Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2005:AY3836

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
08-04-2005
Datum publicatie
13-07-2006
Zaaknummer
19.810157-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt dat artikel 94a, derde lid aanhef en onder a., kort gezegd, bepaalt dat voorwerpen, die toebehoren aan een ander dan degene aan wie de geldboete kan worden opgelegd of aan wie het voordeel kan worden ontnomen, slechts in beslag genomen kunnen worden indien die voorwerpen afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee die geldboete kan worden opgelegd onderscheidenlijk het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen.

Nu het in beslag genomen voorwerp, een woning gelegen aan de [adres] te Emmen, blijkens een notariële akte, is verkregen geruime tijd voordat, blijkens de vordering machtiging conservatoir beslag, het desbetreffende misdrijf zou zijn gepleegd, kan dit voorwerp niet afkomstig zijn uit dat misdrijf.

Om die reden is het, op verzoek van de officier van justitie, gelegde conservatoir beslag op die woning onrechtmatig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOW 2005, 44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 19.810157-04

Raadkamernummer: 05/89

BESCHIKKING van de meervoudige raadkamer in de zaak van:

[naam klaagster],

wonende te [adres klaagster],

klaagster.

1. Gang van zaken

Klaagster heeft op 16 maart 2005 een klaagschrift doen indienen tegen het op 15 februari 2005 op verzoek van de officier van justitie te Assen ten laste van klaagster gelegde conservatoir beslag op de woning, staande en gelegen te Emmen, plaatselijk bekend [adres], kadastraal bekend Gemeente Emmen [kadastrale gegevens].

De rechtbank heeft kennis genomen van de op het klaagschrift betrekking hebbende stukken.

Op 25 maart 2005 zijn de raadsman van klaagster, mr. H. Veldman, advocaat te Peize, de heer [naam belanghebbende], wonende te [adres belanghebbende], en de officier van justitie in openbare raadkamer op het klaagschrift gehoord.

2. Motivering

2.1. De officier van justitie heeft op 15 februari 2005 onder klaagster conservatoir beslag laten leggen op de woning aan de [adres] te Emmen. De woning staat in het kadaster op naam van klaagster. Blijkens notariële akte van 16 juni 2000 heeft [naam belanghebbende]deze woning op 6 maart 2000 blijkens een overeenkomst van verkoop en koop gekocht. Voorts vermeldt deze notariële akte dat [naam belanghebbende] de woning medio mei 2000 blijkens een mondelinge overeenkomst van verkoop en koop heeft verkocht aan klaagster.

2.2. De officier van justitie verdenkt [naam belanghebbende] van het aanwezig hebben van een strafbare hoeveelheid weed in coffeeshop The Fat Man te Emmen, gepleegd in de periode van september 2001 tot 7 december 2004. Het betreft een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. In verband hiermee werkt de officier van justitie aan een berekening van voordeelsontneming. Blijkens een zeer globale berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt de officier van justitie uit op een bedrag van 1.739.430 euro.

2.3. De gelden waarmee de woning is gekocht, zijn, aldus de officier van justitie, middellijk of onmiddellijk afkomstig uit het misdrijf in verband waarmee de geldboete (van de vijfde categorie) kan worden opgelegd onderscheidenlijk het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen en er zijn volgens de officier van justitie voldoende aanwijzingen dat [naam belanghebbende]en klaagster voor ogen stond de uitwinning van het pand te verhinderen.

2.4. De rechtbank overweegt dat artikel 94a, derde lid aanhef en onder a., kort gezegd, bepaalt dat voorwerpen, die toebehoren aan een ander dan degene aan wie de geldboete kan worden opgelegd of aan wie het voordeel kan worden ontnomen, slechts in beslag genomen kunnen worden indien die voorwerpen afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee die geldboete kan worden opgelegd onderscheidenlijk het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen.

Nu het in beslag genomen voorwerp, een woning gelegen aan de [adres] te Emmen, blijkens een notariële akte, is verkregen geruime tijd voordat, blijkens de vordering machtiging conservatoir beslag, het desbetreffende misdrijf zou zijn gepleegd, kan dit voorwerp niet afkomstig zijn uit dat misdrijf.

Om die reden is het, op verzoek van de officier van justitie, gelegde conservatoir beslag op die woning onrechtmatig.

3. Beslissing

De rechtbank acht het beklag gegrond en gelast de opheffing van het op de woning aan de [adres] te Emmen gelegde conservatoire beslag en de doorhaling van de inschrijving van het gelegde beslag in het Kadaster.

Gegeven door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. P.L.M.J. Rooijakkers en mr. O.J. Bosker, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting in raadkamer van 8 april 2005.-