Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ1349

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
30-10-2006
Datum publicatie
01-11-2006
Zaaknummer
173789 - CV EXPL 06-339
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ook bij ontbreken van een wijzigingsbeding mag onder omstandigheden van een werknemer verlangd worden dat hij bereid is tot aanpassing van de arbeidsvoorwaarden te komen. Maatstaf is ook dan het zwaarwichtig belang van artikel 7:613 bW. In dit geval is geoordeeld dat van een zwaarwichtig belang niet kan worden gesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2007, 20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie

zaaknummer 173789 \ CV EXPL 06-339

uitspraak van 30 oktober 2006

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. J.S. Mennega,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid regionale Ambulance Voorziening Academisch Ziekenhuis Groningen B.V. , gevestigd te Groningen,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. G. Ham.

Partijen worden hierna [eiseres] en UMCG Ambulancezorg genoemd.

1 Het procesverloop

[eiseres] heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd een verklaring voor recht alsmede bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad UMCG Ambulancezorg te veroordelen tot een nabetaling vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente alsmede tot een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

UMCG Ambulancezorg heeft de vordering betwist.

Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten nader toegelicht. [eiseres] heeft haar vordering bij repliek vermeerderd. [eiseres] heeft zich bij akte gelaten over de door UMCG Ambulancezorg bij dupliek overgelegde producties en heeft daarbij tevens haar vordering verminderd.

De inhoud van de stukken dient als zijnde herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Vonnis is bepaald op heden.

2 Feiten en omstandigheden

Bij de beoordeling wordt als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende betwist alsmede gelet op de overgelegde stukken voorzover niet betwist, van de navolgende feiten en omstandigheden uitgegaan.

[eiseres] is op 18 mei 1992 in dienst getreden van het overheidsorgaan de Meldkamer Drenthe in de functie van verpleegkundig centralist. UMCG Ambulancezorg heeft in 1997 de meldkamer met een negental werknemers, overgenomen. Van die overgenomen werknemers zijn [eiseres] en een viertal collega’s nog steeds bij UMCG Ambulancezorg in dienst.

Tussen [eiseres] en de Stichting Regionale Ambulance Voorziening Drenthe is een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgemaakt met als datum indiensttreding 1 januari 1997. Vermeld is, onder meer, dat de CAO voor het personeel in de ambulancehulpverlening van toepassing is. Voorts is in artikel 9 van die arbeidsovereenkomst vermeld: ” Op deze arbeidsovereenkomst is het Sociaal Plan van de Meldkamer Drenthe van toepassing en de toegevoegde bijlage bij deze arbeidsovereenkomst, die met het oog op de waarmerking als volgt is aan te duiden: Bijlage bij deze arbeidsovereenkomst n.a.v. situatie per 31-12-1996.”

De Regionale Ambulance Voorziening Drenthe is in 2004 aan het Academisch Ziekenhuis Groningen verkocht, kreeg als naam RAV/AZG en is thans geheten UMCG Ambulancezorg.

Op 29 oktober 2002 is een principe-akkoord bereikt tussen werkgevers in de ambulancezorg en de vakorganisaties in de ambulancezorg. UMCG Ambulancezorg heeft daarop met [eiseres] en haar vier collega-centralisten gesprekken gevoerd over (gevolgen van) harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. Bij brief van 16 december 2004 heeft UMCG Ambulancezorg [eiseres] en haar collega’s aangegeven dat de aankomende Wet Ambulancezorg en de financiële situatie rondom de MKA het noodzakelijk maken om tot een harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden en een aanpassing naar het niveau van de CAO Ambulancezorg te komen. UMCG Ambulancezorg wenst, aldus die brief, “met name de vaste ORT-vergoeding en de bovenmatige verlofaanspraken” voor de medewerkers van de meldkamer te herzien onder aanbod van een eenmalige afkoopsom voor de ORT. Tevens is een voorstel gedaan om over de periode 2004 tot 2007 te komen tot een gefaseerde afbouw van verlofuren.

[eiseres] en haar collega’s hebben middels hun vakorganisatie UMCG Ambulancezorg aangegeven geen aanleiding te zien in afbouw van de regelingen. UMCG Ambulancezorg heeft [eiseres] bij brief van 29 juni 2005 aangegeven zich genoodzaakt te zien eenzijdig de afbouw van arbeidsvoorwaarden door te voeren. Ingaande 1 september 2005, aldus die brief, komt de vaste ORT-vergoeding van 20% van het jaarsalaris, € 600,05 per maand, te vervallen en daarvoor ontvangt zij de vergoeding voor daadwerkelijk gedraaide ORT tegen de geldende CAO-vergoeding alsmede een eenmalige afkoopsom van € 2.401,00 bruto. De verlofuren worden afgebouwd waarbij zij over 2005 de volledige 299 uur behoudt, over 2006 243 uur, 2007 198 uur en over 2008 153 uur. ( De raadsman van) [eiseres] en haar collega’s hebben nadien correspondentie gewisseld met (de raadsman van) UMCG Ambulancezorg.

3 De vorderingen van [eiseres]

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd voor recht te verklaren dat UMCG Ambulancezorg ten opzichte van [eiseres] gehouden is de in de arbeidsovereenkomst opgenomen regeling ter zake van onregelmatigheidstoeslag ter hoogte van 22% van het jaarsalaris te continueren, te verklaren voor recht dat zij recht heeft op 299 verlofuren per jaar en UMCG Ambulancezorg te veroordelen tot betaling van het verschil tussen de haar toekomende onregelmatigheidstoeslag en het sedert september 2005 betaalde bedrag vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente over dat bedrag en een vergoeding ad € 357,- ter zake van buitengerechtelijke kosten met veroordeling van UMCG Ambulancezorg in de kosten van de procedure.

[eiseres] heeft haar vordering bij repliek vermeerderd en vervolgens bij akte verminderd. Bij die laatste akte heeft zij haar vermeerdering van eis bij repliek in zoverre weer verminderd dat zij de gevraagde verklaring voor recht dat het UMCG Ambulancezorg niet is toegestaan haar te dwingen over te stappen naar een ander pensioenfonds dan het ABP, heeft laten vallen. Bij vermeerdering van eis is voorts gevorderd UMCG Ambulancezorg te veroordelen na te komen hetgeen ter zake van vergoeding van overuren is toegezegd (200 % respectievelijk 100 %) en op straffe van een dwangsom een berekening over te leggen van hetgeen zij met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2005 aan overuren vergoed had moeten krijgen. Tevens wordt gevorderd UMCG Ambulancezorg te veroordelen om een onregelmatigheidstoeslag van 20% te betalen voor elke gewerkte ochtenddienst (vanaf 07.00 uur) en op straffe van een dwangsom een berekening over te leggen van hetgeen zij met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2005 aan onregelmatigheidstoeslag toegekend had moeten krijgen.

Verzocht wordt voorts primair voor recht te verklaren dat het UMCG Ambulancezorg slechts is toegestaan vakantiedagen af te boeken overeenkomend met het overeengekomen aantal werkdagen per week per genoten vakantieweek en subsidiair dat het UMCG Ambulancezorg is toegestaan slechts de uren van de onderliggende dienst af te boeken, zonder dat tenminste het contractuele overeengekomen aantal uren wordt afgeboekt en op straffe van een dwangsom een berekening over te leggen van haar vakantiedagensaldo rekening houdend met een van die vermelde systematieken.

Het verweer van UMCG Ambulancezorg

UMCG Ambulancezorg voert gemotiveerd verweer dat voorzover van belang, bij de bespreking van de vorderingen aan de orde komt.

4 De beoordeling

4.1 De stellingen van [eiseres] en het verweer van UMCG Ambulancezorg zullen per vordering worden besproken.

-onregelmatigheidstoeslag en vakantieaanspraak

4.2 [eiseres] stelt bij dagvaarding, kort gezegd, allereerst dat voor overname bestaande regelingen ter zake van een vaste onregelmatigheidstoeslag verlofuren door UMCG Ambulancezorg moeten worden voortgezet. Het staat UMCG Ambulancezorg niet vrij eenzijdig het met de vakbonden overeengekomen Sociaal Plan zonder instemming van die bonden open te breken. Voorts is met de betrokken werknemers individueel overeengekomen dat de oude arbeidsvoorwaarden gehandhaafd blijven. Uit de bijlage bij de arbeidsovereenkomst blijkt duidelijk dat zowel de vaste onregelmatigheidstoeslag als de vakantiedagen gegarandeerd zijn. In 2002 is tussen bonden en werkgevers in de ambulancezorg in het kader van de harmonisering van arbeidsvoorwaarden voorts overeengekomen dat de onregelmatigheidstoeslag niet wordt afgebouwd maar zal meegaan met loonstijgingen. De vaste onregelmatigheidstoeslag van 22 % bedraagt voor [eiseres] op dit moment € 600,56 bruto per maand. Dat is een zeer aanzienlijk deel van haar maandinkomen. Zij zou door het voorstel een bruto bedrag per maand van tussen de € 200,- en € 500,- bruto minder gaan verdienen. Er is sprake van een collectieve regeling ook al verschilt het percentage onregelmatigheidstoeslag ingevolge die regeling per medewerkster. Nu er geen eenzijdig wijzigingsbeding is dient getoetst te worden aan artikel 6:248 BW.

In de correspondentie voorafgaande aan de procedure heeft UMCG Ambulancezorg de besparing op de 5 medewerksters afgezet tegen de het totale budget van de organisatie van € 18.000.000,-, opleverend een besparing van 0,0888%. In de procedure wordt thans echter gesteld dat het budget voor de meldkamer € 1.400.000,- bedraagt en dat verliezen van de ene afdeling niet met de winst op een andere afdeling mogen worden gecompenseerd.

4.3 UMCG Ambulancezorg heeft als verweer aangevoerd dat sprake is van gewijzigde omstandigheden. Die gewijzigde omstandigheden bestaan volgens haar uit de kostbaarheid van de arbeidsvoorwaarden van de vijf overgenomen centralisten afgezet tegen de financiële situatie van UMCG Ambulancezorg. Het totale budget van de meldkamer bedroeg € 1.370.000,- bij een verlies, over 2005, van € 40.867,-. Uit de winst-en verliesrekening, bij repliek voorzien van een accountantsverklaring, blijkt ook dat per afdeling een apart budget wordt vastgesteld. Dat is wettelijk voorgeschreven, verliezen van de meldkamer mogen bijvoorbeeld niet worden gecompenseerd met winst van de ambulancevervoerafdeling. Bezuiniging op andere bedrijfskosten dan de personeelskosten is niet mogelijk: die hebben met name betrekking op noodzakelijk technische noviteiten en ICT-aanpassingen van de meldkamer. Bij een harmonisering van arbeidsvoorwaarden voor deze vijf centralisten wordt het eerste jaar een besparing geboekt van € 30.000,-, nadien oplopend tot € 40.000,- per jaar. In die situatie zal gelet op het budget een besparing van 3 % worden bereikt waarbij geen verlies meer wordt geleden. Van [eiseres] mag, aldus UMCG Ambulancezorg, redelijkerwijs gevergd worden dat zij was ingegaan op de gedane voorstellen om tot aanpassing te komen. UMCG Ambulancezorg is bij de berekening van de eenmalige afkoopsom uitgegaan van de gemiddelde toeslag en niet van de daadwerkelijk aan [eiseres] betaalde toeslag. [eiseres] heeft in verband met een overbezetting op de meldkamer inderdaad minder onregelmatigheidstoeslag ontvangen. [eiseres] ontving in de oude situatie € 582,- bruto per maand en in de nieuwe situatie zal dat gemiddeld € 400,- bruto zijn.

De garantie uit het Sociaal Plan dient zo te worden opgevat dat de overgang geen verslechtering van arbeidsvoorwaarden met zich kan brengen. De verlofuren maken in ieder geval geen deel uit van de garantie van het Sociaal Plan.

De wijziging van de arbeidsvoorwaarden dient, aldus UMCG Ambulancezorg, te worden getoetst aan de norm van artikel 7:611 BW en niet aan het onaanvaardbaarheidcriterium van artikel 6:248 lid 2 BW. Het in stand laten van de arbeidsvoorwaarden is overigens ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.4 Overwogen wordt als volgt.

Partijen zijn allereerst verdeeld omtrent de omvang van de aanspraken die in het Sociaal Plan alsmede in de arbeidsovereenkomst aan [eiseres] als overgenomen werkneemster zijn toegekend.

In de met (de rechtsvoorganger van) UMCG Ambulancezorg aangegane arbeidsovereenkomst is zowel het Sociaal Plan als de bijlage bij de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. In het tussen de Meldkamer en ( de rechtsvoorganger van) UMCG Ambulancezorg enerzijds en de vakorganisaties ABVA/KABO en CFO anderzijds overeengekomen Sociaal Plan is in artikel 2.4 bepaald: ” Het personeel van MKD gaat over naar de nieuwe werkgevers tegen bestaande voorwaarden en met behoud van de aanwezige salarisperspectieven.” In artikel 5 is een aantal garanties opgenomen waaronder, aldus het eerste lid: “ Gegarandeerd wordt het inkomen bestaande uit het salaris en de vaste toelage voor onregelmatige dienst.” De voor de overgenomen werknemers getroffen regeling in het Sociaal Plan heeft een algemeen, anders gezegd collectief karakter waarbij per individuele werknemer in de arbeidsovereenkomst een en ander is uitgewerkt zulks afhankelijk van de individuele omstandigheden.

In de bijlage bij de individuele arbeidsovereenkomst zoals die met [eiseres] is aangegaan is vermeld dat de vaste onregelmatigheidstoeslag 22% bedraagt. Voorts zijn naast de basisvakantiedagen de extra verlofdagen, dagen in verband met leeftijd en feestdagen vermeld zoals die ten aanzien van [eiseres] van toepassing zijn.

Ook indien een Sociaal Plan niet als collectieve arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt is bij de uitleg van de bepalingen daarvan uitgangspunt dat de uitleg net als bij CAO-bepalingen geschiedt naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in het Sociaal Plan gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. De kantonrechter is van oordeel dat de bewoordingen van het Sociaal Plan naar objectieve maatstaven gemeten duidelijk zijn: beoogd is de in dienst zijnde werknemers hun bestaande arbeidsvoorwaarden en salarisperspectieven bij overname te laten behouden. Die afspraken zijn vervolgens in de tussen (de rechtsvoorganger van) UMCG Ambulancezorg en [eiseres] aangegane arbeidsovereenkomst als zodanig expliciet opgenomen en vermeld in de bijlage. Met de inhoud van die afspraken valt niet te rijmen, indien dat al door UMCG Ambulancezorg is bedoeld, dat ten aanzien van de onregelmatigheidstoeslag slechts een aanspraak zou zijn gegarandeerd tot het in de bijlage vermelde bedrag. Gegarandeerd is een percentage van het brutoloon. Een andere uitleg zou er immers toe leiden dat de onregelmatigheidstoeslag relatief steeds minder zou worden hetgeen een lager salarisperspectief betekent.

De aanspraak op extra vakantiedagen is, met de vermelding op de bijlage bij de arbeidsovereenkomst, aan te merken als extra overeengekomen boven op de van toepassing zijnde CAO zulks ter behoud van geldende arbeidsvoorwaarden. Niet gesteld of gebleken is dat de van toepassing zijnde CAO een standaard-CAO is.

4.5 De arbeidsovereenkomst bevat geen eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7: 613 BW noch is gesteld of gebleken dat de CAO een dergelijk beding bevat. Indien wel sprake is van een dergelijk beding, kan een werkgever ingevolge voormeld artikel met een beroep op dat beding een in de arbeidsovereenkomst voorkomende voorwaarde wijzigen indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Nu een dergelijk wijzigingsbeding ontbreekt betekent dat niet dat UMCG Ambulancezorg al om die reden geen wijziging zou mogen toepassen. Er kan sprake zijn van zodanige omstandigheden dat van een werknemer als [eiseres] verwacht mag worden dat zij bereid is om tot een aanpassing van de arbeidsvoorwaarden te komen (vgl. het arrest van de Hoge Raad Van der Lely/ Taxi Hofman 26 juni 1998, JAR 1998/199). Bij het ontbreken van een eenzijdig wijzigingsbeding ligt het dan naar het oordeel van de kantonrechter echter niet voor de hand om een andere, lichtere, maatstaf te hanteren dan in het na voormeld arrest ingevoerde artikel 7:613 BW. De toetsing dient derhalve ook dan te zijn of sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang dat het belang van [eiseres] dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De omstandigheid dat het Sociaal Plan het behoud van de arbeidsvoorwaarden en salarisperspectieven waarborgt is naar het oordeel van de kantonrechter geen absolute blokkade voor wijziging van die arbeidsvoorwaarden doch is wel een van de omstandigheden die bij voormelde afweging dient te worden betrokken.

4.6 Het feit dat er verschillen bestaan tussen de arbeidsvoorwaarden van medewerkers van de meldkamer omdat een deel, waaronder [eiseres], eerder bij een andere werkgever in dienst is geweest, is een te verwachten gevolg van de overgang van onderneming. Het is wel voorstelbaar is dat een werkgever er de voorkeur aan geeft gelijke arbeidsvoorwaarden voor haar werknemers te hanteren doch dat levert onvoldoende rechtvaardiging op om de verworven arbeidsvoorwaarden na overname te wijzigen.

In de brief van UMCG Ambulancezorg van 29 juni 2005, productie 7 bij dagvaarding en productie 2 bij repliek, is de vermindering van ORT vermeld alsmede de afbouw van vakantiedagen. Zij is daarbij voor ORT uitgegaan van 20 % in plaats van het voor [eiseres] geldende percentage van 22%. UMCG Ambulancezorg vermeldt in dat overzicht dat bij een ORT-percentage van 20% de aanspraak € 600,56 bruto per maand bedraagt en dat de gemiddelde ORT € 500,50 bruto bedraagt. Voorts geeft UMCG Ambulancezorg aan dat zij de verlofuren van 299 uur over 2005 nog handhaaft, over 2006 terugbrengt naar 243, over 2007 naar 198 uur en over 2008 naar 153 uur. UMCG Ambulancezorg heeft naar aanleiding van het verweer van [eiseres] erkend dat als gevolg van overbezetting op de Meldkamer de daadwerkelijke ORT voor haar veel lager lag. De verlofuren worden gefaseerd afgebouwd tot ongeveer de helft van de voor de wijziging bestaande aanspraak.

Mede gelet op het salaris van [eiseres], € 2.729,29 bruto per maand dient naar het oordeel van de kantonrechter de conclusie te zijn dat de arbeidsvoorwaarden van [eiseres] door die eenzijdige wijzigingen een zeer substantiële vermindering ondergaan. De eenmalige afkoopsom komt daar maar slechts zeer ten dele aan tegemoet.

Ook indien slechts uitgangspunt het budget van de meldkamer is, eerder werd in de correspondentie door UMCG Ambulancezorg zelf van het totale budget uitgegaan, dan is mede tegen de achtergrond van het Sociaal Plan en gelet op de voormelde gevolgen voor [eiseres] een harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden in combinatie met het verlies op de meldkamer niet als een zodanig zwaarwichtig belang aan te merken dat het belang van [eiseres] bij behoud van haar arbeidsvoorwaarden daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou moeten wijken.

4.7 Het vorenstaande betekent dat bij eindvonnis de bij dagvaarding sub a en b gevraagde verklaringen voor recht kunnen worden gegeven en dat ook de vordering sub c en d alsdan toewijsbaar zullen zijn.

-vordering buitengerechtelijke kosten

4.8 De vordering buitengerechtelijke kosten is eveneens toewijsbaar. Het is redelijk dat [eiseres] zich tot een raadsman heeft gewend. De gevoerde correspondentie kan niet slechts als het zenden van herhaalde sommaties of ter inleiding op de onderhavige procedure worden aangemerkt. Het gevorderde bedrag ad € 357,- kan gelet op de Staffel kanton bij Voorwerk II als een redelijke vergoeding worden aangemerkt.

-vermeerdering van eis overwerkvergoeding

4.9 Bij vermeerdering van eis is nakoming van een toezegging ter zake van overwerkvergoeding gevorderd.

4.10 Uit de dupliek van UMCG Ambulancezorg lijkt afgeleid te kunnen worden dat omtrent de vermelde uitgangspunten geen geschil van mening (meer) bestaat en dat ook UMCG Ambulancezorg van mening is dat vanaf 1 september 2005 de vergoeding op basis van 200 % respectievelijk 100% dient te geschieden of al is geschied. [eiseres] geeft bij akte uitlating producties echter onder meer aan dat van een herberekening nog niet is gebleken. Het is de kantonrechter dan ook niet duidelijk of betaling en verwerking van de overwerkvergoeding inmiddels heeft plaatsgehad c.q. of op dat onderdeel ook thans nog verschil van mening bestaat en zo ja, op welk onderdeel.

Het wordt vooralsnog aangewezen geacht een comparitie van partijen te gelasten teneinde op dit onderdeel en de twee onderstaande posten meer duidelijkheid te verkrijgen.

-onregelmatigheidstoeslag van 20%

4.11 [eiseres] vordert UMCG Ambulancezorg te veroordelen een onregelmatigheidstoeslag van 20% te betalen voor elke gewerkte ochtenddienst (vanaf 07.00 uur) en op straffe van een dwangsom een berekening over te leggen van hetgeen zij met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2005 aan onregelmatigheidstoeslag toegekend had moeten krijgen.

4.12 Uit de dupliek van UMCG Ambulancezorg wordt opgemaakt dat dit het gevolg is van de omstandigheid dat UMCG Ambulancezorg besloten heeft de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen en de betaling voortaan te baseren op de CAO Ambulancezorg. Aldus opgevat zou de vordering van [eiseres], gelet op de vorenstaande overwegingen omtrent de vraag of een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden in casu mogelijk is, toewijsbaar zijn.

Het lijkt aangewezen partijen ter zake nog een toelichting te laten geven.

-afboeken vakantiedagen

4.13 [eiseres] vordert primair te verklaren voor recht dat het UMCG Ambulancezorg slechts is toegestaan vakantiedagen af te boeken overeenkomend met het overeengekomen aantal werkdagen per week per genoten vakantieweek en subsidiair dat het UMCG Ambulancezorg is toegestaan slechts de uren van de onderliggende dienst af te boeken, zonder dat tenminste het contractuele overeengekomen aantal uren wordt afgeboekt. Zij vordert tevens op straffe van een dwangsom een berekening over te leggen van haar vakantiedagensaldo rekening houdend met een van die vermelde systematieken.

4.14 UMCG Ambulancezorg heeft aangevoerd dat uit het per 1 mei 2006 geldende roosterreglement volgt dat indien een werknemer voordat het rooster is gemaakt, vakantie aanvraagt daar bij het maken van het rooster rekening mee wordt gehouden. Alsdan wordt de normale duur van 7,2 uur afgeschreven. Indien een werknemer nadat het rooster is opgesteld alsnog vrij wil, dan worden de uren in mindering gebracht waarop de werknemer op die dag staat ingeroosterd.

[eiseres] beroept zich er bij akte op dat het overgelegde rooster niet geheel in overeenstemming is met de CAO Ambulancezorg. In die CAO is, aldus [eiseres], onder meer bepaald dat voor de opname van verlof binnen het gepubliceerde rooster de uren van de onderliggende dienst gelden en voor uren buiten het gepubliceerde rooster 36 per week of naar rato, waarbij een werkdag geldt voor 7,2 uur per dag. Zij heeft vastgesteld dat UMCG Ambulancezorg niet conform de CAO afboekt. Zo is voor een collega die al ruim voor vasttelling van het rooster vakantiedagen waren gevraagd 8 uur per dag afgeboekt terwijl slechts 7.2 uur afgeboekt had mogen worden.

4.15 De kantonrechter overweegt dat, los van de vraag of UMCG Ambulancezorg in alle individuele gevallen van een verlofaanvraag een juiste uitvoering geeft aan die uitgangspunten, UMCG Ambulancezorg en [eiseres] vooralsnog een zelfde uitleg lijken te geven aan het systeem van afboeken van vakantiedagen bij een wel of niet al gepubliceerd rooster. Aangezien UMCG Ambulancezorg zich nog niet over de reactie bij akte heeft kunnen uitlaten, is het aangewezen partijen ook op dit punt op een comparitie in de gelegenheid te stellen een toelichting te geven.

De comparitie van partijen zal tevens worden aangegrepen om te trachten partijen op die punten tot een vergelijk te brengen.

4.16 Zouden partijen ter zake van voormelde punten die betrekking hebben op de vermeerdering van eis, alsnog tot de conclusie komen dat ter zake geen apart geschil meer bestaat, kunnen zij zulks bij akte uitlating comparitie aangeven waarbij het dan op de weg van [eiseres] ligt aan te geven wat dit betekent ter zake van haar vorderingen.

De beslissing

De kantonrechter:

beveelt een comparitie voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking;

verwijst ter vaststelling van een datum voor comparitie de zaak naar de rol van [datum]

bepaalt hiertoe dat partijen hun verhinderdata moeten doorgeven over een periode van acht weken vanaf voormelde rolzitting dan wel zich kunnen uitlaten als overwogen in rov. 4.16;

bepaalt dat die schriftelijke opgave uiterlijk 1 dag voorafgaand aan die rolzitting zal geschieden, bij welke zitting partijen dan niet aanwezig hoeven te zijn;

bepaalt dat partijen ter comparitie in persoon zullen verschijnen, eventueel vergezeld van hun gemachtigde;

houdt iedere verdere beslissing aan.

verstaat dat partijen bij deze voldoende zijn opgeroepen om op voormelde terechtzitting te reageren.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B. van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2006.

typ/conc: 37 BvdB

coll: