Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ0678

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
20-10-2006
Datum publicatie
23-10-2006
Zaaknummer
19.613060-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorts is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, nu verdachte zich gedurende een lange periode aan studiefinancieringfaude heeft schuldig gemaakt en zij derhalve de wegen kent om een dergelijke fraude eventueel wederom te plegen. De rechtbank betrekt hierbij ook de rol van verdachte, die zich tijdens de eerste verhoren min of meer als slachtoffer heeft opgesteld, maar uiteindelijk heeft toegegeven ook anderen te hebben gebruikt om er zelf financieel beter van te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum] 1975,

wonende te [adres verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 06 oktober 2006.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie mr. J.L. van den Broek acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

240 uur werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding primair tenlastegelegd, dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 01 september 1998 tot en met 14 april 2003

te Emmen, gemeente Emmen en/of te Amsterdam en/of te Arnhem en/of te Dordrecht

en/of te Groningen en/of te Rotterdam en/of te Vlaardingen, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift

- Aanvraag (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs Studiefinanciering -

en/of

- Wijziging Student (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs -

en/of

- Studiecontrole SR Studiejaar 1999-2000 -

door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de Informatie

Beheer Groep te Groningen van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de

beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet op de

Studiefinanciering en/of van het bedrag van die uitkering (over het tijdvak)

waarop die opgave betrekking had,

welk geschrift (telkens) bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin

vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of (telkens) dat

formulier, althans geschrift ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

door voor zichzelf en/of voor/namens een of meer perso(o)n(en), te weten

[naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon], zijnde de aanvragers en/of (vervolgens) begunstigden van studiefinanciering,

de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag met betrekking tot de te volgen

opleiding en/of studie en/of de daarmee in verband staande vragen/vraag,

(telkens) valselijk (voor zichzelf en/of voor/namens voornoemde perso(o)n(en))

heeft opgegeven (in die periode) een (voltijd)studie en/of opleiding te (gaan)

volgen aan een school of universiteit

en/of

de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag of de opleiding was gestopt

en/of de (daarbij behorende) studiefinanciering kan worden gestopt, (telkens)

ontkennend te beantwoorden,

zulks terwijl in werkelijkheid verdachte en/of (een of meer van) die

voornoemde perso(o)n(en) (telkens) niet naar een school of een universiteit

zijn/is geweest, althans (telkens) geen studie en/of opleiding te (zijn gaan)

volgen, zoals was opgegeven in bovengenoemde

aanvraag/wijzigings/controle-formulier(en);

art 47/1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

[naam medeverdachte] en/of een of meer anderen in of omstreeks de periode van 01

september 1998 tot en met 14 april 2003 te Emmen, gemeente Emmen en/of te

Amsterdam en/of te Arnhem en/of te Dordrecht en/of te Groningen en/of te

Rotterdam en/of te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift

- Aanvraag (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs Studiefinanciering -

en/of

- Wijziging Student (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs -

en/of

- Studiecontrole SR Studiejaar 1999-2000 -

door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de Informatie

Beheer Groep te Groningen van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de

beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet op de

Studiefinanciering en/of van het bedrag van die uitkering (over het tijdvak)

waarop die opgave betrekking had,

welk geschrift (telkens) bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin

vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of (telkens) dat

formulier, althans geschrift ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

door voor zichzelf en/of voor/namens een of meer perso(o)n(en), te weten

[naam persoon] en/of [naam persoon], zijnde de aanvragers en/of (vervolgens)

begunstigden van studiefinanciering,

de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag met betrekking tot de te volgen

opleiding en/of studie en/of de daarmee in verband staande vragen/vraag,

(telkens) valselijk (voor zichzelf en/of voor/namens voornoemde perso(o)n(en))

heeft opgegeven (in die periode) een (voltijd)studie en/of opleiding te (gaan)

volgen aan een school of universiteit

en/of

de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag of de opleiding was gestopt

en/of de (daarbij behorende) studiefinanciering kan worden gestopt, (telkens)

ontkennend te beantwoorden,

zulks terwijl in werkelijkheid verdachte en/of (een of meer van) die

voornoemde perso(o)n(en) (telkens) niet naar een school of een universiteit

zijn/is geweest, althans (telkens) geen studie en/of opleiding te (zijn gaan)

volgen, zoals was opgegeven in bovengenoemde

aanvraag/wijzigings/controle-formulier(en),

- zijnde verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam geweest bij, althans

hebbende verdachte opzettelijk gelegenheid gegeven en/of middelen verschaft

tot het plegen van vorenomschreven misdrijf, door [naam persoon] en/of [naam persoon] in contact te brengen met [naam medeverdachte] en/of het verstrekken van het telefoonnummer van die [naam medeverdachte] aan [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of het ter beschikking stellen van haar, verdachtes adres als postadres voor [naam persoon], zodat deze meer studiefinanciering kon ontvangen;

art 48 Wetboek van Strafrecht.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

zij in de periode van 01 september 1998 tot en met 14 april 2003

te Emmen en te Amsterdam en te Arnhem en te Dordrecht en te Groningen en te Rotterdam en te Vlaardingen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens een geschrift, elk zijnde een geschrift

- Aanvraag (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs Studiefinanciering -

en

- Wijziging Student (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs -

en

- Studiecontrole SR Studiejaar 1999-2000 -

door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de Informatie

Beheer Groep te Groningen van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de

beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet op de Studiefinanciering en van het bedrag van die uitkering over het tijdvak waarop die opgave betrekking had,

welk geschrift telkens bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin

vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt en telkens dat formulier, althans geschrift ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door voor zichzelf en voor/namens personen, te weten

[naam persoon] en [naam persoon], zijnde de aanvragers en vervolgens begunstigden van studiefinanciering, de in dat geschrift voorkomende vragen met betrekking tot de te volgen opleiding en studie en de daarmee in verband staande vragen, telkens valselijk (voor zichzelf en voor/namens voornoemde personen) heeft opgegeven in die periode een (voltijd)studie en opleiding te (gaan) volgen aan een school of universiteit

en de in dat geschrift voorkomende vragen of de opleiding was gestopt en de daarbij behorende studiefinanciering kan worden gestopt, telkens ontkennend te beantwoorden,

zulks terwijl in werkelijkheid verdachte en die voornoemde personen telkens niet naar een school of een universiteit zijn geweest, althans telkens geen studie en opleiding zijn gaan volgen, zoals was opgegeven in bovengenoemde

aanvraag/wijzigings/controle-formulieren.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 225 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank omtrent de persoon van de verdachte is gebleken;

- het requisitoir van de officier van justitie;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 20 april 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter

zake van een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke werkstraf geboden is.

Voorts is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, nu verdachte zich gedurende een lange periode aan - kort gezegd - studiefinancieringfraude heeft schuldig gemaakt en zij derhalve de wegen kent om een dergelijke fraude eventueel wederom te plegen. De rechtbank betrekt hierbij ook de rol van verdachte, die zich tijdens de eerste verhoren min of meer als slachtoffer heeft opgesteld, maar uiteindelijk heeft toegegeven ook anderen te hebben gebruikt om er zelf financieel beter van te worden.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf bestaande uit 240 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast;

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

de rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Stuiver, voorzitter en mrs. H. de Wit en G. Kaaij, rechters in tegenwoordigheid van E.W. Hoekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 20 oktober 2006, zijnde mr. Kaaij buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.