Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2004:AR6417

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
17-11-2004
Datum publicatie
25-11-2004
Zaaknummer
48965
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[VERZOEKER] is bij vonnis van 4 augustus 2004 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen veroordeeld de melk van het bedrijf van [verweerder] af te nemen zonder hem te verplichten te beschikken over een KKM-erkenning.

[VERZOEKER] neemt de melk inmiddels af van [verweerder], maar brengt de extra transportkosten voor het afzonderlijk ophalen van die melk in mindering op de aan hem uit te betalen voorschotten melkgelden. Daardoor ontvangt [verweerder] meer dan de helft minder aan voorschotten melkgelden. Op dit moment is echter niet duidelijk of al deze kosten ook daadwerkelijk voor rekening van [verweerder] behoren te komen.

De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat [VERZOEKER] door haar handelswijze [verweerder] feitelijk dwingt op zo kort mogelijke termijn over een KKM-erkenning te beschikken. [VERZOEKER] handelt daarmee in strijd met het vonnis van 4 augustus 2004.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: 48965

Vonnisdatum: 17 november 2004

RECHTBANK ASSEN

Vonnis van de voorzieningenrechter in het kort geding van:

[verzoeker],

gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],

eisende partij in kort geding bij dagvaarding van 25 oktober 2004,

procureur mr. P.J. van Steen,

-- tegen --

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in kort geding bij gemelde dagvaarding,

advocaat mr. G.D. te Biesebeek te Zwolle.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] respectievelijk [verweerder].

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[VERZOEKER] heeft bij dagvaarding van 25 oktober 2004 [verweerder] gedagvaard tegen de zitting van 4 november 2004. [VERZOEKER] heeft de vorderingen toegelicht bij monde van haar procureur. [verweerder] heeft de vorderingen bestreden bij monde van zijn advocaat. Beide partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd en producties in het geding gebracht. Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De vaststaande feiten

Bij vonnis van 4 augustus 2004 van deze voorzieningenrechter, waarvan de inhoud als hier ingelast wordt beschouwd, is [VERZOEKER] onder meer veroordeeld:

- de door het bedrijf van [verweerder] geproduceerde melk onverkort af te (doen) nemen zonder [verweerder] te verplichten te beschikken over een KKM-certificering, zoals bedoeld in het erkenningsreglement Veehouderijbedrijven van de Stichting KKM en zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat [VERZOEKER] na betekening van dit vonnis hiermede in gebreke blijft, met een maximum aan verbeurde dwangsommen van € 100.000,00";

- aan [verweerder] een prijs te betalen voor de door hem aangeboden melk, welke is vastgesteld overeenkomstig het gestelde in "Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar samenstelling, kwaliteit en gewicht" van het Productschap Zuivel.

Voormeld vonnis van 4 augustus 2004 is op 6 augustus 2004 bij deurwaardersexploit betekend aan [VERZOEKER].

Middels brief van 16 augustus 2004 heeft Milchverwertung Niedergrafschaft eG het volgende aan [VERZOEKER] bericht:

"vielen Dank für ihre Anfrage, leider muss ich die Annahme dieser Milch verweigeren. Wir die, Milchverwertung Niedergrafschaft eG verarbeiten seit einem Jahr nur noch QM-Mich diese ist im Grundsatz mit der KKM-Milch aus den Niederlanden vergelichbar.

Ein grosser Teil unserer Kunden hat sich auf die Verarbeitung von QM-Milch spezialisert und verlässt sich auf eine einfwanfreie und ruckverfolgbare Rohmilchqualität.

Die Qualität und die Ruckverfolgbarkeit sind bei nicht KKM-Lieferanten moglicherweise nicht sichergestellt.

Um solch ein Risiko zu vermeiden lehnen wir die Annahme dieser Milch ab."

J.G. van der Schaaf, organisatie-adviseur heeft de extra vervoerskosten "voor het apart ophalen van een veehouder met afwijkende melk in het kader van KKM" berekend op € 187,41 per keer te verminderen met de vrachtkosten volgens het normale ophaalschema, die € 1,135 per 100 kilo melk bedragen.

[VERZOEKER] heeft de berekende extra vervoerskosten in mindering gebracht op de aan [verweerder] verschuldigde voorschotten melkgelden.

Over augustus 2004 heeft [verweerder] 8.956 kilo melk geleverd. Het door [VERZOEKER] uit te betalen voorschot melkgeld bedroeg over die maand € 2.401,23, terwijl [VERZOEKER] voor het apart ophalen daarvan die maand € 1.663,18 heeft berekend.

In september 2004 heeft [verweerder] 12.498 kilo melk geleverd. Het voorschot melkgeld over die maand bedroeg € 3.630,71, waarop [VERZOEKER] € 2.061,38 aan extra vervoerskosten in mindering heeft gebracht.

Bij schrijven van 2 november 2004 heeft ISO-Tank e.K. het volgende aan [VERZOEKER] bevestigd:

"Hiermit bestätigen wir Ihnen, ab dem 19.08.04 Rohmilch, die nicht KKM zertifiziert is, für einen Preis von 0,10 € pro Liter für ca, 1.100 kg pro Lieferung, abgenommen zu haben. Die zollrechtliche Abwicklung erfolgt durch den Lieferanten."

Op 18 oktober 2004 heeft [verweerder] ten laste van [VERZOEKER] executoriaal beslag gelegd onder ING Bank N.V., gevestigd te Hoogeveen, en onder de coöperatie Cooperatieve Rabobank U.A., eveneens gevestigd te Hoogeveen, wegens verbeurde dwangsommen berekend tot en met 11 oktober 2004 ad € 31.500,00 en wegens proceskosten, exploitkosten en nakosten procureur conform deurwaardersexploit van 6 augustus 2004 ad € 1.186,11.

Bij brief van 3 november 2004 is het volgende namens ING Bank N.V. aan deurwaarderskantoor Hoogeveen bericht:

"Op verzoek van [VERZOEKER] delen wij u thans mede, dat de bestaande rechtsverhouding tussen ING Bank en [VERZOEKER] niet resulteert in een tegoed van laatstgenoemde, waardoor het beslag niet kleeft."

Namens Rabobank Hoogeveen is bij brief van 2 november 2004 het volgende aan deurwaarderskantoor Hoogeveen meegedeeld:

"Op 18 oktober 2004 is door u onder onze bank derdenbeslag gelegd ten behoeve van uw cliënt Harry [verweerder], en ten laste van {verzoeker].

Strikt vertrouwelijk delen wij u mede dat de bank per saldo geen tegoeden onder zich heeft van genoemde cliënt zodat het beslag geen doel treft.

Op 18 oktober j.l. had de bank een kredietruimte gereserveerd ten behoeve van de beslaglegging. Echter vanwege een uitspraak van de Hoge Raad, d.d. 29 oktober 2004, is vastgesteld dat beslag op kredietruimte binnen het Nederlandse rechtssysteem niet mogelijk is. Deze reservering is dan ook komen te vervallen."

De vordering

[VERZOEKER] vordert dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen bij vonnis in kort geding bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

1. de in opdracht van [verweerder] ten laste van [VERZOEKER] gelegde beslagen onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V. gevestigd te Hoogeveen en de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A. gevestigd te Hoogeveen op zal heffen c.q. de opheffing daarvan zal bevelen.

2. [verweerder] zal bevelen om terstond na betekening van dit vonnis alle (verdere) executiemaatregelen ter invordering van dwangsommen krachtens het vonnis van 4 augustus 2004 te staken, en gestaakt te houden (voor zover de dwangsommen op iets anders betrekking hebben dan een feitelijke weigering van [VERZOEKER] om de melk van [verweerder] af te nemen) op verbeurte van een dadelijk en ineens opeisbare dwangsom van € 100.000,00 per overtreding en € 500,00 voor elke dag dat de overtreding voortduurt.

3. [verweerder] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

Het verweer

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

Beoordeling van het geschil

Ter zitting is namens [verweerder] geen verweer meer gevoerd tegen de door [VERZOEKER] gevorderde opheffing van de onder ING Bank en de Rabobank gelegde beslagen. Het sub 1 gevorderde zal daarom worden toegewezen.

[VERZOEKER] is bij voormeld vonnis van 4 augustus 2004 veroordeeld de door het bedrijf van [verweerder] geproduceerde melk onverkort af te (doen) nemen zonder hem te verplichten te beschikken over een KKM-erkenning, zulks op straffe van een dwangsom.

Daarnaast is [VERZOEKER] veroordeeld de melkprijs te betalen overeenkomstig de "Zuivelverordening 2000, uitbetaling van boerderijmelk naar samenstelling, kwaliteit en gewicht".

[VERZOEKER] heeft voor het afzonderlijk ophalen van de melk van het bedrijf [verweerder] de door Van der Schaaf berekende extra transportkosten in mindering gebracht op het aan [verweerder] verschuldigde voorschot melkgelden. Over augustus 2004 is in verband daarmee een bedrag van circa € 0,185 per kilo melk ingehouden en over september 2004 een bedrag van circa € 0,165 per kilo melk. De aan [verweerder] verschuldigde voorschotten melkgelden bedroegen over die maanden ongeveer € 0,268 respectievelijk € 0,29 per kilo melk.

In dit geding staat centraal of [VERZOEKER] door het verrekenen van de kosten van het afzonderlijk ophalen van de melk van [verweerder] in strijd handelt met de veroordeling deze melk af te (doen) nemen zonder [verweerder] te verplichten te beschikken over een KKM-erkenning, doordat zij daarmee in feite [verweerder] verplicht over een KKM-erkenning te beschikken.

[VERZOEKER] bestrijdt dat er sprake is van een feitelijke weigering de melk van [verweerder] op te halen danwel het opleggen van een feitelijke verplichting voor [verweerder] om te beschikken over een KKM-certificering. Omdat [VERZOEKER] de van [verweerder] afkomstige, niet gecertificeerde melk, niet in haar eigen (kaas)productiebedrijf kan verwerken en de niet gecertificeerde melk niet vermengd mag worden met de wel KKM-gecertificeerde melk, is het voor [VERZOEKER] noodzakelijk om de melk van [verweerder] gescheiden op te halen en te verwerken. Zij stelt dat zij het recht heeft de daarmee samenhangende (extra) kosten aan [verweerder] in rekening te brengen.

[verweerder] is van mening dat [VERZOEKER] de melk van [verweerder] niet onverkort afneemt zonder hem te verplichten te beschikken over een KKM-erkenning. Zonder rechtsgrond worden volgens hem kosten berekend en verrekend en de omvang van de verrekende kosten is dermate exorbitant dat [verweerder] gedwongen wordt tot een KKM-erkenning. [VERZOEKER] heeft zich derhalve niet gehouden aan de veroordeling haar bij voormeld vonnis van 4 augustus 2004 opgelegd.

[VERZOEKER] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat is zelf de melk van het bedrijf van [verweerder] te verwerken. Zij heeft gesteld dat zij maar één productiestroom heeft, dat zij dagelijks circa twee miljoen kilo melk verwerkt en dat het onuitvoerbaar is om een paar honderd liter niet geborgde melk apart te verwerken, hetgeen reden is om de melk van het bedrijf van [verweerder] door een derde laat verwerken.

Voldoende aannemelijk is ook dat [VERZOEKER] de op het bedrijf van [verweerder] geproduceerde melk niet tezamen met melk van andere, wel KKM-erkende, melkproducenten kan ophalen, omdat de afnemers van [VERZOEKER] ervan uit moeten kunnen gaan dat de door hen afgenomen melk inderdaad afkomstig is van KKM-erkende bedrijven, ook al voldoet de melk van [verweerder] aan de wettelijke eisen. Het extra bemonsteren van de melk doet daaraan niet af.

Verder geldt dat [VERZOEKER] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het afzonderlijk ophalen van de melk van [verweerder] een aanzienlijk bedrag aan extra transportkosten met zich meebrengt, waarbij [verweerder], gezien de onderbouwing van die kosten door [VERZOEKER], onvoldoende gespecificeerd heeft betwist dat die kosten daadwerkelijk een bedrag van € 187,41 per keer bedragen. Zoals reeds is overwogen kan deze melk niet tegelijk met melk van KKM- erkende bedrijven worden opgehaald, terwijl in dit geding niet aan de orde is geweest in hoeverre de mogelijkheid bestaat de melk van [verweerder] tezamen met melk van andere niet KKM-erkende bedrijven te vervoeren, zodat de kosten op die wijze zouden kunnen worden gedrukt.

De noodzaak van het afzonderlijk ophalen van de melk van [verweerder] staat derhalve voldoende vast, zodat het in rekening brengen van de daarmee gepaard gaande transportkosten niet zonder meer strijd oplevert met artikel 6 Mededingingswet. Beoordeeld dient te worden in hoeverre [VERZOEKER] de door haar berekende extra transportkosten in dit geval in redelijkheid in rekening kan brengen bij [verweerder].

[VERZOEKER] heeft substantieel extra transportkosten in rekening gebracht aan [verweerder], die meer dan de helft van het aan hem toekomende voorschot melkgelden bedragen. De opbrengstprijs van de op zijn bedrijf geproduceerde melk is daardoor aanzienlijk lager dan die van de melk van KKM-erkende bedrijven, die voor het transport een bedrag van € 1,135 per 100 kilo af te leveren melk betalen.

Niet weersproken is dat de melk van [verweerder] aan de wettelijke eisen voldoet. De extra transportkosten worden in de hand gewerkt door het door de zuivelindustrie gehanteerde systeem van de KKM-erkenning. Zoals voortvloeit uit hetgeen is overwogen in r.o. 4.16 van voormeld tussenvonnis van 4 augustus 2004 mag [VERZOEKER] niet van [verweerder] eisen dat hij beschikt over die KKM-erkenning.

[VERZOEKER] is daarom gehouden de melk van [verweerder] af te nemen en in verband daarmee voorzieningen voor het ophalen en verwerken te treffen. Niet op voorhand duidelijk is, dat de extra kosten van het afzonderlijk ophalen van die melk ook geheel voor rekening van [verweerder] behoren te komen en dat deze niet over alle melkleveranciers van [VERZOEKER] dienen te worden omgeslagen (zie de annotatie bij HR 19 september 2003, NJ 2004/163).

Daarbij wordt in elk geval relevant geacht dat [verweerder] het enige lid is van [VERZOEKER], dat niet over een KKM-erkenning beschikt. Hij produceert een paar honderd liter melk per dag, terwijl [VERZOEKER] volgens haar stelling dagelijks twee miljoen verwerkte kilogrammen melk verwerkt. Voldoende aannemelijk is dan ook dat [VERZOEKER] eveneens een veelvoud van de melk van [verweerder] transporteert en dat de extra transportkosten van de melk van [verweerder] in verhouding tot de totale transportkosten relatief gering zijn. In het geval [VERZOEKER] meer niet KKM-erkende leveranciers zou hebben, zou het onder omstandigheden redelijk kunnen zijn dat de melkstroom van die niet KKM-erkende boeren de eigen extra transportkosten zou dragen. In het onderhavige geval komt het echter niet zonder meer billijk voor dat alle extra transportkosten voor rekening van [verweerder] komen.

[VERZOEKER] heeft zelf overigens ook ter zitting verklaard, dat de discussie over het in rekening brengen van transportkosten na het arrest van de Hoge Raad van 19 september 2003 nog geheel open ligt.

Onder de voornoemde omstandigheden is het naar voorlopig oordeel niet redelijk dat [VERZOEKER] de door haar berekende extra transportkosten op dit moment geheel bij [verweerder] in rekening brengt. [VERZOEKER] kan op dit moment voorshands dan ook niet bevoegd worden geacht tot verrekening van alle extra transportkosten, zoals zij heeft gedaan.

Door het volledige bedrag aan extra transportkosten nu reeds in te houden op de aan [verweerder] verschuldigde voorschotten melkgelden, terwijl niet voldoende aannemelijk is geworden dat [VERZOEKER] daartoe ook gerechtigd is, bewerkstelligt [VERZOEKER] dat [verweerder] per onmiddellijk zodanig minder inkomsten ontvangt, dat zij met dit handelen in feite [verweerder] dwingt op zo kort mogelijke termijn te gaan beschikken over een KKM-erkenning.

[VERZOEKER] voldoet met deze handelswijze dan ook niet aan de in voormeld tussenvonnis van 4 augustus 2004 onder 1. vervatte veroordeling de melk van [verweerder] af te nemen zonder te [verweerder] te verplichten over een KKM-erkenning te beschikken. [verweerder] is bevoegd executiemaatregelen te treffen. Het gevorderde onder 2 zal op grond daarvan worden afgewezen.

Nu partijen over en weer deels in het ongelijk worden gesteld zullen de proceskosten aldus worden gecompenseerd, dat ieder zijn of haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. Heft op de in opdracht van [verweerder] ten laste van [VERZOEKER] gelegde beslagen onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V. gevestigd te Hoogeveen en de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A. gevestigd te Hoogeveen.

2. Weigert de onder 2. gevorderde voorziening.

3. Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wolthuis, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. F.W. Strijker, griffier, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 17 november 2004, in tegenwoordigheid van de griffier en door de rechter en griffier voornoemd ondertekend.

Typ: jw

Coll:

Zaaktypering:

2e niveau: 11

3e niveau: 3