Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ0704

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
17-10-2006
Datum publicatie
23-10-2006
Zaaknummer
19.830160-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zeer lange tijd - gedurende de gehele bewezenverklaarde periode - in drugs heeft gehandeld. terwijl hij blijkens het onderzoek ter terechtzitting geen inzicht heeft willen geven omtrent de redenen van zijn handelen. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstanfigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -land verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1985,

wonende [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 03 oktober 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R. el Boundati, advocaat te Emmen.

De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 15 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van strafrecht;

* teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen tussen 1

november 2005 tot en met 22 juni 2006 in de gemeente Emmen, althans in de

gemeente Emmen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal

bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op een of meer tijdstippen in de periode gelegen tussen 1 november 2005 tot en met 22 juni 2006 in de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank omtrent de persoon van de verdachte is gebleken;

- het requisitoir van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte;

- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 27 juni 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zeer lange tijd -gedurende de gehele bewezenverklaarde periode- in drugs heeft gehandeld, terwijl hij blijkens het onderzoek ter terechtzitting geen inzicht heeft willen geven omtrent de redenen van zijn handelen. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- wasmiddel;

- een GSM, merk Nokia.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter en mr. J.A.A.M. van Veen en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 17 oktober 2006, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.