Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2003:AF4902

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
26-02-2003
Datum publicatie
26-02-2003
Zaaknummer
19.830264-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT ASSEN

STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[naam verdachte]

[geboorteplaats en -datum verdachte],

[woonplaats verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2003.

De verdachte is niet verschenen.

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. S. Kroesbergen advocaat te Emmen. Deze is door verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens haar de verdediging te voeren.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H. Supèr. De vordering houdt in:

- een geldboete van € 2500,-- subsidiair 37 dagen hechtenis;

- 5 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid;

- toewijzing van een civiele vordering en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

TENLASTELEGGING

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

zij op of omstreeks 27 augustus 2002 te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig, daarmede rijdende zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat zij, verdachte, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend is

geweest, aangezien zij:

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig, komende vanaf een parkeerplaats gelegen aan/nabij de Brinkstraat en/of de Stationsweg, niet de rijbaan van die Brinkstraat en/of Stationsweg heeft gevolgd, maar een langs de rijbaan van die Stationsweg gelegen voetgangersgebied/trottoir op is gereden en/of

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig op dat voetgangersgebied/trottoir haar snelheid heeft verhoogd, althans (nagenoeg) niet heeft verminderd en/of

- de controle over dat door haar bestuurde motorrijtuig heeft verloren,

waardoor zij met dat door haar bestuurde motorrijtuig is gebotst en/of aangereden tegen een of meer zich op dat voetgangersgebied/trottoir bevindende personen, waardoor een ander, te weten een van die personen, (genaamd [naam slachtoffer]) werd gedood;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

zij op of omstreeks 27 augustus 2002 te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo, als bestuurster van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende,

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig, komende vanaf een parkeerplaats gelegen aan/nabij de Brinkstraat en/of de Stationsweg, niet de rijbaan van die Brinkstraat en/of Stationsweg heeft gevolgd, maar een langs de rijbaan van die weg namelijk de Stationsweg, gelegen en tot die weg behorend voetgangersgebied/trottoir op is gereden en/of

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig op dat voetgangersgebied/trottoir haar snelheid heeft verhoogd, althans (nagenoeg) niet heeft verminderd en/of

- de controle over dat door haar bestuurde motorrijtuig heeft verloren,

waardoor zij met dat door haar bestuurde motorrijtuig is gebotst en/of aangereden tegen een of meer zich op dat voetgangersgebied/trottoir bevindende personen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Indien de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten bevat, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor blijkens het onderzoek ter terechtzitting niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMIDDELEN

Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht door de inhoud van deze bewijsmiddelen, waarop de hierna te vermelden beslissing steunt, wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

zij op 27 augustus 2002 te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig, daarmede rijdende zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat zij, verdachte, zeer onvoorzichtig en onoplettend is geweest, aangezien zij:

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig, komende vanaf een parkeerplaats gelegen aan de Brinkstraat en/of de Stationsweg, niet de rijbaan van die Brinkstraat of Stationsweg heeft gevolgd, maar een langs de rijbaan van die Stationsweg gelegen voetgangersgebied/trottoir op is gereden en

- met dat door haar bestuurde motorrijtuig op dat voetgangersgebied/trottoir haar snelheid heeft verhoogd, en

- de controle over dat door haar bestuurde motorrijtuig heeft verloren,

waardoor zij met dat door haar bestuurde motorrijtuig is gebotst tegen zich op dat voetgangersgebied/trottoir bevindende personen,

waardoor een ander, te weten een van die personen, genaamd [naam slachtoffer] werd gedood.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het primair bewezene levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit.

- De omstandigheden waaronder dit is begaan.

- Hetgeen de rechtbank is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

- De eis van de officier van justitie.

De rechtbank heeft bij de vaststelling van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate, waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte, zonder dat aannemelijk is geworden dat deze daardoor in inkomen en vermogen onevenredig wordt getroffen.

MOTIVERING ONTZEGGING RIJBEVOEGDHEID

De rechtbank is voorts van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid moet worden opgelegd van na te melden duur.

De rechtbank komt tot dit oordeel, aangezien het hier een zeer ernstig geval betreft, waarbij de verkeersveiligheid in hoge mate is betrokken.

BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij]

De civiele vordering is weersproken en voorts niet van zo eenvoudige aard, dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding (Sv 361 lid 3), zodat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN:

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 164, 178, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE BESLISSING VAN DE RECHTBANK LUIDT:

verklaart bewezen, dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door verdachte is begaan.

Stelt vast, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1000,--, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Ontzegt veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 5 jaren, met bepaling, dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994, voor het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, op de duur van deze bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij] niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter en mr. F. le Poole en mr. H.L. Stuiver, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 26 februari 2003.-