Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2001:AD4721

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
22-10-2001
Datum publicatie
22-10-2001
Zaaknummer
34755
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis d.d. 22-10-2001.--

Zaaknummer 34755.-

DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ASSEN

Vonnis van de president in het kort geding van:

[Eiser],

[Woonplaats],

eiser in kort geding bij dagvaarding van 10 oktober 2001,

advocaat mr. G.C. Bruins-Slot,

procureur mr. H.J. de Ruijter,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLM LUCHTVAARTSCHOOL B.V.,

gevestigd te 9761 TA Eelde, Burg. J.G. Legroweg 43,

gedaagde in kort geding bij gemelde dagvaarding,

advocaat mr. P.H.F. Yspeert,

procureur mr. M.G. Doornbos.

OVERWEGINGEN

1. De vordering en het procesverloop

1.1. Eiser heeft na zijn eis ter zitting te hebben gewijzigd gevorderd dat de president bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde zal veroordelen:

a. eiser uiterlijk op maandag 22 oktober 2001 in staat te stellen een aanvang te maken met de Multi Crew Course, en deze onafgebroken te laten volgen, teneinde er voor zorg te dragen dat eiser zijn opleiding uiterlijk op 31 december 2001 kan afronden, een en ander op straffe van een door gedaagde aan eiser verschuldigde dwangsom van NLG 200.000,00, te vermeerderen met NLG 5.000,00 per dag dat gedaagde daarmee, nadat twee dagen na het betekenen van dit vonnis zijn verstreken, in gebreke blijft;

b. aan eiser een voorschot te betalen ter zake van de door hem reeds geleden en nog te lijden schade ter grootte van NLG 10.000,00, althans een zodanig bedrag door de president in goede justitie te bepalen;

c. in de kosten van dit geding.

1.2. Ter zitting van 16 oktober 2001 heeft eiser bij monde van zijn advocaat zijn eis gewijzigd als hierboven aangegeven.

1.3. Gedaagde heeft de vorderingen bestreden bij monde van haar advocaat.

1.4. Beide partijen legden pleitaantekeningen over en brachten stukken in het geding, waarna zij vonnis verzochten.

2. De feiten

2.1. Eiser heeft met gedaagde een overeenkomst gesloten voor de opleiding tot verkeersvlieger. De opleiding is aangevangen op 30 augustus 1999.

2.2. In deze overeenkomst wordt in artikel II lid 2 bepaald:

"De duur van de AOV (Algemene Opleiding tot Verkeersvlieger) bedraagt thans, inclusief vakanties, omstreeks 21 maanden. Op grond van organisatorische en economische omstandigheden kan de opleiding worden vertraagd of versneld of tijdelijk worden onderbroken. (. . .)"

2.3. Eiser heeft op 22 juni 2001 met Lufthansa een opleidingsovereenkomst gesloten welke zou aanvangen op 2 juli 2001, met daarna uitzicht op een arbeidsovereenkomst. Voorwaarde om met deze interne vliegopleiding van Lufthansa te kunnen beginnen is dat de opleiding bij gedaagde is afgerond. Nadat gebleken was dat eiser zijn opleiding bij gedaagde niet tijdig zou kunnen afronden, is 1 oktober 2001 als nieuwe aanvangsdatum overeengekomen. Daarna is de aanvangsdatum opnieuw verschoven naar 1 januari 2002.

2.4. Eiser heeft thans - na bijna 26 maanden - zijn opleiding bij gedaagde nog niet afgerond. Als laatste lesonderdeel resteert de Multi Crew Course.

3. Het standpunt van eiser

3.1. Eiser heeft er belang bij dat hij door gedaagde in staat wordt gesteld zijn opleiding voor 1 januari 2002 te voltooien opdat hij dan met de opleiding bij de Lufthansa kan beginnen.

3.2. Op grond van artikel II lid 2 in de met gedaagde gesloten overeenkomst van opdracht mocht eiser ervan uitgaan dat de duur van de opleiding 21 maanden zou bedragen en derhalve rond 30 mei 2001 zou zijn afgerond.

3.3. Gedaagde is uit hoofde van de overeenkomst gebonden aan deze opleidingsduur. Nu zij nimmer heeft bericht dat de duur vertraagd zou zijn, is zij tekortgeschoten in de op haar rustende informatieplicht en de plicht tot het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan haar opdracht. Bovendien schiet gedaagde tekort in de nakoming van haar verplichting eiser binnen de duur van 21 maanden in staat te stellen de opleiding tot verkeersvlieger af te ronden.

3.4. Eiser verwijt gedaagde niet tijdig de nodige maatregelen te hebben genomen om vertraging van de overeengekomen opleidingsduur te voorkomen. Tengevolge van de hierdoor ontstane vertraging lijdt eiser schade welke door gedaagde vergoed dient te worden.

3.5. Indien eiser niet op 1 januari 2002 bij Lufthansa kan beginnen dreigt hij de hem door Lufthansa toegezegde baan te verliezen en zal hij nog meer schade lijden.

4. Het standpunt van gedaagde

4.1. Gedaagde betwist het spoedeisend belang, aangezien Lufthansa door de catastrofe op 11 september 2001 voorlopig geen nieuwe lichting van start laat gaan.

4.2. De in artikel II lid 2 genoemde duur van de opleiding betreft slechts een indicatie. Er wordt een duidelijk voorbehoud gemaakt, waarop zij zich in redelijkheid mag beroepen.

4.3. Gedaagde is de afgelopen 2 jaren geconfronteerd met een aantal cumulerende oorzaken voor vertragingen. Iedereen binnen de school weet daarvan. Deze vertraging kon met het beschikbare materieel en de bestaande menskracht niet eenvoudig worden opgelost.

4.4. Gedaagde doet er alles aan om de aldus verlengde opleidingsduur te verkorten. Zo heeft zij besloten een derde Baron (tweemotorig vliegtuig voor de praktijklessen) aan te schaffen en extra personeel aan te nemen. Voorts is men bezig externe capaciteit in Brussel in te huren.

4.5. De volgorde van de leerlingen die de praktijklessen gaan volgen wordt door senioriteit bepaald. Toewijzing van eisers vordering zal ertoe leiden dat gedaagde wordt gedwongen eiser voor te laten gaan ten koste van andere leerlingen.

4.6. Bij het afsluiten van zijn theoretisch gedeelte van de opleiding in januari 2001 wist eiser dat hij nog geruime tijd moest wachten voordat hij aan de beurt zou zijn voor de praktijklessen op de Baron. De volgorde wordt middels aangeplakte lijsten steeds bekend gemaakt. Eiser kon derhalve weten dat zijn opleiding niet voor juli 2001 of oktober 2001 zou zijn afgerond.

4.7. In verband met onzekere factoren als ziekte van instructeurs of technische mankementen aan het materieel kan gedaagde eiser onmogelijk garantie over de afstudeerdatum geven.

4.8. Gedaagde betwist dat eiser schade heeft geleden.

5. De beoordeling

5.1. Hoewel - gelet op de verklaring van gedaagde - thans onzeker is of Lufthansa eiser überhaupt per 1 januari 2002 in opleiding zal nemen, acht de president het spoedeisend belang voldoende aannemelijk gemaakt.

5.2. De president is van oordeel dat het gevorderde onder a. niet voor toewijzing vatbaar is, waartoe zij het volgende overweegt.

5.2.1. De zogenaamde Multi Crew Course die eiser nog dient te volgen behoort tot de praktijklessen van de opleiding. Gedaagde heeft onweersproken gesteld dat de volgorde van de leerlingen die deze praktijklessen moeten volgen wordt bepaald aan de hand van senioriteit. Dat wil zeggen dat leerlingen van een eerder gestarte klas, die hun theoretisch gedeelte van de opleiding hebben gehaald, het eerst aan de beurt zijn. Dit principe is in de studiegids voor een ieder kenbaar gemaakt. Voorts wordt de volgorde van de leerlingen regelmatig op aangeplakte lijsten bekend gemaakt. Eiser moet van deze lijsten op de hoogte zijn geweest. Hij heeft immers desgevraagd ter zitting verklaard dat hij alle leerlingen die boven hem op de lijst stonden heeft benaderd met de vraag of iemand met hem wilde ruilen, maar dat niemand daartoe bereid was.

5.2.2. Toewijzing van de vordering impliceert dat op dit principe van senioriteit inbreuk moet worden gemaakt, aangezien niemand bereid is vrijwillig met eiser van plaats te ruilen. Toewijzing zou dus betekenen dat gedaagde dientengevolge in haar verplichtingen tegenover (een) andere leerling(en) tekort moet schieten. Reeds hierom kan deze vordering niet slagen.

5.3. Voor wat betreft het onder b. gevorderde voorschot is de president van oordeel dat de door eiser gestelde schade, gelet op de aard van dit geding, onvoldoende is aangetoond. Deze vordering is evenmin toewijsbaar.

5.4. Eiser zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

BESLISSINGEN

De president:

1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

2. Veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde bepaald op ƒ 1.550,00 voor salaris en ƒ 410,00 voor verschotten.

Gewezen door mr. M.C.D. Boon-Niks fungerend-president, bijgestaan door mr. N.R. Boonstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 22 oktober 2001, en door de fungerend-president en de griffier voornoemd ondertekend.