Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2003:AF5272

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
05-03-2003
Datum publicatie
10-03-2003
Zaaknummer
19.830325-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

[Verdachte] heeft op 9 november 2002 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een vals bankbiljet van 50 euro bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat, uitgegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -datum verdachte],

thans gedetineerd in [detentieplaats verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Meppel.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.M. Wolters. De vordering houdt in: 12 maanden gevangenisstraf met aftrek. Ten aanzien van de in beslag genomen goederen: teruggave aan verdachte van een identiteitsbewijs, een paspoort en buitenlands geld en verbeurd verklaring van Nederlandse geld. Ten aanzien van de vordering benadeelde partij: hoofdelijke toewijzing civiele vordering van [naam benadeelde partij] ten bedrage van [hoogte bedrag] (tevens op te leggen in de vorm van schadevergoedingsmaatregel).

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 09 november 2002 te Hoogeveen in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

a) bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat en/of

b) bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat, (een) als echt(e) en onvervalst(e) bankbiljet(ten) heeft uitgegeven (een) bankbiljet(ten) van 50 euro, en/of die/dat bankbiljet(ten) in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, welk(e) bankbiljet(ten) verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zelf heeft/hebben nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving(en), bekend was/waren;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 9 november 2002 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) vals(e) of vervalst(e) bankbiljet(ten) van 50 euro

a) bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat en/of

b) bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat, heeft uitgegeven;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 7 november 2002 tot en met 8 november 2002 te Meppel en/of Sneek en/of te Joure en/of te Heerenveen en/of te Ommen en/of te Wolvega en/of te Drachten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

a) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Noorderbuurt te Drachten en/of

b) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Noorderbuurt te Drachten en/

c) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Oosterdijk te Sneek en/of

d) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Zuiderbroek te Drachten en/of

e) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Dracht te Heerenveen en/of

f) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en/of

g) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en/of

h) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat te Meppel en/of

i) op of omstreeks 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en/of

j) op of omstreeks 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en/of

k) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Van Harenstraat te Wolvega en/of

l) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Van Harenstraat te Wolvega en/of

m) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Dracht te Heerenveen

(een) als echt(e) en onvervalst(e) bankbiljet(ten) heeft uitgegeven (een) bankbiljet(ten) van 50 euro, en/of die/dat bankbiljet(ten) in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, welk(e) bankbiljet(ten) verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zelf

heeft/hebben nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving(en), bekend was/waren;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans een tijdstip in of omstreeks de periode van 7 november 2002 tot en met 8 november 2002 te Meppel en/of Sneek en/of te Joure en/of te Heerenveen en/of te Ommen en/of te Wolvega en/of te Drachten, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

a) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Noorderbuurt te Drachten en/of

b) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Noorderbuurt te Drachten en/of

c) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Oosterdijk te Sneek en/of

d) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Zuiderbroek te Drachten en/of

e) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Dracht te Heerenveen en/of

f) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en/of

g) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en/of

h) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat te Meppel en/of

i) op of omstreeks 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en/of

j) op of omstreeks 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en/of

k) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Van Harenstraat te Wolvega en/of

l) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Van Harenstraat te Wolvega en/of

m) op of omstreeks 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Dracht te Heerenveen

(een) vals(e) of vervalst(e) bankbiljet(ten) van 50 euro heeft uitgegeven;

Tengevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging in het sub 2 primair en subsidiair tenlastegelegde onder i "[verkeerde naam winkel]" in plaats van "[goede naam winkel". De rechtbank herstelt deze vergissing door het laatste te lezen in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte daardoor in de verdediging niet geschaad.

VRIJSPRAAK

De verdachte dient van het sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen, dat verdachte en zijn medeverdachte de in de tenlastelegging genoemde bankbiljetten zelf hebben nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en zijn mededader, toen zij de bankbiljetten ontvingen bekend was, nu uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting niets is gebleken omtrent de herkomst van de bankbiljetten.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht door de inhoud van deze bewijsmiddelen, waarop de hierna te vermelden beslissing steunt, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, telkens slechts is gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft, wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen, dat de verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij op 9 november 2002 te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een vals bankbiljet van 50 euro bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat, heeft uitgegeven;

2.

hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 7 november 2002 tot en met 8 november 2002 te Meppel en Sneek en Joure en Heerenveen en Ommen en Wolvega en Drachten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk

a) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Noorderbuurt te Drachten en

b) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan deNoorderbuurt te Drachten en

c) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Oosterdijk te Sneek en

d) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Zuiderbroek te Drachten en

e) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Dracht te Heerenveen en

f) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en

g) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Midstraat te Joure en

h) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Hoofdstraat te Meppel en

i) op 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en

j) op 7 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Brugstraat te Ommen en

k) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan de Van Harenstraat te Wolvega en

m) op 8 november 2002 bij een winkel van [naam winkel] aan deDracht te Heerenveen een vals bankbiljet van 50 euro heeft uitgegeven;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht het 1 subsidiair ten aanzien van [naam winkel] te Hoogeveen en ten aanzien van het 2 subsidiair [naam winkel] te Wolvega niet bewezen omdat niet is gebleken dat daarbij een bankbiljet van € 50,-- door verdachte(n) werd uitgegeven. Daarbij verstaat de rechtbank onder uitgeven van geld "het in het verkeer brengen" van geld, met andere woorden met het geld moet door een ander/anderen handeling(en) verricht zijn.

KWALIFICATIES

Ten aanzien van het feit sub 1 subsidiair: medeplegen van opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven, strafbaar gesteld bij artikel 213 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het feit sub 2 subsidiair: medeplegen van opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 213 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

STRAFBAARHEID

De rechtbank acht verdachte te dezer zake strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:

- de aard, de ernst en het grote aantal van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- hetgeen de rechtbank is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;

- de eis van de officier van justitie.

De rechtbank is op grond van genoemde feiten en omstandigheden van oordeel, dat in dit geval niet kan worden volstaan met een andere straf dan gevangenisstraf van de hierna te vermelden duur.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De rechtbank acht het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de schade, de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade, alsmede het bedrag der gevorderde schade bewezen, zodat de civiele vordering voor toewijzing vatbaar is.

SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Met betrekking tot het sub 2 subsidiair onder g bewezen verklaarde feit acht de rechtbank verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan verdachte zal derhalve de verplichting worden opgelegd na te noemen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 24c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING VAN DE RECHTBANK LUIDT

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte sub 1 primair en sub 2 primair is tenlastegelegd en spreekt verdachte mitsdien daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door verdachte is begaan.

Stelt vast, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

een gevangenisstraf voor de tijd van 116 dagen;

beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden, 5 maart 2003;

gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen goederen zoals vermeld op de door de officier van justitie overgelegde lijst van in beslag genomen voorwerpen;

veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij], van de som van [hoogte bedrag], met de veroordeling tevens van verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer daders is betaald, de veroordeelde in zoverre is bevrijd;

legt aan veroordeelde de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd naam slachtoffer], een bedrag van [hoogte bedrag] te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door [aantal dagen hechtenis] dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, alsmede dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer daders is betaald, de veroordeelde in zoverre is bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. van der Herberg, voorzitter en mr. J.J. Schoemaker en mr. H.J. ter Schegget, rechters, in tegenwoordigheid van E.W. Hoekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 05 maart 2003.-