Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2006:AV0739

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
06-01-2006
Datum publicatie
01-02-2006
Zaaknummer
05/1257
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij intrekking van een verzoek om een voorlopige voorziening, ter zake van een verleende bouwvergunning, is om proceskostenveroordeling gevraagd. De intrekking vond plaats omdat verzoekers en vergunninghouder, onder begeleiding van een mediator, tot overeenstemming zijn gekomen, vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb en omdat het in de rede lag dat betrokkenen bij overeenkomst de proceskosten hadden betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Kenmerk: 05/1257 BOUWB

U I T S P R A A K

van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen op de voet van het bepaalde in titel 3 van hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in het geding tussen:

[verzoekers], wonende te [woonplaats], verzoekers,

en

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Meppel, verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2005 heeft verweerder aan de heer J.H. ter Voorde een bouwvergunning verleend voor de wijziging van een eerder verleende vergunning ter zake van het plaatsen van een kap op de garage op het perceel aan [adres] te [woonplaats].

Namens verzoekers is bij brief van 22 november 2005 tegen dit besluit bij verweerder bezwaar gemaakt.

Bij brief van 22 november 2005 is tevens namens verzoekers aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verweerder heeft bij brief van 25 november 2005 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. De gemachtigde van verzoekers heeft hiervan een afschrift ontvangen.

[vergunninghouder] (hierna: vergunninghouder) heeft desgevraagd kenbaar gemaakt dat hij als partij aan het onderhavige geding wil deelnemen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de rechtbank op 30 november 2005, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen, bijgestaan door mevrouw mr. W.B. van den Berg.

Voor verweerder zijn verschenen de heren J. Vos en A. De Jong.

Tevens was de vergunninghouder, tezamen met zijn vrouw, ter zitting aanwezig.

De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening is ter zitting aangehouden om partijen de gelegenheid te bieden om in onderling overleg, onder begeleiding van een mediator, tot een oplossing van het onderhavige geschil te komen.

Bij brief van 23 december 2005 heeft de gemachtigde van verzoekers de rechtbank medegedeeld dat partijen tot overeenstemming gekomen zijn en dat om die reden het verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken, waarbij is verzocht verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten.

II. Motivering

Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.

Vastgesteld wordt dat verzoekers in hun verzoek om een proceskostenveroordeling kunnen worden ontvangen, nu het verzoek is ingediend tegelijk met de intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van een tegemoetkomen in voornoemde zin overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Bij de overeenkomstige toepassing van artikel 8:75a van de Awb in een voorlopige voorzieningprocedure dient de vraag of sprake is van 'geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen' in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende de bezwaar- of beroepsprocedure. Aldus wordt 'geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen' in de zin van dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voorlopig opschort, dan wel de gevraagde voorlopige maatregel verricht, waardoor onevenredig nadeel wordt voorkomen.

Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening was gericht op schorsing van verweerders besluit d.d. 17 november 2005 waarbij aan de vergunninghouder een bouwvergunning is verleend.

Het verzoek is ingetrokken omdat verzoekers en vergunninghouder via mediation overeenstemming hebben bereikt, hetgeen blijkt uit de door verzoekers en door vergunninghouder ondertekende “overeenkomst verbouwing” van december 2005, die aan de rechtbank is overgelegd. Verweerder heeft de overeenkomst niet ondertekend, en was kennelijk uiteindelijk ook niet betrokken bij de gemaakte afspraken.

De gemachtigde van verzoekers heeft de voorzieningenrechter verzocht verweerder “niettemin in de proceskosten te veroordelen, aangezien bij een zorgvuldige besluitvorming er geen noodzaak zou hebben bestaan bezwaarschriften en een schorsingsverzoek in te dienen”.

Gelet op deze gang van zaken is geen sprake van de situatie dat verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen. Bovendien is het verzoek ingetrokken omdat de buren overeenstemming hebben bereikt en niet omdat verweerder, bijvoorbeeld, een nieuw besluit heeft genomen. Aan de voorwaarden van het bepaalde in artikel 8:75a Awb is dus niet voldaan.

Daarnaast ligt het in een geval als dit naar de mening van de voorzieningenrechter voor de hand, dat bij het opstellen van een overeenkomst ook het bestuursorgaan wordt betrokken, en dat het al of niet vergoeden van proceskosten bij die overeenkomst wordt betrokken. Op die manier kunnen partijen tot een finale kwijting komen, en speelt de rechter verder geen rol meer.

Gelet op het vorenoverwogene wordt het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.

III. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Aldus gegeven door mr. A.T. de Kwaasteniet, voorzieningenrechter en uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2006

door mr. A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van mr. K. Jongsma, griffier.

mr. K. Jongsma mr. A.T. de Kwaasteniet

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.