Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AZ0673

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
20-10-2006
Datum publicatie
23-10-2006
Zaaknummer
19.830113-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzochte is behept met een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Voorts is sprake van onderliggende verongelijktheid en een neiging tot wraak. Zijn onmaatschappelijke handelen lijkt in het verlengde te liggen van een al langer bestaande manipulerende, egocentrische levenswijze en dubieuze moraal. Bijsturing op onaangepast gedrag als gevolg van zijn persoonlijkheidsproblematiek (in het bijzonder superioriteitsgevoelens, de behoefte aan bewondering en het prat gaan op zijn gewiekstheid) en de lacunaire gewetensfunctie kan onvoldoende van binnenuit plaats vinden. De diepverankerde verongelijktheid en geneigdheid tot wraak spelen hierbij vermoedelijk ook een rol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1947,

wonende [adres verdachte],

thans verblijvende in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 06 oktober 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.H. Broeksema, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie mr. G. Souër acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

21 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 Wetboek van Strafrecht en toewijzing van de civiele vorderingen (tevens op te leggen in de vorm van schadevergoedingsmaatregel)

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 28 maart 2006, in

de gemeente(n) Noordenveld en/of Tynaarlo en/of Scheemda, althans in

Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen

met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de

beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met

voormeld oogmerk, de navolgende goederen -op tijd en plaats daarbij vermeld-

gekocht, te weten:

A. in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 1 januari

2006, te Scheemda, althans in de gemeente Scheemda, van/bij

Oldambtster herberg "De Esborg" (een) maaltijd(en) en/of (een)

consumptie(s) en/of

B. in of omstreeks de periode van 12 januari 2006 tot en met 16 januari

2006, te Zuidlaren, althans in de gemeente Tynaarlo, van/bij

"Tulip Inn" (een) maaltijd(en) en/of (een) consumptie(s) en/of

C. in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 17 februari

2006, te Roden, althans in de gemeente Noordenveld, van/bij

hotel/restaurant "Wapen van Drenthe" (een) maaltijd(en) en/of (een)

consumptie(s) en/of snacks en/of

D. in of omstreeks de periode van 21 februari 2006 tot en met 6 maart

2006, te Westerbroek, althans in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

van/bij hotel Van der Valk (een) maaltijd(en) en/of (een) consumptie(s)

en/of

E. in of omstreeks de periode van 6 maart 2006 tot en met 17 maart

2006, te Roden, althans in de gemeente Noordenveld, van/bij

"Best Western Langewold Hotel" (een) maaltijd(en) en/of (een)

consumptie(s) en/of snacks en/of

F. in of omstreeks de periode van 17 maart 2006 tot en met 24 maart

2006, te Steenbergen, althans in de gemeente Noordenveld, van/bij

hotel/restaurant "Jachtlust" (een) maaltijd(en) en/of (een)

consumptie(s) en/of

G. in of omstreeks de periode van 24 maart 2006 tot en met 28 maart

2006, te Norg, althans in de gemeente Noordenveld, van/bij

hotel/restaurant "De Klokbeker" (een) maaltijd(en) en/of (een)

consumptie(s) en/of snacks.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 28 maart 2006, in

de gemeenten Noordenveld en Tynaarlo en Scheemda, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de

beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met

voormeld oogmerk, de navolgende goederen -op tijd en plaats daarbij vermeld-

gekocht, te weten:

in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 1 januari 2006, te Scheemda, bij de

Oldambtster herberg "de Esbörg" maaltijden en consumpties en

in de periode van 12 januari 2006 tot en met 16 januari 2006, te Zuidlaren, bij "Tulip Inn" maaltijden en consumpties en

in de periode van 24 maart 2006 tot en met 28 maart 2006, te Norg, bij

hotel/restaurant "De Klokbeker" maaltijden en consumpties en snacks.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, strafbaar gesteld bij artikel 326a van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 11 september 2006, opgemaakt door E. de Vrij, klinisch psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

"de onderzochte is behept met een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Voorts is sprake van onderliggende verongelijktheid en een neiging tot wraak. Deze problematiek was aan de orde ten tijde van het tenlastegelegde. Indien het tenlastegelegde onomstotelijk als bewezen kan worden geacht dan ziet onderzoeker zich met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid voor een dilemma geplaatst.

A. In de eerste plaats lijkt zijn onmaatschappelijke handelen in het verlengde te liggen van de al langer bestaande manipulerende, egocentrische levenswijze en dubieuze moraal. Ondanks een aantal forse detenties en goede voornemens achteraf lijkt de onderzochte zich keer op keer in te laten met dubieuze praktijken. Vanuit dit gezichtspunt bekeken valt het tenlastegelegde, indien onomstotelijk bewezen, hem volledig toe te rekenen.

B. Daarnaast is het zo dat de bijsturing op onaangepast gedrag als gevolg van zijn persoonlijkheidsproblematiek (in het bijzonder superioriteitsgevoelens, de behoefte aan bewondering en het prat gaan op zijn gewiekstheid) en de lacunaire gewetensfunctie van binnenuit onvoldoende plaats kan vinden. De diepverankerde verongelijktheid en geneigdheid tot wraak spelen hierbij vermoedelijk ook een rol. Vanuit dit gezichtspunt zou het tenlastegelegde (indien bewezen) de onderzochte in enigszins verminderde mate kunnen worden toegerekend".

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie zoals hiervoor onder B. genoemd en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit feit is begaan;

- hetgeen de rechtbank omtrent de persoon van de verdachte is gebleken;

- het requisitoir van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman van verdachte;

- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 20 april 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.

BENADEELDE PARTIJ Stayokay Oldambster herberg "de Esbörg"

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering nu dit deel onvoldoende is onderbouwd of niet is tenlastegelegd (de overnachtingen). Voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ Hotel Café Restaurant De Klokbeker

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering nu dit deel onvoldoende is onderbouwd of niet is tenlastegelegd (de overnachtingen). Voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJEN Hotel Restaurant Het Wapen van Drenthe, Hotel van der Valk

en Best Western Langewold Hotel

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partijen zullen niet ontvankelijk worden verklaard in hun vordering en zij kunnen hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGELEN

Anders dan door de raadsman is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte (eveneens) schadevergoedingsmaatregelen dienen te worden opgelegd. Weliswaar is bij de door de raadsman aangehaalde uitspraak van de rechtbank Zwolle d.d. 3 maart 2005 geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd, maar nu verdachte, ook nà deze veroordeling, onverdroten is doorgegaan met zijn levenswijze, waarbij hij een spoor van onbetaalde nota's achterlaat, acht de rechtbank het thans juist op zijn plaats (eveneens) schadevergoedingsmaatregelen op te leggen.

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers Stayokay Oldambster herberg "de Esbörg" en Hotel Café Restaurant De Klokbeker naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27 en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Stayokay Oldambster herberg "de Esbörg" van de som van ? 1469,15 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hotel Café Restaurant De Klokbeker van de som van ? 245,85 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk zijn en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Stayokay Oldambster herberg "de Esbörg", een bedrag van ? 1449,15 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 29 dagen hechtenis met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hotel Café Restaurant De Klokbeker, een bedrag van ? 245,85 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen Hotel Restaurant Het Wapen van Drenthe, Hotel van der Valk en Best Western Langewold Hotel niet ontvankelijk zijn in hun vordering en dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Stuiver, voorzitter en mrs. H. de Wit en G. Kaaij, rechters in tegenwoordigheid van E.W. Hoekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 20 oktober 2006, zijnde mr. Kaaij buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.