Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2002:AF0173

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
05-06-2002
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
02/158 R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling.

Verzoeker woont officieel in Hongarije.Het adres dat verzoeker heeft opgegeven betreft een postadres op een kantoor van een onderneming die door verzoeker is opgericht. Feitelijk verblijft verzoeker naar eigen opgave het grootste deel van het jaar in diverse hotels in Hongarije en de rest van de tijd in Nederland.

Uit de hiervoor geschetste omstandigheden leidt de rechtbank af dat het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker nog immer in Nerderland ligt, zodat ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Europese Insolventieverordening, de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. Ingevolge artikel 284 Fw, tweede lid, juncto artikel 2 Fw, tweede lid, is de rechtbank Assen bevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Assen

Vonnis van de Eerste enkelvoudige kamer

X.,

Wonende te P.,

verzoeker,

heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift voldoet niet aan de daaraan gestelde eisen. De schuldsaneringsregeling kan derhalve slechts voorlopig van toepassing worden verklaard.

Het verloop van de procedure

1.1. Verzoeker heeft op 30 mei 2002 ter griffie een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Bij dat verzoek zijn niet de gegevens en inlichtingen verstrekt zoals bedoeld in art. 285 van de Faillissementswet. Het verzoek is thans gedaan in verband met het aanhangig zijn van een verzoek van de Ontvanger van de Belastingdienst Grote Ondernemingen Haarlem strekkende tot zijn faillietverklaring. De behandeling daarvan is bepaald op 25 juni 2002.

1.2. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 5 juni 2002, alwaar gehoord zijn verzoeker, bijgestaan door mr. A.V. Paardekooper, advocaat te Amsterdam. Voorts ter zitting gehoord Y. namens de Staal Bankiers/Achmea.

Bevoegdheid van de rechtbank

2.1.Verzoeker woont officieel in Hongarije, derhalve buiten Nederland terwijl Hongarije geen lidstaat is van de Europese Unie.

het adres dat verzoeker heeft opgegeven betreft een postadres op een kantoor van een onderneming die door verzoeker is opgericht. Feitelijk verblijft verzoeker naar eigen opgave het grootste deel van het jaar in diverse hotels in Hongarije en de rest van de tijd in Nederland. In Nederland heeft verzoeker kort voor de zitting ook een behandeling in het ziekenhuis ondergaan. Voorts woont zijn echtgenote, die overweegt een echtscheidingsprocedure tegen hem te beginnen, in de echtelijke woning, gelegen in P. P. is ook de laatste woonplaats van verzoeker voor de uitschrijving naar Boedapest.

Uit de hiervoor gememoreerde omstandigheden leidt de rechtbank voorts af dat het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker nog immer in Nerderland ligt, Zodat ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Europese Insolventieverordening, de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. Ingevolge artikel 284 Fw, tweede lid, juncto artikel 2 Fw, tweede lid, is de rechtbank Assen bevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen, nu p. in haar rechtsgebied ligt.

Verdere beoordeling

3.1. Ter zitting heeft verzoeker inlichtingen verstrekt omtrent zijn persoonlijke staat en aangegeven dat hij zich in Amsterdam op het adres van een van zijn kinderen zal laten inschrijven. Hij heeft voorts aangegven dat hij zijn inkomsten heeft en dat hij in zijn levensonderhoud voorziet van hetgeen zijn kinderen aan financiële middelen aan hem ter beschikking stellen, doch dat hij mogelijk een professoraat zal kunnen bekleden waaruit hij inkomsten kan verwerven en, indien zijn gezondheid dat toestaat, boeken kan schrijven waaruit ook royalties te verwachten zijn. Hij heeft voorts aangegeven dat hij een zeer grote schuldenlast (circa €16.482.052,33) heeft die hij niet kan betalen, doch dat hij een groot aantal van die vorderingen betwist en dat naar zijn oordeel een -nog immer zeer aanzienlijk- bedrag zou moeten resteren van ongeveer €3.900.000,00. Voorts heeft hij aangegeven dat hij met de Belastingdienst in gesprek is over de hoogte van de fiscale voedring. Verzoeker stelt niet meer over vermogensbestanddelen te beschikken.

3.2. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker niet behoort tot de categorie schuldenaren die van wetgever destijds voor ogen heeft gestaan bij het ontwerpen van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Noch de hoogte van de schuld, noch van aard van de werkzaamheden waaruit waaruit deze schulden voortvloeien, noch het ontbreken van een verklaring als bedoeld in artikel 285 Fw is evenwel volgens de jurisprudentie (vgl. Hof Leeuwarden 27 januari 1999, jur. WSNP.3) een weigeringsgrond voor de WSNP.

3.3. Anders ligt dat bij de formele woonplaats van verzoeker buiten Nederland, aangezien de wetgever er blijkens artikel 285, eerste lid, onder e, er impliciet van uit gaat dat in Nederland woonachtige schuldenaren van de mogelijkheid van de WSNP gebruik te kunnen maken terwijl ook de controlemechanismen van de wet, zoals de postblokkade en het toezicht door bewindvoerder, veronderstellen dat de schuldenaar binnen Nederland verblijf houdt. Aangezien verzoeker ter zitting heeft aangegeven dat hij zich op korte termijn zal laten inschrijven in Amsterdam, acht de rechtbank ook deze formeel buitenlandse woonplaats onvoldoende grond om verzoeker op dit moment definitief de toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te onthouden.

3.4. Hetzelfde geldt het ontbreken van een minnelijk traject, waarvoor gelet ook de faillissementsaanvraag van de fiscus geen gelegenheid meer toe is.

3.5. De rechtbank beschikt thans niet over informatie die erop wijst dat de grote schulden van verzoeker niet te goeder trouw zouden zijn ontstaan als bedoeld in artikel 288 Fw, tweede lid, onder b, zoals deze bepaling moet worden verstaan ingevolge HR 12 mei 2000, NJ 200, 567.

Wel acht zij het noodzakelijk dat de door verzoeker aangegeven informatie omtrent de schuldenlast wordt aangevuld opdat de rechtbank beschikt over een deugdelijke staat van baten en schulden beschikt als bedoeld in artikel 96 Fw. Voorts ontbreekt ook een afschrift van de huwelijks voorwaarden, dat bij het verzoek gevoegd dient te zijn ingevolge artikel 284, derde juncto artikel 285, eerste lid, onder d.

3.6. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het vorenstaande onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om definitief op het verzoek te kunnen beslissen. Verzoeker zal dan ook voorlopig tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten.

3.7. Voor na te melden zitting dient de bewindvoerder de rechtbank alle relevante, hiervoor genoemde informatie te verstrekken zoals bedoeld in artikel 285 van de Faillissementswet.

Voorts dient de bewindvoerder de rechtbank te berichten of verzoeker zijn toezegging dat hij zich weet in Nederland laat inschrijven, gestand heeft gedaan en of hij zich aan alle aanwijzingen van de bewindvoeder houdt.

Beslissing

De rechtbank:

· spreekt de voorlopige toepassing van de schuldsanerigsregeling uit ten aanzien van:

X.,

wonende te P.,

· benoemt tot rechter-commissaris mr. A.M.A.M. Kager,

en tot bewindvoerder mr. A.J. Boer,

wonende/gevestigd te

Postbus 605

9400 AP Assen;

· geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;

· houdt de beslissing op het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, in afwachting van de over te leggen gegevens aan tot dinsdag 2 juli 2002 te 14:50 uur;

Gewezen door mr. J.H. Kuiper, lid van de genoemde kamer, en uitgesproeken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 juni 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.