Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AY2608

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
04-07-2006
Datum publicatie
07-07-2006
Zaaknummer
19.830372-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat het bewezen verklaarde aan de verdachte niet kan worden toegerekend wegens de gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en acht de verdachte gevaarlijk voor de algemene veiligheid voor personen.

De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst voor een termijn van een jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1982,

wonende [adres verdachte],

thans gedetineerd in [plaats van detentie verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 juni 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht.

De officier van justitie mr. H. Supèr acht hetgeen subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* ontslag van alle rchtsvervolging;

* oplegging van de maatregel plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van 1 jaar;

* toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van ? 350,-, op te leggen als schadevergoedingsmaatregel, voor het overige niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van de benadeelde partij.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 19 december 2005 in de gemeente Coevorden ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven te beroven,

- op/aan de Friesestraatweg langs voornoemde [naam slachtoffer], is gefietst en/of daarbij

heeft gezegd/geroepen "kankerlijers" en/of "kanker Turken" en/of "Kom maar

op", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- naar een supermarkt (Albert Heijn) is gaan en/of aldaar een of meerdere

blikken kattenvoer, zijnde blikken met (harde) uitstekende/opstaande (en/of

scherpe) randen, heeft gekocht, en/of

- (wederom) in de richting van voornoemde Friesestraatweg is gaan fietsen

en/of daarbij een gevuld blik kattenvoer in zijn rechterhand heeft genomen,

en/of

- in de nabijheid van voornoemde [naam slachtoffer] van de fiets is gestapt en/of (daarbij),

terwijl hij zich (nog) uit het zicht van die [naam slachtoffer] bevond, heeft

geschreeuwd/geroepen "Nou heb je me zover" en/of "kom maar, kom maar", en/of

- op voornoemde [naam slachtoffer] is afgelopen en/of die [naam slachtoffer] bij de jas heeft gepakt, en/of

- met kracht die [naam slachtoffer] meerdere, althans een, vuistslag(en) in het gezicht

en/of tegen hoofd heeft gegeven, (mede) ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] is komen te vallen, en/of

- met kracht de keel/luchtpijp van die [naam slachtoffer] heeft dicht/af geknepen, en/of

- die [naam slachtoffer], terwijl die [naam slachtoffer] (met de rug) op de grond lag, met voornoemd blik,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) gericht en met kracht op/tegen het hoofd

heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 19 december 2005 in de gemeente Coevorden ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade een persoon ([naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen,

- op/aan de Friesestraatweg langs voornoemde [naam slachtoffer], is gefietst en/of daarbij heeft gezegd/geroepen "kankerlijers" en/of "kanker Turken" en/of "Kom maar

op", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- naar een supermarkt (Albert Heijn) is gaan en/of aldaar een of meerdere

blikken kattenvoer, zijnde blikken met (harde) uitstekende/opstaande (en/of

scherpe) randen, heeft gekocht, en/of

- (wederom) in de richting van voornoemde Friesestraatweg is gaan fietsen

en/of daarbij een gevuld blik kattenvoer in zijn rechterhand heeft genomen,

en/of

- in de nabijheid van voornoemde [naam slachtoffer] van de fiets is gestapt en/of (daarbij),

terwijl hij zich (nog) uit het zicht van die [naam slachtoffer] bevond, heeft

geschreeuwd/geroepen "Nou heb je me zover" en/of "kom maar, kom maar", en/of

- op voornoemde [naam slachtoffer] is afgelopen en/of die [naam slachtoffer] bij de jas heeft gepakt, en/of

- met kracht die [naam slachtoffer] meerdere, althans een, vuistslag(en) in het gezicht

en/of tegen hoofd heeft gegeven, (mede) ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] is komen te vallen, en/of

- met kracht de keel/luchtpijp van die [naam slachtoffer] heeft dicht/af geknepen, en/of

- die [naam slachtoffer], terwijl die [naam slachtoffer] (met de rug) op de grond lag, met voornoemd blik, meermalen, althans eenmaal, (telkens) gericht en met kracht op/tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht

volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 19 december 2005 in de gemeente Coevorden opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]),

- met kracht meerdere, althans een vuistslag(en) in het gezicht en/of tegen

het hoofd heeft gegeven, en/of

- met kracht de keel/luchtpijp van die [naam slachtoffer] heeft dicht/af geknepen, en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] (met de rug) op de grond lag, met een (gevuld) blik

kattenvoer meermalen, althans eenmaal (telkens) met kracht op/tegen het hoofd

heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 19 december 2005 in de gemeente Coevorden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon ([naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- op de Friesestraatweg langs voornoemde [naam slachtoffer], is gefietst en daarbij

heeft geroepen "kankerlijers" en "kanker Turken" en "Kom maar

op", en

- naar een supermarkt (Albert Heijn) is gegaan en aldaar blikken kattenvoer, zijnde blikken met harde uitstekende/opstaande randen, heeft gekocht, en

- in de richting van voornoemde Friesestraatweg is gaan fietsen

en daarbij een gevuld blik kattenvoer in zijn rechterhand heeft genomen,

en

- in de nabijheid van voornoemde [naam slachtoffer] van de fiets is gestapt en daarbij,

terwijl hij zich nog uit het zicht van die [naam slachtoffer] bevond, heeft

geroepen "Nou heb je me zover" en "kom maar, kom maar", en

- op voornoemde [naam slachtoffer] is afgelopen en die [naam slachtoffer] bij de jas heeft gepakt, en

- met kracht die [naam slachtoffer] meerdere, vuistslagen in het gezicht

en/of tegen hoofd heeft gegeven, mede ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] is komen te vallen, en

- die [naam slachtoffer], terwijl die [naam slachtoffer] met de rug op de grond lag, met voornoemd blik, meermalen, gericht en met kracht op/tegen het hoofd

heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade

strafbaar gesteld bij artikel 45 juncto artikel 303 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 3 juni 2006, opgemaakt door drs. P.A. de Mon, psychiater.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

"Bij betrokkene is sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie van het paranoïde type. Ook ten tijde van het tenlastegelegde was hij duidelijk paranoïde psychotisch. Betrokkene was ten tijde van het tenlastegelegde dusdanig psychotisch dat hij volledig geobsedeerd was door zijn paranoïde waangedachten en zijn hele doen en laten hierdoor bepaald werd. Vanuit zijn psychotische belevingen en de inherent hieraan gestoorde realiteitstoets heeft betrokkene tijdens het tenlastegelegde vrijwel geen grip op zijn handelen gehad. Betrokkene dient dan ook met betrekking tot het tenlastegelegde, indien bewezen, als volledig ontoerekeningsvatbaar beschouwd te worden".

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van een psychologisch rapport d.d 5 juni 2006, opgemaakt door drs. C. Sipma, psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven-:

" In het huidige onderzoek worden zowel voor het bestaan van een pervasieve ontwikkelingsstoornis als voor het bestaan van een psychotische stoornis aanwijzingen gevonden. Van zwakbegaafdheid en een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Het is zeer goed mogelijk dat betrokkkene ten tijde van het ten laste gelegde tevens psychotisch was. Het ten laste gelegde kan ofwel geheel ofwel grotendeels verklaard worden op grond van de ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van betrokkene. Betrokkene is in het algemeen erg achterdochtig en zodra hij in zijn beleving bedreigd of benadeeld wordt krijgt deze achterdocht een obsessief karakter. Derhalve moet betrokkene voor het tenlaste gelegde, indien bewezen, als niet of sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd'.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

MOTIVERING MAATREGEL PLAATSING IN EEN PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS

Door de gedragsdeskundigen, P.A. de Mon, psychiater en C. Sipma, psycholoog, die de verdachte beiden hebben onderzocht, is elk afzonderlijk een met reden omkleed, gedagtekend en ondertekend advies uitgebracht.

De conclusies in het advies van P.A. de Mon, psychiater, d.d. 3 juni 2006 luiden:

" Zolang betrokkene niet adequaat behandeld wordt, en hij floride psychotisch blijft, wordt de kans op recidive als zeer groot ingeschat. Om de kans op recidive te verminderen, is het van uitermate groot belang dat er een behandeling plaatsvindt om de psychotische symptomatologie in remissie te krijgen. Aangezien betrokkene nauwelijks ziektebesef heeft, niet gemotiveerd is voor behandeling en als een gevaar voor zijn omgeving mag worden gezien, zal een juridisch kader nodig zijn om betrokkene niet alleen in behandeling te krijgen maar ook te houden, De rapporteur wil de rechtbank adviseren betrokkene te ontslaan van alle rechtsvervolging en hem met een last tot plaatsing volgens artikel 37a Sr. te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis ".

De conclusies in het advies van C. Sipma, psycholoog, d.d. 5 juni 2006 luiden:

" Betrokkene heeft nauwelijks probleembesef, laat staan inzicht in het hoe en waarom van zijn daden. Door zijn enorme wantrouwen ten opzichte van hulpverleners is hij niet ontvankelijk voor behandeling of begeleiding. Bovendien is hij heel gevoelig voor negatieve beïnvloeding en identificeert hij zich juist met mensen bij wie hij het grootste risico loopt misbruikt te worden. Wil men het recidivegevaar voor ernstige gewelddadige feiten op lange termijn terugbrengen tot een aanvaardbaar niveau dan is een opname in een behandelkliniek mijns inziens aangewezen".

De rechtbank verenigt zich met de bovenstaande conclusies en maakt die tot de hare.

De rechtbank is, mede gelet op die conclusies, van oordeel dat het bewezen verklaarde aan de verdachte niet kan worden toegerekend wegens de gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en acht de verdachte gevaarlijk voor de algemene veiligheid voor personen.

De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst voor een termijn van één jaar.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de immateriële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht het gevorderde bedrag aangaande de gouden ketting onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal dienaangaande niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 24c, 36f, 37 en 39 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING VAN DE RECHTBANK

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld, verklaart de verdachte deswege echter niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

De rechtbank gelast dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor de termijn van één jaar.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van ? 350,-.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van ? 350,- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. O.J. Bosker en mr. N.R. Boonstra, rechters in tegenwoordigheid van mr. Y. Kikkert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 juli 2006.