. [naam gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partijen

gemachtigde: [naam gemachtigde]

Partijen worden hierna [eiser] en in enkelvoud [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.2 de dagvaarding van 6 april 2006 met producties;

1.3 de conclusie van antwoord van 31 mei 2006 met producties;

1.4 de conclusie van repliek van 5 juli 2006 met producties;

1.5 de conclusie van dupliek van 9 augustus 2006 met producties;

1.6 de akte uitlating producties van 6 september 2006.

2. De vaststaande feiten

2.1 De kantonrechter stelt als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast.

2.2 [eiser] heeft van [gedaagde] het veulen, genaamd [A.], gekocht dat op 22 juni 2005 is geboren. Kort na de geboorte van het veulen heeft [gedaagde] een foto van dit veulen gemaild naar [eiser]. Na telefonisch contact tussen [gedaagde] en [eiser] heeft [eiser] op 4 juli 2005 een bedrag van € 150,- overgemaakt op de bankrekening van [gedaagde] onder vermelding van ‘aanbetaling [A.]’.;

2.3 [eiser] is voor de aflevering van het veulen op 26 oktober 2005 niet bij [gedaagde] langs geweest om het veulen te bekijken en hij heeft het veulen ook niet laten onderzoeken. [eiser] heeft bij de aflevering het veulen zelf een halster omgedaan. [eiser] heeft zich bij de aflevering van het veulen laten vergezellen door de heer [X] die ruim 50 jaar ervaring heeft met paarden;

2.4 [eiser] is via de website [naam website], bedrijvengids onder de kop [XX] geregistreerd met zijn adres en zijn mobiele telefoonnummer.

3. De vordering en het verweer

3.1 [eiser] vordert op de in de dagvaarding vermelde gronden om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair geheel of gedeeltelijk te ontbinden de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten koopovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] van de som van € 2500,- te vermeerderen met de rente vanaf 5 november 2005 tot aan de dag der voldoening;

II. subsidiair te vernietigen de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten koopovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] van de som van € 2500,- te vermeerderen met de rente vanaf 5 november 2005 tot aan de dag der voldoening;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] de kosten van de verzorging, dierenarts, hoefsmid tot aan de dag dat het veulen weer is overgedragen aan [gedaagde];

IV. [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten conform rapport voorwerk; V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2 [gedaagde] betwist de vorderingen stellende dat er geen sprake is van een consumentenkoop, dat er geen sprake is van non-conformiteit en dat er geen sprake is van een verborgen gebrek.

4. De beoordeling

4.1 Aan de hand van de beschikbare gedingstukken stelt de kantonrechter in de eerste plaats vast dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] professioneel actief is in de paardenhouderij, terwijl daaruit wel genoegzaam is op te maken dat [eiser] kan worden aangemerkt als paardenhandelaar. Dat betekent dat er in dit geval geen sprake kan zijn van een consumentenkoop. In de tweede plaats stelt de kantonrechter vast dat waar het bankrekeningafschrift d.d. 05-07-2005 door de daarop vermelde ‘aanbetaling [A.]’ al geen andere conclusie toelaat dan dat [eiser] het veulen toen reeds, en dus ongezien, heeft gekocht, de stelling van [eiser] dat hij die betaling heeft gedaan als zekerheid voor [gedaagde] dat hij het veulen daadwerkelijk zou komen bekijken zonder meer als volstrekte onzin moet worden gepasseerd.

4.2 Waar [eiser] zich beroept op non-conformiteit c.q. dwaling stelt de kantonrechter vast dat [eiser] tot in dit stadium van de procedure niet ten minste aannemelijk heeft gemaakt dat hij het veulen heeft gekocht met als doel het te doen goedkeuren als dekhengst, laat staan dat hij dat voor de (ongeziene) koop in juli 2005 aan [gedaagde] kenbaar heeft gemaakt. Nog afgezien van de vraag of een koopprijs van € 2500,- voor een veulen dat wordt gekocht met het doel het te doen goedkeuren als dekhengst een marktconforme prijs is, is in beginsel geen garantie te geven dat een aldus aangeschaft veulen uiteindelijk zal worden goedgekeurd als dekhengst. [eiser] heeft in dit verband niet weersproken dat slechts een heel klein deel van de ter keuring aangeboden paarden wordt goedgekeurd. Kunnen de beroepen van [eiser] dat het afgeleverde veulen niet aan de overeenkomst beantwoordt, dan wel dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, op grond van de voorgaande overwegingen al niet slagen, ingevolge artikel 7:17 lid 5 BW is dat evenmin het geval, terwijl het door [eiser] gestelde doel van de koop betrekking heeft op een misrekening in uitsluitend toekomstige omstandigheden, welke misrekening niet wordt beheerst door artikel 6:228 BW. Vaststaat immers dat [eiser] het veulen ongezien heeft gekocht, het veulen voor de aflevering tot ongeveer vier maanden na de geboorte nooit heeft gezien en het veulen ook niet heeft laten onderzoeken, hetgeen overigens zonder meer voor de hand had gelegen indien voor waar moet worden gehouden dat [eiser] het veulen niet heeft gekocht vanwege het feit dat het bont was maar vanwege een specifiek gebruiksdoel als het doen goedkeuren als dekhengst. Dat klemt nog eens te meer waar [eiser] zich bij de aflevering van het veulen heeft laten vergezellen door een (zelfverklaard) deskundige op het gebied van paarden en zelfs toen het veulen kennelijk niet goed heeft bekeken.

4.3 Aangenomen dat de door de door [eiser] ingeschakelde dierenarts een overbeet van 2 cm heeft geconstateerd, had [eiser] (als paardenhandelaar), dan wel de hem vergezellende deskundige, die overbeet in elk geval al moeten hebben kunnen zien bij de aflevering van het veulen. En waar een overbeet voor een deskundige duidelijk en direct waarneembaar is, kan deze niet worden aangemerkt als een verborgen gebrek.

4.4 Op grond van het voorgaande kan de kantonrechter tot geen andere conclusie komen dan dat alle vorderingen van [eiser] zonder meer zullen moeten worden afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 300,- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.M.H. Pauw en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2006.

typ/conc. 54hp

coll: